Archief voor de ‘gezondheid’ Categorie

SONY DSC

Onlangs stoomde ik welgemoed op naar de kassa van m’n Naardense grootgrutter met een karretje dat bij nader inzien voor een deel gevuld bleek met artikelen waarvan ik het in de verste verte niet in m’n hersens zou halen om ze te scoren. Bietjes, worteltjes en, godbetert, doperwten stonden echt niet op m’n virtuele playlist.
Ergens in die goddelijke toko moet ik overgeschakeld zijn op de vierwieler van een dame (het zijn nog steeds overwegend dames die de onvermijdelijke fourage voor hun rekening nemen) die nu ongetwijfeld radeloos op zoek was naar haar treurigheid in mijn winkelwagentje die ik echt niet ging afrekenen. De kassajuffrouw had er alle begrip voor.
Het stemde evenwel tot nadenken. Een incident?

Als je qua leeftijd sluipenderwijs de zorgzone begint te naderen, is het zaak de vinger aan de pols te houden. M’n moeder zaliger immers verruilde toen ze een paar jaar verder was dan ik nu, haar dagelijkse helderheid en overzichtelijkheid voor een steeds dikker wordende mist. Het leidde uiteindelijk tot opname in het tranendal van een (overigens voortreffelijk) tehuis waar ze haar laatste jaren sleet in een huiskamer te midden van lispelende lotgenoten die stuk voor stuk driftig bezig waren de weg volledig kwijt te raken.
Haar ondoordringbare  mist was trouwens het grootste probleem niet.
Nee, het onverteerbare schemergebied met bijbehorende kwetsbaarheid dat er aan voorafging brachten me bij de regelmatige bezoekjes in opperste verwarring.
Ik heb haar genen.

Sommige leeftijdgenoten maken er nu al ronduit een potje van.
In Amerika hees men een ziekelijk narcistische volidiote klimaatonbenul (een half jaar jonger dan ik) op het presidentiële schild die met z’n comateuze apocalyptische wartaal vrijwel dagelijks een onverdraaglijk reukspoor van verwarring weet achter te laten.
Kanniewaarwezen.
Dandy/strafpleiter/dwarsligger/FvD-kopstuk Theo Hiddema, een jaartje ouder, is samen met z’n compaan Thierry het rechtpopulistische paardenmiddel tegen homeopatische verdunning van Nederland.
Een lichtpuntje daarentegen zijn de Rolling Stones die na een liederlijk leven van spuiten en slikken nog steeds volle zalen trekken met hun rollatorrock.
En wat te zeggen van zo’n 74-jarige onderkoning van Nederland die na een paar maanden van malaise van stal wordt gehaald om een beetje fatsoenlijk regeringsploegje in elkaar te timmeren?
Dat dan weer wel.

Het voordeel van dement zijn is weliswaar dat je probleemloos je eigen paaseieren kunt verstoppen maar zulk vertier duw ik met alle liefde nog een tijdje voor me uit.
Wat mijn fysieke welzijn betreft heb zo m’n simpele dagelijkse checkmomentjes. Zo stap ik moeiteloos balancerend op één been nog vlotjes in m’n broeken. Muurbeugels in de inloopdouche liggen nog ver achter m’n horizon. Incontinentieluiers? Ik haal m’n neus er voor op.
Op de tennisbaan verbeeld ik me twee keer in de week dat ik nog als een jonge god in mijn ouwelullenpotjes over het gemalen baksteen snel. Ik koester die illusie. Dat ik op eerste pinksterdag op m’n Giant OCR Compact Road op één bidonnetje en vier mueslirepen (ik heb de gloeiende pest aan afstappen) die 150 kilometer Markerwaard in zes uur wegtrapte vind ik op zich nog niet eens zo’n prestatie. Dat ik twee dagen later zonder een centje pijn alle gepasseerde dorpen langs de boorden van het voormalige IJsselmeer nog kan oplepelen, stemt tot tevredenheid.
En die 52 bridgekaarten heb ik ook nog volledig onder controle.
Evenals m’n pincode.

