Archief voor de ‘cultuur’ Categorie

18766085_10209836048126397_5946578941781042705_nToch sneu voor m’n opa zaliger Frans Kroeze dat Concordia van de r.k. Militairen Vereeniging voor hem omstreeks 1914 vermoedelijk geen haalbare zaak was.
Opa was als onderofficier gelegerd in Naarden. En behoorlijk Nederlands Hervormd. De bokken en de geiten werden, zeker in die tijd, zorgvuldig gescheiden. Het is voor hem te hopen dat er in de vesting een calvinistisch equivalent voorhanden was.
In mijn eigen diensttijd, eind jaren ’60, in ieder geval wel.
Hoewel, de klad kwam er al aardig in.
Wij hadden voor onze geestelijke verzorging de keus tussen het PMT (protestants militair tehuis) en het KMT (katholiek militair tehuis). De humanistische zielenherder scharrelde daar zo’n beetje tussendoor. Gezien mijn opvoeding was ik rücksichtslos ingedeeld bij de protestanten (ik ben nota bene in m’n jeugd nog met een collectebus voor het PMT de straat op gestuurd).
Je zorgde er natuurlijk wel voor je portie geestelijke verzorging mee te pikken. Want in die uurtjes was je vrijgesteld van uiterst gewichtige militaire taken. Ik ging (toen al) voor de humanist die zetelde in het KMT, waar bovendien het biljart stukken beter liep.
En dat telt als je opgaat voor je nummer.

Concordia (de godin van de eendracht) Naarden dus.
Hemelsbreed vijftig meter van mijn huidige vestingwoning.
Op mijn bridgeclubje beoefende ik er ooit het spel van de duivel.
Jarenlang huisde de goddeloze Catherine Keyl er.
Het zijn barre tijden.

feenstra

Dat kleurige flyertje van hem viel al een keer of wat op de mat van mijn vestingwoning. En aangezien ik wat te vieren had (nee, aan verjaardagen doe ik niet) dus maar even buurten op  de Raadhuisstraat.
Jan Feenstra dus.

Voordat ik me te buiten zou gaan aan een woest dagje  op het Markermeer lagen er namelijk een paar mogelijke drempels die wel even geslecht dienden te worden.
Hoe zat het eigenlijk met de groepsgrootte die Jan kan behappen?
Op m’n eigen pieremachochel die in jachthaven Muiderzand al weken kommervol ligt te wachten op de opening van het zeilseizoen kan ik er hooguit zes kwijt. Na zorgvuldige selectie was ik tot een uitgelezen gezelschap van  zo’n twintig man gekomen.
Jan adverteert voor groepen van twaalf.
Er viel over te onderhandelen. Twaalf blijkt gebaseerd op het aantal beschikbare slaapplaatsen. En als er iets is wat ik met dat zooitje ongeregeld van mij buitengaats  in ieder geval niet moet doen, dan is het wel slapen. Daar komt alleen maar gedonder van, heeft de geschiedenis ruimschoots bewezen. Slapen in zo’n ambiance met een schipper die z’n domicilie heeft in Divorced City is de goden verzoeken.
Toch?

En nu we het tóch over de goden hadden dan meteen maar even het tweede pijnpuntje.
De naam van de boot.
Eben Haëzer.
Met een streng reformatorische opvoeding achter de kiezen heb ik nog steeds sterke associaties met de aloude profeet Samuel.
‘De steen des Aanstoots’.
‘Tot hiertoe heeft de Heere Heere ons geholpen’.
Van die dingen.

De naam ook van een kerkgenootschap dat er prat op gaat dat iedereen in de hemel komt. Mochten we onverhoopt ter hoogte van het Paard van Marken schipbreuk lijden dan is die hemel wel zo ongeveer het laatste wat ik mijn overwegend agnostische gezelschap zou willen aandoen.
Als er ergens gevloekt wordt als een bootwerker, dan toch wel in de zeilbranche. Je hoeft bij een scherpe  ‘overstag’ maar één keer een fokkenschoot uit je poten te laten schieten of je krijgt van de schipper een liederlijk godsoordeel over je uitgestort.
Mocht Jan écht zo zuiver in de leer zijn dan wil ik geen steen des aanstoots voor hem vormen met mijn kompanen die verbaal van wanten weten. Daar zit geen woord ‘tale Kanaäns’ bij.
Hij wist me in alle opzichten gerust te stellen.
Van een Groninger tjalk uit 1901 verander je de naam niet meer.

