Archief voor de ‘geluk’ Categorie

SONY DSC

Onlangs stoomde ik welgemoed op naar de kassa van m’n Naardense grootgrutter met een karretje dat bij nader inzien voor een deel gevuld bleek met artikelen waarvan ik het in de verste verte niet in m’n hersens zou halen om ze te scoren. Bietjes, worteltjes en, godbetert, doperwten stonden echt niet op m’n virtuele playlist.
Ergens in die goddelijke toko moet ik overgeschakeld zijn op de vierwieler van een dame (het zijn nog steeds overwegend dames die de onvermijdelijke fourage voor hun rekening nemen) die nu ongetwijfeld radeloos op zoek was naar haar treurigheid in mijn winkelwagentje die ik echt niet ging afrekenen. De kassajuffrouw had er alle begrip voor.
Het stemde evenwel tot nadenken. Een incident?

Als je qua leeftijd sluipenderwijs de zorgzone begint te naderen, is het zaak de vinger aan de pols te houden. M’n moeder zaliger immers verruilde toen ze een paar jaar verder was dan ik nu, haar dagelijkse helderheid en overzichtelijkheid voor een steeds dikker wordende mist. Het leidde uiteindelijk tot opname in het tranendal van een (overigens voortreffelijk) tehuis waar ze haar laatste jaren sleet in een huiskamer te midden van lispelende lotgenoten die stuk voor stuk driftig bezig waren de weg volledig kwijt te raken.
Haar ondoordringbare  mist was trouwens het grootste probleem niet.
Nee, het onverteerbare schemergebied met bijbehorende kwetsbaarheid dat er aan voorafging brachten me bij de regelmatige bezoekjes in opperste verwarring.
Ik heb haar genen.

Sommige leeftijdgenoten maken er nu al ronduit een potje van.
In Amerika hees men een ziekelijk narcistische volidiote klimaatonbenul (een half jaar jonger dan ik) op het presidentiële schild die met z’n comateuze apocalyptische wartaal vrijwel dagelijks een onverdraaglijk reukspoor van verwarring weet achter te laten.
Kanniewaarwezen.
Dandy/strafpleiter/dwarsligger/FvD-kopstuk Theo Hiddema, een jaartje ouder, is samen met z’n compaan Thierry het rechtpopulistische paardenmiddel tegen homeopatische verdunning van Nederland.
Een lichtpuntje daarentegen zijn de Rolling Stones die na een liederlijk leven van spuiten en slikken nog steeds volle zalen trekken met hun rollatorrock.
En wat te zeggen van zo’n 74-jarige onderkoning van Nederland die na een paar maanden van malaise van stal wordt gehaald om een beetje fatsoenlijk regeringsploegje in elkaar te timmeren?
Dat dan weer wel.

Het voordeel van dement zijn is weliswaar dat je probleemloos je eigen paaseieren kunt verstoppen maar zulk vertier duw ik met alle liefde nog een tijdje voor me uit.
Wat mijn fysieke welzijn betreft heb zo m’n simpele dagelijkse checkmomentjes. Zo stap ik moeiteloos balancerend op één been nog vlotjes in m’n broeken. Muurbeugels in de inloopdouche liggen nog ver achter m’n horizon. Incontinentieluiers? Ik haal m’n neus er voor op.
Op de tennisbaan verbeeld ik me twee keer in de week dat ik nog als een jonge god in mijn ouwelullenpotjes over het gemalen baksteen snel. Ik koester die illusie. Dat ik op eerste pinksterdag op m’n Giant OCR Compact Road op één bidonnetje en vier mueslirepen (ik heb de gloeiende pest aan afstappen) die 150 kilometer Markerwaard in zes uur wegtrapte vind ik op zich nog niet eens zo’n prestatie. Dat ik twee dagen later zonder een centje pijn alle gepasseerde dorpen langs de boorden van het voormalige IJsselmeer nog kan oplepelen, stemt tot tevredenheid.
En die 52 bridgekaarten heb ik ook nog volledig onder controle.
Evenals m’n pincode.

Maar waarom verslond ik zo obsessief die met veel humor geschreven verpleeghuisboeken (Zolang er leven is, Pogingen om iets van het leven te maken) van Hendrik Groen?
En leg me eens uit waarom ik na  Ma als een speer door  Ach, Moedertje, de gevoelvolle kost van zorgactivist Hugo Borst heen dender?
Verkenning van m’n voorland?
Ik ga toch maar eens maatregelen nemen om de onafwendbare ontluistering voor te zijn.

