Archief voor de ‘ouder worden’ Categorie

SONY DSC

Onlangs stoomde ik welgemoed op naar de kassa van m’n Naardense grootgrutter met een karretje dat bij nader inzien voor een deel gevuld bleek met artikelen waarvan ik het in de verste verte niet in m’n hersens zou halen om ze te scoren. Bietjes, worteltjes en, godbetert, doperwten stonden echt niet op m’n virtuele playlist.
Ergens in die goddelijke toko moet ik overgeschakeld zijn op de vierwieler van een dame (het zijn nog steeds overwegend dames die de onvermijdelijke fourage voor hun rekening nemen) die nu ongetwijfeld radeloos op zoek was naar haar treurigheid in mijn winkelwagentje die ik echt niet ging afrekenen. De kassajuffrouw had er alle begrip voor.
Het stemde evenwel tot nadenken. Een incident?

Als je qua leeftijd sluipenderwijs de zorgzone begint te naderen, is het zaak de vinger aan de pols te houden. M’n moeder zaliger immers verruilde toen ze een paar jaar verder was dan ik nu, haar dagelijkse helderheid en overzichtelijkheid voor een steeds dikker wordende mist. Het leidde uiteindelijk tot opname in het tranendal van een (overigens voortreffelijk) tehuis waar ze haar laatste jaren sleet in een huiskamer te midden van lispelende lotgenoten die stuk voor stuk driftig bezig waren de weg volledig kwijt te raken.
Haar ondoordringbare  mist was trouwens het grootste probleem niet.
Nee, het onverteerbare schemergebied met bijbehorende kwetsbaarheid dat er aan voorafging brachten me bij de regelmatige bezoekjes in opperste verwarring.
Ik heb haar genen.

Sommige leeftijdgenoten maken er nu al ronduit een potje van.
In Amerika hees men een ziekelijk narcistische volidiote klimaatonbenul (een half jaar jonger dan ik) op het presidentiële schild die met z’n comateuze apocalyptische wartaal vrijwel dagelijks een onverdraaglijk reukspoor van verwarring weet achter te laten.
Kanniewaarwezen.
Dandy/strafpleiter/dwarsligger/FvD-kopstuk Theo Hiddema, een jaartje ouder, is samen met z’n compaan Thierry het rechtpopulistische paardenmiddel tegen homeopatische verdunning van Nederland.
Een lichtpuntje daarentegen zijn de Rolling Stones die na een liederlijk leven van spuiten en slikken nog steeds volle zalen trekken met hun rollatorrock.
En wat te zeggen van zo’n 74-jarige onderkoning van Nederland die na een paar maanden van malaise van stal wordt gehaald om een beetje fatsoenlijk regeringsploegje in elkaar te timmeren?
Dat dan weer wel.

Het voordeel van dement zijn is weliswaar dat je probleemloos je eigen paaseieren kunt verstoppen maar zulk vertier duw ik met alle liefde nog een tijdje voor me uit.
Wat mijn fysieke welzijn betreft heb zo m’n simpele dagelijkse checkmomentjes. Zo stap ik moeiteloos balancerend op één been nog vlotjes in m’n broeken. Muurbeugels in de inloopdouche liggen nog ver achter m’n horizon. Incontinentieluiers? Ik haal m’n neus er voor op.
Op de tennisbaan verbeeld ik me twee keer in de week dat ik nog als een jonge god in mijn ouwelullenpotjes over het gemalen baksteen snel. Ik koester die illusie. Dat ik op eerste pinksterdag op m’n Giant OCR Compact Road op één bidonnetje en vier mueslirepen (ik heb de gloeiende pest aan afstappen) die 150 kilometer Markerwaard in zes uur wegtrapte vind ik op zich nog niet eens zo’n prestatie. Dat ik twee dagen later zonder een centje pijn alle gepasseerde dorpen langs de boorden van het voormalige IJsselmeer nog kan oplepelen, stemt tot tevredenheid.
En die 52 bridgekaarten heb ik ook nog volledig onder controle.
Evenals m’n pincode.

Maar waarom verslond ik zo obsessief die met veel humor geschreven verpleeghuisboeken (Zolang er leven is, Pogingen om iets van het leven te maken) van Hendrik Groen?
En leg me eens uit waarom ik na  Ma als een speer door  Ach, Moedertje, de gevoelvolle kost van zorgactivist Hugo Borst heen dender?
Verkenning van m’n voorland?
Ik ga toch maar eens maatregelen nemen om de onafwendbare ontluistering voor te zijn.

