Archief voor de ‘taal’ Categorie

transgender_1462293269304_1255937_ver1-0

Vanaf deze week zal ik, nog meer dan ik al deed, op m’n woorden moeten passen.
De seksuele en genderdiversiteit staan zwaar onder druk.
Ons gevoel voor respect moet opgeschoond.
Er blijkt godbetert namelijk weer ’s een minderheid tussen de wal en het schip te vallen. De gefragmenteerde genderbelangen leiden tot een seksualiteit- en genderalfabet dat z’n grenzen amper kent. In het Engels hebben we het nu al geschopt tot LGBTQIAP. Ook de queers, aseksuelen en panseksuelen eisen een eigen letter op.
En dan heeft Sylvana Simons er zich nog niet eens mee bemoeid.
Nou heb ik al een leven lang een zwak voor minderheden die niet gehoord, sterker nog, gediscrimineerd worden. De wrange ervaringen van mijn helaas veel te jong overleden homo-broertje  hebben daar ongetwijfeld toe bijgedragen.
Respect voor minderheden hoort een beetje bij hoe de Nederlander in de wereld staat.
Hoewel, dat laatste zit nog.
De verruwing slaat keihard toe.

Ik heb de recente regenboogtaaltips voor Amsterdamse gemeenteambtenaren over hoe je er met je taalgebruik voor kunt zorgen dat iedereen zich gehoord voelt tot iedere punt en komma tot me genomen. En ook de Nederlandse Spoorwegen zijn van zins hun eigen bijdrage te gaan leveren aan te naderende totale verwarring.
Conclusie: het zorgvuldig samengestelde manuscript in wording voor m’n  columnboek 2017 kan de papierversnipperaar in.
Tenzij ik natuurlijk als de sodemieter een niet gehoorde homo, een lokale lesbo of een omgebouwde plaatselijke spijtoptant een prominente plaats geef in een smakelijk verhaal in Naardense setting.
Om vervolgens, daar kun je gif op innemen, de algehele verontwaardiging over me heen te krijgen:
Zoiets schrijf je toch niet?

Vandaag was de nood hoog na een stevige fietstocht.
Mijn gerieflijke seniorentoilet op de Beijert ging ik bij lange na niet halen. Aangezien de laatste kilometers door het Naarderbos voerden, wellicht een unieke kans om mij te verlustigen aan een volledig verantwoorde genderneutrale totaalbeleving.
Blijkt er een meter of tien verderop een dame (of moet ik nu volgens die Amsterdamse voorschriften zeggen: iemand die een jaar of 40 geleden als zodanig aangegeven is bij de burgerlijke stand?) hetzelfde struweel uitverkoren te hebben voor haar elementaire levensbehoefte.
Het struikgewas als oplossing voor een wel wat erg zwaar aangezette problematiek.
Hallo iedereen!

20170531_122805.jpg
De enige zekerheid die de mens heeft is dat ie zekerder wordt naarmate z’n behoefte aan zekerheden afneemt.
In een tijdsgewricht waarin onze zekerheden zwaar onder druk staan toch altijd weer een geruststellende gedachte dat de Kruiskerk bij de buren in het bevindelijke Huizen er met z’n onelinertjes  de moed behoorlijk in weet te houden.
Zo te zien is het er elke dag raak.
En hemelsbreed slechts op een steenworp afstand van het verdorven Naarden waar het monumentale historische godshuis een maand lang vergeven is van een tsunami aan profane foto’s.
Die gereformeerden hebben er in de loop van de geschiedenis een smakelijk gezelschapsspelletje van gemaakt. Om de haverklap scheidde zich een tot op het bot verontwaardigd clubje af. Wereldschokkende dilemma’s of de slang nou wel of niet gesproken had. Of de betekenis van de doop. Het liep ze daarnaast redelijk dun door de broek bij de invloed van occulte zaken waar menige synodale hoogvlieger regelmatig slapeloze nachten van had.
Vrijgemaakt van die verrekte satan ziet het leven er al gauw een stuk leuker uit.
Ook op 5 mei.

