Archief voor de ‘kleinkunst’ Categorie

luitenjpg

Alexander Luiten, onze Gooise Meren wethouder die o.m. economie, sport, cultuur, toerisme en subsidiebeleid in z’n portefeuille heeft, mocht onlangs bij wijze van kennismaking uitgebreid los gaan in het Naarder en Bussums Nieuws.
Hij is een nieuwe ster aan het Gooise firmament. Althans, als wethouder. Jarenlang de meer dan duidelijk aanwezige fractievoorzitter van de plaatselijke liberalen. De hoogste tijd voor een paginavullend ‘diepte-interview’ dus. Zodat we we wat beter snappen wat voor vlees we in de kuip hebben.
Pikant detail: de plaatselijke media fotograferen onze politieke kopstukken immer op het bruggetje achter het gemeentehuis. Dat zal wel een beetje met gemakzucht te maken hebben. Vlak naast de deur. En zo’n rustiek overspanninkje doet het altijd prima op een plaatje .
We nemen tenminste maar even aan dat we het niet direct moeten zoeken in de symboliek. Want met het bouwen van bruggen door onze vroede Gooise Meren vaderen is het traditioneel een nogal moeizame affaire.
Over de diepte in het interview kun je twisten. Echte stevige oneliners die de opmaat voor een krachtig beleid betekenen, zijn er amper te ontdekken.
Maar we schuiven toch meteen naar de punt van onze stoel bij het nogal zinnenprikkelende citaat waarmee het artikel opent.
‘ We moeten initiatieven van inwoners niet in de weg staan’.
Hoe positief wil je het hebben?
In dit verband is de passage waarin Alexander z’n superieure licht laat schijnen over cultuur en subsidiebeleid wél zo interessant.
NN: De gemeente heeft een behoorlijke post, zo’n 2,6 miljoen euro, aan subsidies voor verenigen e.d. te verdelen, los van de subsidies voor sportclubs.
Bij wie komt dat geld terecht?
A.L. : ‘Allereerst vind ik dat mensen zelf initiatief moeten nemen, waarbij de gemeente dan de rol heeft om zaken, waar mogelijk, te faciliteren. Een mooi voorbeeld is theater deMess in Naarden. Dat is een initiatief van vrijwilligers die daar veel tijd, energie en enthousiasme in hebben gestoken. Het belangrijkste in ons subsidiebeleid is dat de subsidie altijd een sluitpost moet zijn. De vereniging, of het initiatief, moet zelf de broek kunnen ophouden. Als het nodig is draagt de gemeente een steentje bij, maar dat moet niet de basis zijn. En de club moet aannemelijk kunnen maken dat ze ook voor verbinding met andere organisaties zorgt.’

Dat eigen initiatief is natuurlijk iets wat diep in de genen van de ware liberaal verankerd zit. Luiten sleept ons Podium deMess in Naarden er bij als briljant exempel bij z’n betoog. Inderdaad in Naarden is in een jaar tijd een unieke toko uit de grond gestampt. Een indrukwekkende, zeer ambitieuze programmering van meer dan honderd, zeer gevarieerde voorstellingen in een geweldige locatie die bij wijze van spreken ‘steen voor steen’ is opgebouwd door een contingent vrijwilligers. Dankzij de tomeloze inzet van die zestig vrijwilligers, en niet te vergeten de steun van een aantal gulle sponsoren, kan deMess net uit de rode cijfers blijven. Dus met die broek zit het wel snor. Daar hoor je ze in Naarden ook niet over klagen. Als er trouwens één plaatselijke organisatie is die van wanten weet als we het hebben over het maken van die broodnodige verbinding met de omgeving (nota bene één van de kernpunten van de missie), dan deMess wel.
Luiten heeft helemaal gelijk als hij stelt dat subsidie niet de basis moet zijn. Daar zit deMess misschien ook helemaal niet op te wachten. Want dan zou het wel eens gedaan kunnen zijn met de onafhankelijkheid. Maar als je weet welke duizelingwekkende bedragen er gemoeid zijn met de financiële steun (die aanzienlijk verder gaat dan facilitering) aan plaatselijke culturele instellingen (Spant!!, dat natuurlijk moet blijven) dan kun je achter het vooralsnog achterwege blijven van steun aan deMess wel wat vraagtekens zetten.
Maar wie weet wat de nabije toekomst nog in petto heeft voor het Naardense initiatief.
Bescheiden zijn de Messambities, ondanks de beperkte middelen, tot op heden bepaald niet. Maar aan de horizon liggen nog wel wat plannetjes die men er graag zou willen verwezenlijken.