Maar waarom verslond ik zo obsessief die met veel humor geschreven verpleeghuisboeken (Zolang er leven is, Pogingen om iets van het leven te maken) van Hendrik Groen?
En leg me eens uit waarom ik na  Ma als een speer door  Ach, Moedertje, de gevoelvolle kost van zorgactivist Hugo Borst heen dender?
Verkenning van m’n voorland?
Ik ga toch maar eens maatregelen nemen om de onafwendbare ontluistering voor te zijn.

limes.jpg

Het wrakkige muurtje langs het schaduwrijke terras van de Naardense horeca-gigant Limes benadrukte nog eens extra de jongste tragische ontwikkelingen in de carrière van de onfortuinlijke Jan-Kees.
Op vrijdagmiddag had hij er zijn toevlucht gezocht in het gezelschap van z’n soulmate Philip.
Al vanaf de basisschool onafscheidelijk.
Hoewel?
Het had een haartje gescheeld of de Cito-toets had daar abrupt een stokje voor gestoken. Philip denderde  aan het eind van groep 8 spelenderwijs naar een vwo-advies.
Het Willem dus.
Voor Jan-Kees restte met z’n schamele score niets anders dan de mavo. De meest ondergewaardeerde onderwijsvorm van weleer waar het Jeugdjournaal deze week zo lullig over deed.
Om het leed nog enigszins te verzachten werd er tactvol nog wel wat geschermd met een mogelijk havo-perspectief.
Maar toch.
Een Salomonsoordeel dat voor z’n ouders amper te verkopen was tegenover de buren in het Rembrandtkwartier. De habitat van academisch gevormd Naarden.  In de Naardense Schilderswijk doet  de aanstormende  jeugd het doorgaans niet voor minder dan vwo of gymnasium. Alle reden voor de vader van Jan-Kees om zich na dit teleurstellende advies onverwijld te melden voor een verhelderend oudergesprekje.
Geheel tegen z’n gewoonte trouwens.
Acht jaar lang had hij (druk druk druk) die honneurs overgelaten aan z’n eega. Maar als het water tot de lippen staat, en daarvan was nu toch echt wel sprake, weet een toegewijde vader in het belang van z’n hevig miskende zoon wat hem te doen staat.
Al z’n charmes en verbale vaardigheden gooide hij in de strijd
Alle respect uiteraard voor de competentie van het onderwijzend personeel, voornamelijk juffen, dat hem zonder kleerscheuren door de basisschool geloodst had. Maar hier gingen ze toch echt in de fout. Iedere boerenlul voelde toch op z’n klompen aan dat we met Jan-Kees te maken hadden met een onversneden vwo-er?
De verantwoordelijke juf kon dan wel tegensputteren door te wijzen op de nauwelijks te negeren conclusies van hun uiterst betrouwbare leerlingvolgsysteem, paps was niet te vermurwen.
Dus vanaf het nieuwe schooljaar zat zoonlief in een havo/vwo brugklas.
Samen met Philip.

Spiekend en anderszins gênant frauderend had ie z’n verblijf in het kielzog van Philip met kunst en vliegwerk nog tot 3 vwo  weten te rekken maar toen was het voltallige docentencorps onverbiddelijk.
Doek.
Hij mocht het bij godsgratie nog op de havo proberen.

Hun gemeenschappelijke minuten brachten ze voortaan slechts in de lunchpauzes door.
En op de hockeyclub.
De Gooische.
In de donkerblauwe wedstrijdpantalon van het kakkersgenootschap ontwikkelde Jan-Kees zich tot een kanjer die het weldra schopte tot de hoogste regionen van de jeugdafdeling. Tenminste nog één terrein waarop hij z’n vriend overtrof, die anoniem z’n balletjes sloeg in één van de wat minder aansprekende teams.
Het prestige dat hij met z’n sportieve heldendaden verwierf was indrukwekkend. Zeker ook bij de blonde paardenstaartjes met hun onafscheidelijke ‘kinderenvoorkinderen-tongval’.

Maar op het Willem hadden ze daar niet zo’n boodschap aan.
Daar golden andere wetten.
Over de laatste twee klassen van de havo, met pretpakket, deed hij vier jaar. Niet in de laatste plaats tot z’n eigen verbazing afgerond met een heus diploma.
Het resultaat van een optocht peperdure huiswerkcursussen en bijlessen voor de meest kritische vakken.
En dat waren er heel wat.

En ook voor de daaropvolgende HEAO nam hij ruim de tijd.
Toen ie uiteindelijk z’n felbegeerde diploma mocht afhalen, had Philip intussen maar liefst twee bepaald niet kinderachtige academische studies tegelijk afgerond.
Econometrie en theoretische natuurkunde.
En behoorlijk op streek naar een glanzende carrière.
De vriendschap had er niet onder geleden.