20170531_122805.jpg
De enige zekerheid die de mens heeft is dat ie zekerder wordt naarmate z’n behoefte aan zekerheden afneemt.
In een tijdsgewricht waarin onze zekerheden zwaar onder druk staan toch altijd weer een geruststellende gedachte dat de Kruiskerk bij de buren in het bevindelijke Huizen er met z’n onelinertjes  de moed behoorlijk in weet te houden.
Zo te zien is het er elke dag raak.
En hemelsbreed slechts op een steenworp afstand van het verdorven Naarden waar het monumentale historische godshuis een maand lang vergeven is van een tsunami aan profane foto’s.
Die gereformeerden hebben er in de loop van de geschiedenis een smakelijk gezelschapsspelletje van gemaakt. Om de haverklap scheidde zich een tot op het bot verontwaardigd clubje af. Wereldschokkende dilemma’s of de slang nou wel of niet gesproken had. Of de betekenis van de doop. Het liep ze daarnaast redelijk dun door de broek bij de invloed van occulte zaken waar menige synodale hoogvlieger regelmatig slapeloze nachten van had.
Vrijgemaakt van die verrekte satan ziet het leven er al gauw een stuk leuker uit.
Ook op 5 mei.

20170515_093807.jpgAls je een beetje van het bijgeloof bent dan trouw je in Naarden niet op vrijdag.
Natuurlijk niet.
Maar waarom zou vrijdag een uitzondering zijn?
Bovendien is zoiets op die dag in de vesting een exclusief dingetje. Het prijskaartje dat er aan hangt is daarnaast nogal heftig.
Afgelopen maandag werd dus de gelukkigste dag van haar leven
9.00 uur.
Gratis. All inclusive.

De gelegenheidsambtenaar van de burgerlijk stand wreef zich de slaap uit de ogen om het paar op dit weinig courante tijdstip aan elkaar te prevelen .
Er zijn plekken op aarde waar een huwelijk al een succes genoemd wordt als het koppeltje samen de kerk uit gaat.
Zelfs die kerk was er niet bij
De dochter van de overburen dus.

Sommige vrouwen trouwen alleen maar om twee mensen gelukkig te maken. Hun moeder en zichzelf.
Niet dat Ploon zich echt zorgen maakte over het feit dat die ware Jacob maar niet aan de horizon verscheen. Maar het werd toch verdorie langzamerhand wel eens tijd.
Dochterlief had zich breed georiënteerd. Struinde uitgebreid de nogal teleurstellende nationale markt af. Maar die Hollandse prijsstieren kwamen niet door haar ballotage. Dus werd de focus verlegd naar het buitenland.
Onder het motto: het gras bij de buren…
Wat haar betreft liefst iets temperamentvol Latijns-Amerikaans.
Kleine, temperamentvolle mannetjes met een grote libido.
Nou trof het dat Anne voor haar werk nogal eens die kant uit moest. In het kader van de paardenverzorging van de riante polo-stal van mevrouw Cees van der Hoeven. De gesjeesde topman van Ahold die in 2008 vanwege een omvangrijk boekhoudschandaal het veld moest ruimen. De eis die aan z’n extreme zelfverrijking hing was 15 maanden brommen.
Uiteindelijk kwam ie nog leuk weg met een luizige boete van 30.000 euri.
Indirect zou ik me een sponsor van dit huwelijk kunnen noemen. Want ik betrek sinds jaar en dag m’n grutterswaren bij Appie.
Nadat ze een tijdje proefgedraaid had met een wat onduidelijke Argentijn, kwam ze vorig jaar met haar Leonardo DiCaprio uit het land van Maxima en Videla op de proppen.
Een blijvertje.
‘Haar grote liefde’, ronkt  haar Facebooksite.
Dat nemen we voetstoots aan.

Moet toch al vanaf het begin een wat stroeve communicatie zijn geweest op nummertje 12.
De bescheiden Sleghjes staan nou niet bepaald bekend als talenwondertjes. Hoewel? Ploon, jarenlang de rots in de branding achter de toog van de Doelen, verraste de Koninklijke Beijert  ooit met een glanzende carrière op de moedermavo. Ze kon er na iedere sessie gloedvol over vertellen. Maar met een mondje mavo-Duits en -Engels kun je amper uit de voeten met dat Argentijnse Spaans van de troonpretendent.
En in de Doelen was onvervalst  Noardens de voertaal.
Klaas die al veertig jaar lang de supervisie heeft over de kwaliteit van het houtskoolvuur op onze straatbarbecue, is doorgaans een man van weinig woorden. Z’n staccato zinnen stokken meestal na een woord of vijf.  Stukken liever staart ie (ook buiten het seizoen)  vanuit z’n visbootje naar z’n dobber die traag meedeint op de golven van de vestinggracht. Samen met z’n onafscheidelijke compaan Jan Versteeg.
Na diens verscheiden, enige jaren geleden, lijkt hij langzamerhand de draad weer op te pakken.

