Archief voor de ‘ouder worden’ Categorie

meningDe twee vrolijke mannen die vorige week m’n watermeter kwamen vervangen, wisten van wanten. In tien minuten was het voor hen simpele klusje in een prima stemming geklaard.
Of ze een bakkie koffie wilden?
Nou nee, daar hadden ze al genoeg van gescoord.
Maar even goed bedankt.
Aardige mannen.
Snel en effectief ook.
Tot zo ver geen probleem.
Maar dan begint het gelazer.
Een week later vind je in je mailbox een missive van hun baas.
Tevredenheidsonderzoek.
Mijn mening schijnt van vitaal belang voor ze zijn.
Het invullen duurt maar twee minuutjes, beloven ze plechtig.
M’n nieuwsgierigheid won het dit keer van de irritatie.
Met een royaal gebaar: allemaal tienen.
Terwijl de tien toch in het gemeen voor de meester zélf is voorbehouden.

Je kunt verdomme geen internetbestelling meer doen, een nieuwe verwarmingsketel laten plaatsen, je meniscus uit je bejaarde kniegewricht laten peuteren, elk half jaar door een strenge doch rechtvaardige mondhygiëniste die vermaledijde tandplak, of erger nog: tandsteen (u stookt uw tanden toch wel regelmatig?) uit je gebit laten rossen, of je moet je onmisbare feedback een paar dagen later via een enquête ook nog eens opsturen naar hun informatiegeile klantenservice.
Schijtziek word ik er van.
Het ontbreekt er nog maar aan dat ik na een nachtje liederlijk rollebollen, ’s ochtends een formulier met 25 vragen op m’n hoofdkussen vind van Vriendin (staat nóg vroeger op dan ik) waarop ik tot in detail de kwaliteit van m’n erotische ervaringen moet aangeven.
Dat trek ik niet.

weekbeleving.jpg

Als er naast dat afschuwelijk verminkte ‘delen’ toch één woord is waar ik regelmatig bosbrand van in m’n liezen krijg, dan toch wel van het woord BELEVING.
Op de woonboulevard ga je tegenwoordig voor de ultieme zitbeleving of interieurbeleving. Een leven lang laat ik me periodiek knippen. Maar dat schijnt bij lange na niet genoeg te zijn. Haarbeleving, daar draait het om. Met collega’s slobberde ik in m’n werkzame leven veertig jaar lang heel wat bakkies pleur weg bij de koffieautomaat. Amper gestopt moet ik begrijpen dat ik dat helemaal verkeerd deed. Het koffiemerk Selecta wil me doen geloven dat het garant staat voor de ultieme koffiebeleving. Een passend koffieconcept voor iedere sector op de werkvloer.
Gewoon ordinair een spare rib schroeien op de buurtbarbecue? Kom op zeg! Waar blijft de beleving?
In een aantal niet te tellen restaurants waar je vroeger gewoon een biefstukje kon wegknagen, gooien ze het over een gans andere boeg. Het zijn belevingsvreetschuren geworden.
De ballonvaartenexploitant die we afgelopen zomer in de arm namen om een stel bevriende echtelieden ter gelegenheid van hun veertig jarige verbintenis via een ballonvaart over hun habitat te jagen, gooide niet zomaar de trossen los. Hij deed het voor niet minder dan een vluchtbeleving. Ronkte z’n kleurige folder.
Er worden zelfs hier en daar al belevingsawards uitgedeeld.

Bij het plaatselijke sufferdje deze week een maar liefst 12 pagina’s tellende bijlage waarin onze nieuwste aanwinst DE TINFABRIEK uitgebreid los gaat. Ze zijn daar helemaal klaar voor de business van morgen.
Onder andere een blije Willem Jan en Tineke van der Burg van Volvo Buitenweg komen aan het woord om hun verhuizing naar de overkant met een big smile toe te lichten.
Ik citeer:
‘……Dit levert enerzijds omzet op maar trekt ook bezoekers die normaal gesproken ons bedrijf niet zouden bezoeken. Zij kunnen nu Volvo op een bepaalde manier beleven‘.
Ik heb zo’n jaar of vijftig aanzienlijk bescheidener karretjes afgereden. En liep de deur bij Willem Jan en Tineke nooit plat. Maar wellicht de hoogste tijd om mezelf aan het eind van de rit maar eens te verwennen met een heilige koe van de plaatselijke Volvo-dealer.
Ik wil ook wel eens ‘beleven’.
En vooral dat ‘op een bepaalde manier’ maakt me rete-nieuwsgierig.