Middels intensief lobby- en masseerwerk van pa die stikte in z’n Old Boys netwerkjes, werd hij geparkeerd bij Ernst&Young.
Accountmanager. Een functie die stukken indrukwekkender klonk dan wat Jan-Kees er van bakte. In z’n volledige schoolloopbaan had ie bij voortduring zwaar tegen z’n plafond moeten aanbuffelen.
Maar  de accountancy vroeg van hem skills waarmee hij er dwars door heen zou moeten. Resultaat: in no time twee gigantische burn-outs waarmee hij evenzoveel jaren veroordeeld was tot eindeloze sessies ongeïnspireerd gamen en televisiekijken op de lederen bank in de halve villa met tophypotheek.

SONY DSC

‘Boer zoekt Vrouw’ was peanuts vergeleken bij z’n eigen uitzichtloze zoektocht.
Het hockeyprestige was al lang en breed verbleekt. En één van de paardenstaartjes met wie hij inmiddels al twee koters op de wereld had gezet begon onrustbarende tekenen van algeheel ongenoegen te vertonen.
Had ze op het verkeerde paard gewed?

Nadat hij voorzien van de nodige psychische littekens bij z’n baas terugkeerde, miste hij in drie opeenvolgende jaren glorieus z’n targets voor de Finance-boer. Waarna het snel gebeurd was.
Jan-Kees@3xnix.nl
Afmars dus.

En daar zat ie dus met z’n achtendertig teleurstellende jaren.
Tegenover een machteloze vriend die met al z’n  begrip in deze zorgsector ook geen passende handen aan het bed voorradig had.
Nog maar zo’n bruine jongen met drie vingers schuim dan maar.
En straks een halve Franse kip van het huis.
Biologisch.
Specialiteit van de chef.

highfive

Ik lust er wel pap van.
Die zogenaamde wetenschappelijke persoonlijkheidsonderzoekjes.
Niet dat ik de illusie heb dat ze me in de herfst van mijn bestaan nog onvermoede eyeopeners verschaffen. Maar toch.
Een echte persoonlijkheid is moeilijk te herkennen omdat hij op niemand lijkt.
Als je met droge ogen kunt verklaren dat gedurende zesendertig jaar je werk je hobby is geweest, en je vervolgens ook nog een aantal jaren van een andere hobby je werk kon maken, mag je je gelukkig prijzen.
Niets geestiger dan de barre optocht trainings- en bijscholingscursusjes die ik in m’n werkzame leven voorbij zag komen. Energieverslindende  sessies van een week in een trainingscentrum (altijd in een bosrijke omgeving) waar we aan de hand van hooggecertificeerde, poep pratende  gogen eindeloos aan het spitten sloegen in onze persoonlijkheid.
Ken jezelf en je haalt als gelukkig mens meer uit je potenties.
Treurig  sensitivitygedoe dat er toe leidde dat op zaterdagavond een deel van de cursisten ten prooi aan de meest gruwelijke indentiteitscrises zich snikkend een stuk in z’n kraag zoop aan de bar.
Freek de Jonge noteerde ooit treffend: Niemand is gelukkig. Wees niemand.
Of onze baas daar uiteindelijk beter van werd? Ik waag het te betwijfelen.

Deze week zag ik op internet de Big 5 Persoonlijkheidstest voorbij racen.
‘De meest gebruikte en best onderzochte’, ronkt de zelfvoldane site.
Mét afbeeldingen. En weinig tekst.
Serious gaming dus.
Kan het eigentijdser?
Als me de gelegenheid wordt geboden  (en ook nog gratis) te ontdekken hoe ik scoor op de vijf hoofddimensies van persoonlijkheid (emotionele stabiliteit, extraversie,vriendelijkheid, ordelijkheid en openheid) wie ben ik dan om dat te laten lopen? En ik stierf werkelijk van nieuwsgierigheid over de afsluitende tintelende tips die me in het vooruitzicht werden gesteld.
Aan de slag dus.

