Archief voor de ‘ouder worden’ Categorie

Naardens sprookje, niet eens zo ver bezijden de waarheid

788669aaa4154cc52a05bc6f81e22365-1460664912 (2)

Klokslag zes uur schoven ze hun gemaksautootjes over de ruime oprit naar de garage van het fraaie pand aan een van de toonaangevende lanen van het Naardense Componistenkwartier. De Corsa van Annelies, het Twingootje van Margreet en het Pandaatje (met hoge instap) waarmee Jetty zich door het leven worstelt.
Bumper aan bumper, strak achter de al even bescheiden Suzuki van Sofie.
Als het ware om hun jarenlange verbondenheid nog eens extra te benadrukken.
De dag van het jaarlijkse sacrament van solidariteit.
Vrouwen met een synoniem verleden als raakvlak.
Een reinigingsritueel.
Gastvrouw Sofie stond al handenwrijvend en breed grijnzend in de deuropening. Ze had er duidelijk zin an. De door haar trawanten aangeleverde royale voorraad hapjes en drankjes, iedereen had z’n stinkende best weer gedaan, werd vlotjes afgevoerd naar de keuken. Waarna in de riante living weldra de eerste kurken al van de fles gingen.
Geen inleidende formaliteiten. Gewoon regelrecht back to business as usual.

Vriendinnen zou je ze amper kunnen noemen. Geen gezamenlijke bakvis- of dispuutsherinneringen. Nooit samen langs de lijn gestaan bij hun naar eeuwige roem dorstende kroost op een Goois hockeyveld.
Door een toeval bijeengebracht dat ooit had geleid tot deze jaarlijkse ritus.
Hoewel, toeval?
Alle vier ex van Erik.
Een ogenschijnlijk onopvallende employé op een accountantskantoor  wiens vaardigheden zich niet beperkten tot prozaïsche cijfertjes.  Bij nader inzien een vrouwenverslinder van het zuiverste water.
Natuurlijk veel te jong getrouwd met Margreet, z’n openingsscalp. Ze was nog maar koud zwanger van haar eerste toen hij z’n relationele horizon al brutaal meende te kunnen verleggen.
Een jong ding van kantoor  viel als een blok voor z’n onschuldige bruine kijkers en zwoele, empathische babbels.
Stelde niks voor, verzekerde hij Margreet toen ze het ontdekte.
Er was heel wat masseerwerk voor nodig om het huwelijksbootje weer enigszins op koers te krijgen. Maar toen ze een aardig eind op streek was in een tweede zwangerschap kwam ze er bij toeval achter dat ie het al maanden hield met Annelies. Van de Corsa. Die er geen idee van had dat ze haar ziel en zaligheid  vermorst had aan een scharrelende huisvader in spé wiens penopauze zich rijkelijk vroeg aandiende.
Voor Margreet was de maat vol. Drie keer mag dan pas scheepsrecht zijn, met z’n tweede escapade had Erik haar tolerantiegrens ruimschoots overschreden.
Scheiden dus.
Een beetje sterven.
Maar blijven is vaak voorgoed insluimeren
Met het bijbehorende gelazer ook.
Onder andere over de onontkoombare  alimentatie waar de onverbeterlijke prijsneuker niet zo voor te porren was. En ook de zwaar teleurgestelde Annelies die veel te laat in de gaten had gekregen wat voor onbetrouwbaar vlees ze in de kuip had, gaf hem de bons.

Om een lang verhaal kort te maken: Zonder scrupules stortte Erik zich in een volgend avontuur waarin Jetty de gelukkige was. Die er na drie jaar de brui aan gaf nadat ze ontdekte dat hij er nog drie simultane liefdesnestje op na hield.
Erik, een schaker op vier borden.
Logistiek gezien trouwens een nogal gecompliceerde klus. Pure topsport. Binnen een straal van tien kilometer vier affaires uit elkaar houden vereist een zorgvuldige planning. Het kon dan ook niet anders dan dat ie tegen de lamp liep.
Z’n constructie viel op een gegeven moment niet meer bij elkaar te liegen.
Exit Jetty dus.
En Sofie, één van de drie andere slachtoffers.