De tijd van een degelijke verlovingstijd waarin je uitgebreid de tijd nam om te checken of je het juiste vlees in de kuip had, ligt ver achter ons. Tegenwoordig maak je eerst maar eens een kind en als de kwaliteit daarvan een beetje door de beugel kan, wordt het tijd voor verdere actie. Als je daarnaast ook wat uitgeluld raakt over jezelf wordt het langzamerhand tijd om te trouwen.
Met die baby, een paar maanden terug, werd de eerste horde voortvarend genomen.
Moeder-  en oma-geluk.
Trouwen dus.
In het wit.
De apetrotse opa Klaas was maandagmorgen om zes uur al druk in de weer om z’n voordeur helemaal in de (eveneens hagelwitte) tule te zetten. Symbool voor de maagdelijkheid die in huize Slegh dus ook ver te zoeken is. (NB:Uit een recent onderzoek bleek dat 7% van het vrouwelijk geslacht maagd is. De rest heeft een ander sterrenbeeld). Om zeven uur belde hij me m’n nest uit om te checken of ik er wel aan gedacht had mijn nationale driekleur uit te hangen.
Om vijf voor negen slenterde een select gezelschap naar de plechtigheid. Weliswaar een formaliteit. Maar toch. Met bijbehorende fotoshoot bij de Uut.
Uitgerekend op de mooiste dag van je leven moet de fotograaf tegen je zeggen: ‘Even lachen a.u.b. ‘

Om vijf over negen arriveerde een bloednerveuze jonge moeder met tweeling voor wie de tijdsdruk kennelijk iets te veel van het goede was geweest. Voor een gesloten deur. De twee maxi cosi’s werden voorlopig maar even geparkeerd op de stoep. Waarna voor het oog van de intens meelevende buren achter de ramen uitgebreid een nummertje originele borstvoeding ten beste werd gegeven..
Een topdag dus.
Voor iedereen.

limes.jpg

Het wrakkige muurtje langs het schaduwrijke terras van de Naardense horeca-gigant Limes benadrukte nog eens extra de jongste tragische ontwikkelingen in de carrière van de onfortuinlijke Jan-Kees.
Op vrijdagmiddag had hij er zijn toevlucht gezocht in het gezelschap van z’n soulmate Philip.
Al vanaf de basisschool onafscheidelijk.
Hoewel?
Het had een haartje gescheeld of de Cito-toets had daar abrupt een stokje voor gestoken. Philip denderde  aan het eind van groep 8 spelenderwijs naar een vwo-advies.
Het Willem dus.
Voor Jan-Kees restte met z’n schamele score niets anders dan de mavo. De meest ondergewaardeerde onderwijsvorm van weleer waar het Jeugdjournaal deze week zo lullig over deed.
Om het leed nog enigszins te verzachten werd er tactvol nog wel wat geschermd met een mogelijk havo-perspectief.
Maar toch.
Een Salomonsoordeel dat voor z’n ouders amper te verkopen was tegenover de buren in het Rembrandtkwartier. De habitat van academisch gevormd Naarden.  In de Naardense Schilderswijk doet  de aanstormende  jeugd het doorgaans niet voor minder dan vwo of gymnasium. Alle reden voor de vader van Jan-Kees om zich na dit teleurstellende advies onverwijld te melden voor een verhelderend oudergesprekje.
Geheel tegen z’n gewoonte trouwens.
Acht jaar lang had hij (druk druk druk) die honneurs overgelaten aan z’n eega. Maar als het water tot de lippen staat, en daarvan was nu toch echt wel sprake, weet een toegewijde vader in het belang van z’n hevig miskende zoon wat hem te doen staat.
Al z’n charmes en verbale vaardigheden gooide hij in de strijd
Alle respect uiteraard voor de competentie van het onderwijzend personeel, voornamelijk juffen, dat hem zonder kleerscheuren door de basisschool geloodst had. Maar hier gingen ze toch echt in de fout. Iedere boerenlul voelde toch op z’n klompen aan dat we met Jan-Kees te maken hadden met een onversneden vwo-er?
De verantwoordelijke juf kon dan wel tegensputteren door te wijzen op de nauwelijks te negeren conclusies van hun uiterst betrouwbare leerlingvolgsysteem, paps was niet te vermurwen.
Dus vanaf het nieuwe schooljaar zat zoonlief in een havo/vwo brugklas.
Samen met Philip.