boete-van-2-ton-groningse-tandarts-dure-kronen 

Ooit sleepte ik me om het half jaar naar z’n bloeiende praktijk in de Bussumse villawijk het Spieghel. Boudewijn, een snelle en behoorlijk academisch gevormde jongen bij wiens aanblik,  de minimale vegetatie rond het schedeldak ten spijt, menig Goois vrouwenhart sneller schijnt te gaan kloppen, is kundig en behoorlijk all round in z’n vak.
Toen aan het eind van de vorige eeuw z’n voorganger, mijn sobere, meer dan saaie Naardense tandarts van weinig woorden, het leven liet, was hij bij godsgratie bereid me in te lijven in z’n reeds zeer omvangrijke familie. Met een gepijnigd gelaat inventariseerde hij bij m’n eerste bezoek het slagveld dat hem getoond werd. En sloeg weldra op indrukwekkende wijze toe. Voor een eurootje of vijfhonderd ging ik er aan.
Saaimans had zich met de dood in de ogen bij gebrek aan perspectief gedurende z’n laatste periode beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Of nog minder.
Werk aan de winkel dus voor Boud die onmiddellijk driftig in de weer ging met het plaatsen van enkele levensreddende kronen en verfraaiingen. Zodat ik me weldra vertwijfeld afvroeg in wiens handen ik in godsnaam gevallen was.
Mijn naderende naderend faillissement lonkte.
Het liep met een sisser af. Sterker nog: tandtechnisch gezien bleek ik een toppertje. Hij beperkte zich halfjaarlijks tot vergeefs prikken in de uiterst hardnekkige amalgaantjes waarna hij berustte in het routineus verwijderen van m’n welig tierende tandsteen.
Roken is niet alleen slecht voor de longen.
Bij nader inzien ben ik eigenlijk maar een onbeduidend klantje waar de schoorsteen van Boud amper van kan roken.
Het zwaartepunt bij mijn bezoekjes lag dan ook steevast op de inleidende en afrondende kringgesprekken waarvoor hij ruim de tijd nam. Zo wisselden we, om een paar voorbeelden te noemen, onze respectievelijke heldendaden op de tennisbaan uit. Hij bij het Spieghel. Ik in Naarden. De kwaliteit van het tegenwoordige onderwijs. Of in ieder geval het gebrek daaraan. Boudewijns eega doceerde in deeltijd Nederlands aan ‘het Willem’ een paar lanen verderop. Hij hoorde wel ’s wat tijdens de warme prak. En mij kon je met m’n zesendertig jaar ervaring in dezelfde branche ook allesbehalve een onbeschreven blad noemen. M’n avonturen in de kleinkunst waarvoor hij een professioneel geveinsde belangstelling aan de dag legde, werden uitgebreid besproken. Waarna hij me in z’n finest moments verlekkerd bijpraatte over de ingrijpende veranderingen die er wat hem betreft op til waren.

Boudewijn ging voor het grote werk.
Lucratiever ook.
Vermoedelijk.
Zeg maar: een geavanceerd tandheelkundig centrum in een fonkelnieuw gebouw op de grens van Bussum en Naarden waarin alle disciplines onder één dak verenigd zouden worden.
B-Dent.
Jammer. Ik had wat met die Gooise villa. Een rustiek tuinpaadje leidde naar het voormalige dienstbodevertrekje dat fungeerde als wachtkamer. Langs de wand een paar ongemakkelijke stoelen. Wachtkamers hebben altijd ongemakkelijke stoelen. Ze accentueren, net als in aula’s van crematoria, het tijdelijke karakter van je aanwezigheid. Het leestafeltje met de onafscheidelijke, treurige periodiekjes waarop je, al zou je ze gratis verstrekt krijgen, toch never geabonneerd zou willen zijn: Arts en Auto. Een stapeltje gedateerde Elseviers. Een paar van die verrekte glossy’s vol met Jan des Bouvrie-achtige optrekjes waar je nog niet dood gevonden wenst te worden. En een heuse speelhoek voor de uit ‘Kinderen voor Kinderen’ weggelopen melkgebitjes natuurlijk. Bergen veelkleurig houten en plastic speelgoed en kekke kartonnen bladerboekjes die moesten afleiden van de bikkelharde kinderwerkelijkheid die lonkte in de behandelstoel.
Uit de Bang & Olufsen boxjes sijpelde Classic FM.
En dan werd je binnengehaald door Suus. Die bloedmooie assistente. Het royale entree-gebaar. Die handdruk. En dat familiaire tikje op je rug. Ik heb haar ooit in het tijdsbestek van twee periodieke controles prachtig zwanger zien worden.