De jaarlijkse happening van de exen van Erik waarbij de dames beurtelings de organisatie voor hun rekening nemen, kwam er natuurlijk niet zonder slag of stoot. Daarvoor hadden ze stuk voor stuk te veel in elkaars vaarwater gezeten.
Alle aanvankelijke wederzijdse onlustgevoelens, soms vijandigheid,  hebben inmiddels plaatsgemaakt voor tevredenheid over  hun leven na de dood.
Vast programmapunt in hun catharsis vormde lange tijd de dartwedstrijd.
Duizenden pijltjes hebben ze gierend van het lachen en met toewijding in die uitvergrote kop van ‘m gejast. Vooral z’n ogen mochten zich verheugen in een mateloze populariteit bij de dames.
En ook het ganzenbord, vervaardigd door de creatieve Annelies,  zorgde vaak tot ver  in de kleine uurtjes voor pure opwinding. Gewapend met de dobbelsteen (kan het symbolischer?)  werden de hordes van vijfentwintig bizarre hoogtepunten uit het leven van Erik  met rode, blauwe, gele en groene pionnetjes weggetikt.
Een put was er niet bij.
Elk lustrum, en daar hebben ze er toch al gauw een stuk of drie van achter de kiezen, wordt volgens traditie uitbundig gevierd in de sprookjesambiance van de Efteling.
De allegorische smeltkroes van magie, illusie en fantasie.
Waar vooral lang een gelukkig geleefd wordt.
De bezweringsformules waarmee ze hem de vreselijkste ziektes toewensten hebben helaas hun uitwerking gemist.
Ach laat ook maar.
En het idee om hem ritueel in z’n BMW naar de bodem van de vijver langs de Beethovenlaan te duwen ligt ook al ver  achter ze.
Een mens wordt milder.

Een doodenkele keer wordt ie nog wel eens gesignaleerd op de vrijdagse koopavond in de Bussumse Nassaulaan, schichtig wegduikend achter z’n laatste verovering.
Ene Debbie.
Duidelijk van een onbestemde , grauwe derde garnituur.
Zeker niet van het niveau Annelies, Margreet, Jetty of Sofie.
En ook dat stemt tot tevredenheid.
De unanieme opluchting dat ze van hem af zijn is het onverwoestbare bindmiddel.
Het zijn dolle avonden.
Proost!

Advertenties

tamara-bosHet moet toch al gauw een dikke veertig jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag. Een sprietig prépubermeisje. Met haar vader die schrijvend en als radiomaker stevig aan de weg timmerde, speelde ik in de nadagen van m’n honkbalcarrière bij HCAW in een softbalteam waarin nogal wat mannen van de ouwe glorie.
Kampioen van het district Gooi-Utrecht. Dat wel. Mooie tijd.
Ko de Boswachter sprak me soms, nadat we de nacht daarvoor nog stevig doorgehaald hadden en hij linea recta door ging naar de AVRO-studio,  op zondagochtend  om zeven uur in zijn vermaarde Boswachtershow in mysterieuze syllaben toe waarvan wij alleen de exclusieve code kenden. Heel veel gelachen. Eindeloze klaverjaspartijen ook. Volgens mij bedwongen we ooit nog samen op de lange latten de sneeuwpistes in het land van Jörg Haider.
Helemaal zeker weten doe ik dat niet.