Spiekend en anderszins gênant frauderend had ie z’n verblijf in het kielzog van Philip met kunst en vliegwerk nog tot 3 vwo  weten te rekken maar toen was het voltallige docentencorps onverbiddelijk.
Doek.
Hij mocht het bij godsgratie nog op de havo proberen.

Hun gemeenschappelijke minuten brachten ze voortaan slechts in de lunchpauzes door.
En op de hockeyclub.
De Gooische.
In de donkerblauwe wedstrijdpantalon van het kakkersgenootschap ontwikkelde Jan-Kees zich tot een kanjer die het weldra schopte tot de hoogste regionen van de jeugdafdeling. Tenminste nog één terrein waarop hij z’n vriend overtrof, die anoniem z’n balletjes sloeg in één van de wat minder aansprekende teams.
Het prestige dat hij met z’n sportieve heldendaden verwierf was indrukwekkend. Zeker ook bij de blonde paardenstaartjes met hun onafscheidelijke ‘kinderenvoorkinderen-tongval’.

Maar op het Willem hadden ze daar niet zo’n boodschap aan.
Daar golden andere wetten.
Over de laatste twee klassen van de havo, met pretpakket, deed hij vier jaar. Niet in de laatste plaats tot z’n eigen verbazing afgerond met een heus diploma.
Het resultaat van een optocht peperdure huiswerkcursussen en bijlessen voor de meest kritische vakken.
En dat waren er heel wat.

En ook voor de daaropvolgende HEAO nam hij ruim de tijd.
Toen ie uiteindelijk z’n felbegeerde diploma mocht afhalen, had Philip intussen maar liefst twee bepaald niet kinderachtige academische studies tegelijk afgerond.
Econometrie en theoretische natuurkunde.
En behoorlijk op streek naar een glanzende carrière.
De vriendschap had er niet onder geleden.

Middels intensief lobby- en masseerwerk van pa die stikte in z’n Old Boys netwerkjes, werd hij geparkeerd bij Ernst&Young.
Accountmanager. Een functie die stukken indrukwekkender klonk dan wat Jan-Kees er van bakte. In z’n volledige schoolloopbaan had ie bij voortduring zwaar tegen z’n plafond moeten aanbuffelen.
Maar  de accountancy vroeg van hem skills waarmee hij er dwars door heen zou moeten. Resultaat: in no time twee gigantische burn-outs waarmee hij evenzoveel jaren veroordeeld was tot eindeloze sessies ongeïnspireerd gamen en televisiekijken op de lederen bank in de halve villa met tophypotheek.

SONY DSC

‘Boer zoekt Vrouw’ was peanuts vergeleken bij z’n eigen uitzichtloze zoektocht.
Het hockeyprestige was al lang en breed verbleekt. En één van de paardenstaartjes met wie hij inmiddels al twee koters op de wereld had gezet begon onrustbarende tekenen van algeheel ongenoegen te vertonen.
Had ze op het verkeerde paard gewed?

Nadat hij voorzien van de nodige psychische littekens bij z’n baas terugkeerde, miste hij in drie opeenvolgende jaren glorieus z’n targets voor de Finance-boer. Waarna het snel gebeurd was.
Jan-Kees@3xnix.nl
Afmars dus.

En daar zat ie dus met z’n achtendertig teleurstellende jaren.
Tegenover een machteloze vriend die met al z’n  begrip in deze zorgsector ook geen passende handen aan het bed voorradig had.
Nog maar zo’n bruine jongen met drie vingers schuim dan maar.
En straks een halve Franse kip van het huis.
Biologisch.
Specialiteit van de chef.

Fine

Geplaatst: 10 mei 2017 in afscheid, crisis, geluk, Naarden, persoonlijk, relaties, zorg

