18193982_1119498124862854_7051832571978535147_n

Hoeveel keer had ze er als liefhebbende moeder niet alles wat ze aan empathie bezat ingestopt?
Die jaarlijkse rituele verplaatsing van de rotzooi ter gelegenheid van de verjaardag van Willy?

Met Gijs, haar eerste, was het allemaal nog nieuw.
En ook wel leuk eigenlijk.
Janine bezweek moeiteloos voor z’n staalblauwe kijkers en het verbale offensief dat al weken van te voren werd ingezet.
Al z’n vriendjes mochten van thuis.
En het had eerlijk gezegd ook wel wat. Je kind op z’n eigenste kleedje met koopwaar op het Naardense marktplein.
Niels installeerde hem er ’s morgens voor dag en dauw.
Samen met de andere vaders.
Had hun suv tenminste ook nog een functie.

Niet te kort wat er zo door het jaar heen aan overtollig en afgedankt spul naar de zolder verdwijnt.
Leve de consumptiemaatschappij.
En gewapend met een plastic bekertje koffie en een aarzelend eerste oranjebittertje samen met de andere jolige vaders en moeders een beetje toezicht houden was geen overbodige luxe.
Voor je het wist verhuisde je zuurverdiende haardroger of staafmixer voor een appel en een ei naar de iets te hongerige Oranje klandizie.

Met Pien, de tweede, was het ook nog wel te pruimen.
Meiden hebben weer een geheel eigen benadering van zo’n feestelijke Marktplaats.
Zelfgebakken taart.
Liters aangelengde limonadesiroop.
De keuken, waar ze met haar vriendinnen uitgebreid te keer ging was ieder jaar weer een slagveld.
En met haar dwarsfluit, hadden ze haar tenminste niet voor nop drie jaar lang naar les gejaagd, wist ze zo’n Koningsdag een extra dimensie te geven.
Gillend van de lach lieten ze na een paar uur de handel de handel en maakten eindeloze rondjes op de nooit of te nimmer weg te rammen stoomtrein.

Bij Tess kwam de klad er in.
Een nakomertje.
Een compromiskindje.
Maar wat heet compromis?
Kort na haar geboorte hield Niels het allemaal voor gezien en trok van de ene op de andere dag in bij Saskia. De bij nader inzien weinig principiële BOM-moeder van een vriendje van Gijs. De spijtoptant met wie Janine nota bene na af loop van haar eerste Koningsdag nog uitgebreid café Demmers was ingedoken om het samen met de andere pappa’s en mamma’s uitgebreid op een zuipen te zetten.

Met Niels was trouwens ook z’n Sport Utility Vehicle van het tuinpad verdwenen. Een uitermate vervelend detail.
Maar liefst vier keer was Janine op en neer gefietst om de opkomende tranen van verdriet bij Tess te deppen.

En daar stond ze dan.
Alleen.
En hopelijk voor de laatste keer.
Niels, Saskia en al die andere vrolijke ouders waren in geen velden of wegen te bespeuren.
Het was toch te hopen dat Tess in het kielzog van haar oudere broer en zus die al een paar jaar ‘die kinderachtige  vrijmarkt’  hadden ingeruild voor het betere amusement dat wat meer aansloot bij hun puberwensen, volgend jaar ook haar heil elders zou zoeken.

Om twee uur hield ze het voor gezien.
Geweldige zaken had dochterlief bepaald niet gedaan.
Die paar luizige euro’s, die ze al honderd keer had nageteld, lagen mijlenver onder haar iets te optimistische begroting.
De teleurstelling droop van haar gezichtje.
-Hierzo.
Janine pulkte een biljet van vijftig euro uit haar portemonnee.
En twee losse euro’s.
– Ga jij maar vast een lekker ijsje uitzoeken bij De Ster.
-Ik ruim dit wel even op.
-Kom er zo aan.

Met een resoluut gebaar trok ze de plaid met stukgelezen boekjes en overjarig speelgoed aan de vier punten omhoog en donderde de handel van haar dochter even later in de container achteraan het plein.
Restvuil.
Schluss ermee.