Aan de hand van 21 vragen, telkens 2 keuzeopties (??) met bijbehorende stimulerende plaatjes, nam Big 5 mij kordaat aan de hand voor een Odyssee  door de wondere wereld van het persoonlijkheidsonderzoek.
Vraag 1 was het probleem niet:
0 Ik ben een man       0 Ik ben een vrouw

En ook nummertje 2 verhulde amper een onbesproken drang naar wetenschappelijkheid  die niets aan duidelijkheid te wensen over liet.
0 Blijft rustig              0 Is ongeduldig

Bij 3 tot en met 8 eveneens nagenoeg geen vuiltje aan de lucht. Hoewel? Als ik aangeef (5) liever thuis muziek te luisteren, vrees ik toch rücksichtslos in het hokje introvert ingedeeld te worden. En daar heb ik zo de nodige twijfels over.
3. 0 Heeft een gelijkmatig humeur    0 Heeft een wisselend humeur
4. 0 Lacht veel en vaak            0  Is meestal serieus
5. 0 Live muziek luisteren      0 Thuis muziek luisteren
6. 0 Is geordend                         0 Is rommelig
7. 0 Gaat gestructureerd te werk        0 Gaat spontaan tewerk
8. 0 Houdt niet van meningsverschillen        0 Houdt van een stevige discussie

Ik begon zowaar lol te krijgen in de ontwapenende simpelheid van m’n Big 5 vrienden.
Maar bij nummertje 9 raakte ik toch enigszins in de problemen:
0 Is bescheiden over zichzelf             0 Is heel trots op zichzelf
Er zijn ongetwijfeld lieden die er anders over denken maar ik vind mezelf best wel redelijk bescheiden. Sluit dat dan iedere vorm van gerechtvaardigde trots uit? Het zal ‘m wel zitten in het verraderlijke woordje heel.
In al m’n trots besloot ik veiligheidshalve maar voor bescheiden.
Maar het wringt wel.

10. 0 Houdt van abstracte kunst        0 Houdt van realistische kunst
Ik ben van het realisme. Heeft dat straks bij de eindafrekening consequenties voor m’n emotionele stabiliteit?

11. 0 Leert graag mensen kennen die heel anders zijn       
     0 Leert graag mensen kennen die hetzelfde zijn
Mengvormen zijn kennelijk uit den boze bij de strenge Big 5 meester. Dus, hoewel ik diep in m’n hart een onbestemd zwak heb voor mafkezen, dan maar op safe.

Te vroeg gejuicht want vanaf itempje 12 kwam er fors de klad in. Als dualisme zo veel betekent als dat ik moet  uitgaan van het bestaan van twee tegenover elkaar bestaande, tot niets anders meer te herleiden grondbeginselen, dan raak ik tot en met nummertje 21 in een peilloze crisis.

12. 0 Is stressbestendig           0 Houdt van een feestje
Wat is dit voor rabiate onzin? Mijn feestjes houden doorgaans de stress , zo die al aanwezig is, buiten de deur.

13. 0 Blijft rustig         0 Laat anderen voorgaan
Geen idee. En ook de illustratie van een rij wachtenden voor de kassa hielp me niet uit de zorgen.

14. 0 Heeft zelfvertrouwen     0 Is altijd op tijd
De schizofrenie tikte weer aan het venster.

15. 0 Is ontspannen    0 Is filosofisch
Waarmee gesuggereerd wordt dat filosofen per definitie noeste nagelbijters zijn. Filosofie is in wezen niets anders dan beroepsmatig twijfelen aan waarheden als koeien.

16. 0 Presentatie geven           0 Bemiddelen bij een ruzie
Met 36 jaar onderwijservaring zou je zeggen: presenteren. Maar het aantal brandjes dat ik heb moeten blussen is ontelbaar.

17. 0 Is avontuurlijk   0 Is een harde werker
Avonturen zoekt men niet. Die heeft men. Ook als harde werker

18. 0 Is bijna altijd vrolijk       0 Leest graag ingewikkelde teksten
Als neerlandicus word ik regelmatig door vrolijkheid overmand bij ingewikkelde teksten. Al moet  ik toegeven dat ik tijdens m’n studie bij die verrekte hermetische poëzie regelmatig een wanhopig traantje wegpinkte.

19. 0 Is heel behulpzaam                   0 Is ambitieus
Als een man geen ambitie heeft is hij een loser. Een vrouw met ambitie is een berekenende teef.

20. 0 Helpt graag anderen     0 Heeft veel originele ideeën
Originaliteit is doorgaans het zorgvuldig verbergen van je bron.

21. 0 Is heel geordend                        0 Geniet van de natuur
Als er in Gods schepping verdorie toch íets geordend is, dan toch wel de natuur.