De minister uit hetzelfde clubje die over onze nationale cultuur waakt, is in z’n corebusiness bepaald geen hardloper. Die beweerde onlangs nog met droge ogen dat ie voor het eerst van z’n leven in het Amsterdamse Concertgebouw was bij de uitvaart van de populaire burgemeester Eberhard van der Laan……..
Laten we hopen dat Luiten wat meer met cultuur heeft.
Liberalen en de cultuur.
Het blijft een dingetje.

foto: Naarder Nieuws

 

Advertenties

64786465-fc95-4c60-a950-83243c078bf7

Met 75 stoelen kun je in wezen natuurlijk amper van een ordentelijke huiskamer spreken. Toch dook, sprekend over deMess, afgelopen theaterseizoen die karakterisering zeer regelmatig op.
Bij onze bezoekers en ….. de artiesten.
Het kan natuurlijk zomaar zijn dat we in Naarden in korte tijd het leukste publiek van Nederland naar ons theater hebben weten te lokken. Feit is in ieder geval dat, met de toeschouwers kort op het podium, zich in deMess meer dan eens een unieke wisselwerking tussen de entertainers en de zaal blijkt te ontwikkelen.
Noem het intimiteit. Laagdrempeligheid.
Een interactie die zich lang niet alleen beperkte tot voorstellingen als het populaire WEDSTRIJDJE op zondagmiddag dat zich uitstekend leent voor zo’n ‘huiskamersfeertje’. Ook bij de radio-opnamen voor ZOMERVEREN werd het ronduit gezellig in bomvolle zalen. Vermoedelijk een van de redenen om volgende jaar in de herhaling te gaan. Tijdens de zeer recente IERSE AVOND, had Dolf Jansen de zaal aan een touwtje. We zagen daarnaast diverse solovoorstellingen van aankomende kleinkunstenaars voorbij komen waarin wederzijds een boeiend spel ontstond. In een grote theaterzaal met een ‘tankgracht’ tussen podium en publiek beperkt een cabaretier zich doorgaans tot grappen en grollen met de eerste rij. In deMess kan het zomaar zijn dat ook de achterste rij aan de beurt komt.
Zonder dat het meteen een huiskamer van Jan Steen wordt.
Vind je het gek dat men staat te trappelen voor een try-out in deMess?
Dat moeten we koesteren.

 

Nieuwe afbeelding (3).bmp

NAARDEN – Het NaarderNieuws roept alle vrijwilligers van Cultureel Podium deMess uit tot Naarder van het Jaar. Deze uitverkiezing met bijbehorende award is een meer dan verdiende waardering voor alle vrijwilligers die zich hebben ingezet om bijna letterlijk vanaf de grond iets unieks neer te zetten in Naarden-Vesting.

Het Cultureel Podium is pas vier maanden open, maar mag zich nu al verheugen in een enorme populariteit. Jong en oud weet inmiddels de weg naar deMess te vinden. En de groep vrijwilligers die maandenlang keihard heeft gewerkt om de droom van velen te realiseren, is net zo divers als het culturele aanbod. En dat is misschien ook wel het geheim van het succes.

