Archief voor de ‘nostalgie’ Categorie

messbetekenissen

Wie noemt zijn theater nou deMess?
Dat is toch vragen om ellende?
Hebben de jongelui zich meer dan een jaar het schompes gewerkt om in de Vesting Naarden  een uniek theatertje uit de grond te stampen, komen ze met een naam op de proppen waarmee ze eigenlijk al bij voorbaat hun doodvonnis over zich afroepen.
En dan kunnen ze wel apetrots verklaren dat MESS historisch een meer dan verantwoorde keuze is (in een grijs verleden was dit gebouw immers een officierskantine), MESS betekent niets meer en niets minder dan gewoon ROTZOOI.
Wat een uitdaging!

Die toko is nu bijna vier weken open. De velen die zich al hebben laten verleiden tot een bezoek, kunnen niet anders vaststellen dan dat het er allesbehalve een rommeltje is. Een geweldige, gevarieerde en verrassende programmering met uitstekende artiesten in een professionele setting. Knus (75 stoelen). Parkeergelegenheid voor de deur. Vooraf, in de pauze en na afloop kun je je in een uitstekende  ambiance (MESSCAFÉ) laven aan een ruim assortiment sapjes en licht-alcoholische versnaperingen. Zelfs de bitterbal doet deze week z’n intrede.
Hoezo rotzooi? dus.

Nu we het toch over namen hebben: dat de lokale politieke partij Hart voor BNM (Bussum Naarden Muiden) niet staat te juichen bij het idee dat muurbloempje Weesp ons (hoezo volksraadpleging?) binnenkort wellicht ook door de strot geperst wordt, mag duidelijk zijn.
Je kunt niet eindeloos je naam blijven aanpassen aan de grillen van de hoge heren.
Hart voor B&W (+NM) dan maar?
Als cynische hommage aan het College?

Advertenties

a8d46b_ab584644901b4fa7b65417b1b9ce7584

Vandaag maar ’s poolshoogte genomen in de Bussumse Hema. Ik was toe aan een handzaam knijpportemonneetje. Die broekzakken van tegenwoordig zijn ook niet meer wat ze waren. Er verdwenen net iets te veel losse koninginnen der Nederlanden door de slijtgaten.
Een genderneutrale beurs, wel te verstaan.
Indien mogelijk.
Portemonnee? Zo noemde mijn strontverlegen buurmeisje Coby van weleer bij gebrek aan adequate naamgeving toch de duistere, erogene zone tussen haar al vroeg welgeschapen beentjes?
Ik vreesde het ergste.
Had begrepen dat de hele flikkerse bende aan koopwaar tegenwoordig in grote verzamelbakken van de categorie Kind gepleurd wordt. Om in dit reservaat voor elitaire gutmenschen iedere schijn van sekse-vooringenomenheid weg te nemen.
Zwarte Piet moest het veld al ruimen. De paaseitjes waarvan je bij het afpellen van de aluminiumverpakking je nagels voor het leven ruïneert, zijn afgewaardeerd tot deerniswekkende verstop-eitjes.
Wat verwachtte ik?
Schuimbekkende wanhopige moeders, woest graaiend in de seksloze chaos op zoek naar dat truttige twinsetje voor dochterlief dat vroeger voor het grijpen lag?
Niets van dat alles.
Alleen een net iets te lange rij voor de kassa.

Dat portemonneetje koop ik een andere keer wel.
En de halve rookworst die ik om puur nostalgische redenen twee keer per jaar in deze afbladderende winkelketen scoor, steken ze ook maar in hun genderneutrale Hema-reet.
Ik heb een schijthekel aan wachten

IMG-20170922-WA0000

Om 14.00 uur reden ze voor: twee penetrant naar diesel ruftende bussen waaruit de vier hoofdrolspelers en een geluidstechnicus van WIES EN DE LIEFDE rolden. Wies zélf lichtelijk sniffend. Niet helemaal okselfris vanwege een opkomend griepje. Maar wel een bikkeltje, zou later blijken. Want tijdens de voorstelling was daar weinig van te merken. Sterker nog, je vroeg je  als toeschouwer verbaasd af hoe fraai het dan wel geklonken zou hebben als ze 100% was geweest. Maar misschien leerde ze op het conservatorium de techniek om dit soort ongemakken op te vangen.
Drie uur lang opbouwen, sound checken en inzingen. Routineklus die met een opvallende blijmoedigheid werd volbracht. Wies, een middag lang nippend aan geneeskrachtige kruidenthee, werd door haar attente mannen een beetje uit de wind gehouden. En passant repareerden de boys nog een snaartrommel. Om half zeven tijd voor de inwendige mens. Catering van deMess, verzorgd door onze bloedeigenste Carine.