15826096_1628654104104084_5848497811243564595_n

Meer dan vijftig jaar voordat het treurige fusiegedrocht Gooise Meren een feit werd, lieten wij ons er aan de Zwarteweg op de grens van Naarden en Bussum al sluipenderwijs naar toe masseren. Niet dat  het nou allemaal even soepel verliep. Toen er bijvoorbeeld eind jaren ’50 een schoorsteenbrandje uitbrak in mijn ouderlijk huis tegenover dit pandje, sloeg de algehele verwarring toe bij de plaatselijke brandweer. Het dichtstbijzijnde en meest voor de hand liggende putje van waaruit het verlossende bluswater opgepompt moest worden lag aan de overkant. Helaas: Naarden. Dat konden we dus wel schudden. Want ons huis viel onder Bussum. Het werd een barre zoektocht naar authentiek Bussums water. En het is dat het bij nader inzien een vrij onschuldig brandje bleek te zijn, anders was nummertje 51a intussen ongetwijfeld tot de grond toe afgefikt.

In het voorste deel van dit in overdadig groen verpakte twee-onder-een-kapje huisden de in Naarden en wijde omtrek zeer bekende Wil en Ruud van Zijtveld. Stichting Burgerzin. Jarenlang met een onstilbare honger naar promotie van onze vestingstad de initiators van onze niet te evenaren Sinterklaasoptocht. En vele andere lokale activiteiten.
Een riant optrekje kan het amper geweest zijn. Maar dat weerhield de jongelui er niet van om er in een paar jaar tijd een indrukwekkende optocht kinderen op de wereld te zetten. Wil, niet eens zo veel ouder dan wij, was de placebomoeder die ons, puberende jongens uit de buurt, als een vleesgeworden, begripvolle Lieve Lita met een enorme dosis empathie door de problematiek van die puberteit sleepte. Een materie waar onze ouders maar bar weinig oog voor hadden.
Vonden wij.

Na een aantal Amsterdamse jaren teruggekeerd naar deze contreien, zag ik Ruud tot m’n verbazing schitteren in de plaatselijke Naardense politiek. Namens de VVD. En dat terwijl ik er toch altijd nog heilig van overtuigd ben dat er achter het raam van die serre ooit een diep-rooie PvdA-poster schitterde. Af en toe loop ik ze nog wel eens tegen het lijf. Maar Ruud ontkent die switch in alle toonaarden. Ik meen me te herinneren dat hij in ieder geval wél degene was die bij onze schoorsteenbrand uiteindelijk het Bussumse putje wist te vinden.

In de andere helft van dit inmiddels van de aardbodem verdwenen pand, woonde de familie Thomassen. Over de vader, getrouwd met een Duitse, circuleerden bloedstollende maar ook weer vage verhalen over z’n heldhaftige bijdragen aan het verzet in de oorlog.  Het gesloten boek praatte er zelf nooit over. Zelfs  z’n zoon Herman, een altijd en eeuwig in het Lagieschkamp vissend knaapje van mijn leeftijd (later getrouwd met één van de fraaie dochters van A.C Koster, het opperhoofd van het onvergetelijke zwembad aan de Meerweg) kon je niks wijzer maken. Maar toch.

Even onze Naardense stadschroniqueur/allesweter Henk Schaftenaar geraaadpleegd: Thomassen, in verzetskringen bekend staand als Gerrit, zat in de groep van onder meer de verzetsheld Theo Dobbe en maakte zo deel uit van het stel dat uit de kazerne op bastion Oranje munitie stal. Werd gepakt al in 1941, zo uit mijn hoofd, zat in het Oranjehotel in Scheveningen gevangen en heeft de rest van de oorlog na veroordeling in Duitsland vastgezeten. Binnen die verzetsgroep was hij de man die sleutels maakte om binnen de kazerne Oranje de verschillende opslagplaatsen te kunnen openen. Het stel werd aan het begin van de zomer van 1941 gearresteerd. In het najaar volgden de rechtszaken. De organisatoren kregen de doodstraf. Specialisten er omheen kregen levenslang tot enkele tuchthuis voor alleen maar het jatten van helmen. Ik meen dat hij voor dat namaken van sleutels levenslang kreeg.