foto: Fred Blaas

het bankje3.jpg

Afbeelding  —  Geplaatst: 26 april 2017 in zorg, actualiteit, Naarden

20170423_124914.jpg

Ik schat nog een stief dagje en we kunnen  ons weer naar hartenlust ontdoen van ons volledig verantwoord gescheiden glas, plastic, chemie, gft, papier en restafval. De jongens van de  bestrating hebben de afronding van hun klusje nog net over het weekend weten heen te tillen. Maar dan heb je er straks ook wat voor.
De locatie is historisch volledig verantwoord. Maar liefst ZES megacontainers liet de royale GAD op de restanten van een Middeleeuwse gracht zakken. Deze week zag ik de fine fleur van onze archeologie koortsachtig in de bouwput graaien en fotograferen. Op zoek naar de laatste potscherven, schedelresten en andere ongein. Zo’n gracht fungeerde in oude tijden als afvalcontainer avant la lettre. Werkelijk alles waar men van af wilde werd er in geflikkerd. De penetrante odeur (vermengd met veengrond) had  na een paar eeuwen nog niets aan verwoestende kracht ingeboet.
Inderdaad, zes containers. Geen plaats voor fecaliën. Want nummertje zeven, de Dixi, uw partner voor toiletcabines, is slechts tijdelijk. Laten we ons wat dat betreft dus maar concentreren op de diarree aan Shanty koren die we op Koningsdag over ons heen krijgen.

15826096_1628654104104084_5848497811243564595_n

Meer dan vijftig jaar voordat het treurige fusiegedrocht Gooise Meren een feit werd, lieten wij ons er aan de Zwarteweg op de grens van Naarden en Bussum al sluipenderwijs naar toe masseren. Niet dat  het nou allemaal even soepel verliep. Toen er bijvoorbeeld eind jaren ’50 een schoorsteenbrandje uitbrak in mijn ouderlijk huis tegenover dit pandje, sloeg de algehele verwarring toe bij de plaatselijke brandweer. Het dichtstbijzijnde en meest voor de hand liggende putje van waaruit het verlossende bluswater opgepompt moest worden lag aan de overkant. Helaas: Naarden. Dat konden we dus wel schudden. Want ons huis viel onder Bussum. Het werd een barre zoektocht naar authentiek Bussums water. En het is dat het bij nader inzien een vrij onschuldig brandje bleek te zijn, anders was nummertje 51a intussen ongetwijfeld tot de grond toe afgefikt.

In het voorste deel van dit in overdadig groen verpakte twee-onder-een-kapje huisden de in Naarden en wijde omtrek zeer bekende Wil en Ruud van Zijtveld. Stichting Burgerzin. Jarenlang met een onstilbare honger naar promotie van onze vestingstad de initiators van onze niet te evenaren Sinterklaasoptocht. En vele andere lokale activiteiten.
Een riant optrekje kan het amper geweest zijn. Maar dat weerhield de jongelui er niet van om er in een paar jaar tijd een indrukwekkende optocht kinderen op de wereld te zetten. Wil, niet eens zo veel ouder dan wij, was de placebomoeder die ons, puberende jongens uit de buurt, als een vleesgeworden, begripvolle Lieve Lita met een enorme dosis empathie door de problematiek van die puberteit sleepte. Een materie waar onze ouders maar bar weinig oog voor hadden.
Vonden wij.

Na een aantal Amsterdamse jaren teruggekeerd naar deze contreien, zag ik Ruud tot m’n verbazing schitteren in de plaatselijke Naardense politiek. Namens de VVD. En dat terwijl ik er toch altijd nog heilig van overtuigd ben dat er achter het raam van die serre ooit een diep-rooie PvdA-poster schitterde. Af en toe loop ik ze nog wel eens tegen het lijf. Maar Ruud ontkent die switch in alle toonaarden. Ik meen me te herinneren dat hij in ieder geval wél degene was die bij onze schoorsteenbrand uiteindelijk het Bussumse putje wist te vinden.

In de andere helft van dit inmiddels van de aardbodem verdwenen pand, woonde de familie Thomassen. Over de vader, getrouwd met een Duitse, circuleerden bloedstollende maar ook weer vage verhalen over z’n heldhaftige bijdragen aan het verzet in de oorlog.  Het gesloten boek praatte er zelf nooit over. Zelfs  z’n zoon Herman, een altijd en eeuwig in het Lagieschkamp vissend knaapje van mijn leeftijd (later getrouwd met één van de fraaie dochters van A.C Koster, het opperhoofd van het onvergetelijke zwembad aan de Meerweg) kon je niks wijzer maken. Maar toch.

Even onze Naardense stadschroniqueur/allesweter Henk Schaftenaar geraaadpleegd: Thomassen, in verzetskringen bekend staand als Gerrit, zat in de groep van onder meer de verzetsheld Theo Dobbe en maakte zo deel uit van het stel dat uit de kazerne op bastion Oranje munitie stal. Werd gepakt al in 1941, zo uit mijn hoofd, zat in het Oranjehotel in Scheveningen gevangen en heeft de rest van de oorlog na veroordeling in Duitsland vastgezeten. Binnen die verzetsgroep was hij de man die sleutels maakte om binnen de kazerne Oranje de verschillende opslagplaatsen te kunnen openen. Het stel werd aan het begin van de zomer van 1941 gearresteerd. In het najaar volgden de rechtszaken. De organisatoren kregen de doodstraf. Specialisten er omheen kregen levenslang tot enkele tuchthuis voor alleen maar het jatten van helmen. Ik meen dat hij voor dat namaken van sleutels levenslang kreeg.