2018-11-24 10.57.24Het zal toch al gauw een jaar of 65 geleden zijn dat ik m’n laatste vis aan de haak sloeg.
Een populaire hobby.
M’n overbuurman Klaas bijvoorbeeld, lust er wel pap van. Maar sinds het verscheiden van z’n makker Jan met wie hij duizenden uren in een bootje op de vestinggracht doorgebracht moet hebben, is de klad er aardig in gekomen.
Vissen. Ik heb er niks mee. Dat eindeloze getuur naar die dobber. En mocht ik dan sporadisch beet hebben dan zag ik er met m’n fijngevoelige natuur als een berg tegen op om het betreurenswaardige beestje van m’n haakje te krijgen, dat meer dan eens diep in z’n strot zat.
Maar ieder z’n meug natuurlijk.

Allerlei instanties lijken zich ernstige zorgen over deze pensionado te maken.
Ben ik de doelgroep van een groot complot?
Of het gerichte campagnes zijn? Ik heb langzamerhand bange vermoedens.
Regelmatig vallen er bont geïllustreerde missives op m’n deurmat die me bijvoorbeeld willen doen geloven dat wij, Naardense ouderen, meer moeten bewegen. Het liefst onder deskundige leiding van een coach. Het vormt zelfs onderdeel van gemeentelijk beleid. Olga, die op tv voor dag en dauw de grijze plaag door een stalinistisch fitnessprogramma jaagt waarover diep is nagedacht, is kennelijk voor mij niet genoeg.
Ik voel me amper aangesproken met m’n 5000 jaarlijkse fietskilometers en twee ochtenden ouwelullentennis per week bij de TV Naarden.

Onder leiding van empathische zorgmedewerkers klaverjassen of, godbetert nog erger, bingoën in een buurtcentrum? Met eens per jaar een inspirerend, gezamenlijk schoolreisje per bus naar de Keukenhof?
Prachtig dat het bestaat.
Mij niet gezien.
Nog niet.

Haaks op dit soort ongein staat trouwens weer een ander soort flyers.
Stukken zorgelijker vind ik die steeds hardnekkigere folders van uitvaartverenigingen waar ik periodiek mee belaagd word.
Kennelijk zit ik met al m’n personalia in de kaartenbak van deze branche.
Tellen ze daar m’n dagen af?
Ik ben er nog niet aan toe.

Terug naar het vissen.
Vandaag werd ik verblijd met het decembernummer van het VISBLAD. Een speciale editie. Dat speciale is me niet helemaal duidelijk. Even snel gegoogeld op de website van onze sportvissers: op de omslag van ieder periodiekje dat ze maandelijks moeiteloos vol metselen met een ongekende partij visvertier, staan immer MANNEN (..) die apetrots hun vangst aan de wereld tonen.
En ik snap al helemaal niet waarom de eer, dit periodiekje te mogen ontvangen, uitgerekend MIJ te beurt valt. Hebben ze, in een ultieme poging mij over de streep te trekken, m’n vakbroeder Jochem afgedrukt, die toch écht wel wat anders aan z’n hoofd heeft dan deze flauwekul?
Sodemieter toch op.
Kom mijn agenda maar ’s bekijken.

IMG-20180505-WA0004Heb je een speciale ergernis? Frustratie? Kijk je er, na vijf werkdagen die je noodgedwongen moest doorbrengen met afdelingscollega’s waar je geen fuck mee hebt, naar uit om eindelijk eens een dagje onder gelijk gestemde geesten door te brengen? Of verveel je je gewoon de kolere?
Organiseer er een landelijke, Europese of Werelddag over en het is bingo.
Nog eenendertig nachtjes slapen en ik mag op 7 juni weer aanschuiven op mijn favoriete Europese (Gilles de la) Tourettedag. En hoewel met het klimmen der jaren m’n echte ergernissen aardig verbleken (wat word ik toch mild), blijft het elk jaar weer een feest der herkenning.
Ik snap het zo goed.
Twee weken daarvoor (24 mei) is het De Dag Van De Brievenbusreclame.
Door omstandigheden (een plaatselijk politiek clubje waar ik sympathie voor heb, een ontzettend aardig Naardens theatertje dat aan z’n naamsbekendheid werkt) heb ik in m’n tomeloze enthousiasme de afgelopen maanden heel wat van die gleuven aan me voorbij zien trekken.

