Archief voor de ‘kunst’ Categorie

DSCN5523
13 februari 2018
Een afspraak met PIM WESTERWEEL maken is niet het grootste probleem. Maar vind z’n huis maar eens. Na een keer of zes de Naardense Bollelaan op en neer gereden te hebben, constateer je dat de telling van de huisnummers onverbiddelijk ergens stokt bij 8. Het obscure zandpaadje off road moest dus uiteindelijk voeren naar nummer 4. Pim is niet van de rijtjeshuizen. En inderdaad: een uit onvervalst hout opgetrokken wooncomplex annex galerie met riant landelijk uitzicht. Niks obscuur. Een kruip-door- sluip-door doolhof met telkens weer nieuwe verrassende ruimtes die één en al fotografie ademen. Een pand waarin hij Youp van ’t Hek ooit in de gelegenheid stelde z’n eerste wankele schreden op het cabaretpad te zetten.
En je begrijpt ogenblikkelijk dat als Pim, die er al sinds 1974 woont, zo’n geweldige stek ooit verlaat, ‘dit slechts in horizontale toestand zal gebeuren’. Dat moment zal nog wel eventjes op zich laten wachten want Pim, die je inschat als een krasse zeventiger, is in al z’n vitaliteit (echtgenote Erna met de pretoogjes doet het niet voor minder) al aardig op streek in de tachtig. Waarvan zestig jaar fotografie. En niets wijst er op dat ie van zins is de spreekwoordelijke pijp aan Maarten te geven.
Het tijdstip voor ons gesprek leek bij nader inzien voor een schaatsliefhebber wat aan de ongelukkige kant. De Olympische 1500 meter voor mannen was onderweg. Geen nood. Even later zit je met Pim, ooit zelf een verdienstelijk sporter (o.a. Rugbyclub ’t Gooi en atletiek) voor het scherm waarop Kjeld en Patrick op overtuigende wijze goud en zilver binnen slepen.
Praten met Pim Westerweel is een genoegen. Of je elkaar al jaren kent. Een fotograaf met passie die je trakteert op een schier oneindige optocht anekdotes, die nauw verbonden zijn met z’n oeuvre. Sportfotografie (waarmee hij in z’n begintijd z’n apparatuur bij elkaar scharrelde) diende voornamelijk als opstapje naar het grote werk met een bonte verscheidenheid. Uiteraard veel meer dan de vele prachtige portretten waarmee hij bekendheid geniet.
Grondlegger van het vermaarde tweejaarlijkse FotoFestival Naarden, waarvan het nog maar de vraag is of er, gezien de steeds maar stijgende kosten, voldoende sponsoren en subsidiegevers bereid zijn om het festival in het 30e jaar!! te laten slagen.

Voor de expositie in deMess is gekozen voor portretten van bekende Nederlanders die allemaal op één of andere manier gerelateerd zijn aan theater. En daar wil Pim voor de gelegenheid wel even een imposante verzamelmap voor opentrekken. Met bijbehorende anekdotes uiteraard.
Niets erger voor een fotograaf dan het moment suprême missen. Maar als je bij hem op bezoek gaat om z’n verhalen op beeld vast te leggen en, onder de indruk van z’n exposés, eenvoudigweg vergeet om de camera te laten lopen, gaat er al gauw heel wat interessante vertelkunst verloren. En je wilt het de man niet aandoen om het allemaal nog eens dunnetjes over te doen. Het bijgaande videootje is een schamele pleister op de wond.

Theater gerelateerde portretten dus. En daar mogen Freddy Heineken en Johan Cruijff best tussen hangen. Want die zorgden op hun manier immers ook voor het nodige theater?
Op 21 februari gaan we zien of ze door de ballotage kwamen.
Van 21 februari tot 21 maart dus.
Een aanrader! Zonder meer!

Als we na anderhalf uur afscheid nemen, staan we nog even stil bij de plaats des onheils waar hij recent het topje van de wijsvinger van z’n linkerhand verspeelde bij het kloven van z’n open haard hout.
Nog mazzel dat ie de sluiter van z’n camera met rechts afdrukt……..