De voor ons jongens niet te peilen Thomassen dreef achter dit pandje een handel in tweedehands auto’s van het (Duitse) merk Opel. Hij moet over de nodige overredingskracht beschikt hebben want de hele buurt reed binnen de kortste keren in het merk. Wij ook. Had zo z’n eigen ideeën over  klantenbinding want er was regelmatig wat loos met die auto’s. Vloeken deed m’n ouwe heer (ouderling in de Spieghelkerk) die knarsetandend de tol betaalde voor het feit dat ie voor een dubbeltje op de eerste rang zat natuurlijk niet. Maar ik heb hem ‘die scharrelaar’ wat horen verwensen als ie zich met z’n zoveelste lekke carburateur of ander ongerief meldde bij de schuur van Thomassen. Die er het gros van de tijd schitterde door afwezigheid. Altijd en route.

Er was daar nog een zoon. De ontroerende Hans. Een aantal jaren ouder dan wij. Vroeger noemden we zo iemand gewoon mongool. Maar in de eigentijdse cultus van veranderende naamgevingen bezigen we liever het  wetenschappelijk meer verantwoorde eufemisme  ‘syndroom van Down’.
Hans was een muziekliefhebber. En wat voor eentje. Plaatsjes draaien was z’n lust en z’n leven. Als je tussen het paaltjesvoetbal en onze buurtwielerwedstrijden, waarvoor z’n motoriek ontoereikend was, bij hem aanschoof lulde hij de oren van je kop. Bij wijze van spreken dan. Want het repertoire van Hans kende slechts monosyllabische zinnen. Bij alles wat je te berde bracht, reageerde hij onveranderlijk met: ‘Waarom Frans, waarom?’ Vermoedelijk was hij veel intensiever met de zin van het leven bezig dan wij met onze triviale Elvis, Fats Domino en de Chris Barber jazzband.
Hans sleet z’n dagen als hulpje van Henk Honing op de groentekar van Lookman, die z’n nering had aan de Verlengde Fortlaan. En hoewel kleine kinderen doorgaans niet zo goed wisten wat ze met hem aan moesten was hij in de wijde omtrek een geliefde verschijning.

Onlangs legde ik de hand op een digitale versie van een liedje dat Sietze Dolstra, mijn zeer veelzijdige en helaas te vroeg overleden partner in crime als docent Nederlands op de Godelinde SG, ooit schreef op Hans.
Het is ‘m. Helemaal.
Dubbele nostalgie dus.

header

M’n sociaal-democratische wonden zijn gelikt. Als er één politieke groepering is die geen vijanden nodig heeft om zichzelf om zeep te helpen, dan de PvdA wel. We zullen het in ons neo-fascistische landje de komende vier jaar moeten doen met het Nieuwe (fatsoenlijke?) Populisme van de VVD en (zeker) het CDA die in verkiezingstijd aardig tegen Gekke Geert begonnen aan te schurken. PVV Light dus.
Het zij zo.
Vanmorgen, staande voor m’n bed, in ieder geval de dag maar eens begonnen met het Wilhelmus. Is er vroeger in het gristulluk basisonderwijs met bloed zweet en tranen ingestampt. Inclusief het zesde couplet. Voor iemand die het statistisch gezien langzamerhand wat meer van z’n langetermijngeheugen moet hebben, in ieder geval een eitje.
Bumor’s  wil is wet. In een paar jaar tijd van een wat saaie stofjas getransformeerd tot een ongemeen zwaar opgefokte oppositieleider. Maar die wél in 90% van de gevallen meestemde met het crisisbeleid van een opmerkelijke regeringscombinatie waar geen ene fuck van deugde. Het imagoverlies als gevolg van de  kortstondige vrijage met de PVV die ooit bijna de ondergang van z’n clubje betekende, heeft ie nu wel definitief van zich afgeschud. Wat snoof ie de laatste maanden eigenlijk  zo door de bank? Hetzelfde als die hyperventilerende valse nicht/rollatorpopulist/AOW-WAO-rommelaar  Helicopter Henkie?
Terwijl de nieuwbakken vrijgezel Alexander, die in de zeeën van vrijgekomen tijd met z’n vriendjes van die christelijke splinter al aan het bakkeleien is over een eigentijds levenseinde, warm loopt voor z’n laatste kunstje legt het doortrapte geteisem van DENK het ene rookgordijn na het andere rond de Armeense genocide en het contemporaine rabiate gereutel van vriendje Erdogan.
Verder bij de plaatselijke pianowinkel langs geweest voor een vleugel. Het gaat wat mij betreft klassiek worden. Goed voor m’n imago. Gisteravond tussen de potten en pannen iets gedaan met uien en courgettes. En achter m’n laptop snuif ik als zelfbenoemde intellectueel sinds vanmorgen regelmatig hartstochtelijk aan een zakje geestverruimende  lavendel.
Je weet maar nooit.
Vrouwen vallen voor  de publiekelijk tongende Jessias met z’n geplagieerde toespraken. Mannen gaan voor Big Smile Mark.
Dat wordt in de retirade in  de krochten van het politieke bedrijf nog een heel gedoe om een genderneutrale pisbak te vinden.

