Archief voor de ‘kunst’ Categorie

nee-ja-sticker

Gisteren voor het eerst van m’n leven geflyerd.
Voor het goede doel.
Een cultureel doel in mijn geval.
De Benefiet voor theater deMess in Naarden Vesting op vrijdag 8 september in SPANT!
In de sector ongeadresseerd drukwerk, waar nogal wat Naarders een schijthekel aan hebben, zo ontdekte ik.
In mijn jeugdige overmoed had ik me de intrinsieke saaiheid van een Goois villawijkje in de maag laten splitsen. Het vooruitzicht van een barre overlevingstocht over eindeloze oprijlanen die overwonnen moesten worden, stemde tot niet al te grote vrolijkheid. Maar waar heb ik het als verwoed toerfietser eigenlijk over?
Het grote mes hoefde er niet op. Want ten gerieve van het bezorgvolk heeft nagenoeg alles wat tot welgesteld Naarden behoort zo’n groen, kunststof busje aan de straat geposteerd. Zonder uitzondering met een stroef draaiend deksel waardoor ik beide handen nodig had om m’n gewichtige boodschap naar binnen te laten glijden.
Allemaal voor het goede doel.
In zo’n yuppenparadijs met twee cabrio’s op de oprit stond een weldoorvoede veertiger (ik wist niet dat geruite broeken nog bestonden) mijn werkzaamheden ten behoeve van de culturele gemeenschap met een flink portie argwaan gade te slaan.
Of ik helemaal besodemieterd was:
-Ken je niet lezen?
Dat geringschattende getutoyeer.
De snotneus kon m’n zoon zijn.
De tijd dat ik als docent Nederlands qua taal de wereld had te verbeteren, ligt al mijlenver achter me.
Wat ironie dan maar?
Hoewel?
-Ik vrees dat mijn missie inderdaad niet aan ‘U’ besteed is.

M’n volgende stapeltje ga ik ’s nachts bezorgen. Zeker weten.
!cid_797A0FD9-77C0-4675-9608-5058A5CFA3E3@local.png

ikb45

Er sluipen wel eens dagen door mijn medialandschap waarop ik vertwijfeld het liefst naar de pil van Drion zou willen grijpen. Zo die al bestaat natuurlijk. Decennia lang zat ik kennelijk te pitten bij ontwikkelingen in de kunst die er toe deden. Die met de beste wil van de wereld maar niet wilden landen in mijn ontoereikende denkraam.
Totale verwarring dus.

DWDD van maandag. Een van de weinige babbelprogramma’s die ik als het enigszins kan niet oversla. Dat de razendsnelle Matthijs omstreeks etenstijd z’n verbale diarree op ons loslaat maakt dat trouwens wel zo makkelijk. Vorige week woensdag nog was er alle reden tot gepaste vrolijkheid. In een aflevering waarin de niet van het beeldscherm  te rammen pensionado Mart Smeets voor de zoveelste keer meer dan uitgebreid z’n zoveelste wereldvreemde basketbalverhaaltje mocht afdraaien dat zelfs voor  een pur sang sportliefhebber als ik een brug of wat te ver gaat, ging er nog veel meer mis. Een jongen met een gitaar was na twee regels de tekst van z’n chanson kwijt. Jongens met gitaren zingen doorgaans met een geplaagde gelaatsuitdrukking alsof ze stevig in hun broek gescheten hebben. Toppertje in dit genre is Huub van der Lubbe (de Dijk).  En ook dit knaapje trok alles uit de kast om dat beeld te bevestigen. M’n favoriet Nico Dijkshoorn was hier dusdanig van in de war dat hij even later in z’n gesproken column de aanwezige Oranjeprins Constantijn voor een prinses versleet. Wat dat betreft is er ook altijd gezeik met die Oranjes.
Moet allemaal kunnen.
Tot zo ver kan ik het allemaal nog wel een beetje plaatsen.
Maar dat ging gisteravond helemaal mis.