De carrière van de talentvolle Tamara, ze vertrouwde me deze week toe dat ik nog in haar poezie-album schreef, heeft in die veertig jaar een flinke vlucht genomen. Aanvankelijk in de voetsporen van paps maar al gauw op eigen, sterke benen: succesvol en meermalen bekroond kinderboeken- en scenarioschrijfster.
En, zo ontdekte ik onlangs, levenspartner van cabaretier Johan Hoogeboom, artistiek leider van ons fonkelnieuwe Naardense theater deMess. Twee creatieve talenten die in hun respectievelijke business zo bezig zijn dat ze in deze beginweken van deMess van geluk mogen spreken als ze elkaar af en toe nog even tegenkomen.
‘Als ik hem nog wil zien, dan moet ik maar naar het theater’, verzuchtte ze.
Kaartje kopen dus.

20170709_121504.jpg

-Wat een prachtige fillumhond heeft u!
De naar schatting 90 kilo uitbundig transpirerende amechtigheid in glimmende campingsmoking (drie streepjes) waaronder een paar oogverblindende roze sneakers had ik, voortgetrokken door logeerhond Loes, op de Lange Bedekte Weg al vijf minuten in het vizier.
Ze had in haar volledige Koninklijke volumineusheid  plaatsgenomen op het bankje onder het bescheiden boompje. Het enige schaduwrijke plekje van het speeltuintje aan de Doorbraak.
De afwerkplek voor Naardense opa’s en oma’s.
Want deze categorie lijkt tegenwoordig het monopolie te hebben op de ongesubsidieerde privé kinderopvang.
In de vooravond wil er nog wel eens een toegewijde jonge vader wat knutselen aan z’n pedagogische inhaalslag. Achter de kwaliteit van die spaarzame pappa-momentjes kun je echter je vraagtekens zetten. De liefdevolle aandacht voor de halsbrekende toeren van de nazaat op het mini- draaimolentje moet het doorgaans vet afleggen tegen de smartphone. Want wees eerlijk, er gaat niets boven het vingeren van de sociale media op de digitale snelweg die de enige echte wereldse werkelijkheid voor iedereen bereikbaar maken.
-Hoe heet ie?
Merkwaardig fenomeen. De meeste hondenbezitters hebben het, los van het geslacht van hun trouwe viervoeter, immer over ‘hij’.  Mijn Loes is dus een ‘zij’.
Die discussie ging ik maar niet aan.
-Loes
Daar knapte de wat onbestemde mistroostigheid die tot op dat moment om ‘Adidas-oma’ hing meteen zienderogen van op.
-Zo heet ik ook.
Omdat zoiets een band schept, besloot ik m’n nogal bedenkelijke vooroordeel tegen campingsmokings voor een keer te laten varen. Bij nader inzien bleek haar linker arm één en al tattoo. Ook daar stapte ik over heen en nam aarzelend plaats naast Loes op het bankje. Waarna ik een inkijkje kreeg in de belevingswereld van mijn generatiegenoot. In de tien minuten spreektijd die ik haar gunde, passeerde alles wat er maar aan ontevredenheid over de maatschappij van tegenwoordig op te hoesten is haar revue. Peroxide Geert was haar laatste strohalm. En die kleine Kevin van haar dochter natuurlijk, die uitgebreid de kwaliteit van het zand onder de wip aan het testen was. Zand is er om in je mond te stoppen. De jongste lichting wordt om voor mij onduidelijke redenen nog steeds opgescheept met Engelse namen: Kevin, Wesley, Jeffey, Dennis, Roy.
Benieuwd of de Brexit die tsunami gaat stoppen.

Als ik Loes op haar woord mocht geloven was haar Kevin een waar godsgeschenk. Een toppertje. ‘Je hebt geen idee hoeveel liefde je van zo’n koter terugkrijgt’. Niks mis mee. Een smeltkroes van superieure kwaliteiten waarmee je je als oma alleen maar gelukkig kunt prijzen, barstte los.
Dat laatste schoffelde ze ter plekke onderuit. Toen Kevin na herhaalde waarschuwingen nog steeds volhardde in het smakelijk consumeren van het wipzand, nam ze haar rol in de opvoeding meteen kloek ter hand.
-Als oma je zegt dat je dat zand niet in je bek moet steken dan stop je daar godverdomme mee. Je moet luisteren!
Ze bezegelde haar opvoedkundige hoogstandje met een fikse tik op de achterdelen van de opstandige kleinzoon, die daarna uitgebreid aan het blèren sloeg.
Mijn Loes werd er lichtelijk nerveus van.