Advertenties

Logeer partij IJsselstein met veel vrouwelijke aandacht

Om de aimabele, wat mysterieuze verschijning van A.A.D. kun je eigenlijk niet heen.
Hij zit er, bij mij om de hoek,  al jaren uitermate relaxed te zijn.
In zijn intrigerende volumineusheid.
Alle publicaties  vermelden weliswaar dat je je op Turfpoortstraat 36A moet vervoegen om de wondere wereld die achter Aad  schuil gaat ingezogen te worden, de deur gaat echt voor je open aan de Peperstraat.
Op de hoek dus.
De plek waar ooit dampende kroketten en patatjes oorlog moeiteloos hun weg naar de hongerige vestingmagen vonden.

De eigenwijze Galerie Pouloeuff .
Van heinde en verre weten sinds 2010 vele kunstminnaars dit pandje opperbest te vinden.
De Naardenees die niet zo bar veel met kunst heeft loopt er vermoedelijk haastig langs, zich niet bewust van het verrassende universum dat achter de gevel huist. Een unieke non profit broedplaats en springplank voor in Nederland studerend artistiek talent.
Dat lijkt niet alleen een mond vol. Het is het ook.
Pouloeuff  is een initiatief van  de Keep an Eye Foundation (Cattenhagestraat 16) die jonge getalenteerde in Nederland studerende (beeldend) kunstenaars, filmmakers, (mode)designers, muzikanten en andere artistiekelingen bij het realiseren van hun droom ondersteunt.
De nadruk bij Pouloeuff  ligt op kunstenaarstalenten onder de dertig jaar. Voor deze talenten is het vaak de eerste mogelijkheid om na hun afstuderen werk aan de buitenwereld te tonen. En omdat de  galerie geen commercieel doel heeft, kunnen de jonge kunstenaars er kosteloos exposeren. Het kan haast niet anders of het moet ook een razend interessante plek zijn voor kunstkopers. Immers, de  prijs die ze nu aftikken voor het werk van deze kunstenaars en designers  kan over een paar jaar stukken hoger liggen.
Ine van  der Horn, de curator van Pouloeuff , wil je er in de slagschaduw van A.A.D. bijzonder graag alles over vertellen. Altijd op zoek naar nieuw talent. Bezoekt veel eindexamententoonstellingen van academies. Coacht ook kunstenaars bij het opstarten van hun carrière. Verzorgt in ‘haar’ galerie tevens workshops voor kunstenaars over ondernemerschap. Want ook een kunstenaar moet leren op z’n centjes te letten.
Elke maand wordt de Pouloeuff  Publieks Award uitgereikt. Een online verkiezing waarmee de exposanten een prijs van  € 500 kunnen winnen. Onder de publiekstemmers wordt een dinercheque verloot.
Pouloeuff is een warm ondersteuner van ons spiksplinternieuwe Podium deMess. En wie weet, komt het in de toekomst nog eens tot een samenwerking. Want raakvakken zijn er.
Alle informatie over de interessante partners van dit project, de komende exposities en nog veel meer is te vinden op https://www.galeriepouloeuff.nl/
Maar met de gepassioneerde Ine zélf praten is minstens zo aardig.
Eigenlijk verdient Pouloeuff  met alles wat zo’n galerie te bieden heeft, een wat prominentere plek in Naarden dan een achterafstraatje. Maar wie weet …….
A.A.D. wil, om maar eens wat te noemen, best wel eens een tijdje over de Marktstraat uitkijken.

Nieuwe afbeelding (7)

Over die mysterieuze A.A.D. nog even het volgende.
A.A.D. , sinds januari 2014 in Pouloeuff,  is geboren uit Bart Eysink Smeet’s fascinatie voor het kunstmatige.
Hij onderzoekt de botsing in producten die worden gebruikt om warmte en karakter aan ons leven toe te voegen, maar juist gemaakt zijn van levenloos en koud materiaal.
Kunstbloemen, verweerd-hout-print, nep open haarden.
En nu dus de plastic man A.A.D.
Dit zijn allemaal goede voorbeelden van Artificial Atmosphere Design.
A.A.D. is  de perfecte vriend. Hij lacht altijd, hij is een goede luisteraar en (heel praktisch) hij is gemakkelijk schoon te houden. Net als de kunstmatige wereld om ons heen, is A.A.D een fenomeen, overgeleverd aan de toeschouwer om hem leven in te blazen.
A.A.D. gaat regelmatig uit logeren. De foto is gemaakt tijdens een uitstapje naar Pouloeuff’s partner Museum IJsselstein.

