Archief voor de ‘actualiteit’ Categorie

The bridge 2

Nu ook de krant van Wakker Nederland de moeite neemt om de beerput van onze onverkwikkelijke soap rond ‘de brug’  leeg te scheppen, wordt het bij wijze van tegenwicht de hoogste tijd om ons fusieclubje maar eens wat lichtvoetiger  in de markt te zetten.
De machteloosheid lijkt een beetje in het dna van de Gooise Meren geslopen te zijn.
Zelfs de uit een Enkhuizer hoed getoverde succeswethouder Jan Franx begint zich te realiseren in wat voor een wespennest hij z’n immer chocoladekleurige schedel gestoken heeft. De alom zeer gewaardeerde crisismanager is met z’n luizige 0,6 fte dag en nacht bezig om de lijken die hier met de regelmaat van de klok uit de kast rollen op passende wijze ritueel te verbranden.
Het is dweilen met de kraan open.
Had zich als liberale excuustruus bij z’n entree vermoedelijk wat anders voorgesteld van dat Gooise klusje. Je moet er dan ook niet raar van opkijken als hij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 amper kan afwachten om z’n heil elders te zoeken.
We snakken naar wat luchtig vertier. Zo’n docudrama is natuurlijk leuk. Maar eerlijk gezegd geven we de voorkeur aan een heuse musical. Een pakkend  scriptje ligt voor het grijpen. De acteurs staan te trappelen. Bovendien een prachtige gelegenheid om theater Spant door de zomerse komkommertijd heen te slepen.

96126_l

Dat er ’s avonds gedurende een uurtje of wat een paar uitgekiende spotjes op de Naardense Utrechtse Poort, het stadhuis en de Grote Kerk staan, is alleszins begrijpelijk. Monumenten waar we trots op zijn verdienen een feeërieke verlichting. Over de functionaliteit daarvan zal de grootste milieufreak amper twisten. Een onverbiddelijke tijdklok waakt over verspilling.
De betonnen stalinistische gemeentebunker aan de Brinklaan waarvan de peperdure verbouwing al aardig begint te vlotten is nou niet bepaald een sieraad waar ons fusiehart sneller van gaat kloppen. Waarom de lampjes daar ’s nachts nog steeds blijven branden, is velen een raadsel. De  lokalen van Hart voor BNM stelden er met een wakker oog voor duurzaamheid herhaaldelijk vragen over aan het College.
Tot nu toe zonder effect.
Of worden er in de nachtelijke uurtjes samen met de grootgrutter snode plannen gesmeed om dwars tegen alle volksraadplegingen en collegebesluiten in de verhuizing naar het Scapinoterrein er alsnog door te jassen?
Appie let toch zo op de kleintjes?