Teruggekeerd op ons bankje maakte ze meteen helemaal korte metten met de rooskleurigheid van het omaschap die ze zo-even nog geschetst had. Ze barstte los in een ware litanie.
De afspraak was dat ze het knaapje één dagje in de week voor haar rekening zou nemen. Voor een dagelijks abonnement op de SKBNM, de Koningskinderen, Smallsteps of hoe al die voortreffelijke commerciële plaatselijke instellingen ook mogen heten, was de beurs van haar keihard werkende dochter en schoonzoon wat aan de krappe kant. Die ene dag was inmiddels uitgegroeid tot drie volle. En daar wilde af en toe ook nog wel eens een slapeloos nachtje aan vastgeplakt worden. Want aan Kevin’s nachtelijke discipline schortte wel het een en ander. Om nog maar niet te spreken van de eetmomentjes die nogal eens leidden tot regelrechte guerrillaoorlogen. Loes (ik ook trouwens) is van de generatie ‘eten wat de pot schaft’. Maar culinair gezien is er geen aanslepen aan vanwege de verfijnde smaak van kleinzoon.
En van haar Henk moest ze het ook niet hebben. Uitgerekend op die oppasdagen nam haar wederhelft samen met Arie, z’n pensionado-partner in crime, de kuierlatten naar hun visplekje bij Fort Ronduit. Met veel bier en de godbetert door Loes herself gesmeerde boterhammen, wisten ze hun gemeenschappelijke hobby schaamteloos te rekken tot een uur of zeven. Het tijdstip waarop Kevin natuurlijk al lang een breed afgeleverd was bij de rechtmatige eigenaars.
Onlangs had ze, bij ontstentenis van de ouders,  nog een volledig kinderpartijtje uit de grond gestampt toen haar toppertje de 3-jarige leeftijd had bereikt. En ga daar als 67-jarige maar eens aan staan. Een eindeloze middag met een stuk of zes al even stront verwende kleutertjes uit de buurt is een regelrechte bezoeking. Een volledig etmaal tussen de klamme lappen had ze nodig gehad om haar leven weer enigszins op de rails te krijgen.
Ik ken die verjaardagen. Heb ze altijd gemeden als de pest. Nu die kids wat ouder zijn zit ik op dat soort partijtjes uitgebreid uren lang  te slempen in een kamer met louter volwassen. Van de jeugdige gasten en de jarige geen spoor. Het persoonlijk en plechtig overhandigen van mijn cadeau is een ritueel dat volledig achterhaald is.
Ik leg m’n envelopje op de cadeautafel.
Een spannend boek is een treurig anachronisme.
Ze willen alleen maar geld.
‘Dieffie met verlos’ op straat is er trouwens niet meer bij. Ze zitten bijeengepakt op de slaapkamers boven met hun tablets en aanverwante digitale bullshit met holle ogen er de meest gruwelijke video-games door te jagen.

Ik gluurde op m’n horloge. Hoogste tijd om er met mijn Loes maar weer eens van tussen te gaan. Maar oma Loes maakte zich klaar voor de apotheose.
-En je wil het geloven of niet. Nou denkt mijn dochter er hard over om er nog een tweede bij te maken. Denk je komend  jaar van al dat gesodemieter af te zijn, begint dat hele circus weer van voren af aan. En mij wordt niks gevraagd. Want wie is er de lul?
IK WIL INSPRAAK.
Zag ik het goed? Gleed er een traan over oma’s  wang?