De Totaalscore  kan ik nauwelijks een tegenvaller noemen. Ik ben emotioneel behoorlijk stabiel. Zal wel komen omdat ik uiteindelijk  graag thuis met een boek op schoot muziek beluister.
Met m’n extraversie, ordelijkheid en openheid zit het ook wel snor.
Een bittere tegenvaller is m’n vriendelijkheid. Scoort niet geweldig op hun schaal van Richter.
Waar is het mis gegaan?
Had ik dan toch bij 1 moeten invullen dat ik een vrouw ben?

boete-van-2-ton-groningse-tandarts-dure-kronen 

Ooit sleepte ik me om het half jaar naar z’n bloeiende praktijk in de Bussumse villawijk het Spieghel. Boudewijn, een snelle en behoorlijk academisch gevormde jongen bij wiens aanblik,  de minimale vegetatie rond het schedeldak ten spijt, menig Goois vrouwenhart sneller schijnt te gaan kloppen, is kundig en behoorlijk all round in z’n vak.
Toen aan het eind van de vorige eeuw z’n voorganger, mijn sobere, meer dan saaie Naardense tandarts van weinig woorden, het leven liet, was hij bij godsgratie bereid me in te lijven in z’n reeds zeer omvangrijke familie. Met een gepijnigd gelaat inventariseerde hij bij m’n eerste bezoek het slagveld dat hem getoond werd. En sloeg weldra op indrukwekkende wijze toe. Voor een eurootje of vijfhonderd ging ik er aan.
Saaimans had zich met de dood in de ogen bij gebrek aan perspectief gedurende z’n laatste periode beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Of nog minder.
Werk aan de winkel dus voor Boud die onmiddellijk driftig in de weer ging met het plaatsen van enkele levensreddende kronen en verfraaiingen. Zodat ik me weldra vertwijfeld afvroeg in wiens handen ik in godsnaam gevallen was.
Mijn naderende naderend faillissement lonkte.
Het liep met een sisser af. Sterker nog: tandtechnisch gezien bleek ik een toppertje. Hij beperkte zich halfjaarlijks tot vergeefs prikken in de uiterst hardnekkige amalgaantjes waarna hij berustte in het routineus verwijderen van m’n welig tierende tandsteen.
Roken is niet alleen slecht voor de longen.
Bij nader inzien ben ik eigenlijk maar een onbeduidend klantje waar de schoorsteen van Boud amper van kan roken.
Het zwaartepunt bij mijn bezoekjes lag dan ook steevast op de inleidende en afrondende kringgesprekken waarvoor hij ruim de tijd nam. Zo wisselden we, om een paar voorbeelden te noemen, onze respectievelijke heldendaden op de tennisbaan uit. Hij bij het Spieghel. Ik in Naarden. De kwaliteit van het tegenwoordige onderwijs. Of in ieder geval het gebrek daaraan. Boudewijns eega doceerde in deeltijd Nederlands aan ‘het Willem’ een paar lanen verderop. Hij hoorde wel ’s wat tijdens de warme prak. En mij kon je met m’n zesendertig jaar ervaring in dezelfde branche ook allesbehalve een onbeschreven blad noemen. M’n avonturen in de kleinkunst waarvoor hij een professioneel geveinsde belangstelling aan de dag legde, werden uitgebreid besproken. Waarna hij me in z’n finest moments verlekkerd bijpraatte over de ingrijpende veranderingen die er wat hem betreft op til waren.

Boudewijn ging voor het grote werk.
Lucratiever ook.
Vermoedelijk.
Zeg maar: een geavanceerd tandheelkundig centrum in een fonkelnieuw gebouw op de grens van Bussum en Naarden waarin alle disciplines onder één dak verenigd zouden worden.
B-Dent.
Jammer. Ik had wat met die Gooise villa. Een rustiek tuinpaadje leidde naar het voormalige dienstbodevertrekje dat fungeerde als wachtkamer. Langs de wand een paar ongemakkelijke stoelen. Wachtkamers hebben altijd ongemakkelijke stoelen. Ze accentueren, net als in aula’s van crematoria, het tijdelijke karakter van je aanwezigheid. Het leestafeltje met de onafscheidelijke, treurige periodiekjes waarop je, al zou je ze gratis verstrekt krijgen, toch never geabonneerd zou willen zijn: Arts en Auto. Een stapeltje gedateerde Elseviers. Een paar van die verrekte glossy’s vol met Jan des Bouvrie-achtige optrekjes waar je nog niet dood gevonden wenst te worden. En een heuse speelhoek voor de uit ‘Kinderen voor Kinderen’ weggelopen melkgebitjes natuurlijk. Bergen veelkleurig houten en plastic speelgoed en kekke kartonnen bladerboekjes die moesten afleiden van de bikkelharde kinderwerkelijkheid die lonkte in de behandelstoel.
Uit de Bang & Olufsen boxjes sijpelde Classic FM.
En dan werd je binnengehaald door Suus. Die bloedmooie assistente. Het royale entree-gebaar. Die handdruk. En dat familiaire tikje op je rug. Ik heb haar ooit in het tijdsbestek van twee periodieke controles prachtig zwanger zien worden.

