Archief voor de ‘taal’ Categorie

oprekken

In het eerste tv-debatje van ‘In Derde Termijn‘, het politieke babbelprogramma van Gooi-TV mocht Naardenees Jelmer Kruyt het opnemen tegen Bussumer Jos de Lange van de plaatselijke Christendemocraten, de supersub van ‘onze’ Marleen . Echt chocola viel er nog niet van te maken. Maar dat was misschien ook niet de bedoeling. Het echte vuurwerk zal wel losbarsten als de gemeenteraadsverkiezingen wat dichterbij komen.

De soepeltjes formulerende  ondernemer Jelmer hield z’n kruit nog opmerkelijk droog tegenover het wat risicoloze gekeutel van De Lange die z’n naam volledig waarmaakte door zich te buiten te gaan aan een aantal ellenlange taalkundige hoogstandjes met een hoog mist-gehalte. Zodat we ons volledig konden focussen op de misschien onbewuste tip die Kruyt van Gooi-TV mee kreeg:

Hij moet, gezien de aftiteling,  wat Ruud Bochardt en z’n maten betreft,  als de sodemieter de lijst van het GDP wat OP-REKKEN.

 

Advertenties

mjwnddcover

Satirisch Jaaroverzicht 2017

Voorleesvader

Geplaatst: 20 september 2017 in actualiteit, crisis, kleinkunst, persoonlijk, taal, troonrede, zorg

troonrde.jpg

Van mijn leraar Nederlands gedurende de eerste twee leerjaren op het Christelijk Lyceum in Hilversum (Gé van Putten?) herinner ik me niet zo bar veel meer. Maar zijn voorleessessies staan bijna zestig jaar later nog haarscherp in m’n geheugen gegrift. Het laatste stukje van de les ruimde hij er regelmatig voor in. Vooral met Godfried Bomans scoorde hij als een dolle. De Haarlemmer die, al of niet met een forse slok op, mateloos populair was in verschillende radioprogramma’s, sloot ik in m’n hart.
Vooral dankzij Gé.
M’n eerste schrijfseltjes uit die tijd (het schriftje heb ik nog) waren pure Bomans-imitaties.
Hij zat tot in m’n haarvaten.

Voorlezen, gebeurt dat nog?
Ik deed het in ieder geval wel gedurende de zesendertig jaar dat ik als docent Nederlands op de kinderzieltjes losgelaten werd.
Met ‘Kopstukken’ van Bomans hadden ze, tot mijn teleurstelling, niet zo veel.
Humor? Nee toch?
Des te meer met ‘De meester van de zwarte molen’ van Otfried Preussler, de fraaie oprispingen van Roald Dahl, Jan Terlouw en consorten.
De beloning voor de kids als ze hard gewerkt hadden.
In de vele kwartiertjes jaste ik er hele boeken doorheen.
Omdat ik er de zin van in zag.
En in de heilige overtuiging dat ze dat leuk vonden. Maar misschien had hun enthousiasme ook wel enigszins te maken met de omstandigheid dat, zolang de meester zich uitsloofde, ze effe lekker niksend onderuit konden hangen.
Het kassucces in de bovenbouw was het verhaal ‘Rita Koeling’ uit de bundel ‘De hemelvaart van Massimo’ van Oek de Jong. Waanzinnig goed geschreven. Vond ik. Daar kon je alles wat je aan literatuuranalyse voor ze in de pijplijn had, op loslaten.
Later zullen de arme schapen wel ontdekt hebben dat de juweeltjes van mijn voorleeskeuze bepaald geen afspiegeling waren van het literaire aanbod.
Als ik nu af en toe langs m’n neus weg bij een 6 vwo’er informeer naar z’n mening over literatuur, hoor ik bijna altijd de verzuchting: SAAI!!
Vloggers doen het stukken beter.