Ik liet oma in haar volledige ontreddering achter op het bankje.
-Welke kant gaan we uit Loes?
Mijn filmhond krijgt tijdens haar logeerpartij bij alles inspraak.
Ze trok me linea recta naar huis.
Naar de waterbak die lonkte.
Ze had er een droge bek van gekregen.

SONY DSC

Onlangs stoomde ik welgemoed op naar de kassa van m’n Naardense grootgrutter met een karretje dat bij nader inzien voor een deel gevuld bleek met artikelen waarvan ik het in de verste verte niet in m’n hersens zou halen om ze te scoren. Bietjes, worteltjes en, godbetert, doperwten stonden echt niet op m’n virtuele playlist.
Ergens in die goddelijke toko moet ik overgeschakeld zijn op de vierwieler van een dame (het zijn nog steeds overwegend dames die de onvermijdelijke fourage voor hun rekening nemen) die nu ongetwijfeld radeloos op zoek was naar haar treurigheid in mijn winkelwagentje die ik echt niet ging afrekenen. De kassajuffrouw had er alle begrip voor.
Het stemde evenwel tot nadenken. Een incident?

Als je qua leeftijd sluipenderwijs de zorgzone begint te naderen, is het zaak de vinger aan de pols te houden. M’n moeder zaliger immers verruilde toen ze een paar jaar verder was dan ik nu, haar dagelijkse helderheid en overzichtelijkheid voor een steeds dikker wordende mist. Het leidde uiteindelijk tot opname in het tranendal van een (overigens voortreffelijk) tehuis waar ze haar laatste jaren sleet in een huiskamer te midden van lispelende lotgenoten die stuk voor stuk driftig bezig waren de weg volledig kwijt te raken.
Haar ondoordringbare  mist was trouwens het grootste probleem niet.
Nee, het onverteerbare schemergebied met bijbehorende kwetsbaarheid dat er aan voorafging brachten me bij de regelmatige bezoekjes in opperste verwarring.
Ik heb haar genen.

Sommige leeftijdgenoten maken er nu al ronduit een potje van.
In Amerika hees men een ziekelijk narcistische volidiote klimaatonbenul (een half jaar jonger dan ik) op het presidentiële schild die met z’n comateuze apocalyptische wartaal vrijwel dagelijks een onverdraaglijk reukspoor van verwarring weet achter te laten.
Kanniewaarwezen.
Dandy/strafpleiter/dwarsligger/FvD-kopstuk Theo Hiddema, een jaartje ouder, is samen met z’n compaan Thierry het rechtpopulistische paardenmiddel tegen homeopatische verdunning van Nederland.
Een lichtpuntje daarentegen zijn de Rolling Stones die na een liederlijk leven van spuiten en slikken nog steeds volle zalen trekken met hun rollatorrock.
En wat te zeggen van zo’n 74-jarige onderkoning van Nederland die na een paar maanden van malaise van stal wordt gehaald om een beetje fatsoenlijk regeringsploegje in elkaar te timmeren?
Dat dan weer wel.

Het voordeel van dement zijn is weliswaar dat je probleemloos je eigen paaseieren kunt verstoppen maar zulk vertier duw ik met alle liefde nog een tijdje voor me uit.
Wat mijn fysieke welzijn betreft heb zo m’n simpele dagelijkse checkmomentjes. Zo stap ik moeiteloos balancerend op één been nog vlotjes in m’n broeken. Muurbeugels in de inloopdouche liggen nog ver achter m’n horizon. Incontinentieluiers? Ik haal m’n neus er voor op.
Op de tennisbaan verbeeld ik me twee keer in de week dat ik nog als een jonge god in mijn ouwelullenpotjes over het gemalen baksteen snel. Ik koester die illusie. Dat ik op eerste pinksterdag op m’n Giant OCR Compact Road op één bidonnetje en vier mueslirepen (ik heb de gloeiende pest aan afstappen) die 150 kilometer Markerwaard in zes uur wegtrapte vind ik op zich nog niet eens zo’n prestatie. Dat ik twee dagen later zonder een centje pijn alle gepasseerde dorpen langs de boorden van het voormalige IJsselmeer nog kan oplepelen, stemt tot tevredenheid.
En die 52 bridgekaarten heb ik ook nog volledig onder controle.
Evenals m’n pincode.