Berusten

Geplaatst: 4 maart 2017 in actualiteit, afscheid, dood, Naarden, ouder worden, zorg

16939119_1883316715276275_997353564926823947_n

Gisteren werd het  C’est La Vie Huis geopend.
Zorg voor ongeneeslijk zieken.
Ongetwijfeld een mooi en gevoelvol project.
Ons naderende verscheiden geeft, weliswaar bevrijd uit de taboesfeer,  weinig aanleiding tot vrolijkheid.
Voor de bijpassende ironie zorgt het zorgcentrum zélf wel.
Om nog maar eens extra te benadrukken dat deze zieken (nog) in het volle leven staan, is gekozen voor een locatie op een van de drukste kruispunten van Naarden-Bussum. Waartegenover, indien gewenst, naar hartenlust bijgetankt kan worden
Als ik straks aan de beurt ben: even mijn vesting uit en ik stort me vol vertrouwen in de liefdevolle armen van een uitgekiend team van medewerkers.
Maar dat wilde ik, als je het niet erg vindt, nog even uitstellen.
Vrijwel dagelijks fiets ik er gezond van lijf en leden (althans dat denk ik) langs waarbij ik in diep gepeins verzonken voort peddel.
Over die naam.
C ‘ est La Vie.
Daar moet  behoorlijk over nagedacht zijn.
De onafwendbaarheid van ons lot in drie woorden.
Uiteindelijk  worden we allemaal geacht te berusten.
Doodgaan hoort bij het leven.
Het is niet anders.
Op Facebook kun je er, als je het leuk vindt, in ieder geval nog een bemoedigend duimpje aan geven.

Eiersnijder

Geplaatst: 9 februari 2017 in actualiteit, consument, geluk, ouder worden, vakantie, zorg

Logistiek gezien is zo’n breakje van een dag of tien naar het land van de farao’s tijdens de onbestemde Nederlandse ‘geen-vlees-geen-vis-winter’ natuurlijk een fluitje van een cent. Na een paar clickjes op hun digitale snelweg gaat meneer Tui voortvarend aan de slag om me, op de vlucht voor ons chagrijnige februari-weer, op m’n favoriete stekkie aan de Rode Zee te parkeren. Ik ben er inmiddels kind aan huis. Trapte een paar jaar geleden af met een Nijlcruise. M’n indrukwekkendste vakantie ooit. Maar dat zal wel aan mijn snel gevulde kinderhand liggen. Luxor?  Abu Simbel? De pyramide van Cheops? Bedoeïenen?  Cairo?  Ik heb het allemaal aan me voorbij zien trekken. En ben vastbesloten dat cultuurshot  tzt nog eens dunnetjes over te doen.
Kan me als ‘pensionado op z’n retour’ anderzijds met minstens zo veel genoegen laten inpalmen door de verlokkingen van een meer dan triviaal  strand-, snorkel- en leesintermezzo in zomerse sferen op vijf uur vliegen. All inclusive. Dat polsbandje neem ik voor lief.
Netflix werkt hier trouwens ook, ontdekte ik.
En kom me niet aan boord met dat weinig democratische regime onder wiens dekmantel ik hier een dikke week de toean uithang. Zijn de Verenigde Staten, waar sinds enige tijd een zwaar verknipte, narcistische moslim-, vrouwen- en homohater (om maar een paar zijstraten te noemen) de lakens uitdeelt, dan wél een pretje?

Het vullen van de koffer, in het verleden toch waarachtig een krachtsinspanning waar het nodige denkwerk aan vooraf ging, stelt geen ruk meer voor. Zeker sinds de intrede van de e-reader. Met al die boeken was het altijd een bikkelharde strijd tegen die genadeloze limiet van 20 kilo.
Ik blijf er vet onder.