WIES EN DE LIEFDE, wereldberoemd in Bergen-Binnen en omgeving bestaat naast Wies Kavelaar (zang, gitaar,mondharmonica, percussie…en tekst) uit Wouter Mooy (gitaar, zang), Ton Nieuwenhuizen (bas, contrabas, zang) en Andries Eleveld (drum, percussie, zang). Voor de techniek reist sinds kort de kersvers afgestudeerde Pim mee.

Liefde voor de muziek

Elkaar gevonden in de liefde voor de muziek uit de jaren 60/70. Via deze inspiratie en hun eigen muzikale bagage waarop ze hun eigen Pop-poëzie plakten, speelden ze een programma dat je twee uur lang op de punt van je stoel wist te houden.
Jaren 60/70 muziek? Jazeker. En dan te bedenken dat in ieder geval Wies en Wouter, zo schat ik in, nog geboren moesten worden.
Een lekkere sound. Close harmony klinkt alleen goed als het ook echt lekker close is. En dat was het. Prima op elkaar afgestemd. Wies zingt over landschappen, helden, verre bestemmingen, mannen, vrouwen. De dood ook. Over een vriend die van wie ze onlangs afscheid moesten nemen. Prachtig nummer.

Van kwaad tot erger
sloeg hij af
’t verkeerde pad in
waar hij niet zag
dat alle bomen mensen waren
waar hij om gaf
Maar niets meer deed ertoe
zijn dagen moe
verdwaald in zorgen
altijd morgen
altijd morgen

De liefde

En natuurlijk De Liefde: de halte die altijd weer terugkeert op de route. De motor die WEDL draaiende houdt. Uitstekende Nederlandstalige teksten die, en dat is ook wel eens  een verademing, het niveau Jan Smit verre overstijgen en naadloos fitten met de muziek. Uitstekend verstaanbaar ook. Pure noodzaak in dit genre.
Jij bent er eigenlijk nooit helemaal
en ik herken het vluchten want dat doen we soms allemaal
maar zo hard als jij weg rent houdt niemand je bij
dus begraaf je gewoontes en rust uit bij mij

Dienst in deMess. Och, dan schuif je maar even aan. Het smaakte naar meer. Dus na de pauze weer van de partij. Op dat stoelpuntje dus. Mooie plaatjes ook door de fraaie belichting in deMess. Zo’n contrabas van Ton maakt het beeld helemaal compleet. Virtuoos gitaarwerk van Wouter. Uitstekend ondersteund door Andries op drums. Een onverwachte en verrassende zaterdagavond die niet meer kapot kon. WIES EN DE LIEFDE moet komend jaar nog maar ’s in de herhaling in deMess. Ze verdienen een uitverkochte zaal! Bergen- Binnen is veel te klein voor ze.

Theater op wielen

WIES EN DE LIEFDE toert al vanaf 2016 in een omgebouwde Franse stadsbus door het land. Zeg maar: het eerste ‘groene’ theater op wielen. Kan ongeveer vijftig toeschouwers kwijt.  Die bus willen ze trouwens milieuvriendelijk maken. Elektrisch dus. Daarvoor kun je via hun website http://www.wiesendeliefde.nl doneren.
Of die twee dampende Mercedesbussen ook nog aan de beurt komen, is vooralsnog onbekend.

ramses

Bij de slotmanifestatie van het indrukwekkende Benefietgala ‘Geef deMess Cultureel Kapitaal’ in SPANT! Bussum, sloop er wat mij betreft toch weer dat verrekte twijfelmomentje in.
De totale euforie die zich van het theater meester maakte ten spijt.
Tekst kwijt.
En het ging toch waarachtig om slechts zeven woorden.