Maar waarom verslond ik zo obsessief die met veel humor geschreven verpleeghuisboeken (Zolang er leven is, Pogingen om iets van het leven te maken) van Hendrik Groen?
En leg me eens uit waarom ik na  Ma als een speer door  Ach, Moedertje, de gevoelvolle kost van zorgactivist Hugo Borst heen dender?
Verkenning van m’n voorland?
Ik ga toch maar eens maatregelen nemen om de onafwendbare ontluistering voor te zijn.

15826096_1628654104104084_5848497811243564595_n

Meer dan vijftig jaar voordat het treurige fusiegedrocht Gooise Meren een feit werd, lieten wij ons er aan de Zwarteweg op de grens van Naarden en Bussum al sluipenderwijs naar toe masseren. Niet dat  het nou allemaal even soepel verliep. Toen er bijvoorbeeld eind jaren ’50 een schoorsteenbrandje uitbrak in mijn ouderlijk huis tegenover dit pandje, sloeg de algehele verwarring toe bij de plaatselijke brandweer. Het dichtstbijzijnde en meest voor de hand liggende putje van waaruit het verlossende bluswater opgepompt moest worden lag aan de overkant. Helaas: Naarden. Dat konden we dus wel schudden. Want ons huis viel onder Bussum. Het werd een barre zoektocht naar authentiek Bussums water. En het is dat het bij nader inzien een vrij onschuldig brandje bleek te zijn, anders was nummertje 51a intussen ongetwijfeld tot de grond toe afgefikt.

In het voorste deel van dit in overdadig groen verpakte twee-onder-een-kapje huisden de in Naarden en wijde omtrek zeer bekende Wil en Ruud van Zijtveld. Stichting Burgerzin. Jarenlang met een onstilbare honger naar promotie van onze vestingstad de initiators van onze niet te evenaren Sinterklaasoptocht. En vele andere lokale activiteiten.
Een riant optrekje kan het amper geweest zijn. Maar dat weerhield de jongelui er niet van om er in een paar jaar tijd een indrukwekkende optocht kinderen op de wereld te zetten. Wil, niet eens zo veel ouder dan wij, was de placebomoeder die ons, puberende jongens uit de buurt, als een vleesgeworden, begripvolle Lieve Lita met een enorme dosis empathie door de problematiek van die puberteit sleepte. Een materie waar onze ouders maar bar weinig oog voor hadden.
Vonden wij.

Na een aantal Amsterdamse jaren teruggekeerd naar deze contreien, zag ik Ruud tot m’n verbazing schitteren in de plaatselijke Naardense politiek. Namens de VVD. En dat terwijl ik er toch altijd nog heilig van overtuigd ben dat er achter het raam van die serre ooit een diep-rooie PvdA-poster schitterde. Af en toe loop ik ze nog wel eens tegen het lijf. Maar Ruud ontkent die switch in alle toonaarden. Ik meen me te herinneren dat hij in ieder geval wél degene was die bij onze schoorsteenbrand uiteindelijk het Bussumse putje wist te vinden.

In de andere helft van dit inmiddels van de aardbodem verdwenen pand, woonde de familie Thomassen. Over de vader, getrouwd met een Duitse, circuleerden bloedstollende maar ook weer vage verhalen over z’n heldhaftige bijdragen aan het verzet in de oorlog.  Het gesloten boek praatte er zelf nooit over. Zelfs  z’n zoon Herman, een altijd en eeuwig in het Lagieschkamp vissend knaapje van mijn leeftijd (later getrouwd met één van de fraaie dochters van A.C Koster, het opperhoofd van het onvergetelijke zwembad aan de Meerweg) kon je niks wijzer maken. Maar toch.