24150_schipbreuk_detail

‘Dat er al een half jaar niet meer geneukt wordt, is nog tot daar aan toe. Maar …..’
Ik stond op het punt m’n espressootje op het terras van het Naardense etablissement Fine af te rekenen. Met een riant uitzicht op een ranzig inkijkje in het relationele leed dat zich vermoedelijk ergens in een doorzonwoning in het Componistenkwartier van Divorced City afspeelt, besloot ik likkebaardend tot een tweede.
M’n gebrek aan belangstelling veinzend, dook ik nog iets verder achter m’n krant.
Een truttig Pouw-ensemble. Daaronder de in zwarte fashion panty gehulde, iets te volumineuze onderdanen, uitmondend in afgetrapte Ballerina’s. Het schrille contrast met de woordkeuze van haar openingsquote kon amper groter zijn. De mascara was op de golven van haar opkomende tranen op weg naar haar mondhoekjes. Emotionele incontinentie. De rooie vlekken in haar hals accentueerden nog eens extra de onmiskenbare ernst van de situatie.
Vriendin, een masker van ingetogenheid, wachtte vol empathie af.
Vriendinnen zijn er om je sores mee te delen.
Ze had, cum laude afgestudeerd, die ontluikende carrière van haar toch gvd niet ingeruild voor een fletse deeltijdbaan om vervolgens, met twee koters in de lagere school leeftijd, enkel en alleen meneer op z’n wenken te bedienen?
Die vuilniszak wil ie dan nog wel aan de straat zetten. Nog te beroerd om op z’n tijd ook eens een wasje te draaien. Maar ruim dan tenminste die eeuwig rondslingerende onderbroeken en sokken op! Het zijn toch niet alleen háár haren die ze wekelijks uit het doucheputje moet peuteren? En wie peest zich een paar keer per week de kolere om de kids naar de hockey-, de tennisclub en ander vertier te brengen?
Op de fiets. Want René heeft de auto.
Ze deed er nog een schepje bovenop: En nou was ie ‘m in de Koningsnacht, zonder ook maar iets van democratisch overleg, naar Amsterdam gepeerd. Met vrienden. God mag weten wat die mannen daar uitvraten. En de volgende dag nog te brak om z’n nest uit te komen. Stond zij urenlang te blauwbekken bij die oubollige kinderspelen waar die twee van haar niet weg te branden waren.
Geen greintje aandacht voor haar. Maar die botergeile buurvrouw hoefde maar even aan de horizon te verschijnen of…..
Naar de rest van haar verhaal kon ik fluiten want twee onvervalste, meer dan luidruchtige vestingyuppen die overduidelijk elders al stevig ingedronken hadden, schoven bij het tussenliggende tafeltje aan voor de lunch. Ik moest het er mee doen.
Die cliché riedel over vuilniszakken, onderbroeken, sokken, doucheputje en hockeyclub kwam me al te bekend voor. Voor de rol van de buurvrouw in het geheel en wie weet de verdere uitdieping van het thema (povere) seks was ik zielsgraag even blijven zitten.
Het bootje van Pouwtje verkeert in zwaar weer, dat was duidelijk.
Was het toeval dat ze voor het verhaal over de teloorgang van haar huwelijksgeluk uitgerekend de symboliek van het hellende vlak van het Fine-terras bij de brug aan de Oude Haven uitverkoren had?
En als we het dan toch over Fine hebben.
Ben je een beetje ingevoerd in het Naardense dan spreek je het natuurlijk uit als fain.
Maak je er echter fiene van, op z’n Italiaans, dan geeft dat het eind van een muziekstuk aan.
Finito, einde oefening, kappen met die handel dus.
En daarheen leek Pouwtje hard op weg.

highfive

Ik lust er wel pap van.
Die zogenaamde wetenschappelijke persoonlijkheidsonderzoekjes.
Niet dat ik de illusie heb dat ze me in de herfst van mijn bestaan nog onvermoede eyeopeners verschaffen. Maar toch.
Een echte persoonlijkheid is moeilijk te herkennen omdat hij op niemand lijkt.
Als je met droge ogen kunt verklaren dat gedurende zesendertig jaar je werk je hobby is geweest, en je vervolgens ook nog een aantal jaren van een andere hobby je werk kon maken, mag je je gelukkig prijzen.
Niets geestiger dan de barre optocht trainings- en bijscholingscursusjes die ik in m’n werkzame leven voorbij zag komen. Energieverslindende  sessies van een week in een trainingscentrum (altijd in een bosrijke omgeving) waar we aan de hand van hooggecertificeerde, poep pratende  gogen eindeloos aan het spitten sloegen in onze persoonlijkheid.
Ken jezelf en je haalt als gelukkig mens meer uit je potenties.
Treurig  sensitivitygedoe dat er toe leidde dat op zaterdagavond een deel van de cursisten ten prooi aan de meest gruwelijke indentiteitscrises zich snikkend een stuk in z’n kraag zoop aan de bar.
Freek de Jonge noteerde ooit treffend: Niemand is gelukkig. Wees niemand.
Of onze baas daar uiteindelijk beter van werd? Ik waag het te betwijfelen.