IMG-20170909-WA0001

Als het Benefietconcert in SPANT! een voorbode was van de kwaliteit die ons te wachten staat in het piepjonge Podium deMess in Naarden, dan hebben de Naardense initiatiefnemers goud in handen.
Het is niet gebruikelijk dat een slager z’n eigen vlees keurt. Maar bij wijze van uitzondering die de regel bevestigt, schrijven we hier ongegeneerd onze eigen ronkende recensie.
Wie z’n buik een beetje vol heeft van het proces van aftakeling van het gemeenschapsgevoel en de opgepookte boosheid van oververhitte twitterati in de sociale media, had vrijdagavond z’n neus eens om de hoek van de Bussumse schouwburg moeten steken. Wat een positieve energie straalde er tot in iedere uithoek van de tot de nok gevulde theaterzaal.
Een keur van artiesten stond zich in de coulissen te verdringen om in deze wervelende en uitstekend geregisseerde show pro deo het beste uit zichzelf te halen. En dat bleek heel wat. Wat een talent. Wat een variatie. Wat een ongekende muzikaliteit.
Allemaal bij elkaar geharkt door de artistiek leider van deMess, Johan Hoogeboom die zelf aan de piano regelmatig op virtuoze wijze het geheel in goede banen leidde. Met zo’n netwerk kunnen we de programmering voor de toekomst met het allergrootste vertrouwen tegemoet zien. De meeste optredende kleinkunstenaars en musici vallen overigens de komende tijd al te bewonderen in deMess, waar ze alles nog eens dunnetjes over gaan doen.
Bekijk de speellijst en huiver!

En dat allemaal voor het goede doel.
DeMess heeft zich in het afgelopen jaar fors in de schulden gestoken om in Naarden, vooralsnog ongesubsidieerd en volledig gedragen door louter vrijwilligers, een professionele ambiance neer te zetten. De opbrengst van deze Benefiet (SPANT! stelde de zaal, faciliteiten en personeel gratis beschikbaar) moest een eerste aanzet betekenen tot het reduceren van die schuld. Tel daarbij op de oogst van de lotenverkoop en een heuse veiling en we zouden waarachtig een eind op de goede weg zijn naar het Cultureel Kapitaal.
Aan het begin van de avond kwam een prognose voorbij: Is 15.000 euro haalbaar?
Als je nog nooit een veiling bezocht had, dan moet dat halve uurtje een interessante beleving zijn geweest. Professioneel en geroutineerd geleid door de soms ook geestige veilingmeester Bernadette de Bruijn vlogen de vijftien aantrekkelijke items, variërend van kunstwerken tot uiterst lucratieve (vesting)arrangementen vlotjes de deur uit.
Onder oorverdovend gejuich van alle aanwezigen presenteerde de uitvoerend producent van deze Benefiet Janine Dechesne (ook een Mess-vrijwilliger) tijdens de slotmanifestatie het slotbedrag:
34.365 euro, een ruime verdubbeling van de oorspronkelijke prognose!!!!!!
En natuurlijk ook het moment om de grote initiator van Podium deMess Aya de Lange uitgebreid in de bloemetjes te zetten.
Het mag duidelijk zijn dat de stemming in de foyer na afloop helemaal niet meer kapot te krijgen was. Louter breed lachende en superenthousiaste aanwezigen die verzeild bleken te zijn in een happening zonder weerga.
Het vleesgeworden motto van deMess: VERBINDEN DOOR TE VERRASSEN.
Eén ding is zeker: DeMess gaat het helemaal maken!