Even onze Naardense stadschroniqueur/allesweter Henk Schaftenaar geraaadpleegd: Thomassen, in verzetskringen bekend staand als Gerrit, zat in de groep van onder meer de verzetsheld Theo Dobbe en maakte zo deel uit van het stel dat uit de kazerne op bastion Oranje munitie stal. Werd gepakt al in 1941, zo uit mijn hoofd, zat in het Oranjehotel in Scheveningen gevangen en heeft de rest van de oorlog na veroordeling in Duitsland vastgezeten. Binnen die verzetsgroep was hij de man die sleutels maakte om binnen de kazerne Oranje de verschillende opslagplaatsen te kunnen openen. Het stel werd aan het begin van de zomer van 1941 gearresteerd. In het najaar volgden de rechtszaken. De organisatoren kregen de doodstraf. Specialisten er omheen kregen levenslang tot enkele tuchthuis voor alleen maar het jatten van helmen. Ik meen dat hij voor dat namaken van sleutels levenslang kreeg.

De voor ons jongens niet te peilen Thomassen dreef achter dit pandje een handel in tweedehands auto’s van het (Duitse) merk Opel. Hij moet over de nodige overredingskracht beschikt hebben want de hele buurt reed binnen de kortste keren in het merk. Wij ook. Had zo z’n eigen ideeën over  klantenbinding want er was regelmatig wat loos met die auto’s. Vloeken deed m’n ouwe heer (ouderling in de Spieghelkerk) die knarsetandend de tol betaalde voor het feit dat ie voor een dubbeltje op de eerste rang zat natuurlijk niet. Maar ik heb hem ‘die scharrelaar’ wat horen verwensen als ie zich met z’n zoveelste lekke carburateur of ander ongerief meldde bij de schuur van Thomassen. Die er het gros van de tijd schitterde door afwezigheid. Altijd en route.

Er was daar nog een zoon. De ontroerende Hans. Een aantal jaren ouder dan wij. Vroeger noemden we zo iemand gewoon mongool. Maar in de eigentijdse cultus van veranderende naamgevingen bezigen we liever het  wetenschappelijk meer verantwoorde eufemisme  ‘syndroom van Down’.
Hans was een muziekliefhebber. En wat voor eentje. Plaatsjes draaien was z’n lust en z’n leven. Als je tussen het paaltjesvoetbal en onze buurtwielerwedstrijden, waarvoor z’n motoriek ontoereikend was, bij hem aanschoof lulde hij de oren van je kop. Bij wijze van spreken dan. Want het repertoire van Hans kende slechts monosyllabische zinnen. Bij alles wat je te berde bracht, reageerde hij onveranderlijk met: ‘Waarom Frans, waarom?’ Vermoedelijk was hij veel intensiever met de zin van het leven bezig dan wij met onze triviale Elvis, Fats Domino en de Chris Barber jazzband.
Hans sleet z’n dagen als hulpje van Henk Honing op de groentekar van Lookman, die z’n nering had aan de Verlengde Fortlaan. En hoewel kleine kinderen doorgaans niet zo goed wisten wat ze met hem aan moesten was hij in de wijde omtrek een geliefde verschijning.

Onlangs legde ik de hand op een digitale versie van een liedje dat Sietze Dolstra, mijn zeer veelzijdige en helaas te vroeg overleden partner in crime als docent Nederlands op de Godelinde SG, ooit schreef op Hans.
Het is ‘m. Helemaal.
Dubbele nostalgie dus.