Vanuit alle kanten kwam hulp: mensen uit de theaterwereld met connecties, specialisten op het gebied van geluid en licht en mensen die wekenlang samen aan het klussen zijn geweest. Met z’n allen hebben ze de leegstaande voormalige officiersmess omgetoverd tot een sfeervol theater. Bij het daadwerkelijk neerzetten van een dergelijk omvangrijk project komt namelijk heel wat kijken. Het gaat verder dan wat spijkers in de muur slaan, kozijnen schilderen of wat elektriciteit aanleggen. De akoestiek, het licht, geluid, de sfeer en niet te vergeten een goed en gevarieerd programma bepalen het succes. En daar zijn de vrijwilligers volgens de jury bijzonder goed in geslaagd.

Franx

De immer goedlachse baas die over onze gemeentelijke centjes waakt, blijkt een interessante truc uitgehaald te hebben, zo analyseert Alexander Poort in de G&E.
Apetrots meldt Jan Franx dat hij de al jaren sukkelende begroting helemaal op orde heeft waardoor het Provinciaal Toezicht (we staan al jaren onder curatele) eindelijk in de prullenbak kan.
In zijn huishoudboekje blijkt een uiterst dubieuze post opgenomen te zijn: de VERMAKELIJKHEIDSRETRIBUTIE. Een bestemmingsheffing die grote attracties verplicht om per bezoeker een extra bedrag af te dragen. Daarbij gaat hij er van uit dat ie denkt hiermee 210.000 euri te kunnen ophalen bij onder meer speelpark Oud Valkeveen, theater Spant! en het Muiderslot.

Moet het kersverse theater deMess in Naarden dat zonder een cent subsidie geheel door vrijwilligers uit de grond gestampt werd, ook bloeden? Of valt dit met z’n 75 stoelen (nog) niet onder de ‘grote attracties’?

Als de gemeenteraad het verdomt om deze theatertax in te voeren, moeten de jongens en meisjes aan de Brinklaan maar even aangeven waar zij die centjes dan wél vandaan willen halen.
Ja, zo lusten we er nog wel een paar.
Franx moet z’n zakjapannertje er trouwens maar even bij halen. Want z’n voorstel lekt als een mandje.
Hij verwacht even verderop in z’n broze verhaaltje met deze heffing € 125.000 binnen te halen. Een eenvoudig rekensommetje leert ons dat ie dan op de voorhand wel meteen al met een gezellig gat van € 85.000 blijft zitten.

Poort: ‘Nogal makkelijk om zo je begroting rond te breien. Zet er een nieuwe post in en roep vervolgens dat de Raad jouw probleem maar moet oplossen als ze je voorstel afwijst’.

messbetekenissen

Wie noemt zijn theater nou deMess?
Dat is toch vragen om ellende?
Hebben de jongelui zich meer dan een jaar het schompes gewerkt om in de Vesting Naarden  een uniek theatertje uit de grond te stampen, komen ze met een naam op de proppen waarmee ze eigenlijk al bij voorbaat hun doodvonnis over zich afroepen.
En dan kunnen ze wel apetrots verklaren dat MESS historisch een meer dan verantwoorde keuze is (in een grijs verleden was dit gebouw immers een officierskantine), MESS betekent niets meer en niets minder dan gewoon ROTZOOI.
Wat een uitdaging!

Die toko is nu bijna vier weken open. De velen die zich al hebben laten verleiden tot een bezoek, kunnen niet anders vaststellen dan dat het er allesbehalve een rommeltje is. Een geweldige, gevarieerde en verrassende programmering met uitstekende artiesten in een professionele setting. Knus (75 stoelen). Parkeergelegenheid voor de deur. Vooraf, in de pauze en na afloop kun je je in een uitstekende  ambiance (MESSCAFÉ) laven aan een ruim assortiment sapjes en licht-alcoholische versnaperingen. Zelfs de bitterbal doet deze week z’n intrede.
Hoezo rotzooi? dus.

Nu we het toch over namen hebben: dat de lokale politieke partij Hart voor BNM (Bussum Naarden Muiden) niet staat te juichen bij het idee dat muurbloempje Weesp ons (hoezo volksraadpleging?) binnenkort wellicht ook door de strot geperst wordt, mag duidelijk zijn.
Je kunt niet eindeloos je naam blijven aanpassen aan de grillen van de hoge heren.
Hart voor B&W (+NM) dan maar?
Als cynische hommage aan het College?