Bij B-Dent heeft Boud alle disciplines van de tandheelkunde geniaal bij elkaar geveegd onder één dak. Via een glazen paneel (Waar zit hier gvd de deur en gaat ie naar binnen of naar buiten open?) betreed je een multifunctionele wachtruime. Vanaf de anderhalve meter flat screen aan de wand lacht National Geographic je toe. Verder twee verantwoorde doekjes moderne kunst. Uiteraard geen reproducties. Twee automaatjes beloven je normaal en gekoeld, hoog gekwalificeerd drinkwater. Het meubilair ademt het soort design uit de glossy’s van de praktijk van weleer. Het karakter van de leesportefeuille op de tafel verraadt echter dat er op een wat breder publiek gemikt wordt.
In de ruimte achter de balie loopt een verzameling dames, geheel doordrongen van hun uiterst verantwoordelijke missie, gewapend met een mapje nergens heen en weer terug. Stuk voor stuk aangenomen op uiterlijk schoon.
Melden hoef ik me trouwens al lang niet meer. De tandpastaglimlachjes achter de balie kennen hun pappenheimers.
En dan beland ik uiteindelijk toch nog bij m’n vurig vibrerende, adhd-achtige tandarts. Een onderzoek van een paar minuten toont aan dat er met de beste wil van de wereld (weer) geen significante afwijkingen in het gebit te noteren vallen. Waarna we geheel volgens traditie uitgebreid  het onderwijs, het tennis en de kleinkunst doornemen. En het wereldleed. De persoonlijke teleurstellingen. De ingrijpend gewijzigde burgerlijke staat van Boud bijvoorbeeld. Want hij blijkt niet alleen de deur achter z’n praktijk op de Boslaan dichtgegooid te hebben. Er is ook een dikke punt gezet achter het huwelijksgeluk.

20161011_094342

Maar vandaag heb ik voor de broodnodige variatie nog een ander puntje voor onze agenda.
Het op z’n zachtst gezegd nogal pleonastische hoogstandje op dat bordje in de wachtkamer.
Taal is communicatie.
Ook bij de tandarts.
Taal is ons vaderland waaruit we nooit kunnen emigreren.
De taal is ook de bron van alle misverstand.
Als de taal volmaakt was, zou de mens ophouden te denken.
Ik ben qua taal, dat mag duidelijk zijn, geen fervente aanhanger van het minimalisme.
En ophouden met denken is er bij mij al helemaal niet bij.
Heeft Boud in een poging z’n klantenkring bij binnenkomst linea recta naar de balie te krijgen, niet een tikkie te uitgebreid uitgepakt?
Die eerste zin volstaat toch ruimschoots?
Hij kan volgens mij volstaan met het stukken  vriendelijker: Heeft u zich al gemeld bij de receptie?
Taal is niet zijn ding.
Maar hij gaat er over denken.
Ten prooi aan pure verwarring  levert hij me persoonlijk af bij Anja.
Anja gaat over het tandsteen dat Boudewijn in z’n nieuwe toko bij haar en een optocht nogal hardhandige soortgenoten uitbesteed heeft.

ikb45

Er sluipen wel eens dagen door mijn medialandschap waarop ik vertwijfeld het liefst naar de pil van Drion zou willen grijpen. Zo die al bestaat natuurlijk. Decennia lang zat ik kennelijk te pitten bij ontwikkelingen in de kunst die er toe deden. Die met de beste wil van de wereld maar niet wilden landen in mijn ontoereikende denkraam.
Totale verwarring dus.

DWDD van maandag. Een van de weinige babbelprogramma’s die ik als het enigszins kan niet oversla. Dat de razendsnelle Matthijs omstreeks etenstijd z’n verbale diarree op ons loslaat maakt dat trouwens wel zo makkelijk. Vorige week woensdag nog was er alle reden tot gepaste vrolijkheid. In een aflevering waarin de niet van het beeldscherm  te rammen pensionado Mart Smeets voor de zoveelste keer meer dan uitgebreid z’n zoveelste wereldvreemde basketbalverhaaltje mocht afdraaien dat zelfs voor  een pur sang sportliefhebber als ik een brug of wat te ver gaat, ging er nog veel meer mis. Een jongen met een gitaar was na twee regels de tekst van z’n chanson kwijt. Jongens met gitaren zingen doorgaans met een geplaagde gelaatsuitdrukking alsof ze stevig in hun broek gescheten hebben. Toppertje in dit genre is Huub van der Lubbe (de Dijk).  En ook dit knaapje trok alles uit de kast om dat beeld te bevestigen. M’n favoriet Nico Dijkshoorn was hier dusdanig van in de war dat hij even later in z’n gesproken column de aanwezige Oranjeprins Constantijn voor een prinses versleet. Wat dat betreft is er ook altijd gezeik met die Oranjes.
Moet allemaal kunnen.
Tot zo ver kan ik het allemaal nog wel een beetje plaatsen.
Maar dat ging gisteravond helemaal mis.