De voor ons jongens niet te peilen Thomassen dreef achter dit pandje een handel in tweedehands auto’s van het (Duitse) merk Opel. Hij moet over de nodige overredingskracht beschikt hebben want de hele buurt reed binnen de kortste keren in het merk. Wij ook. Had zo z’n eigen ideeën over  klantenbinding want er was regelmatig wat loos met die auto’s. Vloeken deed m’n ouwe heer (ouderling in de Spieghelkerk) die knarsetandend de tol betaalde voor het feit dat ie voor een dubbeltje op de eerste rang zat natuurlijk niet. Maar ik heb hem ‘die scharrelaar’ wat horen verwensen als ie zich met z’n zoveelste lekke carburateur of ander ongerief meldde bij de schuur van Thomassen. Die er het gros van de tijd schitterde door afwezigheid. Altijd en route.

Er was daar nog een zoon. De ontroerende Hans. Een aantal jaren ouder dan wij. Vroeger noemden we zo iemand gewoon mongool. Maar in de eigentijdse cultus van veranderende naamgevingen bezigen we liever het  wetenschappelijk meer verantwoorde eufemisme  ‘syndroom van Down’.
Hans was een muziekliefhebber. En wat voor eentje. Plaatsjes draaien was z’n lust en z’n leven. Als je tussen het paaltjesvoetbal en onze buurtwielerwedstrijden, waarvoor z’n motoriek ontoereikend was, bij hem aanschoof lulde hij de oren van je kop. Bij wijze van spreken dan. Want het repertoire van Hans kende slechts monosyllabische zinnen. Bij alles wat je te berde bracht, reageerde hij onveranderlijk met: ‘Waarom Frans, waarom?’ Vermoedelijk was hij veel intensiever met de zin van het leven bezig dan wij met onze triviale Elvis, Fats Domino en de Chris Barber jazzband.
Hans sleet z’n dagen als hulpje van Henk Honing op de groentekar van Lookman, die z’n nering had aan de Verlengde Fortlaan. En hoewel kleine kinderen doorgaans niet zo goed wisten wat ze met hem aan moesten was hij in de wijde omtrek een geliefde verschijning.

Onlangs legde ik de hand op een digitale versie van een liedje dat Sietze Dolstra, mijn zeer veelzijdige en helaas te vroeg overleden partner in crime als docent Nederlands op de Godelinde SG, ooit schreef op Hans.
Het is ‘m. Helemaal.
Dubbele nostalgie dus.

 

Het lovenswaardige voorstel van Naarder Jelmer Kruyt mbt het parkeerverbod bij de Uut heeft het niet gehaald in de gemeenteraad Gooise Meren. Wethouder Van Meerten ‘wil het parkeren integraal bekijken als onderdeel van een parkeervisie voor de hele vesting en niet als los onderdeel. Als we nu een verbod instellen, krijg je met name een verplaatsing van het probleem. ‘
Hoe mistig wil je het overbekende ambtenarengereutel hebben waarmee we weer eens het bos ingestuurd worden?
Als 1 van de 150 deelnemers aan de Facebook-poll van Kruyt (waarvan de uitslag niets aan duidelijkheid te wensen overliet) mocht ik nog even de illusie koesteren dat zoiets best wel even democratisch geregeld kon worden.
Nee dus.
Het zal ze in Muiden en Bussum weliswaar aan hun reet roesten dat wij ons druk maken over zoiets als een historisch Naardens plein. Maar een fluïde regent die wegdrijft uit haar eigen bloedgroep is natuurlijk andere soep.
Dat er tijdens de zaterdagmarkt bij de Uut en de Gele Loods geparkeerd wordt, is het ergste niet. Maar ligt er doordeweeks  op Nieuw Molen niet een zee van ruimte op 5 minuten loopafstand?
Gemeenteambtenaren en werknemers van de LINDA metselen dagelijks het Promersplein dicht. Wat die ambtenaren betreft zal dat zo’n vaart niet lopen. Die drie man en een paardenkop die op het Stadskantoor, zo lang als het duurt, hun beleidsstukken zitten weg te tikken zijn het grootste probleem niet. Onze nieuwe burgemeester geeft trouwens het goede voorbeeld. Ik kom hem regelmatig tegen als hij op de fiets naar de Raadhuisstraat peddelt.
En volgens geruchten heeft de LINDA, die inderdaad uit haar voegen barst, plannen om haar heil elders te zoeken. Ik hoor Bensdorp Bussum rondzoemen.
Nou hebben we zo’n aardig Ruijsdaelplein gekregen.
De ellende was helemaal niet te overzien geweest als die onzalige verplaatsing van het Vestingmuseum niet afgeblazen was.
Autovrij graag!