Als voorleesvader avant la lettre hoorde ik op de Derde Dinsdag tijdens een fietstocht ter hoogte van het Naardermeer in m’n oortje het tenenkrommende leesbeurtje van onze koning.
Het schaamrood springt je spontaan naar de kaken.
Hij leert het nooit.
Na het jaarlijkse spreekbeurtje van z’n moeder dat in z’n chemisch gereinigde, kakkineuze Nederlands in ieder geval nog iets majesteitelijks had, moeten we het tegenwoordig doen met de uiterst middelmatig geproduceerde woordenbrij van WA. Iedere Koninklijke affiniteit is hem vreemd. Om over dictie maar helemaal niet te spreken. Geef hem een telefoonboek en het oplezen van de nummers zal zich er amper van onderscheiden.
En dan hoor ik in DWDD onze aan lager wal geraakte side kick Jan Mulder helemaal uit z’n plaat gaan over de voorleeskwaliteiten van onze zwaar getormenteerde vorst.
Ironie?
Ik heb het bij ‘Uitzending gemist’ voor de zekerheid nog even gecheckt. Maar de man leek het uiterst serieus te menen.

Een troonrede is natuurlijk geen ‘Meester van de zwarte molen’.
En al helemaal geen Bomans.
Nou is het door Rutte en z’n maten geproduceerde episteltje natuurlijk niet iets waar je ter plekke natte dromen van krijgt. Het stond zoals gewoonlijk bol van de kreupele gemeenplaatsen. Terugkerende clichés zonder kraak of smaak, in nét iets andere woorden verpakt dan vorig jaar.
Hou je vast:
Een baan hebben of werkloos zijn, maakt een groot verschil in het leven van de mensen (..)
Of deze dooddoener
De tendens van de laatste jaren is helaas dat de internationale instabiliteit toeneemt (..)
En anders wel dit absolute toppertje:
Ook in geopolitieke verhoudingen verandert er het nodige (..)

Menige Nederlander zal er ongetwijfeld een slapeloos nachtje aan hebben overgehouden.
Leve de koning!
Dan maar als de sodemieter die glazen koets in voor de rijtoer.
En later de balkonscene met Max.
Wuiven doet ie in ieder geval niet onverdienstelijk.

tamara-bosHet moet toch al gauw een dikke veertig jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag. Een sprietig prépubermeisje. Met haar vader die schrijvend en als radiomaker stevig aan de weg timmerde, speelde ik in de nadagen van m’n honkbalcarrière bij HCAW in een softbalteam waarin nogal wat mannen van de ouwe glorie.
Kampioen van het district Gooi-Utrecht. Dat wel. Mooie tijd.
Ko de Boswachter sprak me soms, nadat we de nacht daarvoor nog stevig doorgehaald hadden en hij linea recta door ging naar de AVRO-studio,  op zondagochtend  om zeven uur in zijn vermaarde Boswachtershow in mysterieuze syllaben toe waarvan wij alleen de exclusieve code kenden. Heel veel gelachen. Eindeloze klaverjaspartijen ook. Volgens mij bedwongen we ooit nog samen op de lange latten de sneeuwpistes in het land van Jörg Haider.
Helemaal zeker weten doe ik dat niet.

De carrière van de talentvolle Tamara, ze vertrouwde me deze week toe dat ik nog in haar poezie-album schreef, heeft in die veertig jaar een flinke vlucht genomen. Aanvankelijk in de voetsporen van paps maar al gauw op eigen, sterke benen: succesvol en meermalen bekroond kinderboeken- en scenarioschrijfster.
En, zo ontdekte ik onlangs, levenspartner van cabaretier Johan Hoogeboom, artistiek leider van ons fonkelnieuwe Naardense theater deMess. Twee creatieve talenten die in hun respectievelijke business zo bezig zijn dat ze in deze beginweken van deMess van geluk mogen spreken als ze elkaar af en toe nog even tegenkomen.
‘Als ik hem nog wil zien, dan moet ik maar naar het theater’, verzuchtte ze.
Kaartje kopen dus.