Jasper, de zoveelste good-looking telg uit de Krabbé-dynastie mocht onder groot enthousiasme van Matthijs helemaal los gaan op de kunstenaar Yves Klein die iets met de gepatenteerde kleur blauw  gehad schijnt te hebben. De opa van Jasper, de kunstenaar Maarten Krabbé liep ik midden jaren ’60  tijdens een stageperiode  op een mavo in Amsterdam tegen het lijf . Was een absolute vernieuwer in het tekenonderwijs voor kinderen. Kon er wat mij betreft onvergetelijk over vertellen. Via de onafscheidelijke soulmate van wijlen  onze sjoemelprins Bernhard, pappa Jeroen, die ik straks bijzonder graag als spreker zie optreden bij m’n uitvaart, komen we dan uit bij die Jasper.
Als kenners over beeldende kunst spreken, zwijgt de leek in alle talen.
In diezelfde jaren ’60 hadden we ooit op zondagavond ene Pierre Jansen. Deze broodmagere magiër slaagde er op wonderbaarlijke wijze in om ons gezin dat qua kunst moeiteloos tot de barbaren gerekend kon worden, een half uur lang aan de beeldbuis te kluisteren.
Kunst voor arbeiders verklaard.
De welbespraakte, gepassioneerde Jasper kan er ook wat van. Performance als kunst. Vrouwen inzetten als levend penseel. Het immateriële gebruiken om een schilderij te maken. Ik kon het allemaal nog net volgen.
Maar bij het exposé over de kleur blauw (‘die je eigenlijk alleen in het écht kan ervaren’) haakte ik af. Evenals trouwens de Turks-Nederlandse tafeldame Fidan Ekiz  en adhd-cabaretier Jochem Myjer. (Heeft die jongen z’n naam veranderd?)

In het op DWDD aansluitende reclameblokje van de STER belandde ik weer met beide benen op de grond. Twee paar rimpelige bejaardenbillen stortten zich, gesponsord door telefoongigant Ben, na een overmoedig en link aanloopje van een steigertje in de plons.
Het immateriële op listige wijze gebruikt voor een commercieel spotje.
Ook kunst.

20161022_162516Willem Jan Otten, het troetelkindje van literair Naarden,  gaf me zonder dat hij het zelf vermoedde het laatste zetje om me te begeven op het gladde ijs van een impressie van de Middag van de Muurgedichten.
Tegen de achtergrond van de contouren van wat hopelijk binnenkort het definitieve Vestinghotel van Wachter Muller en Tessa Oosthuizen  gaat worden, beleefde de in groten getale opgekomen plaatselijke culturele elite vandaag de presentatie van een prachtig boekwerkje.
Dichter bij de stad van Hein Groen en  Gijs Went mag er zijn.
Een juweeltje.
Een gids die tot beter kijken naar onze unieke muurgedichten noopt.
Anders kijken ook.
Die je aan de hand meeneemt naar ‘ongekende ogenblikken’.
Eindelijk. Want de argeloze wandelaar die doorgaans niet zo bar veel heeft met de soms nogal wonderlijke wereld van de hermetische poëzie krijgt eindelijk in zijn existentiële twijfel iets te pakken van het broodnodige houvast.
Het troetelkind ontving het eerste exemplaar. In z’n inleiding citeerde Otten onder meer de eerste regels van een aantal van de zeventien gedichten. Dat brak het ijs. Want met die eerste zinnen wil het doorgaans nog wel vlotten.
Waarna de totale verwarring  vaak toeslaat.
Uitgebreid de tijd nemen bij zo’n historisch pandje brengt de nodige risico’s met zich mee. Voor je het weet ben je voor de argwanende buren een aspirant-inbreker of potloodventer-in-spé die z’n werkterrein verkent. Alleen al daarom geeft Dichter bij de stad je een prachtig alibi. Maar het is verrassend veel maar dan dat. Een aanrader.