Deze week zag ik op internet de Big 5 Persoonlijkheidstest voorbij racen.
‘De meest gebruikte en best onderzochte’, ronkt de zelfvoldane site.
Mét afbeeldingen. En weinig tekst.
Serious gaming dus.
Kan het eigentijdser?
Als me de gelegenheid wordt geboden  (en ook nog gratis) te ontdekken hoe ik scoor op de vijf hoofddimensies van persoonlijkheid (emotionele stabiliteit, extraversie,vriendelijkheid, ordelijkheid en openheid) wie ben ik dan om dat te laten lopen? En ik stierf werkelijk van nieuwsgierigheid over de afsluitende tintelende tips die me in het vooruitzicht werden gesteld.
Aan de slag dus.

Aan de hand van 21 vragen, telkens 2 keuzeopties (??) met bijbehorende stimulerende plaatjes, nam Big 5 mij kordaat aan de hand voor een Odyssee  door de wondere wereld van het persoonlijkheidsonderzoek.
Vraag 1 was het probleem niet:
0 Ik ben een man       0 Ik ben een vrouw

En ook nummertje 2 verhulde amper een onbesproken drang naar wetenschappelijkheid  die niets aan duidelijkheid te wensen over liet.
0 Blijft rustig              0 Is ongeduldig

Bij 3 tot en met 8 eveneens nagenoeg geen vuiltje aan de lucht. Hoewel? Als ik aangeef (5) liever thuis muziek te luisteren, vrees ik toch rücksichtslos in het hokje introvert ingedeeld te worden. En daar heb ik zo de nodige twijfels over.
3. 0 Heeft een gelijkmatig humeur    0 Heeft een wisselend humeur
4. 0 Lacht veel en vaak            0  Is meestal serieus
5. 0 Live muziek luisteren      0 Thuis muziek luisteren
6. 0 Is geordend                         0 Is rommelig
7. 0 Gaat gestructureerd te werk        0 Gaat spontaan tewerk
8. 0 Houdt niet van meningsverschillen        0 Houdt van een stevige discussie

Ik begon zowaar lol te krijgen in de ontwapenende simpelheid van m’n Big 5 vrienden.
Maar bij nummertje 9 raakte ik toch enigszins in de problemen:
0 Is bescheiden over zichzelf             0 Is heel trots op zichzelf
Er zijn ongetwijfeld lieden die er anders over denken maar ik vind mezelf best wel redelijk bescheiden. Sluit dat dan iedere vorm van gerechtvaardigde trots uit? Het zal ‘m wel zitten in het verraderlijke woordje heel.
In al m’n trots besloot ik veiligheidshalve maar voor bescheiden.
Maar het wringt wel.

10. 0 Houdt van abstracte kunst        0 Houdt van realistische kunst
Ik ben van het realisme. Heeft dat straks bij de eindafrekening consequenties voor m’n emotionele stabiliteit?

11. 0 Leert graag mensen kennen die heel anders zijn       
     0 Leert graag mensen kennen die hetzelfde zijn
Mengvormen zijn kennelijk uit den boze bij de strenge Big 5 meester. Dus, hoewel ik diep in m’n hart een onbestemd zwak heb voor mafkezen, dan maar op safe.

Te vroeg gejuicht want vanaf itempje 12 kwam er fors de klad in. Als dualisme zo veel betekent als dat ik moet  uitgaan van het bestaan van twee tegenover elkaar bestaande, tot niets anders meer te herleiden grondbeginselen, dan raak ik tot en met nummertje 21 in een peilloze crisis.

12. 0 Is stressbestendig           0 Houdt van een feestje
Wat is dit voor rabiate onzin? Mijn feestjes houden doorgaans de stress , zo die al aanwezig is, buiten de deur.

13. 0 Blijft rustig         0 Laat anderen voorgaan
Geen idee. En ook de illustratie van een rij wachtenden voor de kassa hielp me niet uit de zorgen.

14. 0 Heeft zelfvertrouwen     0 Is altijd op tijd
De schizofrenie tikte weer aan het venster.

15. 0 Is ontspannen    0 Is filosofisch
Waarmee gesuggereerd wordt dat filosofen per definitie noeste nagelbijters zijn. Filosofie is in wezen niets anders dan beroepsmatig twijfelen aan waarheden als koeien.

16. 0 Presentatie geven           0 Bemiddelen bij een ruzie
Met 36 jaar onderwijservaring zou je zeggen: presenteren. Maar het aantal brandjes dat ik heb moeten blussen is ontelbaar.