transgender_1462293269304_1255937_ver1-0

Vanaf deze week zal ik, nog meer dan ik al deed, op m’n woorden moeten passen.
De seksuele en genderdiversiteit staan zwaar onder druk.
Ons gevoel voor respect moet opgeschoond.
Er blijkt godbetert namelijk weer ’s een minderheid tussen de wal en het schip te vallen. De gefragmenteerde genderbelangen leiden tot een seksualiteit- en genderalfabet dat z’n grenzen amper kent. In het Engels hebben we het nu al geschopt tot LGBTQIAP. Ook de queers, aseksuelen en panseksuelen eisen een eigen letter op.
En dan heeft Sylvana Simons er zich nog niet eens mee bemoeid.
Nou heb ik al een leven lang een zwak voor minderheden die niet gehoord, sterker nog, gediscrimineerd worden. De wrange ervaringen van mijn helaas veel te jong overleden homo-broertje  hebben daar ongetwijfeld toe bijgedragen.
Respect voor minderheden hoort een beetje bij hoe de Nederlander in de wereld staat.
Hoewel, dat laatste zit nog.
De verruwing slaat keihard toe.

Ik heb de recente regenboogtaaltips voor Amsterdamse gemeenteambtenaren over hoe je er met je taalgebruik voor kunt zorgen dat iedereen zich gehoord voelt tot iedere punt en komma tot me genomen. En ook de Nederlandse Spoorwegen zijn van zins hun eigen bijdrage te gaan leveren aan te naderende totale verwarring.
Conclusie: het zorgvuldig samengestelde manuscript in wording voor m’n  columnboek 2017 kan de papierversnipperaar in.
Tenzij ik natuurlijk als de sodemieter een niet gehoorde homo, een lokale lesbo of een omgebouwde plaatselijke spijtoptant een prominente plaats geef in een smakelijk verhaal in Naardense setting.
Om vervolgens, daar kun je gif op innemen, de algehele verontwaardiging over me heen te krijgen:
Zoiets schrijf je toch niet?

Vandaag was de nood hoog na een stevige fietstocht.
Mijn gerieflijke seniorentoilet op de Beijert ging ik bij lange na niet halen. Aangezien de laatste kilometers door het Naarderbos voerden, wellicht een unieke kans om mij te verlustigen aan een volledig verantwoorde genderneutrale totaalbeleving.
Blijkt er een meter of tien verderop een dame (of moet ik nu volgens die Amsterdamse voorschriften zeggen: iemand die een jaar of 40 geleden als zodanig aangegeven is bij de burgerlijke stand?) hetzelfde struweel uitverkoren te hebben voor haar elementaire levensbehoefte.
Het struikgewas als oplossing voor een wel wat erg zwaar aangezette problematiek.
Hallo iedereen!

20170531_122805.jpg
De enige zekerheid die de mens heeft is dat ie zekerder wordt naarmate z’n behoefte aan zekerheden afneemt.
In een tijdsgewricht waarin onze zekerheden zwaar onder druk staan toch altijd weer een geruststellende gedachte dat de Kruiskerk bij de buren in het bevindelijke Huizen er met z’n onelinertjes  de moed behoorlijk in weet te houden.
Zo te zien is het er elke dag raak.
En hemelsbreed slechts op een steenworp afstand van het verdorven Naarden waar het monumentale historische godshuis een maand lang vergeven is van een tsunami aan profane foto’s.
Die gereformeerden hebben er in de loop van de geschiedenis een smakelijk gezelschapsspelletje van gemaakt. Om de haverklap scheidde zich een tot op het bot verontwaardigd clubje af. Wereldschokkende dilemma’s of de slang nou wel of niet gesproken had. Of de betekenis van de doop. Het liep ze daarnaast redelijk dun door de broek bij de invloed van occulte zaken waar menige synodale hoogvlieger regelmatig slapeloze nachten van had.
Vrijgemaakt van die verrekte satan ziet het leven er al gauw een stuk leuker uit.
Ook op 5 mei.