Dat flyeren langs  die Ja/Nee-brievenbussen deed ik uit lijfsbehoud bij voorkeur ’s nachts.
Ik heb m’n lesjes geleerd.
Het is dat ik rechtshandig ben. Maar rete-nieuwsgierig ben ik naar de ongetwijfeld wat onbestemde ervaringen van de deelnemers van de Linkshandigendag (13 augustus). Of die van de Komuitdekastdag (11 oktober).
De Wereldstotterdag (22 oktober) lijkt me er ook wel eentje Opgehitst door een straffe opvoeding leed ik er in m’n jeugd ook tijdelijk aan. Ik herken de stotteraars nog steeds op een kilometer afstand.
Wat ik me van de Wereldtoiletdag moet voorstellen? Geen idee.
Van de Wereldorgasmedag des te meer.
5 Mei: De Dag van het Naakttuinieren. Een toeval dat die samenvalt met de Nationale Bevrijdingsdag?
Een hobby van nostalgische lieden die nog steeds geen afscheid kunnen nemen van die bevrijdende zestiger jaren van de vorige eeuw?
Vandaag een aantal schuttingen in m’n directe omgeving beklommen om te checken hoe de vlag er in m’n Naardense habitat voor staat.
De viooltjes lijken voortreffelijk te gedijen bij een blote snikkel.
Maar de verdere oogst was ronduit magertjes.

Naardens sprookje, niet eens zo ver bezijden de waarheid

788669aaa4154cc52a05bc6f81e22365-1460664912 (2)

Klokslag zes uur schoven ze hun gemaksautootjes over de ruime oprit naar de garage van het fraaie pand aan een van de toonaangevende lanen van het Naardense Componistenkwartier. De Corsa van Annelies, het Twingootje van Margreet en het Pandaatje (met hoge instap) waarmee Jetty zich door het leven worstelt.
Bumper aan bumper, strak achter de al even bescheiden Suzuki van Sofie.
Als het ware om hun jarenlange verbondenheid nog eens extra te benadrukken.
De dag van het jaarlijkse sacrament van solidariteit.
Vrouwen met een synoniem verleden als raakvlak.
Een reinigingsritueel.
Gastvrouw Sofie stond al handenwrijvend en breed grijnzend in de deuropening. Ze had er duidelijk zin an. De door haar trawanten aangeleverde royale voorraad hapjes en drankjes, iedereen had z’n stinkende best weer gedaan, werd vlotjes afgevoerd naar de keuken. Waarna in de riante living weldra de eerste kurken al van de fles gingen.
Geen inleidende formaliteiten. Gewoon regelrecht back to business as usual.

Vriendinnen zou je ze amper kunnen noemen. Geen gezamenlijke bakvis- of dispuutsherinneringen. Nooit samen langs de lijn gestaan bij hun naar eeuwige roem dorstende kroost op een Goois hockeyveld.
Door een toeval bijeengebracht dat ooit had geleid tot deze jaarlijkse ritus.
Hoewel, toeval?
Alle vier ex van Erik.
Een ogenschijnlijk onopvallende employé op een accountantskantoor  wiens vaardigheden zich niet beperkten tot prozaïsche cijfertjes.  Bij nader inzien een vrouwenverslinder van het zuiverste water.
Natuurlijk veel te jong getrouwd met Margreet, z’n openingsscalp. Ze was nog maar koud zwanger van haar eerste toen hij z’n relationele horizon al brutaal meende te kunnen verleggen.
Een jong ding van kantoor  viel als een blok voor z’n onschuldige bruine kijkers en zwoele, empathische babbels.
Stelde niks voor, verzekerde hij Margreet toen ze het ontdekte.
Er was heel wat masseerwerk voor nodig om het huwelijksbootje weer enigszins op koers te krijgen. Maar toen ze een aardig eind op streek was in een tweede zwangerschap kwam ze er bij toeval achter dat ie het al maanden hield met Annelies. Van de Corsa. Die er geen idee van had dat ze haar ziel en zaligheid  vermorst had aan een scharrelende huisvader in spé wiens penopauze zich rijkelijk vroeg aandiende.
Voor Margreet was de maat vol. Drie keer mag dan pas scheepsrecht zijn, met z’n tweede escapade had Erik haar tolerantiegrens ruimschoots overschreden.
Scheiden dus.
Een beetje sterven.
Maar blijven is vaak voorgoed insluimeren
Met het bijbehorende gelazer ook.
Onder andere over de onontkoombare  alimentatie waar de onverbeterlijke prijsneuker niet zo voor te porren was. En ook de zwaar teleurgestelde Annelies die veel te laat in de gaten had gekregen wat voor onbetrouwbaar vlees ze in de kuip had, gaf hem de bons.