17. 0 Is avontuurlijk   0 Is een harde werker
Avonturen zoekt men niet. Die heeft men. Ook als harde werker

18. 0 Is bijna altijd vrolijk       0 Leest graag ingewikkelde teksten
Als neerlandicus word ik regelmatig door vrolijkheid overmand bij ingewikkelde teksten. Al moet  ik toegeven dat ik tijdens m’n studie bij die verrekte hermetische poëzie regelmatig een wanhopig traantje wegpinkte.

19. 0 Is heel behulpzaam                   0 Is ambitieus
Als een man geen ambitie heeft is hij een loser. Een vrouw met ambitie is een berekenende teef.

20. 0 Helpt graag anderen     0 Heeft veel originele ideeën
Originaliteit is doorgaans het zorgvuldig verbergen van je bron.

21. 0 Is heel geordend                        0 Geniet van de natuur
Als er in Gods schepping verdorie toch íets geordend is, dan toch wel de natuur.

De Totaalscore  kan ik nauwelijks een tegenvaller noemen. Ik ben emotioneel behoorlijk stabiel. Zal wel komen omdat ik uiteindelijk  graag thuis met een boek op schoot muziek beluister.
Met m’n extraversie, ordelijkheid en openheid zit het ook wel snor.
Een bittere tegenvaller is m’n vriendelijkheid. Scoort niet geweldig op hun schaal van Richter.
Waar is het mis gegaan?
Had ik dan toch bij 1 moeten invullen dat ik een vrouw ben?

boete-van-2-ton-groningse-tandarts-dure-kronen 

Ooit sleepte ik me om het half jaar naar z’n bloeiende praktijk in de Bussumse villawijk het Spieghel. Boudewijn, een snelle en behoorlijk academisch gevormde jongen bij wiens aanblik,  de minimale vegetatie rond het schedeldak ten spijt, menig Goois vrouwenhart sneller schijnt te gaan kloppen, is kundig en behoorlijk all round in z’n vak.
Toen aan het eind van de vorige eeuw z’n voorganger, mijn sobere, meer dan saaie Naardense tandarts van weinig woorden, het leven liet, was hij bij godsgratie bereid me in te lijven in z’n reeds zeer omvangrijke familie. Met een gepijnigd gelaat inventariseerde hij bij m’n eerste bezoek het slagveld dat hem getoond werd. En sloeg weldra op indrukwekkende wijze toe. Voor een eurootje of vijfhonderd ging ik er aan.
Saaimans had zich met de dood in de ogen bij gebrek aan perspectief gedurende z’n laatste periode beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Of nog minder.
Werk aan de winkel dus voor Boud die onmiddellijk driftig in de weer ging met het plaatsen van enkele levensreddende kronen en verfraaiingen. Zodat ik me weldra vertwijfeld afvroeg in wiens handen ik in godsnaam gevallen was.
Mijn naderende naderend faillissement lonkte.
Het liep met een sisser af. Sterker nog: tandtechnisch gezien bleek ik een toppertje. Hij beperkte zich halfjaarlijks tot vergeefs prikken in de uiterst hardnekkige amalgaantjes waarna hij berustte in het routineus verwijderen van m’n welig tierende tandsteen.
Roken is niet alleen slecht voor de longen.
Bij nader inzien ben ik eigenlijk maar een onbeduidend klantje waar de schoorsteen van Boud amper van kan roken.
Het zwaartepunt bij mijn bezoekjes lag dan ook steevast op de inleidende en afrondende kringgesprekken waarvoor hij ruim de tijd nam. Zo wisselden we, om een paar voorbeelden te noemen, onze respectievelijke heldendaden op de tennisbaan uit. Hij bij het Spieghel. Ik in Naarden. De kwaliteit van het tegenwoordige onderwijs. Of in ieder geval het gebrek daaraan. Boudewijns eega doceerde in deeltijd Nederlands aan ‘het Willem’ een paar lanen verderop. Hij hoorde wel ’s wat tijdens de warme prak. En mij kon je met m’n zesendertig jaar ervaring in dezelfde branche ook allesbehalve een onbeschreven blad noemen. M’n avonturen in de kleinkunst waarvoor hij een professioneel geveinsde belangstelling aan de dag legde, werden uitgebreid besproken. Waarna hij me in z’n finest moments verlekkerd bijpraatte over de ingrijpende veranderingen die er wat hem betreft op til waren.