Lees ook http://www.demess.nl

_DSC7943.JPG

 

nee-ja-sticker

Gisteren voor het eerst van m’n leven geflyerd.
Voor het goede doel.
Een cultureel doel in mijn geval.
De Benefiet voor theater deMess in Naarden Vesting op vrijdag 8 september in SPANT!
In de sector ongeadresseerd drukwerk, waar nogal wat Naarders een schijthekel aan hebben, zo ontdekte ik.
In mijn jeugdige overmoed had ik me de intrinsieke saaiheid van een Goois villawijkje in de maag laten splitsen. Het vooruitzicht van een barre overlevingstocht over eindeloze oprijlanen die overwonnen moesten worden, stemde tot niet al te grote vrolijkheid. Maar waar heb ik het als verwoed toerfietser eigenlijk over?
Het grote mes hoefde er niet op. Want ten gerieve van het bezorgvolk heeft nagenoeg alles wat tot welgesteld Naarden behoort zo’n groen, kunststof busje aan de straat geposteerd. Zonder uitzondering met een stroef draaiend deksel waardoor ik beide handen nodig had om m’n gewichtige boodschap naar binnen te laten glijden.
Allemaal voor het goede doel.
In zo’n yuppenparadijs met twee cabrio’s op de oprit stond een weldoorvoede veertiger (ik wist niet dat geruite broeken nog bestonden) mijn werkzaamheden ten behoeve van de culturele gemeenschap met een flink portie argwaan gade te slaan.
Of ik helemaal besodemieterd was:
-Ken je niet lezen?
Dat geringschattende getutoyeer.
De snotneus kon m’n zoon zijn.
De tijd dat ik als docent Nederlands qua taal de wereld had te verbeteren, ligt al mijlenver achter me.
Wat ironie dan maar?
Hoewel?
-Ik vrees dat mijn missie inderdaad niet aan ‘U’ besteed is.

M’n volgende stapeltje ga ik ’s nachts bezorgen. Zeker weten.
!cid_797A0FD9-77C0-4675-9608-5058A5CFA3E3@local.png

ikb45

Er sluipen wel eens dagen door mijn medialandschap waarop ik vertwijfeld het liefst naar de pil van Drion zou willen grijpen. Zo die al bestaat natuurlijk. Decennia lang zat ik kennelijk te pitten bij ontwikkelingen in de kunst die er toe deden. Die met de beste wil van de wereld maar niet wilden landen in mijn ontoereikende denkraam.
Totale verwarring dus.

DWDD van maandag. Een van de weinige babbelprogramma’s die ik als het enigszins kan niet oversla. Dat de razendsnelle Matthijs omstreeks etenstijd z’n verbale diarree op ons loslaat maakt dat trouwens wel zo makkelijk. Vorige week woensdag nog was er alle reden tot gepaste vrolijkheid. In een aflevering waarin de niet van het beeldscherm  te rammen pensionado Mart Smeets voor de zoveelste keer meer dan uitgebreid z’n zoveelste wereldvreemde basketbalverhaaltje mocht afdraaien dat zelfs voor  een pur sang sportliefhebber als ik een brug of wat te ver gaat, ging er nog veel meer mis. Een jongen met een gitaar was na twee regels de tekst van z’n chanson kwijt. Jongens met gitaren zingen doorgaans met een geplaagde gelaatsuitdrukking alsof ze stevig in hun broek gescheten hebben. Toppertje in dit genre is Huub van der Lubbe (de Dijk).  En ook dit knaapje trok alles uit de kast om dat beeld te bevestigen. M’n favoriet Nico Dijkshoorn was hier dusdanig van in de war dat hij even later in z’n gesproken column de aanwezige Oranjeprins Constantijn voor een prinses versleet. Wat dat betreft is er ook altijd gezeik met die Oranjes.
Moet allemaal kunnen.
Tot zo ver kan ik het allemaal nog wel een beetje plaatsen.
Maar dat ging gisteravond helemaal mis.