boete-van-2-ton-groningse-tandarts-dure-kronen 

Ooit sleepte ik me om het half jaar naar z’n bloeiende praktijk in de Bussumse villawijk het Spieghel. Boudewijn, een snelle en behoorlijk academisch gevormde jongen bij wiens aanblik,  de minimale vegetatie rond het schedeldak ten spijt, menig Goois vrouwenhart sneller schijnt te gaan kloppen, is kundig en behoorlijk all round in z’n vak.
Toen aan het eind van de vorige eeuw z’n voorganger, mijn sobere, meer dan saaie Naardense tandarts van weinig woorden, het leven liet, was hij bij godsgratie bereid me in te lijven in z’n reeds zeer omvangrijke familie. Met een gepijnigd gelaat inventariseerde hij bij m’n eerste bezoek het slagveld dat hem getoond werd. En sloeg weldra op indrukwekkende wijze toe. Voor een eurootje of vijfhonderd ging ik er aan.
Saaimans had zich met de dood in de ogen bij gebrek aan perspectief gedurende z’n laatste periode beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Of nog minder.
Werk aan de winkel dus voor Boud die onmiddellijk driftig in de weer ging met het plaatsen van enkele levensreddende kronen en verfraaiingen. Zodat ik me weldra vertwijfeld afvroeg in wiens handen ik in godsnaam gevallen was.
Mijn naderende naderend faillissement lonkte.
Het liep met een sisser af. Sterker nog: tandtechnisch gezien bleek ik een toppertje. Hij beperkte zich halfjaarlijks tot vergeefs prikken in de uiterst hardnekkige amalgaantjes waarna hij berustte in het routineus verwijderen van m’n welig tierende tandsteen.
Roken is niet alleen slecht voor de longen.
Bij nader inzien ben ik eigenlijk maar een onbeduidend klantje waar de schoorsteen van Boud amper van kan roken.
Het zwaartepunt bij mijn bezoekjes lag dan ook steevast op de inleidende en afrondende kringgesprekken waarvoor hij ruim de tijd nam. Zo wisselden we, om een paar voorbeelden te noemen, onze respectievelijke heldendaden op de tennisbaan uit. Hij bij het Spieghel. Ik in Naarden. De kwaliteit van het tegenwoordige onderwijs. Of in ieder geval het gebrek daaraan. Boudewijns eega doceerde in deeltijd Nederlands aan ‘het Willem’ een paar lanen verderop. Hij hoorde wel ’s wat tijdens de warme prak. En mij kon je met m’n zesendertig jaar ervaring in dezelfde branche ook allesbehalve een onbeschreven blad noemen. M’n avonturen in de kleinkunst waarvoor hij een professioneel geveinsde belangstelling aan de dag legde, werden uitgebreid besproken. Waarna hij me in z’n finest moments verlekkerd bijpraatte over de ingrijpende veranderingen die er wat hem betreft op til waren.

Boudewijn ging voor het grote werk.
Lucratiever ook.
Vermoedelijk.
Zeg maar: een geavanceerd tandheelkundig centrum in een fonkelnieuw gebouw op de grens van Bussum en Naarden waarin alle disciplines onder één dak verenigd zouden worden.
B-Dent.
Jammer. Ik had wat met die Gooise villa. Een rustiek tuinpaadje leidde naar het voormalige dienstbodevertrekje dat fungeerde als wachtkamer. Langs de wand een paar ongemakkelijke stoelen. Wachtkamers hebben altijd ongemakkelijke stoelen. Ze accentueren, net als in aula’s van crematoria, het tijdelijke karakter van je aanwezigheid. Het leestafeltje met de onafscheidelijke, treurige periodiekjes waarop je, al zou je ze gratis verstrekt krijgen, toch never geabonneerd zou willen zijn: Arts en Auto. Een stapeltje gedateerde Elseviers. Een paar van die verrekte glossy’s vol met Jan des Bouvrie-achtige optrekjes waar je nog niet dood gevonden wenst te worden. En een heuse speelhoek voor de uit ‘Kinderen voor Kinderen’ weggelopen melkgebitjes natuurlijk. Bergen veelkleurig houten en plastic speelgoed en kekke kartonnen bladerboekjes die moesten afleiden van de bikkelharde kinderwerkelijkheid die lonkte in de behandelstoel.
Uit de Bang & Olufsen boxjes sijpelde Classic FM.
En dan werd je binnengehaald door Suus. Die bloedmooie assistente. Het royale entree-gebaar. Die handdruk. En dat familiaire tikje op je rug. Ik heb haar ooit in het tijdsbestek van twee periodieke controles prachtig zwanger zien worden.