Na een weekje krijg je een helder beeld van wat de grijze plaag hier door de bank in z’n koffer douwt. Als fanate koffiedrinker snap ik wel dat er op dat terrein noodgedwongen het een en ander aan hulpstukken tussen de schone onderbroeken en duikattributen meegesneakt wordt. Ik trek dat lokale godendrankje hier nog net. En kun je geen week zonder de oer-Hollandse pindakaas? Mijn zegen heb je. Maar je hebt geen idee wat er, vooral tijdens het ontbijbuffet, aan onontbeerlijke prullaria op de tafeltjes geparkeerd wordt.

De perfect gesoigneerde oosterburen Heinz und Ingrid  bakken ze wat mij betreft het bruinst. Iedere morgen om 7.00 uur soppen ze op een belendend tafeltje hun 40-jarige echtelijke verveling weg in hun koppie thee waarvan de zakjes van onvervalste Duitse makelij zijn. Heinz wil er in de strijd tegen de beklemmende  stilte  die er over het afgeladen tafeltje hangt, af en toe nog wel eens een snok aan geven. Maar meer dan wat norse monosyllaben levert dat niet op bij z’n wederhelft, die al haar vakantie-energie investeert in  het conserveren van haar indrukwekkende coiffure die zelfs het zeewater (23 graden) niet verdraagt.

Het moet bij het inpakken van de koffers op de slaapkamer van die Vinexwoning in Kaiserslautern nog een hele uitzoekerij zijn geweest wat er op het laatste moment het loodje moest leggen. En ik vermoed dat Ingrid tenslotte de knoop door hakte.
Hij moest mee.
Die oertruttige eiersnijder.
Want je produceert er van die prachtige, gelijkmatige, dunne plakjes mee.

20170209_061423.jpg

Zaterdag naar huis.
Maar maandag staat deze jongen op de stoep bij de Hema.
Ik wil ook zo’n wonderbaarlijk specimen van industriële vormgeving.
Niet dat ik ooit gekookte eieren eet.
Maar gewoon voor de heb.

Marsa Alam Egypte, 9 februari 2017

We schrijven februari 1976. 41 jaar geleden dus.
Festiviteiten ter gelegenheid van de opening van het nieuwe schoolgebouw aan de Tenierslaan. Met de nodige herkenbare hotemetoten. Verjaardag ook van de directeur Rendert de Poel die, begeleid door de plaatselijke fanfare in een open rijtuig door de buurt getrokken wordt. Daarnaast beelden van de revue ‘De geest van Godelinde‘ (starring Mieke Nagtegaal die inderdaad zong als..en het danstalent Piet Scherpel), één van de meesterwerkjes van mijn helaas te vroeg overleden en uiterst creatieve collega Nederlands Sietze Dolstra. Dolstra heeft door de jaren heen een stuk of vier musicals geschreven en geregisseerd die er mochten zijn. Absolute hoogtepunten in de toch al roemrijke geschiedenis.
Gootje van der Linden
met de onvergetelijke Raldi Langereis en zeker ook Judy.
Deze super-8 film uit het pré-digitale tijdperk maakte ik samen met mijn collega’s Ans van der Heijden en Willem Teeling. Een montage met bloed zweet en tranen, herinner ik me.
Omgezet op dvd. En vandaag maar eens rijp gemaakt voor You Tube.
Voldoet qua flitsend camerawerk natuurlijk absoluut niet aan de eisen van 2017. Het schiet niet op met die 45 minuten amateurwerk. Maar wij vonden het zelf in 1976 al heel wat. Ik hield in die tijd duidelijk erg veel van de muziek van Pink Floyd. En Wim Sonneveld en Freek de Jonge hebben we er ook af en toe onder gemonteerd.
Voor oud-Godelindemensen moet het een aardig document zijn. Je ziet een lange stoet van leerlingen (en docenten) langskomen.
Nostalgie dus.
Veel plezier er mee.
Zegt het voort, zou ik zeggen.

Mythe-over-de-Egyptische-koningin-Isis-e1428248503697.png

Een lachebekje zou ik hem bepaald niet willen noemen. Zelfs tijdens de periodieke potjes voetbal met z’n kleinkinderen op het Ruijsdaelplein wil de gulle lach zelden echt doorbreken. Nou zijn lachebekjes lang niet altijd een garantie voor boeiende persoonlijkheden. Om over diepgang maar te zwijgen. En laat het uitgerekend de diepgang zijn die één van z’n kenmerken is. En dan neem je die wat sombere, enigszins in zichzelf gekeerde uitstraling graag voor lief van de oud-aardrijkskundeleraar die ons 29 jaar lang trakteerde op een ongekende batterij historische achtergrondverhalen over Naarden en omgeving. Zijn indrukwekkende, vier keer per jaar geproduceerde periodiek ‘De Omroeper’ verschijnt in december voor het laatst. Z’n vele abonnees zullen hun heil elders moeten zoeken.
Die kwaliteiten van Henk Schaftenaar zijn onomstreden.
Literair tijdschrift Das Magazin organiseerde  ooit een zomerkamp voor veelbelovende jonge schrijvers. Daar gaven ervaren scribenten als Maartje Wortel, Daan Heerma van Voss en Ellen Deckwitz lezingen over hoe je een goede schrijver wordt. Van Maartje Wortel zijn de volgende lovende woorden. 11 augustus 2014.