Om een lang verhaal kort te maken: Zonder scrupules stortte Erik zich in een volgend avontuur waarin Jetty de gelukkige was. Die er na drie jaar de brui aan gaf nadat ze ontdekte dat hij er nog drie simultane liefdesnestje op na hield.
Erik, een schaker op vier borden.
Logistiek gezien trouwens een nogal gecompliceerde klus. Pure topsport. Binnen een straal van tien kilometer vier affaires uit elkaar houden vereist een zorgvuldige planning. Het kon dan ook niet anders dan dat ie tegen de lamp liep.
Z’n constructie viel op een gegeven moment niet meer bij elkaar te liegen.
Exit Jetty dus.
En Sofie, één van de drie andere slachtoffers.

De jaarlijkse happening van de exen van Erik waarbij de dames beurtelings de organisatie voor hun rekening nemen, kwam er natuurlijk niet zonder slag of stoot. Daarvoor hadden ze stuk voor stuk te veel in elkaars vaarwater gezeten.
Alle aanvankelijke wederzijdse onlustgevoelens, soms vijandigheid,  hebben inmiddels plaatsgemaakt voor tevredenheid over  hun leven na de dood.
Vast programmapunt in hun catharsis vormde lange tijd de dartwedstrijd.
Duizenden pijltjes hebben ze gierend van het lachen en met toewijding in die uitvergrote kop van ‘m gejast. Vooral z’n ogen mochten zich verheugen in een mateloze populariteit bij de dames.
En ook het ganzenbord, vervaardigd door de creatieve Annelies,  zorgde vaak tot ver  in de kleine uurtjes voor pure opwinding. Gewapend met de dobbelsteen (kan het symbolischer?)  werden de hordes van vijfentwintig bizarre hoogtepunten uit het leven van Erik  met rode, blauwe, gele en groene pionnetjes weggetikt.
Een put was er niet bij.
Elk lustrum, en daar hebben ze er toch al gauw een stuk of drie van achter de kiezen, wordt volgens traditie uitbundig gevierd in de sprookjesambiance van de Efteling.
De allegorische smeltkroes van magie, illusie en fantasie.
Waar vooral lang een gelukkig geleefd wordt.
De bezweringsformules waarmee ze hem de vreselijkste ziektes toewensten hebben helaas hun uitwerking gemist.
Ach laat ook maar.
En het idee om hem ritueel in z’n BMW naar de bodem van de vijver langs de Beethovenlaan te duwen ligt ook al ver  achter ze.
Een mens wordt milder.

Een doodenkele keer wordt ie nog wel eens gesignaleerd op de vrijdagse koopavond in de Bussumse Nassaulaan, schichtig wegduikend achter z’n laatste verovering.
Ene Debbie.
Duidelijk van een onbestemde , grauwe derde garnituur.
Zeker niet van het niveau Annelies, Margreet, Jetty of Sofie.
En ook dat stemt tot tevredenheid.
De unanieme opluchting dat ze van hem af zijn is het onverwoestbare bindmiddel.
Het zijn dolle avonden.
Proost!

tamara-bosHet moet toch al gauw een dikke veertig jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag. Een sprietig prépubermeisje. Met haar vader die schrijvend en als radiomaker stevig aan de weg timmerde, speelde ik in de nadagen van m’n honkbalcarrière bij HCAW in een softbalteam waarin nogal wat mannen van de ouwe glorie.
Kampioen van het district Gooi-Utrecht. Dat wel. Mooie tijd.
Ko de Boswachter sprak me soms, nadat we de nacht daarvoor nog stevig doorgehaald hadden en hij linea recta door ging naar de AVRO-studio,  op zondagochtend  om zeven uur in zijn vermaarde Boswachtershow in mysterieuze syllaben toe waarvan wij alleen de exclusieve code kenden. Heel veel gelachen. Eindeloze klaverjaspartijen ook. Volgens mij bedwongen we ooit nog samen op de lange latten de sneeuwpistes in het land van Jörg Haider.
Helemaal zeker weten doe ik dat niet.