licht uit

14484720_1132929860106026_8903826341527287187_n

Qua kennis van onze natuur heb ik nooit echt potten kunnen breken. Kan zo maar gelegen hebben aan m’n biologieleraar op het Gristulluk Lyceum in Hilversum (het Bussumse ‘Willem’ was voor m’n ouders niet bevindelijk genoeg) die er in slaagde iedere lust daartoe in de knop te breken.
Flipse was mogelijk de zoveelste academicus die tot z’n immense teleurstelling een carrière in de wetenschap in rook had zien opgaan. Waarna hij wegens gebrek aan alternatieven uit pure ellende veroordeeld was tot het leraarsvak. Van pedagogiek en didactiek had ie geen kaas gegeten. Zijn schrikbewind genoot in het Gooi en Ommeland een meer dan kwalijke reputatie.
Met een sadistisch genoegen streek hij, nadat wij muisstil en vliegensvlug onze plaatsen hadden opgezocht in de amfitheateropstelling van zijn heiligdom, met z’n duim door z’n lerarenagenda waarna hij uiterst irritant een deuntje begon te fluiten. Na een halve minuut schreeuwde hij opeens de naam door de klas van degene die ‘de beurt’ had. Een zucht van opluchting trok door de drie rijen bij diegenen die de dans ontsprongen waren. Het slachtoffer voor die les strompelde kokhalzend uit z’n bank om vervolgens voor het front van de troep twintig minuten lang doorgezaagd te worden over het huiswerk voor die dag. Hoe gewetensvol je er ook de vorige avond op had zitten blokken, eenmaal oog in oog met deze genadeloze scherprechter vloeide alle kennis uit je hoofd.
In het tweede leerjaar prijkte onder andere de bloedsomloop op het menu. In ons leerboek stond een prachtige tekening van het hart. Linker kamer, rechter kamer, linker boezem, rechter boezem. Het zuurstofrijke en -arme bloed, gesymboliseerd door respectievelijk een rood en een blauw kleurtje.
Aan ons de taak om die kraakheldere afbeelding na te tekenen. Zal wel onder belevingsonderwijs zijn gevallen. Twee dagen lang verwaarloosde je alle andere bezigheden om Flipse op z’n volgens geruchten allesbehalve kinderachtige wenken te bedienen. Je uit de vereiste pasteltinten opgetrokken kunstwerkje dat niet onder deed voor het boekvoorbeeld, kreeg je een week later terug.
Een vijf.
En je liet het, tot op het bot beledigd,  wel uit je hersens om naar het hoe en waarom te vragen.
De bioloog Flipse besliste over leven en dood.
Bladerend door de biologiemethodes van tegenwoordig, gaat er een wereld voor je open.
Van het lesrepertoire van Flipse heb ik een uiterst povere herinnering. Maar van de voortplanting van de varens (die volgens mij een geslachtelijke én een ongeslachtelijke variant kennen) kan ik na 58 jaar nog de meest schrijnende details oplepelen. Als er door een vermetele leerling bij Flipse voorzichtig geïnformeerd werd naar hoe het nou met de voortplanting bij mens en dier zat, bleef het ijzig stil op zijn troon. En als orthodoxe calvinist ontkende hij ook de evolutietheorie. Goedbeschouwd een prestatie van formaat voor een bioloog.
Dat zal hem vermoedelijk wel z’n kop gekost hebben bij z’n wetenschappelijke aspiraties.
De schooldag werd het eerste uur immer begonnen met bijbellezing en gebed. De meeste docenten maakten zich daar enigszins gegeneerd met een Jantje van Leiden vanaf. Maar als je om kwart over acht in de klauwen van de streng gelovige Flipse viel, was je aan de beurt. Bidden kon hij als geen ander. En je kreeg er gratis en voor niks een uitgebreide donderpreek vol hel en verdoemenis op de koop toe bij.
Tot zo ver Flipse en mijn eerste kennismaking met de biologie.

Jaren heeft het geduurd voordat ik de door Flipse opgeworpen torenhoge barricades wist te overwinnen. Ik maak gestage vorderingen. Mijn vooroordelen smelten als sneeuw voor de zon. Een niet onaanzienlijke bijdrage daaraan levert het VARA-radioprogramma ‘Vroege Vogels’. NPO Radio 1. Zondagochtend van zeven tot tien.
Voor m’n gevoel bestaat het al honderd jaar.
En meer dan over vogels alleen.
Van april tot oktober is het voor mij fietsseizoen. Als vroege vogel trap ik regelmatig omstreeks die tijd met in m’n oortje Radio 1 over ’s Heeren wegen m’n sportieve kilometers weg.
Vroege Vogels, een aandoenlijk mengsel van oer-Hollandse kneuterigheid en met liefdevolle toewijding gemaakte natuur-info. Er gaat een wereld voor me open. Het overbekende cliché ‘Er bestaan twee soorten vogels, levende en dooie’  heb ik inmiddels ver achter me gelaten. De quiz ‘Raad het vogelgeluid’ is weliswaar nog wat te hoog gegrepen. Maar ik weet inmiddels alles van, om maar eens wat te noemen,  het ‘wantsenproject’, het meerkoetenprotocol en het wonderbaarlijke fenomeen ‘koekoeksjong’. Sterker nog, sinds kort prijkt het naslagwerkje ‘Gooise vogels’ op tafel.
Toegegeven, het is nog maar een bescheiden begin met die regionale gevleugelde vrienden. Maar toch.
vredespimpelmeesOf, met onze historische kanonnen op de wallen de vredespimpelmees nou een typisch Naardense vogel is? Geen idee.
Lange tijd heb ik me afgevraagd waar die vogelaars op de Melkmeent (weinig geitenwollen sokken en sandalen trouwens) door hun geavanceerde optiek (een gewoon verrekijkertje is er niet meer bij) nou eigenlijk urenlang naar staan te koekeloeren. Even afstappen en je wordt helemaal bijgepraat over hun onverwachte wondere wereld.