Bij B-Dent heeft Boud alle disciplines van de tandheelkunde geniaal bij elkaar geveegd onder één dak. Via een glazen paneel (Waar zit hier gvd de deur en gaat ie naar binnen of naar buiten open?) betreed je een multifunctionele wachtruime. Vanaf de anderhalve meter flat screen aan de wand lacht National Geographic je toe. Verder twee verantwoorde doekjes moderne kunst. Uiteraard geen reproducties. Twee automaatjes beloven je normaal en gekoeld, hoog gekwalificeerd drinkwater. Het meubilair ademt het soort design uit de glossy’s van de praktijk van weleer. Het karakter van de leesportefeuille op de tafel verraadt echter dat er op een wat breder publiek gemikt wordt.
In de ruimte achter de balie loopt een verzameling dames, geheel doordrongen van hun uiterst verantwoordelijke missie, gewapend met een mapje nergens heen en weer terug. Stuk voor stuk aangenomen op uiterlijk schoon.
Melden hoef ik me trouwens al lang niet meer. De tandpastaglimlachjes achter de balie kennen hun pappenheimers.
En dan beland ik uiteindelijk toch nog bij m’n vurig vibrerende, adhd-achtige tandarts. Een onderzoek van een paar minuten toont aan dat er met de beste wil van de wereld (weer) geen significante afwijkingen in het gebit te noteren vallen. Waarna we geheel volgens traditie uitgebreid  het onderwijs, het tennis en de kleinkunst doornemen. En het wereldleed. De persoonlijke teleurstellingen. De ingrijpend gewijzigde burgerlijke staat van Boud bijvoorbeeld. Want hij blijkt niet alleen de deur achter z’n praktijk op de Boslaan dichtgegooid te hebben. Er is ook een dikke punt gezet achter het huwelijksgeluk.

20161011_094342

Maar vandaag heb ik voor de broodnodige variatie nog een ander puntje voor onze agenda.
Het op z’n zachtst gezegd nogal pleonastische hoogstandje op dat bordje in de wachtkamer.
Taal is communicatie.
Ook bij de tandarts.
Taal is ons vaderland waaruit we nooit kunnen emigreren.
De taal is ook de bron van alle misverstand.
Als de taal volmaakt was, zou de mens ophouden te denken.
Ik ben qua taal, dat mag duidelijk zijn, geen fervente aanhanger van het minimalisme.
En ophouden met denken is er bij mij al helemaal niet bij.
Heeft Boud in een poging z’n klantenkring bij binnenkomst linea recta naar de balie te krijgen, niet een tikkie te uitgebreid uitgepakt?
Die eerste zin volstaat toch ruimschoots?
Hij kan volgens mij volstaan met het stukken  vriendelijker: Heeft u zich al gemeld bij de receptie?
Taal is niet zijn ding.
Maar hij gaat er over denken.
Ten prooi aan pure verwarring  levert hij me persoonlijk af bij Anja.
Anja gaat over het tandsteen dat Boudewijn in z’n nieuwe toko bij haar en een optocht nogal hardhandige soortgenoten uitbesteed heeft.