De carrière van de talentvolle Tamara, ze vertrouwde me deze week toe dat ik nog in haar poezie-album schreef, heeft in die veertig jaar een flinke vlucht genomen. Aanvankelijk in de voetsporen van paps maar al gauw op eigen, sterke benen: succesvol en meermalen bekroond kinderboeken- en scenarioschrijfster.
En, zo ontdekte ik onlangs, levenspartner van cabaretier Johan Hoogeboom, artistiek leider van ons fonkelnieuwe Naardense theater deMess. Twee creatieve talenten die in hun respectievelijke business zo bezig zijn dat ze in deze beginweken van deMess van geluk mogen spreken als ze elkaar af en toe nog even tegenkomen.
‘Als ik hem nog wil zien, dan moet ik maar naar het theater’, verzuchtte ze.
Kaartje kopen dus.

20170709_121504.jpg

-Wat een prachtige fillumhond heeft u!
De naar schatting 90 kilo uitbundig transpirerende amechtigheid in glimmende campingsmoking (drie streepjes) waaronder een paar oogverblindende roze sneakers had ik, voortgetrokken door logeerhond Loes, op de Lange Bedekte Weg al vijf minuten in het vizier.
Ze had in haar volledige Koninklijke volumineusheid  plaatsgenomen op het bankje onder het bescheiden boompje. Het enige schaduwrijke plekje van het speeltuintje aan de Doorbraak.
De afwerkplek voor Naardense opa’s en oma’s.
Want deze categorie lijkt tegenwoordig het monopolie te hebben op de ongesubsidieerde privé kinderopvang.
In de vooravond wil er nog wel eens een toegewijde jonge vader wat knutselen aan z’n pedagogische inhaalslag. Achter de kwaliteit van die spaarzame pappa-momentjes kun je echter je vraagtekens zetten. De liefdevolle aandacht voor de halsbrekende toeren van de nazaat op het mini- draaimolentje moet het doorgaans vet afleggen tegen de smartphone. Want wees eerlijk, er gaat niets boven het vingeren van de sociale media op de digitale snelweg die de enige echte wereldse werkelijkheid voor iedereen bereikbaar maken.
-Hoe heet ie?
Merkwaardig fenomeen. De meeste hondenbezitters hebben het, los van het geslacht van hun trouwe viervoeter, immer over ‘hij’.  Mijn Loes is dus een ‘zij’.
Die discussie ging ik maar niet aan.
-Loes
Daar knapte de wat onbestemde mistroostigheid die tot op dat moment om ‘Adidas-oma’ hing meteen zienderogen van op.
-Zo heet ik ook.
Omdat zoiets een band schept, besloot ik m’n nogal bedenkelijke vooroordeel tegen campingsmokings voor een keer te laten varen. Bij nader inzien bleek haar linker arm één en al tattoo. Ook daar stapte ik over heen en nam aarzelend plaats naast Loes op het bankje. Waarna ik een inkijkje kreeg in de belevingswereld van mijn generatiegenoot. In de tien minuten spreektijd die ik haar gunde, passeerde alles wat er maar aan ontevredenheid over de maatschappij van tegenwoordig op te hoesten is haar revue. Peroxide Geert was haar laatste strohalm. En die kleine Kevin van haar dochter natuurlijk, die uitgebreid de kwaliteit van het zand onder de wip aan het testen was. Zand is er om in je mond te stoppen. De jongste lichting wordt om voor mij onduidelijke redenen nog steeds opgescheept met Engelse namen: Kevin, Wesley, Jeffey, Dennis, Roy.
Benieuwd of de Brexit die tsunami gaat stoppen.