Vroege Vogels wordt tegenwoordig uitgezonden vanuit Naarden. Gasterij Stadzigt. Reden om gisteren maar eens de afslag te nemen. Nieuwsgierig naar de mens achter de vertrouwde zondagochtendstemmen.
Bescheiden bestelwagen voor de deur. Binnen: de vier man sterke crew te midden van een massa techniek en veel koffie. En een stuk of tien toeschouwers.
Voor een radioprogramma opmerkelijk.

NB: Om 10.00 vervolgde NPO Radio 1 met het VPRO-programma Onvoltooid Verleden Tijd.
Ook al sinds jaar en dag.
Geen idee wat de luisterdichtheid van OVT is. Ik vrees het ergste. De meeste itempjes zijn duidelijk niet voor het grote publiek maar af en toe pik ik wel eens wat aardigs mee. En het houdt de makers van de straat.
Moet nog ergens een bandje hebben liggen van een jaar of tien terug. Over De Franse Kamp, de zomercamping  van minderbedeeld Amsterdam. M’n moeder zaliger zwaaide ooit met veel plezier de scepter over de speciale FranseKampklas op het Chr. Instituut Brandsma.
Daar had ik, de juf zelf hemelde al een jaar of twintig, nog wel een paar aardige anekdotes over.

Gisteren haalde een nazaat van Michiel de Ruyter zonder blikken of blozen een zekerheidje uit de geschiedenislessen van weleer onderuit: De vloot van De Ruyter is op de tocht naar Chatham helemaal never dwars door die ketting over de Theems gevaren. Godsonmogelijk.
De Ruyter zelf heeft er trouwens weinig weet van gehad.
Die lag ziek in z’n kooi.

De nieuw verworven zekerheden over de natuur tegenover de verzinsels uit de geschiedenis op een ochtendje Radio 1.

Hopelijk is het komende zondagmorgen een beetje fietsweer.

tekening Stadzigt: Lex Hamers

De Naarling 2
We kunnen er dan wel massaal door inwoners gesteunde petities tegen aan gooien, als de fusiegeile provincie Noord-Holland z’n zin doordrijft, hebben we op commando maar door hun perverse hoepels te springen.
Nog maar koud zijn onze nog immer irritant jeukende fusiewonden gelikt of we worden al weer een nieuw masterplan in gerommeld.
Vette schijt aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018.
Toch een prima moment om ons als bewoners uit te spreken over dit soort ongein, zou je zeggen.
De Haarlemse kraamkamer van ellende heeft in z’n schier onuitputtelijke schaamteloosheid aangekondigd nota bene vlak voor die verkiezingen z’n macabere plannetjes over al weer een nieuwe herindeling er door te gaan jassen.
En dan valt er gewoon niks meer te kiezen.
Wat die grotere  bestuurskracht betreft beschikken we natuurlijk over een lichtend Haags voorbeeld. Een kissebissend clubje krijgt dat knarsende motorblokje maar niet aan de praat.

tom

Nieuwe afbeelding (2)