Bij B-Dent heeft Boud alle disciplines van de tandheelkunde geniaal bij elkaar geveegd onder één dak. Via een glazen paneel (Waar zit hier gvd de deur en gaat ie naar binnen of naar buiten open?) betreed je een multifunctionele wachtruime. Vanaf de anderhalve meter flat screen aan de wand lacht National Geographic je toe. Verder twee verantwoorde doekjes moderne kunst. Uiteraard geen reproducties. Twee automaatjes beloven je normaal en gekoeld, hoog gekwalificeerd drinkwater. Het meubilair ademt het soort design uit de glossy’s van de praktijk van weleer. Het karakter van de leesportefeuille op de tafel verraadt echter dat er op een wat breder publiek gemikt wordt.
In de ruimte achter de balie loopt een verzameling dames, geheel doordrongen van hun uiterst verantwoordelijke missie, gewapend met een mapje nergens heen en weer terug. Stuk voor stuk aangenomen op uiterlijk schoon.
Melden hoef ik me trouwens al lang niet meer. De tandpastaglimlachjes achter de balie kennen hun pappenheimers.
En dan beland ik uiteindelijk toch nog bij m’n vurig vibrerende, adhd-achtige tandarts. Een onderzoek van een paar minuten toont aan dat er met de beste wil van de wereld (weer) geen significante afwijkingen in het gebit te noteren vallen. Waarna we geheel volgens traditie uitgebreid  het onderwijs, het tennis en de kleinkunst doornemen. En het wereldleed. De persoonlijke teleurstellingen. De ingrijpend gewijzigde burgerlijke staat van Boud bijvoorbeeld. Want hij blijkt niet alleen de deur achter z’n praktijk op de Boslaan dichtgegooid te hebben. Er is ook een dikke punt gezet achter het huwelijksgeluk.

20161011_094342

Maar vandaag heb ik voor de broodnodige variatie nog een ander puntje voor onze agenda.
Het op z’n zachtst gezegd nogal pleonastische hoogstandje op dat bordje in de wachtkamer.
Taal is communicatie.
Ook bij de tandarts.
Taal is ons vaderland waaruit we nooit kunnen emigreren.
De taal is ook de bron van alle misverstand.
Als de taal volmaakt was, zou de mens ophouden te denken.
Ik ben qua taal, dat mag duidelijk zijn, geen fervente aanhanger van het minimalisme.
En ophouden met denken is er bij mij al helemaal niet bij.
Heeft Boud in een poging z’n klantenkring bij binnenkomst linea recta naar de balie te krijgen, niet een tikkie te uitgebreid uitgepakt?
Die eerste zin volstaat toch ruimschoots?
Hij kan volgens mij volstaan met het stukken  vriendelijker: Heeft u zich al gemeld bij de receptie?
Taal is niet zijn ding.
Maar hij gaat er over denken.
Ten prooi aan pure verwarring  levert hij me persoonlijk af bij Anja.
Anja gaat over het tandsteen dat Boudewijn in z’n nieuwe toko bij haar en een optocht nogal hardhandige soortgenoten uitbesteed heeft.