En ook bij dat verrekte ‘harmoniseren van het parkeerbeleid in alle drie de kernen van Gooise Meren’ (ieder met een eigen historie) grijp ik vertwijfeld naar de maagzuurremmers.

ikb45

Er sluipen wel eens dagen door mijn medialandschap waarop ik vertwijfeld het liefst naar de pil van Drion zou willen grijpen. Zo die al bestaat natuurlijk. Decennia lang zat ik kennelijk te pitten bij ontwikkelingen in de kunst die er toe deden. Die met de beste wil van de wereld maar niet wilden landen in mijn ontoereikende denkraam.
Totale verwarring dus.

DWDD van maandag. Een van de weinige babbelprogramma’s die ik als het enigszins kan niet oversla. Dat de razendsnelle Matthijs omstreeks etenstijd z’n verbale diarree op ons loslaat maakt dat trouwens wel zo makkelijk. Vorige week woensdag nog was er alle reden tot gepaste vrolijkheid. In een aflevering waarin de niet van het beeldscherm  te rammen pensionado Mart Smeets voor de zoveelste keer meer dan uitgebreid z’n zoveelste wereldvreemde basketbalverhaaltje mocht afdraaien dat zelfs voor  een pur sang sportliefhebber als ik een brug of wat te ver gaat, ging er nog veel meer mis. Een jongen met een gitaar was na twee regels de tekst van z’n chanson kwijt. Jongens met gitaren zingen doorgaans met een geplaagde gelaatsuitdrukking alsof ze stevig in hun broek gescheten hebben. Toppertje in dit genre is Huub van der Lubbe (de Dijk).  En ook dit knaapje trok alles uit de kast om dat beeld te bevestigen. M’n favoriet Nico Dijkshoorn was hier dusdanig van in de war dat hij even later in z’n gesproken column de aanwezige Oranjeprins Constantijn voor een prinses versleet. Wat dat betreft is er ook altijd gezeik met die Oranjes.
Moet allemaal kunnen.
Tot zo ver kan ik het allemaal nog wel een beetje plaatsen.
Maar dat ging gisteravond helemaal mis.

Jasper, de zoveelste good-looking telg uit de Krabbé-dynastie mocht onder groot enthousiasme van Matthijs helemaal los gaan op de kunstenaar Yves Klein die iets met de gepatenteerde kleur blauw  gehad schijnt te hebben. De opa van Jasper, de kunstenaar Maarten Krabbé liep ik midden jaren ’60  tijdens een stageperiode  op een mavo in Amsterdam tegen het lijf . Was een absolute vernieuwer in het tekenonderwijs voor kinderen. Kon er wat mij betreft onvergetelijk over vertellen. Via de onafscheidelijke soulmate van wijlen  onze sjoemelprins Bernhard, pappa Jeroen, die ik straks bijzonder graag als spreker zie optreden bij m’n uitvaart, komen we dan uit bij die Jasper.
Als kenners over beeldende kunst spreken, zwijgt de leek in alle talen.
In diezelfde jaren ’60 hadden we ooit op zondagavond ene Pierre Jansen. Deze broodmagere magiër slaagde er op wonderbaarlijke wijze in om ons gezin dat qua kunst moeiteloos tot de barbaren gerekend kon worden, een half uur lang aan de beeldbuis te kluisteren.
Kunst voor arbeiders verklaard.
De welbespraakte, gepassioneerde Jasper kan er ook wat van. Performance als kunst. Vrouwen inzetten als levend penseel. Het immateriële gebruiken om een schilderij te maken. Ik kon het allemaal nog net volgen.
Maar bij het exposé over de kleur blauw (‘die je eigenlijk alleen in het écht kan ervaren’) haakte ik af. Evenals trouwens de Turks-Nederlandse tafeldame Fidan Ekiz  en adhd-cabaretier Jochem Myjer. (Heeft die jongen z’n naam veranderd?)

In het op DWDD aansluitende reclameblokje van de STER belandde ik weer met beide benen op de grond. Twee paar rimpelige bejaardenbillen stortten zich, gesponsord door telefoongigant Ben, na een overmoedig en link aanloopje van een steigertje in de plons.
Het immateriële op listige wijze gebruikt voor een commercieel spotje.
Ook kunst.

verbindenhttps://www.facebook.com/Cultuurcentrum-De-Mess-Naarden-1816025408422988/