IMG_2906.JPG

Wie de moeite neemt onze alom geliefde Jan (84) echt in de ogen te kijken, kan niet anders dan vaststellen dat z’n naderende afscheid hem aanzienlijk meer beroert dan hij in woorden uitdrukt. En je hoort het goed: in die stem van hem zit de laatste dagen  ook een enigszins verdacht trillertje.
Mag het alsjeblieft na 25 jaar Regenboog Curiosa?
Hij heeft iets met prozaïsche naamgevingen. Geboren in de Naardense Regenboogstraat was de naam van z’n winkeltje niet het allergrootste probleem.
Jan weet alles over Naarden.
Sterker nog, hij staat symbool voor een indrukwekkende partij historie waar z’n winkel in woord- en beeldmateriaal van uitpuilt.
Vanaf volgende maand is hij zélf geschiedenis.
Zijn rijzige aristocratische verschijning in de deuropening, immer strak en onberispelijk in het pak, gaan we missen.
Het is mooi geweest.
Het liefst was hij in het harnas gestorven maar daar hebben z’n kinderen een stokje voor gestoken. Het duistere winkeltje waar je normaliter je kont niet kon keren, wordt leger en leger. En dan hebben we het nog niet eens over de bovenverdieping waar een ongekende optocht stoffig antiquarisch materiaal tot aan het plafond opgetast ligt.
Dagelijks verdwijnt er een deel van de inventaris. Naar collega’s. Markplaats. Paul Vuijst. De Kringloop. En in het uiterste geval: de stort. Dat laatste moet pijn doen. Stuk voor stuk spullen  waar smakelijke, ontroerende en ook tenenkrommende verhalen achter schuil gaan waar ie je graag tot in details deelgenoot van wil maken. De achtergronden bij de authentieke ansichtkaart van Anne Frank bijvoorbeeld, die  hij ooit bij toeval op de kop tikte. Radio, televisie en schrijvende pers liepen een week lang z’n  deur plat. Het betreffende collector-item  heeft hij genereus geschonken aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Anne is slechts het topje van zijn immense ijsberg aan anekdotes.
Zakelijk gezien lette Jan behoorlijk op de kleintjes.
Want er moest ook brood op de plank.
Toen het nogal uit de klauw dreigde te lopen met het boekenwandje in m’n huiskamer besloot ik een paar jaar geleden het mes er maar ’s in te zetten. Samen met een zestigtal  stripboeken sleepte ik een doos met een selectie van bepaald niet kinderachtige, goed geconserveerde literaire werkjes naar zijn hol. Ik dacht er in mijn kinderlijke onschuld nog wel een leuk tariefje voor te kunnen toucheren. Nee dus.
Hij keek me op z’n bekende karakteristieke wijze ietwat meewarig aan. Ik mocht ze bij godsgratie laten staan. Maar hij gaf er geen ruk voor. Alleen het verzamelde werk van Multatuli nam ik mee terug.
Dat werd me nou net iets te gortig.
Kopen deed ik er mondjesmaat. Rondscharrelen, kijken en vooral luisteren naar de meester was op zich al een belevenis. Op zoek naar de broodnodige muzikale variatie in ons aanbod besloten we als cabaret ooit tot de aanschaf van een  heuse accordeon. Een diepte-investering die, volgens Jan, ons leven compleet nieuwe zin zou geven. Nooit gebruikt trouwens. Die dingen maken bij nader inzien een teringherrie die je je buren niet aan doet.
Zijn trekharmonica’s waren sowieso een verhaal apart. Als hij daarover los ging, openden zich onverwachte nieuwe werelden. Hij is een kenner. En speelt zelf ook bepaald niet onverdienstelijk. Toen Loes en Joop  in 2013 het 75-jarig jubileum van hun toko op het hoekje vierden, ging ie helemaal uit z’n dak. En het is dat een ingehuurd dweilorkestje zijn feestvreugde kwam verstoren. Anders had ie ons ongetwijfeld voor de volledige duur van het evenement vergast op de magistrale vingervlugheid waarmee hij z’n bonte repertoire vertolkte.

20161014_161244.jpg

Jan trekt zich terug achter de muren van zijn optrekje aan de Rijksweg. Bij de duizenden keren dat ik er langs fietste vroeg ik me vertwijfeld af welke onverlaat het toch in z’n hersens heeft gehaald om dit wereldvreemde allegaartje PaJaBeMa aan z’n gevel te spijkeren. Jan dus. Met die voorliefde voor prozaïsche naamgeving. De namen van z’n zeskoppige menagerie Paul, Jaap, Berry en Marco. En je kunt er met een beetje fantasie ook nog paps en mams in lezen. Een acroniem dus.
All in the family.
Met antiek heeft het geen reet te maken.
Curiosa dan misschien?
Blijven we toch nog een beetje aan hem denken……..