Nou heb ik over het algemeen (nog) weinig reden tot klagen over m’n geheugen.
De psalmversjes die wij op de gristullukke lagere school op maandagochtend om de beurt moesten opdreunen (voor een cijfer: één hapering een 9, twee keer mis betekende een 8, en was je drie keer de weg kwijt dan moest je ’s middags nablijven) zou ik voor het merendeel nog rimpelloos kunnen produceren. Op de HBS werden we geacht regelmatig een gedicht (uit het hoofd) voor te dragen. Ik heb er 55 jaar na dato nog een stuk of tien op m’n harde schijf staan. Inclusief de volledige 28 rampzalige regels van de Rey van Engelen uit Vondels Lucifer waarmee ik later in m’n studententijd met een forse slok op, te pas en te onpas, in een zwaar doorgesnoven gezelschap goeie sier maakte.
Mijn compleet grijs gedraaide LP’s van Toon Hermans hebben er voor gezorgd dat ik als 14-jarige zijn volledige shows, inclusief adempauzes (in het subtiele zwijgen was Toon een ware meester) tussen de schuifdeuren van mijn ouderlijk huis, vermoedelijk tot vervelens toe, ten beste gaf.
Toen ik ooit als knaapje ter gelegenheid van een knie-operatie in het Bussumse Majella ziekenhuis verzeilde heb ik er op kerstavond voor een gehoor van drie bij elkaar geveegde zalen (en in die tijd stelde zo’n zaal numeriek nog wat voor) een volledige voorstelling van bij elkaar geluld.
En ook bij de sectievergaderingen Nederlands op de Naardense scholengemeenschap Godelinde had ik vet profijt van dat selectieve geheugen. Die bijeenkomsten, beurtelings bij een van de collega’s thuis, eindigden onveranderlijk in wat je tegenwoordig een Sing Along noemt. Samen met collega cabaretier/ tekstschrijver en later radiomaker bij de TROS Sietze Dolstra joegen we de plaatselijke neerlandici tot in de kleine uurtjes keer op keer meedogenloos door een gevarieerd cabaretrepertoire.
Toon was (toen nog) onze favoriet.
En geef me de eerste regel van een conference van Wim Sonneveld en ik maak ‘m af waar je bij staat.
Met m’n eigen teksten had ik later stukken meer moeite. Maar dat kwam omdat die per voorstelling nogal ingrijpend veranderden. Dat krijg je met cabaret op maat. Wij speelden altijd premières.

Terug naar die Benefiet.
Met alle optredende artiesten op het toneel kwam het tot een ware apotheose via de massaal meegezongen evergreen van Ramses Shaffy:
Zing vecht huil bid lach werk en bewonder.
Hoe het komt? Geen idee.
Ik krijg ze nog altijd niet in de goeie volgorde uit m’n bek.

20170803_103216

Om m’n door de fusie te grabbel gegooide Naardense identiteit te bevestigen scroll ik dagelijks door de Facebooksite Naardenezen. Veel historisch materiaal. Om je vingers bij af te likken. Al moet ik er meteen bij zeggen: als sommige plaatjes voor de honderdste keer langswapperen, komt de sleet er wel enigszins op.
Een schaamteloos chauvinistisch bolwerkje ook. De prachtig opgekalefaterde vesting is sommigen die hardnekkig zweren bij de ouwe meuk van weleer een doorn in het oog. Voor veel mensen heeft nostalgie de functie grip te krijgen op het huidige leven. Op Naardenezen lijkt de onstilbare hang naar tijden dat het hier een ouwe maar wél overzichtelijke troep was, te overheersen. Onze kerktoren is daarbij een anker in barre tijden. Iedere landschappelijke vereeuwiging  van de Minaret van Marlo, hoe dramatisch soms ook scherp gesteld,  mag rekenen op massale bijval. Dondert niet of de horizon scheef staat. Complete familiealbums worden apetrots binnenstebuiten gekeerd. Spruitjesgeur.

2016 was het jaar van Cas de Bruijn. Een hype. Hij zal het vanaf z’n roze wolk allemaal tevreden gadeslaan. Net als Pouwtje van de snoep. Dit jaar steelt de Kraai de show. Niet het live and kicking exemplaar dat nog steeds een kolerezooi maakt van de laatste vuilniszakken langs de stoeprand. Nee de Naardenees anno 2017 komt geheel aan z’n gerief met de uit plastic opgetrokken artificiële versie. Kan het kitscheriger?

Voor buurman Herman wil ik een uitzondering maken. Een nijver stukje huisvlijt, die windwijzer met de hier alom geadoreerde gevederde vriend. Zojuist bevestigd aan het eind van z’n waslijn. Geeft een extra dimensie aan de schier eindeloze optocht onderbroeken op maandag.