Voorleesvader

Geplaatst: 20 september 2017 in actualiteit, crisis, kleinkunst, persoonlijk, taal, troonrede, zorg

troonrde.jpg

Van mijn leraar Nederlands gedurende de eerste twee leerjaren op het Christelijk Lyceum in Hilversum (Gé van Putten?) herinner ik me niet zo bar veel meer. Maar zijn voorleessessies staan bijna zestig jaar later nog haarscherp in m’n geheugen gegrift. Het laatste stukje van de les ruimde hij er regelmatig voor in. Vooral met Godfried Bomans scoorde hij als een dolle. De Haarlemmer die, al of niet met een forse slok op, mateloos populair was in verschillende radioprogramma’s, sloot ik in m’n hart.
Vooral dankzij Gé.
M’n eerste schrijfseltjes uit die tijd (het schriftje heb ik nog) waren pure Bomans-imitaties.
Hij zat tot in m’n haarvaten.

Voorlezen, gebeurt dat nog?
Ik deed het in ieder geval wel gedurende de zesendertig jaar dat ik als docent Nederlands op de kinderzieltjes losgelaten werd.
Met ‘Kopstukken’ van Bomans hadden ze, tot mijn teleurstelling, niet zo veel.
Humor? Nee toch?
Des te meer met ‘De meester van de zwarte molen’ van Otfried Preussler, de fraaie oprispingen van Roald Dahl, Jan Terlouw en consorten.
De beloning voor de kids als ze hard gewerkt hadden.
In de vele kwartiertjes jaste ik er hele boeken doorheen.
Omdat ik er de zin van in zag.
En in de heilige overtuiging dat ze dat leuk vonden. Maar misschien had hun enthousiasme ook wel enigszins te maken met de omstandigheid dat, zolang de meester zich uitsloofde, ze effe lekker niksend onderuit konden hangen.
Het kassucces in de bovenbouw was het verhaal ‘Rita Koeling’ uit de bundel ‘De hemelvaart van Massimo’ van Oek de Jong. Waanzinnig goed geschreven. Vond ik. Daar kon je alles wat je aan literatuuranalyse voor ze in de pijplijn had, op loslaten.
Later zullen de arme schapen wel ontdekt hebben dat de juweeltjes van mijn voorleeskeuze bepaald geen afspiegeling waren van het literaire aanbod.
Als ik nu af en toe langs m’n neus weg bij een 6 vwo’er informeer naar z’n mening over literatuur, hoor ik bijna altijd de verzuchting: SAAI!!
Vloggers doen het stukken beter.

Als voorleesvader avant la lettre hoorde ik op de Derde Dinsdag tijdens een fietstocht ter hoogte van het Naardermeer in m’n oortje het tenenkrommende leesbeurtje van onze koning.
Het schaamrood springt je spontaan naar de kaken.
Hij leert het nooit.
Na het jaarlijkse spreekbeurtje van z’n moeder dat in z’n chemisch gereinigde, kakkineuze Nederlands in ieder geval nog iets majesteitelijks had, moeten we het tegenwoordig doen met de uiterst middelmatig geproduceerde woordenbrij van WA. Iedere Koninklijke affiniteit is hem vreemd. Om over dictie maar helemaal niet te spreken. Geef hem een telefoonboek en het oplezen van de nummers zal zich er amper van onderscheiden.
En dan hoor ik in DWDD onze aan lager wal geraakte side kick Jan Mulder helemaal uit z’n plaat gaan over de voorleeskwaliteiten van onze zwaar getormenteerde vorst.
Ironie?
Ik heb het bij ‘Uitzending gemist’ voor de zekerheid nog even gecheckt. Maar de man leek het uiterst serieus te menen.