Orchidee-verbinding-12-e1438718765767

Het zijn er ongetwijfeld honderdduizenden geweest die hun dierbaren op de tonen van de onvergetelijke kaskraker ‘Waarheen Waarvoor’ vergezelden naar hun laatste rustplaats.
Mieke was een toppertje.
Maar haar mateloos populaire evergreen moet langzamerhand duidelijk terrein inleveren aan het eigentijdse repertoire van tranentrekkers. En als de geruchten kloppen, zou daar binnen afzienbare tijd wel eens een geheel nieuwe dimensie aan toegevoegd kunnen worden.
Er bestaan namelijk plannen voor een uitvaartcentrum aan de Naardense Anna Meursstraat, Keverdijk.
Je kunt je allereerst natuurlijk afvragen wat zo’n locatie te zoeken heeft aan de rand van een  woonwijk. Extra pikant detail: deze bevindt zich op een steenworp afstand van De Sprong. Zoals bekend het gebouw dat jaarlijks in februari een week lang als Chapter fungeert van onze luidruchtig carnavallende Vestingnarren. Prima stek natuurlijk, zeker met het oog op de in overvloed geproduceerde mega decibellen.
Niet ondenkbaar dus dat als je volgend jaar je natte cake staat weg te slikken tijdens een roerend afscheid, dit gebeurt op de luidruchtige tonen van:

-Daar moet een piemel in
-Shirt uit en zwaaien
-Er staat een paard in de gang
-Liever te dik in de kist dan…..
-En als ge dood bent groeit er gras op oewen buik
-Nooit meer naar huis toe
-Allemaal gaan we een keertje dood

Het gaat een dolle boel worden daar aan de Keverdijk.

Maandag 5 december.
Temperatuur: rond het vriespunt.
Plaats: De Wallen bij Promers, Naarden vesting.
De fotoshoot door de LINDA mocht er zijn.
Sinterklaas, gehuld in slechts een schamel slipje, galoppeerde te paard over de wallen.
Ik heb me laten vertellen vanwege de promotie van een onderbroekenmerk in de volgende LINDA.
Het kan echter net zo goed een practical joke van het glimblaadje zijn.
Maar die ouwe moet het verdomd koud hebben gehad.
Een half uur lang voor het goede doel in je niksie in de vrieskou.
20161205_143010.jpg

20161205_143024.jpg

20161205_143254.jpg20161205_142645.jpg

20161128_134511

Het begint nu écht als een dolle te lopen bij die Gooise Meren. Vorige week werden we als summum van democratisch  genot vergast op een uurtje online vragen stellen aan wethouder Jan Franx. Op een speciale Facebooksite. Deze eerste sessie werd voornamelijk gevuld door de inmiddels behoorlijk omvangrijke familie- en vriendenclan van ons schaars behaarde financiële lachebekje dat door de VVD voor een bom duiten uit Enkhuizen naar de Gooise Meren werd gelokt. Om orde op zaken te stellen. Het eigen plaatselijke liberalenpotentieel kreeg de eindjes niet aan elkaar.
Ik behoor kennelijk niet tot z’n intimi want het vrijmoedig door mij ingetikte probleempje bleef een uur lang ergens tussen de wal en het schip hangen. Maar geen nood, twee dagen later werd ik alsnog afgepoeierd met de verwachte dooddoener.
Zo’n vragenuurtje kan nog een succes worden. Zeker als het over de heikele dossiers gaat, waarvan  we er waarachtig nog wel een paar hebben liggen.

Maar ook ongevraagd weten ze in ons fusiegedrocht van wanten.
Vanmorgen viel er een missive op de mat van een meer dan attente medewerker KCC. Waar KCC voor staat is me vooralsnog een raadsel maar de bezorgdheid over mijn fysieke wel en wee spat er in ieder geval op ontroerende wijze van af.
Ik krijg een gehandicaptenparkeerplaats.
Binnenkort wordt er een gehandicaptenparkeerplaats aangelegd op de Beijert in Naarden. Dat is in de directe omgeving van uw woning. Met deze brief informeren wij u hierover.
Een verkeersbesluit, genomen op grond van de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994 (artikel 18), het reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 (RVV1990) en het besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW)

Zojuist teruggekeerd van de tennisbaan waar ik gedurende anderhalf uur werkelijk als een jonge god te keer ging. Gisteren nog een rondje van 40 km op m’n racefiets langs de Vecht gemaakt en als niemand me tegenhoudt, doe ik dat vanmiddag nog eens dunnetjes over.
Het vooruitzicht van een gemarkeerde parkeerplaats voor de deur maakt onvermoede krachten bij me los. Ik heb een leven lang naar zo’n eigen domein uitgekeken.
De jaloezie bij m’n naaste buren zal amper te filmen zijn.
Of ik nog vragen heb? ronkt het verrassende episteltje.
Om de dooie dood  niet.
Laat het team van Beheer en Service maar doorkomen.
Ik ben er helemaal klaar voor.