Jasper, de zoveelste good-looking telg uit de Krabbé-dynastie mocht onder groot enthousiasme van Matthijs helemaal los gaan op de kunstenaar Yves Klein die iets met de gepatenteerde kleur blauw  gehad schijnt te hebben. De opa van Jasper, de kunstenaar Maarten Krabbé liep ik midden jaren ’60  tijdens een stageperiode  op een mavo in Amsterdam tegen het lijf . Was een absolute vernieuwer in het tekenonderwijs voor kinderen. Kon er wat mij betreft onvergetelijk over vertellen. Via de onafscheidelijke soulmate van wijlen  onze sjoemelprins Bernhard, pappa Jeroen, die ik straks bijzonder graag als spreker zie optreden bij m’n uitvaart, komen we dan uit bij die Jasper.
Als kenners over beeldende kunst spreken, zwijgt de leek in alle talen.
In diezelfde jaren ’60 hadden we ooit op zondagavond ene Pierre Jansen. Deze broodmagere magiër slaagde er op wonderbaarlijke wijze in om ons gezin dat qua kunst moeiteloos tot de barbaren gerekend kon worden, een half uur lang aan de beeldbuis te kluisteren.
Kunst voor arbeiders verklaard.
De welbespraakte, gepassioneerde Jasper kan er ook wat van. Performance als kunst. Vrouwen inzetten als levend penseel. Het immateriële gebruiken om een schilderij te maken. Ik kon het allemaal nog net volgen.
Maar bij het exposé over de kleur blauw (‘die je eigenlijk alleen in het écht kan ervaren’) haakte ik af. Evenals trouwens de Turks-Nederlandse tafeldame Fidan Ekiz  en adhd-cabaretier Jochem Myjer. (Heeft die jongen z’n naam veranderd?)

In het op DWDD aansluitende reclameblokje van de STER belandde ik weer met beide benen op de grond. Twee paar rimpelige bejaardenbillen stortten zich, gesponsord door telefoongigant Ben, na een overmoedig en link aanloopje van een steigertje in de plons.
Het immateriële op listige wijze gebruikt voor een commercieel spotje.
Ook kunst.

De Naarling 2

img_3202We mogen ernstig vrezen dat veel van onze vrolijke carnavalsvierders afgelopen woensdag hun bijbehorende askruisje niet gescoord hebben. En een ordentelijke vastentijd zullen we in Naarden ook wel kunnen schudden. De relatie tussen het ware katholicisme en onze onvermoeibare plaatselijke Raad van Elf blijft daardoor een weinig transparante.
Boven de grote rivieren gelden kennelijk andere regels.
Wel de lusten maar niet de lasten dus.
Wat de lusten betreft schijnen onze jongens en meisjes, met name in ‘de Sprong’, meer dan volledig aan hun trekken te zijn gekomen. Er was daarnaast zo waar nog enige ruimte voor een portie onvervalste humor waarmee ze met name de getergde plaatselijke VVD en het volledige ambtenarenappa-raat van de Gooise Meren tot pure wanhoop brachten.
Het carnavalweekeinde viel, o ironie, samen met de eerste aarzelende plakacties van de posters voor de naderende verkiezingen.
De kwaliteit van de lijm laat dit jaar echter wat te wensen over.
Zouden ze die aloude ‘jodenlijm’ van stal gehaald hebben?
Reeds na een paar uur fladderde het reclamewerk op de golven van de wind al troosteloos van de borden af. Vrijwel het enige konterfeitsel dat stand hield was dat van Zijne Koninklijke Hoogheid onze carnavalsprins.
Lijst 51, die er voor de gelegenheid bij wijze van practical joke naast geplakt was.

img_3204

Crisisvergadering bij de zwaar verontruste plaatselijke liberalen.
Onder het motto ‘Fatsoen. Doen.’ stond dus op zondagmorgen, net voor het uitgaan van de plaatselijke godshuizen, hun in allerijl gevormde werkgroep zich met het zweet tussen de billen wezenloos te krabben om ‘onze’ 51ste Ravel van alle borden te peuteren.