De enige docent op de middelbare school waar ik wat van geleerd heb, was mijn docent aardrijkskunde. Zijn naam is Henk Schaftenaar. Het kan aan mij liggen dat ik vrijwel niets heb onthouden van wat de andere docenten zeiden, het zou aan het vermogen van de andere docenten kunnen liggen, maar het ligt natuurlijk allemaal aan Henk Schaftenaar. (Hoi, Henk!) De beste man leek niet iedere ochtend naar school te zijn gekomen om zijn werk uit te voeren, noch om ons iets bij te brengen. Hij leek te zijn gekomen voor zijn eigen plezier.
Hij wist exact waarover hij sprak en hij vertelde over niets liever dan over veengrond, zandgrond, ijstijden, vestingen, de verschuiving van aardkorsten, de etymologie achter plaatsnamen, et cetera. Hij schuwde daarbij niet met zijn leerlingen te gaan trollen schieten op de hei en ons zo iets bij te brengen over het leefgebied waarin we onze kinderoorlog voerden. Als ik nu aan de lessen terugdenk, weet ik waarom ik deze docent nooit ben vergeten. Ik wilde Henk Schaftenaar worden. En ik was niet de enige. Alle leerlingen van de school wilden Henk Schaftenaar worden. Dus luisterden we naar hem. Dus imiteerden we hem. Dus zorgden we ervoor dat we alles van aardrijkskunde wisten en net zo grappig waren als hij. We hebben veel opgestoken, maar hebben stuk voor stuk in ons hoogste doel gefaald. Niemand van de leerlingen is het gelukt om Henk Schaftenaar te zijn. Toch is de ontmoeting met de aardrijkskundeleraar uiteindelijk – los van uitzinnig hoge cijfers voor het vak aardrijkskunde en het feit dat we leerden dat het er niet om gaat wát je vertelt, maar vooral ook hoe je iets vertelt -misschien wel het beste wat ons op 15-jarige leeftijd heeft kunnen overkomen. Door te begrijpen wie we niet konden zijn, snapten we beter wie we waren. Of wie we konden worden.

Wat Henk betreft zullen we het hier helaas mee moeten doen. Graag had ik, zonder me nou meteen te verlagen tot het treurige niveau van RTL Boulevard, zeg maar de mens achter die prachtige  Omroeper wat uitgelicht. Zijn niet te stuiten drive. Ook naar de beginperiode, samen met de onlangs overleden Freek Udo, toen zijn tijdschrift vermoedelijk nog op een ouwe typemachine werd gefabriceerd, was ik nieuwsgierig. En naar de verdere ontwikkeling tot de  gelikte uitgave anno 2016. Klopt het beeld van hem dat zich onwillekeurig opdringt? Een man die gaandeweg steeds solistischer opereerde. Nou vooruit, eega Annie, jarenlang een zeer gewaardeerd PvdA-raadslid in Naarden, schreef ook nog wel eens wat. Ik had de prijzen en onderscheidingen die hij in de loop der jaren ongetwijfeld voor z’n oeuvre binnensleepte wel eens op een rijtje willen hebben. Want dat moeten er wel een paar zijn.
Om maar eens wat te noemen.
Via de mail nodigde ik hem uit voor een gesprekje waar ik in ieder geval veel zin in had.
Reactie van Henk: ‘Loop naar je ouwe moer Frans (citaat Eppie Houtenbommerd).’
Dat vond ie bij nader inzien kennelijk toch wat cru geformuleerd. Want even later liet ie in m’n mailbox weten er gewoon geen prijs op te stellen.
En gevraagd naar de reden (zo snel geef nou ook weer niet op): ‘Weet ik niet. Standaardhouding tegenover de pers die iets over mij wil schrijven.’
Hij ging fietsen.
Zelfs een fotootje op zijn onafscheidelijke Koga kon er niet van af.

13095907_267856050219807_6865074540323052712_n