Een troonrede is natuurlijk geen ‘Meester van de zwarte molen’.
En al helemaal geen Bomans.
Nou is het door Rutte en z’n maten geproduceerde episteltje natuurlijk niet iets waar je ter plekke natte dromen van krijgt. Het stond zoals gewoonlijk bol van de kreupele gemeenplaatsen. Terugkerende clichés zonder kraak of smaak, in nét iets andere woorden verpakt dan vorig jaar.
Hou je vast:
Een baan hebben of werkloos zijn, maakt een groot verschil in het leven van de mensen (..)
Of deze dooddoener
De tendens van de laatste jaren is helaas dat de internationale instabiliteit toeneemt (..)
En anders wel dit absolute toppertje:
Ook in geopolitieke verhoudingen verandert er het nodige (..)

Menige Nederlander zal er ongetwijfeld een slapeloos nachtje aan hebben overgehouden.
Leve de koning!
Dan maar als de sodemieter die glazen koets in voor de rijtoer.
En later de balkonscene met Max.
Wuiven doet ie in ieder geval niet onverdienstelijk.

ramses

Bij de slotmanifestatie van het indrukwekkende Benefietgala ‘Geef deMess Cultureel Kapitaal’ in SPANT! Bussum, sloop er wat mij betreft toch weer dat verrekte twijfelmomentje in.
De totale euforie die zich van het theater meester maakte ten spijt.
Tekst kwijt.
En het ging toch waarachtig om slechts zeven woorden.

Nou heb ik over het algemeen (nog) weinig reden tot klagen over m’n geheugen.
De psalmversjes die wij op de gristullukke lagere school op maandagochtend om de beurt moesten opdreunen (voor een cijfer: één hapering een 9, twee keer mis betekende een 8, en was je drie keer de weg kwijt dan moest je ’s middags nablijven) zou ik voor het merendeel nog rimpelloos kunnen produceren. Op de HBS werden we geacht regelmatig een gedicht (uit het hoofd) voor te dragen. Ik heb er 55 jaar na dato nog een stuk of tien op m’n harde schijf staan. Inclusief de volledige 28 rampzalige regels van de Rey van Engelen uit Vondels Lucifer waarmee ik later in m’n studententijd met een forse slok op, te pas en te onpas, in een zwaar doorgesnoven gezelschap goeie sier maakte.
Mijn compleet grijs gedraaide LP’s van Toon Hermans hebben er voor gezorgd dat ik als 14-jarige zijn volledige shows, inclusief adempauzes (in het subtiele zwijgen was Toon een ware meester) tussen de schuifdeuren van mijn ouderlijk huis, vermoedelijk tot vervelens toe, ten beste gaf.
Toen ik ooit als knaapje ter gelegenheid van een knie-operatie in het Bussumse Majella ziekenhuis verzeilde heb ik er op kerstavond voor een gehoor van drie bij elkaar geveegde zalen (en in die tijd stelde zo’n zaal numeriek nog wat voor) een volledige voorstelling van bij elkaar geluld.
En ook bij de sectievergaderingen Nederlands op de Naardense scholengemeenschap Godelinde had ik vet profijt van dat selectieve geheugen. Die bijeenkomsten, beurtelings bij een van de collega’s thuis, eindigden onveranderlijk in wat je tegenwoordig een Sing Along noemt. Samen met collega cabaretier/ tekstschrijver en later radiomaker bij de TROS Sietze Dolstra joegen we de plaatselijke neerlandici tot in de kleine uurtjes keer op keer meedogenloos door een gevarieerd cabaretrepertoire.
Toon was (toen nog) onze favoriet.
En geef me de eerste regel van een conference van Wim Sonneveld en ik maak ‘m af waar je bij staat.
Met m’n eigen teksten had ik later stukken meer moeite. Maar dat kwam omdat die per voorstelling nogal ingrijpend veranderden. Dat krijg je met cabaret op maat. Wij speelden altijd premières.

Terug naar die Benefiet.
Met alle optredende artiesten op het toneel kwam het tot een ware apotheose via de massaal meegezongen evergreen van Ramses Shaffy:
Zing vecht huil bid lach werk en bewonder.
Hoe het komt? Geen idee.
Ik krijg ze nog altijd niet in de goeie volgorde uit m’n bek.