Jasper, de zoveelste good-looking telg uit de Krabbé-dynastie mocht onder groot enthousiasme van Matthijs helemaal los gaan op de kunstenaar Yves Klein die iets met de gepatenteerde kleur blauw  gehad schijnt te hebben. De opa van Jasper, de kunstenaar Maarten Krabbé liep ik midden jaren ’60  tijdens een stageperiode  op een mavo in Amsterdam tegen het lijf . Was een absolute vernieuwer in het tekenonderwijs voor kinderen. Kon er wat mij betreft onvergetelijk over vertellen. Via de onafscheidelijke soulmate van wijlen  onze sjoemelprins Bernhard, pappa Jeroen, die ik straks bijzonder graag als spreker zie optreden bij m’n uitvaart, komen we dan uit bij die Jasper.
Als kenners over beeldende kunst spreken, zwijgt de leek in alle talen.
In diezelfde jaren ’60 hadden we ooit op zondagavond ene Pierre Jansen. Deze broodmagere magiër slaagde er op wonderbaarlijke wijze in om ons gezin dat qua kunst moeiteloos tot de barbaren gerekend kon worden, een half uur lang aan de beeldbuis te kluisteren.
Kunst voor arbeiders verklaard.
De welbespraakte, gepassioneerde Jasper kan er ook wat van. Performance als kunst. Vrouwen inzetten als levend penseel. Het immateriële gebruiken om een schilderij te maken. Ik kon het allemaal nog net volgen.
Maar bij het exposé over de kleur blauw (‘die je eigenlijk alleen in het écht kan ervaren’) haakte ik af. Evenals trouwens de Turks-Nederlandse tafeldame Fidan Ekiz  en adhd-cabaretier Jochem Myjer. (Heeft die jongen z’n naam veranderd?)

In het op DWDD aansluitende reclameblokje van de STER belandde ik weer met beide benen op de grond. Twee paar rimpelige bejaardenbillen stortten zich, gesponsord door telefoongigant Ben, na een overmoedig en link aanloopje van een steigertje in de plons.
Het immateriële op listige wijze gebruikt voor een commercieel spotje.
Ook kunst.

20161022_162516Willem Jan Otten, het troetelkindje van literair Naarden,  gaf me zonder dat hij het zelf vermoedde het laatste zetje om me te begeven op het gladde ijs van een impressie van de Middag van de Muurgedichten.
Tegen de achtergrond van de contouren van wat hopelijk binnenkort het definitieve Vestinghotel van Wachter Muller en Tessa Oosthuizen  gaat worden, beleefde de in groten getale opgekomen plaatselijke culturele elite vandaag de presentatie van een prachtig boekwerkje.
Dichter bij de stad van Hein Groen en  Gijs Went mag er zijn.
Een juweeltje.
Een gids die tot beter kijken naar onze unieke muurgedichten noopt.
Anders kijken ook.
Die je aan de hand meeneemt naar ‘ongekende ogenblikken’.
Eindelijk. Want de argeloze wandelaar die doorgaans niet zo bar veel heeft met de soms nogal wonderlijke wereld van de hermetische poëzie krijgt eindelijk in zijn existentiële twijfel iets te pakken van het broodnodige houvast.
Het troetelkind ontving het eerste exemplaar. In z’n inleiding citeerde Otten onder meer de eerste regels van een aantal van de zeventien gedichten. Dat brak het ijs. Want met die eerste zinnen wil het doorgaans nog wel vlotten.
Waarna de totale verwarring  vaak toeslaat.
Uitgebreid de tijd nemen bij zo’n historisch pandje brengt de nodige risico’s met zich mee. Voor je het weet ben je voor de argwanende buren een aspirant-inbreker of potloodventer-in-spé die z’n werkterrein verkent. Alleen al daarom geeft Dichter bij de stad je een prachtig alibi. Maar het is verrassend veel maar dan dat. Een aanrader.