header

M’n sociaal-democratische wonden zijn gelikt. Als er één politieke groepering is die geen vijanden nodig heeft om zichzelf om zeep te helpen, dan de PvdA wel. We zullen het in ons neo-fascistische landje de komende vier jaar moeten doen met het Nieuwe (fatsoenlijke?) Populisme van de VVD en (zeker) het CDA die in verkiezingstijd aardig tegen Gekke Geert begonnen aan te schurken. PVV Light dus.
Het zij zo.
Vanmorgen, staande voor m’n bed, in ieder geval de dag maar eens begonnen met het Wilhelmus. Is er vroeger in het gristulluk basisonderwijs met bloed zweet en tranen ingestampt. Inclusief het zesde couplet. Voor iemand die het statistisch gezien langzamerhand wat meer van z’n langetermijngeheugen moet hebben, in ieder geval een eitje.
Bumor’s  wil is wet. In een paar jaar tijd van een wat saaie stofjas getransformeerd tot een ongemeen zwaar opgefokte oppositieleider. Maar die wél in 90% van de gevallen meestemde met het crisisbeleid van een opmerkelijke regeringscombinatie waar geen ene fuck van deugde. Het imagoverlies als gevolg van de  kortstondige vrijage met de PVV die ooit bijna de ondergang van z’n clubje betekende, heeft ie nu wel definitief van zich afgeschud. Wat snoof ie de laatste maanden eigenlijk  zo door de bank? Hetzelfde als die hyperventilerende valse nicht/rollatorpopulist/AOW-WAO-rommelaar  Helicopter Henkie?
Terwijl de nieuwbakken vrijgezel Alexander, die in de zeeën van vrijgekomen tijd met z’n vriendjes van die christelijke splinter al aan het bakkeleien is over een eigentijds levenseinde, warm loopt voor z’n laatste kunstje legt het doortrapte geteisem van DENK het ene rookgordijn na het andere rond de Armeense genocide en het contemporaine rabiate gereutel van vriendje Erdogan.
Verder bij de plaatselijke pianowinkel langs geweest voor een vleugel. Het gaat wat mij betreft klassiek worden. Goed voor m’n imago. Gisteravond tussen de potten en pannen iets gedaan met uien en courgettes. En achter m’n laptop snuif ik als zelfbenoemde intellectueel sinds vanmorgen regelmatig hartstochtelijk aan een zakje geestverruimende  lavendel.
Je weet maar nooit.
Vrouwen vallen voor  de publiekelijk tongende Jessias met z’n geplagieerde toespraken. Mannen gaan voor Big Smile Mark.
Dat wordt in de retirade in  de krochten van het politieke bedrijf nog een heel gedoe om een genderneutrale pisbak te vinden.

Berusten

Geplaatst: 4 maart 2017 in actualiteit, afscheid, dood, Naarden, ouder worden, zorg

16939119_1883316715276275_997353564926823947_n

Gisteren werd het  C’est La Vie Huis geopend.
Zorg voor ongeneeslijk zieken.
Ongetwijfeld een mooi en gevoelvol project.
Ons naderende verscheiden geeft, weliswaar bevrijd uit de taboesfeer,  weinig aanleiding tot vrolijkheid.
Voor de bijpassende ironie zorgt het zorgcentrum zélf wel.
Om nog maar eens extra te benadrukken dat deze zieken (nog) in het volle leven staan, is gekozen voor een locatie op een van de drukste kruispunten van Naarden-Bussum. Waartegenover, indien gewenst, naar hartenlust bijgetankt kan worden
Als ik straks aan de beurt ben: even mijn vesting uit en ik stort me vol vertrouwen in de liefdevolle armen van een uitgekiend team van medewerkers.
Maar dat wilde ik, als je het niet erg vindt, nog even uitstellen.
Vrijwel dagelijks fiets ik er gezond van lijf en leden (althans dat denk ik) langs waarbij ik in diep gepeins verzonken voort peddel.
Over die naam.
C ‘ est La Vie.
Daar moet  behoorlijk over nagedacht zijn.
De onafwendbaarheid van ons lot in drie woorden.
Uiteindelijk  worden we allemaal geacht te berusten.
Doodgaan hoort bij het leven.
Het is niet anders.
Op Facebook kun je er, als je het leuk vindt, in ieder geval nog een bemoedigend duimpje aan geven.