20161012_154119.jpg

Eén van de best onderhouden tuintjes onder de rook van het fraai gerenoveerde Ruijsdaelplein is het trotse domein van Piet. Bere-strak gazonnetje. Geen sprietje onkruid te bekennen. En als ie het op z’n heupen krijgt is ie zeker niet te beroerd om er ook bij de buren af en toe de schoffel door heen te halen. Daar bemoeit Lies zich absoluut niet mee. Die heeft wel wat anders aan haar hoofd.
Lies en Piet dus.
Wanneer ben je eigenlijk een kraai? Moet je wieg dan in Naarden gestaan hebben of komt iemand die al 55 jaar achter de wallen z’n potje kookt óók door de ballotage van die (knap irritante) vogelfamilie?  Het zal de jongelui allebei een worst zijn. Veel te druk als ze het hebben met een ware optocht kinderen, kleinkinderen en hou je vast…….achterkleinkinderen. Daar rekenen ze voor het gemak ook de 10-jarige Guusje van de buren maar bij die naar believen hun deur kan platlopen.
Voor Guusje is het trouwens gewoon: Lies en Piet. Wat stukken lekkerder bekt dan dat stoffige opa en oma. Het bijbehorende respect zit ‘m natuurlijk in heel andere dingen. En dat respect is er volop. De buren kunnen sowieso lezen en schrijven met elkaar. Over sociale cohesie gesproken. Zelfs wanneer het vakantietijd is wordt er een dagelijks contact onderhouden via de meest geavanceerde communicatiemiddelen. Lies is een schaamteloze Skyper en surfer. Piet brandt  z’n handen niet aan  ‘dat gedoe van internet’ maar laat zich, vermoedelijke uit pure partiële luiheid, alle lokale ongein voorlezen door z’n wederhelft die al het wel en wee van Naarden nauwlettend op de voet volgt.
Met die luiheid valt het overigens wel mee aan dat plein.
Drukke baasjes, allebei.
Piet, door de stadsgeschiedschrijver Henk Schaftenaar hardnekkig ‘de commandant van Naarden’ genoemd, zwaaide inderdaad bij de landmacht ooit de scepter over de afdeling  Bemiddeling Overgang Burgermaatschappij (BOB). Een tot dan toe nogal stroefjes lopende affaire. In een later leven leidde hij groepsreizen  voor de organisatie ‘Weerzien Overzee’, in het verlengde waarvan hij en passant een aantal (uit eigen zak betaalde) ontwikkelingsprojectjes op touw zette. Breek hem de bek niet open over straatarme landen als Cuba, waar hij zestien jaar lang heen reisde om ook het transport van in Nederland bijeengebrachte hulpgoederen te begeleiden. Sta er als Cubatoerist vooral niet raar van te kijken als je er een gammele, ouwe Connexxionbus ziet rondtoeren met zijn beeltenis er op (..).
Tegenwoordig houdt hij zich met een ander soort ontwikkeling bezig. Die van het meubelbedrijf van zoonlief met wie hij stad en land afreist, tot aan België aan toe, om de dikwijls looiige ameublementjes soms via veel te nauwe trappen op drie hoog achter af te leveren. Sjouwen dus. Dat levert een batterij aan smeuïge anekdotes op. Wil je echter wat meer weten over de sappige details dan is het zaak daar een middagje voor uit te trekken. Piet is een welbespraakt verteller die er met z’n spreekwoordelijke lange pauzes (‘Enne ……’) uitgebreid de tijd voor neemt.
En voor een smakelijke practical joke op z’n tijd haalt hij ook z’n karakteristieke neus niet op. Iedereen herinnert zich ongetwijfeld de nogal scabreuze foto van  een grotendeels ontklede man op het Fotofestival waar hij het gepijnigde gelaat van Willem, de eega van stadsbode Aleid in gefotoshopt had.
Lies is wat korter van stof. Hoewel, eenmaal op haar praatstoel weet ze ook aardig van wanten. Over haar eigen rol als vrijwilligster in Naarderheem is ze uiterst bescheiden maar als je de moeite neemt om door te vragen wil ze wel wat kwijt over die dertig jaar. En over de tegenwoordig flink uitgeklede zorg die haar een messcherpe doorn in het oog is. En mocht je je afvragen waarheen ze regelmatig op weg is op haar nostalgische Batavus omafiets (dat weer wel) dan zit je meteen midden in haar persoonlijke bijdrage aan de mantelzorg in de vesting. Met schrijnende ervaringen.
Die Koninklijke onderscheiding die ze enige tijd geleden opgespeld kreeg is dan ook meer dan op z’n plaats.
Lies schildert. En maakt kunstzinnige objecten. Exposeerde zelfs al een keer of tien. Het houdt haar van de straat en ze heeft daar ongelooflijk veel plezier in.
Over Cas de Bruijn, de kraai die om vooralsnog onduidelijke redenen de laatste tijd lijkt uit te groeien tot een regelrechte hype, hebben Lies en Piet nog wel een aardige. Een aantal jaren geleden gingen de echtelieden op vakantie. Cas en z’n moeder namen hun intrek in het huis van de Van Herwijnentjes om een oogje in het zeil te houden. Bij terugkomst was er geen doorkomen meer aan in de woonkamer.
Hoog opgetaste megaverpakkingen toiletpapier.
Was in de aanbieding……

20161012_152235

P1010033 8 (2).JPG

De toon was gezet

Geplaatst: 11 augustus 2016 in actualiteit, fotografie, kunst, Naarden

worldpress

Fotografie is kunst. En ik heb natuurlijk al tientallen jaren geleden het idee afgezworen dat het in die sector alleen om ‘mooi’ gaat. Het verhaal dat er achter zit, daar draait het om. Het idee. Beter misschien nog: De Idee.