Als ik Loes op haar woord mocht geloven was haar Kevin een waar godsgeschenk. Een toppertje. ‘Je hebt geen idee hoeveel liefde je van zo’n koter terugkrijgt’. Niks mis mee. Een smeltkroes van superieure kwaliteiten waarmee je je als oma alleen maar gelukkig kunt prijzen, barstte los.
Dat laatste schoffelde ze ter plekke onderuit. Toen Kevin na herhaalde waarschuwingen nog steeds volhardde in het smakelijk consumeren van het wipzand, nam ze haar rol in de opvoeding meteen kloek ter hand.
-Als oma je zegt dat je dat zand niet in je bek moet steken dan stop je daar godverdomme mee. Je moet luisteren!
Ze bezegelde haar opvoedkundige hoogstandje met een fikse tik op de achterdelen van de opstandige kleinzoon, die daarna uitgebreid aan het blèren sloeg.
Mijn Loes werd er lichtelijk nerveus van.

Teruggekeerd op ons bankje maakte ze meteen helemaal korte metten met de rooskleurigheid van het omaschap die ze zo-even nog geschetst had. Ze barstte los in een ware litanie.
De afspraak was dat ze het knaapje één dagje in de week voor haar rekening zou nemen. Voor een dagelijks abonnement op de SKBNM, de Koningskinderen, Smallsteps of hoe al die voortreffelijke commerciële plaatselijke instellingen ook mogen heten, was de beurs van haar keihard werkende dochter en schoonzoon wat aan de krappe kant. Die ene dag was inmiddels uitgegroeid tot drie volle. En daar wilde af en toe ook nog wel eens een slapeloos nachtje aan vastgeplakt worden. Want aan Kevin’s nachtelijke discipline schortte wel het een en ander. Om nog maar niet te spreken van de eetmomentjes die nogal eens leidden tot regelrechte guerrillaoorlogen. Loes (ik ook trouwens) is van de generatie ‘eten wat de pot schaft’. Maar culinair gezien is er geen aanslepen aan vanwege de verfijnde smaak van kleinzoon.
En van haar Henk moest ze het ook niet hebben. Uitgerekend op die oppasdagen nam haar wederhelft samen met Arie, z’n pensionado-partner in crime, de kuierlatten naar hun visplekje bij Fort Ronduit. Met veel bier en de godbetert door Loes herself gesmeerde boterhammen, wisten ze hun gemeenschappelijke hobby schaamteloos te rekken tot een uur of zeven. Het tijdstip waarop Kevin natuurlijk al lang een breed afgeleverd was bij de rechtmatige eigenaars.
Onlangs had ze, bij ontstentenis van de ouders,  nog een volledig kinderpartijtje uit de grond gestampt toen haar toppertje de 3-jarige leeftijd had bereikt. En ga daar als 67-jarige maar eens aan staan. Een eindeloze middag met een stuk of zes al even stront verwende kleutertjes uit de buurt is een regelrechte bezoeking. Een volledig etmaal tussen de klamme lappen had ze nodig gehad om haar leven weer enigszins op de rails te krijgen.
Ik ken die verjaardagen. Heb ze altijd gemeden als de pest. Nu die kids wat ouder zijn zit ik op dat soort partijtjes uitgebreid uren lang  te slempen in een kamer met louter volwassen. Van de jeugdige gasten en de jarige geen spoor. Het persoonlijk en plechtig overhandigen van mijn cadeau is een ritueel dat volledig achterhaald is.
Ik leg m’n envelopje op de cadeautafel.
Een spannend boek is een treurig anachronisme.
Ze willen alleen maar geld.
‘Dieffie met verlos’ op straat is er trouwens niet meer bij. Ze zitten bijeengepakt op de slaapkamers boven met hun tablets en aanverwante digitale bullshit met holle ogen er de meest gruwelijke video-games door te jagen.

Ik gluurde op m’n horloge. Hoogste tijd om er met mijn Loes maar weer eens van tussen te gaan. Maar oma Loes maakte zich klaar voor de apotheose.
-En je wil het geloven of niet. Nou denkt mijn dochter er hard over om er nog een tweede bij te maken. Denk je komend  jaar van al dat gesodemieter af te zijn, begint dat hele circus weer van voren af aan. En mij wordt niks gevraagd. Want wie is er de lul?
IK WIL INSPRAAK.
Zag ik het goed? Gleed er een traan over oma’s  wang?

Ik liet oma in haar volledige ontreddering achter op het bankje.
-Welke kant gaan we uit Loes?
Mijn filmhond krijgt tijdens haar logeerpartij bij alles inspraak.
Ze trok me linea recta naar huis.
Naar de waterbak die lonkte.
Ze had er een droge bek van gekregen.