Godskolere (..), wat was het koud op die 7 mei.
Daar viel voor Jan met z’n vlammetjes en kroketten  niet tegen op te frituren.

minder

Grote verontrusting op de drukbezochte Facebooksite Naardenezen.
Een besloten groep met 2327 leden.
Dat is een keus.
De zorgvuldig over ons zielenheil wakende beheerders Constanze en Frits dringen met klem aan beslist geen mensen uit te nodigen die helemaal niks met Naarden hebben.
Reinigingsrituelen. En goedbeschouwd behoorlijk geestig ook. Want wat immers moeten we ons voorstellen bij dat niksige niks? Wat heb je hier dan eigenlijk te zoeken met je niks?
Dagelijks haasten velen zich naar de historische Vleeschpotten van Henk Schaftenaar, Herman Blüm, André Leijenhorst, Frans de Gooijer, Frits Klijnstra e.v.a.
Gewoon, omdat die vaak interessant materiaal aandragen over ons roemruchte verleden.
Geschiedenis is straks iets van vroeger.
En dan nemen ze de regelmatig uitstekende, maar soms ook deerniswekkende (‘wat een geweldige foto!’) kiekjes, en niet te vergeten, die eindeloze optocht kerktorentjes, wel op de koop toe.
Een nogal incestueuze kraaien-invalshoek die de vermaledijde Fremdkörper zorgvuldig buiten de deur houdt.
En dat is jammer.
Er schijnt inderhaast een werkgroepje in het leven geroepen te zijn dat zich gaat buigen over een draconisch balloterende geloofsbelijdenis in aangepaste vorm die iedere potentiële bezoeker met hart en ziel dient te onderschrijven.

Web201705

Wien Naerder bloed door d’aderen vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor stad en  poorters gloeit,
Verheff’ den zang als wij:
Hij stell’ met ons, vereend van zin,
Godsklere, what the fuck
Dit welgevallig feestlied in
Voor vestingstadgeluk

graasmaaier.jpg

Voor de katholieken is het de dag van de heilige St. Joseph. Maar of het bij die papen nou wemelt van de socialisten, communisten en anarchisten waag ik te betwijfelen. Hier in Naarden moet je ‘dat linkse tuig’ vermoedelijk al helemaal met een lantaarntje zoeken.
Dag van de Arbeid dus. In Amsterdam, ooit een rood bolwerk, betekent 1 mei voor wie bij de gemeente werkt een vrije dag.
Maar wij buffelen in Gooise Meren gewoon door.
En als er dan toch in het zweet des aanschijns geploeterd wordt dan leg je dat als een van de laatst overgebleven sociaal-democraten in onze vestingstad natuurlijk voor het nageslacht maar even vast op de gevoelige plaat.
De diep-rooie AJC is weliswaar van voor mijn tijd maar wat let ons om de vestingwallen achter m’n woning bij wijze van eerbetoon aan de arbeidersnostalgie voor een dag om te dopen tot Paasheuvel?
Vuile handen zijn er trouwens al lang niet meer bij.
Het gele gevaarte, de grasmaaier Spirit, trekt aangestuurd door de afstandsbediening van Jan geheel ARBO-verantwoord z’n baantjes op en neer tegen de flanken van mijn Paasheuvel.
De Internationale denk ik er wel bij.

18193982_1119498124862854_7051832571978535147_n

Hoeveel keer had ze er als liefhebbende moeder niet alles wat ze aan empathie bezat ingestopt?
Die jaarlijkse rituele verplaatsing van de rotzooi ter gelegenheid van de verjaardag van Willy?

Met Gijs, haar eerste, was het allemaal nog nieuw.
En ook wel leuk eigenlijk.
Janine bezweek moeiteloos voor z’n staalblauwe kijkers en het verbale offensief dat al weken van te voren werd ingezet.
Al z’n vriendjes mochten van thuis.
En het had eerlijk gezegd ook wel wat. Je kind op z’n eigenste kleedje met koopwaar op het Naardense marktplein.
Niels installeerde hem er ’s morgens voor dag en dauw.
Samen met de andere vaders.
Had hun suv tenminste ook nog een functie.

Niet te kort wat er zo door het jaar heen aan overtollig en afgedankt spul naar de zolder verdwijnt.
Leve de consumptiemaatschappij.
En gewapend met een plastic bekertje koffie en een aarzelend eerste oranjebittertje samen met de andere jolige vaders en moeders een beetje toezicht houden was geen overbodige luxe.
Voor je het wist verhuisde je zuurverdiende haardroger of staafmixer voor een appel en een ei naar de iets te hongerige Oranje klandizie.