De World Press/Zilveren Camera tentoonstelling in onze Grote Kerk is een uiterst bescheiden expositie. Voor de prijs van een biertje maakte ik vanuit m’n interesse voor de fotojournalistiek maar weer eens m’n periodieke slentertochtje.  Als de persvrijheid daarnaast grensoverschrijdend bevorderd moet worden, wie ben ik dan om zoiets te laten lopen? Het regende buiten. En echt vrolijk is fotojournalistiek  natuurlijk ook niet bepaald.

Met de ontwikkeling van de digitale techniek kan iedereen zich tegenwoordig technisch gezien meten met de beroepsjongens. En met wat geavanceerd shopwerk kun je je toevalstreffers ook nog ’s prachtig pimpen. Maar wij, amateurs, storten ons niet in de levensbedreigende brandhaarden in de wereld. Dat laten we graag over aan de  door de wol geverfde specialisten.
De algehele somberheid kreeg nog een extra dimensie vanwege het feit dat tijdens m’n zoektocht het kerkorgel gestemd werd.
Pijn.

20160425_103632

Drieënnegentig is ze. Maar flink bij de pinken. Aan humor niet te kort. Bescheiden. En de vinger nog immer oplettend aan de pols van de tijdgeest. Mijn buurvrouw schuin tegenover, waar de Beijert nog gewoon Beijert is.
In mijn straatje heet iedereen gewoon Herman, Daan, Peter, Bernadette, Ploon, Klaas, Ineke of Henk-Jan.
Ze heet Corine. Maar Buurvrouw heet vanaf de dag dat ze haar intrede in Naarden deed ‘Mevrouw De Beaufort’.
Voor iedereen. En dat willen we vooral zo houden.
Niet vanwege de afstand die zoiets zou moeten scheppen.
Integendeel, de jonkvrouw van origine is een zeer beminnelijke en alom geliefde buurtgenoot met grote belangstelling voor ieders wel en wee. Staat bij wijze van spreken met een pannetje soep bij je op de stoep als ze alleen al vermoedt dat er stront aan jouw knikker is.
En heb niet het lef aan te bieden om haar wekelijkse vuilniszak te droppen in de container op het Promersplein. Ze glimlacht je minzaam toe. Dat soort varkentjes wast ze bij voorkeur zelf. Tuft er in haar overjarige Volvo naar toe. Ze komt nog steeds moeiteloos door de gepeperde ballotage van het Centraal Bureau Rijvaardigheid.
In haar werkzame leven gouvernante op Paleis Soestdijk.
Tenminste, dat denken we te weten.
Niemand waagt ’t om er naar te vragen.
Bewaart vermoedelijk zorgvuldig ‘Het Geheim’ van dat paleis. En daar zul je haar zeker niet over horen op onze jaarlijkse straatbarbecues waar ze, weer of geen weer, altijd wel een uurtje of wat voor uit trekt.
Her lips are sealed.
Zal ook wel met een zwijgplicht te maken hebben.
Hooggeleerde kinderen en kleinkinderen heeft ze, die stuk voor stuk met prachtige carrières uitgezwermd zijn over de hele wereld. Rondde zélf op 83-jarige leeftijd (..) trouwens nog eventjes cum laude een academische studie af. Franse taal en letteren.
Spreekt daarnaast een handvol andere talen waaronder Japans, waarvoor ze iedere vrijdag op cursus gaat. En een paar voor iedereen onbegrijpelijke, uit de binnenlanden van zwart Afrika. Swahili.
Schreef recent ook een boekje over Tanzania.
En donderdags schilderlessen.
Fotogenieke Buuf heeft mooie gelaatstrekken.
Of dat kan dat bij iemand van 93 ? Jazeker !
Regelmatig zie je haar Ruysdael binnen schuiven. Roken doet ze niet. Het zal wel voor de postzegels zijn. Ze onderhoudt een levendige correspondentie met haar uitgevlogen kinderen. En kleinkinderen.
Dat mevrouw De Beaufort voorlopig niet van plan is de pijp aan Maarten te geven, blijkt deze week maar weer eens.
Een stevige renovatie aan haar historische Hans en Grietje pandje. Iets met dakgoten of zo.
Een duidelijker visitekaartje kun je niet afgeven:
Jullie zijn voorlopig nog niet van me af.
Zélf op de foto hoeft ze uiteraard niet.
Het idee alleen al.