In de buitenste duisternis van Naarden Vesting werd afgelopen week met verbluffende frequentie wat afgejeremieerd over de stand van zaken bij de vuilnisophaal. De plaatselijke Facebooksite,  normaliter tot aan de nok gevuld met kerktorens, was vergeven van beschamend beeldmateriaal uit de mysantrope traumatrommel van de Saskia’s (maar liefst 3x), de Jeroenen en de Marken die ons met bijkans suïcidale toewijding bijpraatten over de stand van zaken in onze verpauperende stad. Het enige tegengas kwam uit de koker van VVV-goeroe Niels.
Niels is ervaringsdeskundige. Hij slijt met hartverwarmend enthousiasme het gros van z’n vrije tijd in z’n toko in de Uut waar hij samen met z’n vrijwilligersstaf de dienstverlening ten behoeve van het toerisme in korte tijd opgezweept heeft tot grote hoogten. (Elke dag geopend. Je kunt er tegenwoordig zelfs een fiets huren).
Toegegeven, er is inderdaad wel wat loos in de vuilbusiness.
In het schemergebied tussen de bestaande voorzieningen en de in gebruikname van de ondergrondse containers (op het Dortsmanplein gisteren vrijgegeven) laat de coördinatie te wensen over.
De traditionele vuilnisophaal is een achterhaald twintigste-eeuws fenomeen waarmee als het goed is, komend jaar definitief afgerekend wordt.
Onze burgemeester die niet alleen welgemoed lintjes doorknipt en met een passend ruikertje het gouden huwelijksfeest van menig plaatselijk koppeltje opluistert, heeft in ieder geval een wakker oog voor onze problematiek.
Hij gaat, niet bevreesd voor vuile handen, voor in de strijd.

foto: Naarder Nieuws

Hoezo emancipatie?

Geplaatst: 7 juni 2017 in actualiteit, emancipatie, Sportzomer
Tags:

thiem-roland-garros-2017-friday1
Mijn favoriete tennistoernooi van Roland Garros nadert het finaleweekend.
Ik lust er wel pap van. Oogstrelend toptennis kluistert me al ander-halve week aan de buis.
Met een nieuwe ster aan het firmament. De Oostenrijker Dominic Thiem. De nieuwe Federer timmerde vandaag een van de torenhoge favorieten op briljante wijze uit het toernooischema.
Mooie plaatjes ook van de Franse camerajongens.
Slomo’s om van te watertanden.
En dan natuurlijk de onvermijdelijke inkijkjes in de spelersbox van waaruit een batterij van coaches, trainers, fysio’s, persoonlijke diëtisten en ander ondersteunend voetvolk (als je tenminste voldoende pecunia kunt ophoesten om ze wereldwijd mee te sleuren door het tenniscircus) iedere actie van hun pupil verbaal en met geëxalteerde gebarentaal ondersteunen.
En de relationele scalps natuurlijk. Bij de mannen immer bloedmooie (althans volgens de geldende mores in deze kringen) blonde pitspoezen op wie de camera’s graag smakelijk inzoomen.
Bij de dames heeft dit wat meer voeten in de aarde.
Zoals bekend zijn nogal wat van de toppertjes van de vrouwenliefde. Maar op één of andere manier willen die vriendinnetjes, die er ongetwijfeld zijn, maar niet in beeld komen. Na de wederhelft van Amelie Mauresmo blijft de kast teleurstellend leeg.
Merkwaardig. Jammer ook. Vanuit emancipatoir oogpunt
De meiden verdienen beter.

SONY DSC

Onlangs stoomde ik welgemoed op naar de kassa van m’n Naardense grootgrutter met een karretje dat bij nader inzien voor een deel gevuld bleek met artikelen waarvan ik het in de verste verte niet in m’n hersens zou halen om ze te scoren. Bietjes, worteltjes en, godbetert, doperwten stonden echt niet op m’n virtuele playlist.
Ergens in die goddelijke toko moet ik overgeschakeld zijn op de vierwieler van een dame (het zijn nog steeds overwegend dames die de onvermijdelijke fourage voor hun rekening nemen) die nu ongetwijfeld radeloos op zoek was naar haar treurigheid in mijn winkelwagentje die ik echt niet ging afrekenen. De kassajuffrouw had er alle begrip voor.
Het stemde evenwel tot nadenken. Een incident?