Met Pien, de tweede, was het ook nog wel te pruimen.
Meiden hebben weer een geheel eigen benadering van zo’n feestelijke Marktplaats.
Zelfgebakken taart.
Liters aangelengde limonadesiroop.
De keuken, waar ze met haar vriendinnen uitgebreid te keer ging was ieder jaar weer een slagveld.
En met haar dwarsfluit, hadden ze haar tenminste niet voor nop drie jaar lang naar les gejaagd, wist ze zo’n Koningsdag een extra dimensie te geven.
Gillend van de lach lieten ze na een paar uur de handel de handel en maakten eindeloze rondjes op de nooit of te nimmer weg te rammen stoomtrein.

Bij Tess kwam de klad er in.
Een nakomertje.
Een compromiskindje.
Maar wat heet compromis?
Kort na haar geboorte hield Niels het allemaal voor gezien en trok van de ene op de andere dag in bij Saskia. De bij nader inzien weinig principiële BOM-moeder van een vriendje van Gijs. De spijtoptant met wie Janine nota bene na af loop van haar eerste Koningsdag nog uitgebreid café Demmers was ingedoken om het samen met de andere pappa’s en mamma’s uitgebreid op een zuipen te zetten.

Met Niels was trouwens ook z’n Sport Utility Vehicle van het tuinpad verdwenen. Een uitermate vervelend detail.
Maar liefst vier keer was Janine op en neer gefietst om de opkomende tranen van verdriet bij Tess te deppen.

En daar stond ze dan.
Alleen.
En hopelijk voor de laatste keer.
Niels, Saskia en al die andere vrolijke ouders waren in geen velden of wegen te bespeuren.
Het was toch te hopen dat Tess in het kielzog van haar oudere broer en zus die al een paar jaar ‘die kinderachtige  vrijmarkt’  hadden ingeruild voor het betere amusement dat wat meer aansloot bij hun puberwensen, volgend jaar ook haar heil elders zou zoeken.

Om twee uur hield ze het voor gezien.
Geweldige zaken had dochterlief bepaald niet gedaan.
Die paar luizige euro’s, die ze al honderd keer had nageteld, lagen mijlenver onder haar iets te optimistische begroting.
De teleurstelling droop van haar gezichtje.
-Hierzo.
Janine pulkte een biljet van vijftig euro uit haar portemonnee.
En twee losse euro’s.
– Ga jij maar vast een lekker ijsje uitzoeken bij De Ster.
-Ik ruim dit wel even op.
-Kom er zo aan.

Met een resoluut gebaar trok ze de plaid met stukgelezen boekjes en overjarig speelgoed aan de vier punten omhoog en donderde de handel van haar dochter even later in de container achteraan het plein.
Restvuil.
Schluss ermee.

foto: Fred Blaas

De Naarling 2

Het lovenswaardige voorstel van Naarder Jelmer Kruyt mbt het parkeerverbod bij de Uut heeft het niet gehaald in de gemeenteraad Gooise Meren. Wethouder Van Meerten ‘wil het parkeren integraal bekijken als onderdeel van een parkeervisie voor de hele vesting en niet als los onderdeel. Als we nu een verbod instellen, krijg je met name een verplaatsing van het probleem. ‘
Hoe mistig wil je het overbekende ambtenarengereutel hebben waarmee we weer eens het bos ingestuurd worden?
Als 1 van de 150 deelnemers aan de Facebook-poll van Kruyt (waarvan de uitslag niets aan duidelijkheid te wensen overliet) mocht ik nog even de illusie koesteren dat zoiets best wel even democratisch geregeld kon worden.
Nee dus.
Het zal ze in Muiden en Bussum weliswaar aan hun reet roesten dat wij ons druk maken over zoiets als een historisch Naardens plein. Maar een fluïde regent die wegdrijft uit haar eigen bloedgroep is natuurlijk andere soep.
Dat er tijdens de zaterdagmarkt bij de Uut en de Gele Loods geparkeerd wordt, is het ergste niet. Maar ligt er doordeweeks  op Nieuw Molen niet een zee van ruimte op 5 minuten loopafstand?
Gemeenteambtenaren en werknemers van de LINDA metselen dagelijks het Promersplein dicht. Wat die ambtenaren betreft zal dat zo’n vaart niet lopen. Die drie man en een paardenkop die op het Stadskantoor, zo lang als het duurt, hun beleidsstukken zitten weg te tikken zijn het grootste probleem niet. Onze nieuwe burgemeester geeft trouwens het goede voorbeeld. Ik kom hem regelmatig tegen als hij op de fiets naar de Raadhuisstraat peddelt.
En volgens geruchten heeft de LINDA, die inderdaad uit haar voegen barst, plannen om haar heil elders te zoeken. Ik hoor Bensdorp Bussum rondzoemen.
Nou hebben we zo’n aardig Ruijsdaelplein gekregen.
De ellende was helemaal niet te overzien geweest als die onzalige verplaatsing van het Vestingmuseum niet afgeblazen was.
Autovrij graag!