18766085_10209836048126397_5946578941781042705_nToch sneu voor m’n opa zaliger Frans Kroeze dat Concordia van de r.k. Militairen Vereeniging voor hem omstreeks 1914 vermoedelijk geen haalbare zaak was.
Opa was als onderofficier gelegerd in Naarden. En behoorlijk Nederlands Hervormd. De bokken en de geiten werden, zeker in die tijd, zorgvuldig gescheiden. Het is voor hem te hopen dat er in de vesting een calvinistisch equivalent voorhanden was.
In mijn eigen diensttijd, eind jaren ’60, in ieder geval wel.
Hoewel, de klad kwam er al aardig in.
Wij hadden voor onze geestelijke verzorging de keus tussen het PMT (protestants militair tehuis) en het KMT (katholiek militair tehuis). De humanistische zielenherder scharrelde daar zo’n beetje tussendoor. Gezien mijn opvoeding was ik rücksichtslos ingedeeld bij de protestanten (ik ben nota bene in m’n jeugd nog met een collectebus voor het PMT de straat op gestuurd).
Je zorgde er natuurlijk wel voor je portie geestelijke verzorging mee te pikken. Want in die uurtjes was je vrijgesteld van uiterst gewichtige militaire taken. Ik ging (toen al) voor de humanist die zetelde in het KMT, waar bovendien het biljart stukken beter liep.
En dat telt als je opgaat voor je nummer.

Concordia (de godin van de eendracht) Naarden dus.
Hemelsbreed vijftig meter van mijn huidige vestingwoning.
Op mijn bridgeclubje beoefende ik er ooit het spel van de duivel.
Jarenlang huisde de goddeloze Catherine Keyl er.
Het zijn barre tijden.

feenstra

Dat kleurige flyertje van hem viel al een keer of wat op de mat van mijn vestingwoning. En aangezien ik wat te vieren had (nee, aan verjaardagen doe ik niet) dus maar even buurten op  de Raadhuisstraat.
Jan Feenstra dus.

Voordat ik me te buiten zou gaan aan een woest dagje  op het Markermeer lagen er namelijk een paar mogelijke drempels die wel even geslecht dienden te worden.
Hoe zat het eigenlijk met de groepsgrootte die Jan kan behappen?
Op m’n eigen pieremachochel die in jachthaven Muiderzand al weken kommervol ligt te wachten op de opening van het zeilseizoen kan ik er hooguit zes kwijt. Na zorgvuldige selectie was ik tot een uitgelezen gezelschap van  zo’n twintig man gekomen.
Jan adverteert voor groepen van twaalf.
Er viel over te onderhandelen. Twaalf blijkt gebaseerd op het aantal beschikbare slaapplaatsen. En als er iets is wat ik met dat zooitje ongeregeld van mij buitengaats  in ieder geval niet moet doen, dan is het wel slapen. Daar komt alleen maar gedonder van, heeft de geschiedenis ruimschoots bewezen. Slapen in zo’n ambiance met een schipper die z’n domicilie heeft in Divorced City is de goden verzoeken.
Toch?

En nu we het tóch over de goden hadden dan meteen maar even het tweede pijnpuntje.
De naam van de boot.
Eben Haëzer.
Met een streng reformatorische opvoeding achter de kiezen heb ik nog steeds sterke associaties met de aloude profeet Samuel.
‘De steen des Aanstoots’.
‘Tot hiertoe heeft de Heere Heere ons geholpen’.
Van die dingen.

De naam ook van een kerkgenootschap dat er prat op gaat dat iedereen in de hemel komt. Mochten we onverhoopt ter hoogte van het Paard van Marken schipbreuk lijden dan is die hemel wel zo ongeveer het laatste wat ik mijn overwegend agnostische gezelschap zou willen aandoen.
Als er ergens gevloekt wordt als een bootwerker, dan toch wel in de zeilbranche. Je hoeft bij een scherpe  ‘overstag’ maar één keer een fokkenschoot uit je poten te laten schieten of je krijgt van de schipper een liederlijk godsoordeel over je uitgestort.
Mocht Jan écht zo zuiver in de leer zijn dan wil ik geen steen des aanstoots voor hem vormen met mijn kompanen die verbaal van wanten weten. Daar zit geen woord ‘tale Kanaäns’ bij.
Hij wist me in alle opzichten gerust te stellen.
Van een Groninger tjalk uit 1901 verander je de naam niet meer.

Godskolere (..), wat was het koud op die 7 mei.
Daar viel voor Jan met z’n vlammetjes en kroketten  niet tegen op te frituren.