Als je qua leeftijd sluipenderwijs de zorgzone begint te naderen, is het zaak de vinger aan de pols te houden. M’n moeder zaliger immers verruilde toen ze een paar jaar verder was dan ik nu, haar dagelijkse helderheid en overzichtelijkheid voor een steeds dikker wordende mist. Het leidde uiteindelijk tot opname in het tranendal van een (overigens voortreffelijk) tehuis waar ze haar laatste jaren sleet in een huiskamer te midden van lispelende lotgenoten die stuk voor stuk driftig bezig waren de weg volledig kwijt te raken.
Haar ondoordringbare  mist was trouwens het grootste probleem niet.
Nee, het onverteerbare schemergebied met bijbehorende kwetsbaarheid dat er aan voorafging brachten me bij de regelmatige bezoekjes in opperste verwarring.
Ik heb haar genen.

Sommige leeftijdgenoten maken er nu al ronduit een potje van.
In Amerika hees men een ziekelijk narcistische volidiote klimaatonbenul (een half jaar jonger dan ik) op het presidentiële schild die met z’n comateuze apocalyptische wartaal vrijwel dagelijks een onverdraaglijk reukspoor van verwarring weet achter te laten.
Kanniewaarwezen.
Dandy/strafpleiter/dwarsligger/FvD-kopstuk Theo Hiddema, een jaartje ouder, is samen met z’n compaan Thierry het rechtpopulistische paardenmiddel tegen homeopatische verdunning van Nederland.
Een lichtpuntje daarentegen zijn de Rolling Stones die na een liederlijk leven van spuiten en slikken nog steeds volle zalen trekken met hun rollatorrock.
En wat te zeggen van zo’n 74-jarige onderkoning van Nederland die na een paar maanden van malaise van stal wordt gehaald om een beetje fatsoenlijk regeringsploegje in elkaar te timmeren?
Dat dan weer wel.

Het voordeel van dement zijn is weliswaar dat je probleemloos je eigen paaseieren kunt verstoppen maar zulk vertier duw ik met alle liefde nog een tijdje voor me uit.
Wat mijn fysieke welzijn betreft heb zo m’n simpele dagelijkse checkmomentjes. Zo stap ik moeiteloos balancerend op één been nog vlotjes in m’n broeken. Muurbeugels in de inloopdouche liggen nog ver achter m’n horizon. Incontinentieluiers? Ik haal m’n neus er voor op.
Op de tennisbaan verbeeld ik me twee keer in de week dat ik nog als een jonge god in mijn ouwelullenpotjes over het gemalen baksteen snel. Ik koester die illusie. Dat ik op eerste pinksterdag op m’n Giant OCR Compact Road op één bidonnetje en vier mueslirepen (ik heb de gloeiende pest aan afstappen) die 150 kilometer Markerwaard in zes uur wegtrapte vind ik op zich nog niet eens zo’n prestatie. Dat ik twee dagen later zonder een centje pijn alle gepasseerde dorpen langs de boorden van het voormalige IJsselmeer nog kan oplepelen, stemt tot tevredenheid.
En die 52 bridgekaarten heb ik ook nog volledig onder controle.
Evenals m’n pincode.

Maar waarom verslond ik zo obsessief die met veel humor geschreven verpleeghuisboeken (Zolang er leven is, Pogingen om iets van het leven te maken) van Hendrik Groen?
En leg me eens uit waarom ik na  Ma als een speer door  Ach, Moedertje, de gevoelvolle kost van zorgactivist Hugo Borst heen dender?
Verkenning van m’n voorland?
Ik ga toch maar eens maatregelen nemen om de onafwendbare ontluistering voor te zijn.