En ook bij dat verrekte ‘harmoniseren van het parkeerbeleid in alle drie de kernen van Gooise Meren’ (ieder met een eigen historie) grijp ik vertwijfeld naar de maagzuurremmers.

ikb45

Er sluipen wel eens dagen door mijn medialandschap waarop ik vertwijfeld het liefst naar de pil van Drion zou willen grijpen. Zo die al bestaat natuurlijk. Decennia lang zat ik kennelijk te pitten bij ontwikkelingen in de kunst die er toe deden. Die met de beste wil van de wereld maar niet wilden landen in mijn ontoereikende denkraam.
Totale verwarring dus.

DWDD van maandag. Een van de weinige babbelprogramma’s die ik als het enigszins kan niet oversla. Dat de razendsnelle Matthijs omstreeks etenstijd z’n verbale diarree op ons loslaat maakt dat trouwens wel zo makkelijk. Vorige week woensdag nog was er alle reden tot gepaste vrolijkheid. In een aflevering waarin de niet van het beeldscherm  te rammen pensionado Mart Smeets voor de zoveelste keer meer dan uitgebreid z’n zoveelste wereldvreemde basketbalverhaaltje mocht afdraaien dat zelfs voor  een pur sang sportliefhebber als ik een brug of wat te ver gaat, ging er nog veel meer mis. Een jongen met een gitaar was na twee regels de tekst van z’n chanson kwijt. Jongens met gitaren zingen doorgaans met een geplaagde gelaatsuitdrukking alsof ze stevig in hun broek gescheten hebben. Toppertje in dit genre is Huub van der Lubbe (de Dijk).  En ook dit knaapje trok alles uit de kast om dat beeld te bevestigen. M’n favoriet Nico Dijkshoorn was hier dusdanig van in de war dat hij even later in z’n gesproken column de aanwezige Oranjeprins Constantijn voor een prinses versleet. Wat dat betreft is er ook altijd gezeik met die Oranjes.
Moet allemaal kunnen.
Tot zo ver kan ik het allemaal nog wel een beetje plaatsen.
Maar dat ging gisteravond helemaal mis.

Jasper, de zoveelste good-looking telg uit de Krabbé-dynastie mocht onder groot enthousiasme van Matthijs helemaal los gaan op de kunstenaar Yves Klein die iets met de gepatenteerde kleur blauw  gehad schijnt te hebben. De opa van Jasper, de kunstenaar Maarten Krabbé liep ik midden jaren ’60  tijdens een stageperiode  op een mavo in Amsterdam tegen het lijf . Was een absolute vernieuwer in het tekenonderwijs voor kinderen. Kon er wat mij betreft onvergetelijk over vertellen. Via de onafscheidelijke soulmate van wijlen  onze sjoemelprins Bernhard, pappa Jeroen, die ik straks bijzonder graag als spreker zie optreden bij m’n uitvaart, komen we dan uit bij die Jasper.
Als kenners over beeldende kunst spreken, zwijgt de leek in alle talen.
In diezelfde jaren ’60 hadden we ooit op zondagavond ene Pierre Jansen. Deze broodmagere magiër slaagde er op wonderbaarlijke wijze in om ons gezin dat qua kunst moeiteloos tot de barbaren gerekend kon worden, een half uur lang aan de beeldbuis te kluisteren.
Kunst voor arbeiders verklaard.
De welbespraakte, gepassioneerde Jasper kan er ook wat van. Performance als kunst. Vrouwen inzetten als levend penseel. Het immateriële gebruiken om een schilderij te maken. Ik kon het allemaal nog net volgen.
Maar bij het exposé over de kleur blauw (‘die je eigenlijk alleen in het écht kan ervaren’) haakte ik af. Evenals trouwens de Turks-Nederlandse tafeldame Fidan Ekiz  en adhd-cabaretier Jochem Myjer. (Heeft die jongen z’n naam veranderd?)

In het op DWDD aansluitende reclameblokje van de STER belandde ik weer met beide benen op de grond. Twee paar rimpelige bejaardenbillen stortten zich, gesponsord door telefoongigant Ben, na een overmoedig en link aanloopje van een steigertje in de plons.
Het immateriële op listige wijze gebruikt voor een commercieel spotje.
Ook kunst.