img_3204

En op maandagmorgen wisten die sneuneuzen aan de Brinklaan niet hoe snel ze een ijlings gealarmeerde tikpoes van de gemeente een buitengewoon vilein ambtelijk dreigbriefje in elkaar moesten laten flansen. Er lonkte een dwangbevel: Weghalen op straffe van een boete van 150 euro voor iedere dag na 7 maart 2017 dat onze Narren in gebreke zouden blijven. Over het precieze tijdstip op die 7e ontstond al snel enige verwarring. Die carnavallers kijken weliswaar niet op een paar kleine uurtjes.
Maar wat te denken van 23.99 uur? Lijkt  me als de nood aan de man komt een aardig gevalletje ‘vormfouten’.
We weten het natuurlijk allemaal: echt bij de tijd wil Gooise Meren nog maar steeds niet zijn.

nieuwe-afbeelding-3

Cynisch

Geplaatst: 25 januari 2017 in actualiteit, Bussum, column, gelezen, humor, media, Naarder Nieuws, taal, zorg

nieuwe-afbeelding-15

Als bescheiden vrijetijdscolumnist volg ik met buitengewone belangstelling mijn vakbroeders in de (plaatselijke) media. Zo ook de Bussumse (..) scribent Gérard Buhr in het Naarder (..)Nieuws.
Gérard moet een aardige man zijn. Dat kan bijna niet anders.
Risicoloos wekelijks gekeutel in de marge van pagina 2 dat naadloos past onder het voor mij immer onbegrijpelijke weerbericht. Wie schetst mijn verbazing wanneer  ik vandaag van de meester zelf moet vernemen dat hij een cynicus is. Sterker nog: hij schrijft zelfs spottend. De overtreffende trap van cynisch dus
Zo lang cynisme geen levenshouding is, vind ik het prima te pruimen. Ik ben er een fan van en bedien me, als ik onverteerbare scheefgroei aan de kaak wil stellen, zélf ook regelmatig graag van die zurige stijlfiguur. Na de aanzienlijk mildere ironie immers de meest extreme vorm van spot.
Ik ben blijkbaar hard toe aan een bijspijkercursusje Nederlandse taal. Want als ik  Gérard mag geloven is spot dus nóg een stukkie erger.
En even later nog een spijker op laag water: ik weet wel wat hij in het vervolg van z’n eerste alinea bedoelt maar als lezer krijg je onwillekeurig toch sterk de indruk dat ook de beveiligingscamera lacht om iets wat in zijn ogen niet deugt.
Mijn dag kan in ieder geval niet meer kapot.

voorlezen

Burgemeester mocht hij zich nog niet noemen. Maar z’n eerste werkbezoek had ie al achter de kiezen op de ochtend voordat hij de echte ambtsketen officieel kreeg omgehangen. Als voorleesvader bij de Bussumse peuterspeelzaal De Stampertjes die, ironisch genoeg, moet vrezen voor haar voortbestaan.
’s Avonds, uiteraard,  in de uiterst comfortabele Grote Kerk van Naarden (Marlo had de thermostaat een puntje hoger gezet), de meer dan stemmige entourage voor dit soort festiviteiten,  was het een komen en gaan van hotemetoten. De bekende grijze pakken met de al even gerenommeerde plichtmatige verhalen. Het massaal toegestroomde klapvee lustte er wel pap van. Veel lof ook voor de scheidende interim Albertine. De lyrische Hilversumse vakbroeder Pieter raakte niet uitgesproken over haar kwaliteiten. Reuze benieuwd ben je vooral ook naar het babbeltje van Commissaris van de Koning Johan, die in de Bussumse burgemeestersaffaire van weleer zo’n onverkwikkelijke rol speelde.
Keurig binnen de lijntjes.
Onze nieuwe burgervader die ze in Heerhugowaard met de nodige pijn in het hart lieten gaan, maakte een geïnspireerde indruk. Hij heeft er zin an. Staat te trappelen om de handen uit de mouwen te steken. Z’n enige probleem lijkt vooralsnog welke van de drie plaatselijke hockeyclubs het gaat worden. Nota bene buurman Weesp zwaaide al uitgebreid met de geldbuidel.
Op subtiele wijze zette hij met een fraaie binnenkomer een streep onder het Bussumse gedonder.
Een appartement heeft ie al gekocht.
‘Dan  hoeft dát in ieder geval geen bron van discussie te worden’. (..)
Het hoofddeksel van de carnavalsvereniging  droeg hij slechts vijf seconden. Waarmee hij een duidelijk visitekaartje af gaf: Han gaat geen schertsburgemeester worden.
We zijn benieuwd.

foto: Bussums Nieuws