IMG_2906.JPG

Wie de moeite neemt onze alom geliefde Jan (84) echt in de ogen te kijken, kan niet anders dan vaststellen dat z’n naderende afscheid hem aanzienlijk meer beroert dan hij in woorden uitdrukt. En je hoort het goed: in die stem van hem zit de laatste dagen  ook een enigszins verdacht trillertje.
Mag het alsjeblieft na 25 jaar Regenboog Curiosa?
Hij heeft iets met prozaïsche naamgevingen. Geboren in de Naardense Regenboogstraat was de naam van z’n winkeltje niet het allergrootste probleem.
Jan weet alles over Naarden.
Sterker nog, hij staat symbool voor een indrukwekkende partij historie waar z’n winkel in woord- en beeldmateriaal van uitpuilt.
Vanaf volgende maand is hij zélf geschiedenis.
Zijn rijzige aristocratische verschijning in de deuropening, immer strak en onberispelijk in het pak, gaan we missen.
Het is mooi geweest.
Het liefst was hij in het harnas gestorven maar daar hebben z’n kinderen een stokje voor gestoken. Het duistere winkeltje waar je normaliter je kont niet kon keren, wordt leger en leger. En dan hebben we het nog niet eens over de bovenverdieping waar een ongekende optocht stoffig antiquarisch materiaal tot aan het plafond opgetast ligt.
Dagelijks verdwijnt er een deel van de inventaris. Naar collega’s. Markplaats. Paul Vuijst. De Kringloop. En in het uiterste geval: de stort. Dat laatste moet pijn doen. Stuk voor stuk spullen  waar smakelijke, ontroerende en ook tenenkrommende verhalen achter schuil gaan waar ie je graag tot in details deelgenoot van wil maken. De achtergronden bij de authentieke ansichtkaart van Anne Frank bijvoorbeeld, die  hij ooit bij toeval op de kop tikte. Radio, televisie en schrijvende pers liepen een week lang z’n  deur plat. Het betreffende collector-item  heeft hij genereus geschonken aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Anne is slechts het topje van zijn immense ijsberg aan anekdotes.
Zakelijk gezien lette Jan behoorlijk op de kleintjes.
Want er moest ook brood op de plank.
Toen het nogal uit de klauw dreigde te lopen met het boekenwandje in m’n huiskamer besloot ik een paar jaar geleden het mes er maar ’s in te zetten. Samen met een zestigtal  stripboeken sleepte ik een doos met een selectie van bepaald niet kinderachtige, goed geconserveerde literaire werkjes naar zijn hol. Ik dacht er in mijn kinderlijke onschuld nog wel een leuk tariefje voor te kunnen toucheren. Nee dus.
Hij keek me op z’n bekende karakteristieke wijze ietwat meewarig aan. Ik mocht ze bij godsgratie laten staan. Maar hij gaf er geen ruk voor. Alleen het verzamelde werk van Multatuli nam ik mee terug.
Dat werd me nou net iets te gortig.
Kopen deed ik er mondjesmaat. Rondscharrelen, kijken en vooral luisteren naar de meester was op zich al een belevenis. Op zoek naar de broodnodige muzikale variatie in ons aanbod besloten we als cabaret ooit tot de aanschaf van een  heuse accordeon. Een diepte-investering die, volgens Jan, ons leven compleet nieuwe zin zou geven. Nooit gebruikt trouwens. Die dingen maken bij nader inzien een teringherrie die je je buren niet aan doet.
Zijn trekharmonica’s waren sowieso een verhaal apart. Als hij daarover los ging, openden zich onverwachte nieuwe werelden. Hij is een kenner. En speelt zelf ook bepaald niet onverdienstelijk. Toen Loes en Joop  in 2013 het 75-jarig jubileum van hun toko op het hoekje vierden, ging ie helemaal uit z’n dak. En het is dat een ingehuurd dweilorkestje zijn feestvreugde kwam verstoren. Anders had ie ons ongetwijfeld voor de volledige duur van het evenement vergast op de magistrale vingervlugheid waarmee hij z’n bonte repertoire vertolkte.

20161014_161244.jpg

Jan trekt zich terug achter de muren van zijn optrekje aan de Rijksweg. Bij de duizenden keren dat ik er langs fietste vroeg ik me vertwijfeld af welke onverlaat het toch in z’n hersens heeft gehaald om dit wereldvreemde allegaartje PaJaBeMa aan z’n gevel te spijkeren. Jan dus. Met die voorliefde voor prozaïsche naamgeving. De namen van z’n zeskoppige menagerie Paul, Jaap, Berry en Marco. En je kunt er met een beetje fantasie ook nog paps en mams in lezen. Een acroniem dus.
All in the family.
Met antiek heeft het geen reet te maken.
Curiosa dan misschien?
Blijven we toch nog een beetje aan hem denken……..