Boudewijn ging voor het grote werk.
Lucratiever ook.
Vermoedelijk.
Zeg maar: een geavanceerd tandheelkundig centrum in een fonkelnieuw gebouw op de grens van Bussum en Naarden waarin alle disciplines onder één dak verenigd zouden worden.
B-Dent.
Jammer. Ik had wat met die Gooise villa. Een rustiek tuinpaadje leidde naar het voormalige dienstbodevertrekje dat fungeerde als wachtkamer. Langs de wand een paar ongemakkelijke stoelen. Wachtkamers hebben altijd ongemakkelijke stoelen. Ze accentueren, net als in aula’s van crematoria, het tijdelijke karakter van je aanwezigheid. Het leestafeltje met de onafscheidelijke, treurige periodiekjes waarop je, al zou je ze gratis verstrekt krijgen, toch never geabonneerd zou willen zijn: Arts en Auto. Een stapeltje gedateerde Elseviers. Een paar van die verrekte glossy’s vol met Jan des Bouvrie-achtige optrekjes waar je nog niet dood gevonden wenst te worden. En een heuse speelhoek voor de uit ‘Kinderen voor Kinderen’ weggelopen melkgebitjes natuurlijk. Bergen veelkleurig houten en plastic speelgoed en kekke kartonnen bladerboekjes die moesten afleiden van de bikkelharde kinderwerkelijkheid die lonkte in de behandelstoel.
Uit de Bang & Olufsen boxjes sijpelde Classic FM.
En dan werd je binnengehaald door Suus. Die bloedmooie assistente. Het royale entree-gebaar. Die handdruk. En dat familiaire tikje op je rug. Ik heb haar ooit in het tijdsbestek van twee periodieke controles prachtig zwanger zien worden.

Bij B-Dent heeft Boud alle disciplines van de tandheelkunde geniaal bij elkaar geveegd onder één dak. Via een glazen paneel (Waar zit hier gvd de deur en gaat ie naar binnen of naar buiten open?) betreed je een multifunctionele wachtruime. Vanaf de anderhalve meter flat screen aan de wand lacht National Geographic je toe. Verder twee verantwoorde doekjes moderne kunst. Uiteraard geen reproducties. Twee automaatjes beloven je normaal en gekoeld, hoog gekwalificeerd drinkwater. Het meubilair ademt het soort design uit de glossy’s van de praktijk van weleer. Het karakter van de leesportefeuille op de tafel verraadt echter dat er op een wat breder publiek gemikt wordt.
In de ruimte achter de balie loopt een verzameling dames, geheel doordrongen van hun uiterst verantwoordelijke missie, gewapend met een mapje nergens heen en weer terug. Stuk voor stuk aangenomen op uiterlijk schoon.
Melden hoef ik me trouwens al lang niet meer. De tandpastaglimlachjes achter de balie kennen hun pappenheimers.
En dan beland ik uiteindelijk toch nog bij m’n vurig vibrerende, adhd-achtige tandarts. Een onderzoek van een paar minuten toont aan dat er met de beste wil van de wereld (weer) geen significante afwijkingen in het gebit te noteren vallen. Waarna we geheel volgens traditie uitgebreid  het onderwijs, het tennis en de kleinkunst doornemen. En het wereldleed. De persoonlijke teleurstellingen. De ingrijpend gewijzigde burgerlijke staat van Boud bijvoorbeeld. Want hij blijkt niet alleen de deur achter z’n praktijk op de Boslaan dichtgegooid te hebben. Er is ook een dikke punt gezet achter het huwelijksgeluk.

20161011_094342

Maar vandaag heb ik voor de broodnodige variatie nog een ander puntje voor onze agenda.
Het op z’n zachtst gezegd nogal pleonastische hoogstandje op dat bordje in de wachtkamer.
Taal is communicatie.
Ook bij de tandarts.
Taal is ons vaderland waaruit we nooit kunnen emigreren.
De taal is ook de bron van alle misverstand.
Als de taal volmaakt was, zou de mens ophouden te denken.
Ik ben qua taal, dat mag duidelijk zijn, geen fervente aanhanger van het minimalisme.
En ophouden met denken is er bij mij al helemaal niet bij.
Heeft Boud in een poging z’n klantenkring bij binnenkomst linea recta naar de balie te krijgen, niet een tikkie te uitgebreid uitgepakt?
Die eerste zin volstaat toch ruimschoots?
Hij kan volgens mij volstaan met het stukken  vriendelijker: Heeft u zich al gemeld bij de receptie?
Taal is niet zijn ding.
Maar hij gaat er over denken.
Ten prooi aan pure verwarring  levert hij me persoonlijk af bij Anja.
Anja gaat over het tandsteen dat Boudewijn in z’n nieuwe toko bij haar en een optocht nogal hardhandige soortgenoten uitbesteed heeft.