Archief voor de ‘consument’ Categorie

SONY DSC

Onlangs stoomde ik welgemoed op naar de kassa van m’n Naardense grootgrutter met een karretje dat bij nader inzien voor een deel gevuld bleek met artikelen waarvan ik het in de verste verte niet in m’n hersens zou halen om ze te scoren. Bietjes, worteltjes en, godbetert, doperwten stonden echt niet op m’n virtuele playlist.
Ergens in die goddelijke toko moet ik overgeschakeld zijn op de vierwieler van een dame (het zijn nog steeds overwegend dames die de onvermijdelijke fourage voor hun rekening nemen) die nu ongetwijfeld radeloos op zoek was naar haar treurigheid in mijn winkelwagentje die ik echt niet ging afrekenen. De kassajuffrouw had er alle begrip voor.
Het stemde evenwel tot nadenken. Een incident?

Als je qua leeftijd sluipenderwijs de zorgzone begint te naderen, is het zaak de vinger aan de pols te houden. M’n moeder zaliger immers verruilde toen ze een paar jaar verder was dan ik nu, haar dagelijkse helderheid en overzichtelijkheid voor een steeds dikker wordende mist. Het leidde uiteindelijk tot opname in het tranendal van een (overigens voortreffelijk) tehuis waar ze haar laatste jaren sleet in een huiskamer te midden van lispelende lotgenoten die stuk voor stuk driftig bezig waren de weg volledig kwijt te raken.
Haar ondoordringbare  mist was trouwens het grootste probleem niet.
Nee, het onverteerbare schemergebied met bijbehorende kwetsbaarheid dat er aan voorafging brachten me bij de regelmatige bezoekjes in opperste verwarring.
Ik heb haar genen.

Sommige leeftijdgenoten maken er nu al ronduit een potje van.
In Amerika hees men een ziekelijk narcistische volidiote klimaatonbenul (een half jaar jonger dan ik) op het presidentiële schild die met z’n comateuze apocalyptische wartaal vrijwel dagelijks een onverdraaglijk reukspoor van verwarring weet achter te laten.
Kanniewaarwezen.
Dandy/strafpleiter/dwarsligger/FvD-kopstuk Theo Hiddema, een jaartje ouder, is samen met z’n compaan Thierry het rechtpopulistische paardenmiddel tegen homeopatische verdunning van Nederland.
Een lichtpuntje daarentegen zijn de Rolling Stones die na een liederlijk leven van spuiten en slikken nog steeds volle zalen trekken met hun rollatorrock.
En wat te zeggen van zo’n 74-jarige onderkoning van Nederland die na een paar maanden van malaise van stal wordt gehaald om een beetje fatsoenlijk regeringsploegje in elkaar te timmeren?
Dat dan weer wel.

Het voordeel van dement zijn is weliswaar dat je probleemloos je eigen paaseieren kunt verstoppen maar zulk vertier duw ik met alle liefde nog een tijdje voor me uit.
Wat mijn fysieke welzijn betreft heb zo m’n simpele dagelijkse checkmomentjes. Zo stap ik moeiteloos balancerend op één been nog vlotjes in m’n broeken. Muurbeugels in de inloopdouche liggen nog ver achter m’n horizon. Incontinentieluiers? Ik haal m’n neus er voor op.
Op de tennisbaan verbeeld ik me twee keer in de week dat ik nog als een jonge god in mijn ouwelullenpotjes over het gemalen baksteen snel. Ik koester die illusie. Dat ik op eerste pinksterdag op m’n Giant OCR Compact Road op één bidonnetje en vier mueslirepen (ik heb de gloeiende pest aan afstappen) die 150 kilometer Markerwaard in zes uur wegtrapte vind ik op zich nog niet eens zo’n prestatie. Dat ik twee dagen later zonder een centje pijn alle gepasseerde dorpen langs de boorden van het voormalige IJsselmeer nog kan oplepelen, stemt tot tevredenheid.
En die 52 bridgekaarten heb ik ook nog volledig onder controle.
Evenals m’n pincode.

Maar waarom verslond ik zo obsessief die met veel humor geschreven verpleeghuisboeken (Zolang er leven is, Pogingen om iets van het leven te maken) van Hendrik Groen?
En leg me eens uit waarom ik na  Ma als een speer door  Ach, Moedertje, de gevoelvolle kost van zorgactivist Hugo Borst heen dender?
Verkenning van m’n voorland?
Ik ga toch maar eens maatregelen nemen om de onafwendbare ontluistering voor te zijn.

18766085_10209836048126397_5946578941781042705_nToch sneu voor m’n opa zaliger Frans Kroeze dat Concordia van de r.k. Militairen Vereeniging voor hem omstreeks 1914 vermoedelijk geen haalbare zaak was.
Opa was als onderofficier gelegerd in Naarden. En behoorlijk Nederlands Hervormd. De bokken en de geiten werden, zeker in die tijd, zorgvuldig gescheiden. Het is voor hem te hopen dat er in de vesting een calvinistisch equivalent voorhanden was.
In mijn eigen diensttijd, eind jaren ’60, in ieder geval wel.
Hoewel, de klad kwam er al aardig in.
Wij hadden voor onze geestelijke verzorging de keus tussen het PMT (protestants militair tehuis) en het KMT (katholiek militair tehuis). De humanistische zielenherder scharrelde daar zo’n beetje tussendoor. Gezien mijn opvoeding was ik rücksichtslos ingedeeld bij de protestanten (ik ben nota bene in m’n jeugd nog met een collectebus voor het PMT de straat op gestuurd).
Je zorgde er natuurlijk wel voor je portie geestelijke verzorging mee te pikken. Want in die uurtjes was je vrijgesteld van uiterst gewichtige militaire taken. Ik ging (toen al) voor de humanist die zetelde in het KMT, waar bovendien het biljart stukken beter liep.
En dat telt als je opgaat voor je nummer.

Concordia (de godin van de eendracht) Naarden dus.
Hemelsbreed vijftig meter van mijn huidige vestingwoning.
Op mijn bridgeclubje beoefende ik er ooit het spel van de duivel.
Jarenlang huisde de goddeloze Catherine Keyl er.
Het zijn barre tijden.

boete-van-2-ton-groningse-tandarts-dure-kronen 

Ooit sleepte ik me om het half jaar naar z’n bloeiende praktijk in de Bussumse villawijk het Spieghel. Boudewijn, een snelle en behoorlijk academisch gevormde jongen bij wiens aanblik,  de minimale vegetatie rond het schedeldak ten spijt, menig Goois vrouwenhart sneller schijnt te gaan kloppen, is kundig en behoorlijk all round in z’n vak.
Toen aan het eind van de vorige eeuw z’n voorganger, mijn sobere, meer dan saaie Naardense tandarts van weinig woorden, het leven liet, was hij bij godsgratie bereid me in te lijven in z’n reeds zeer omvangrijke familie. Met een gepijnigd gelaat inventariseerde hij bij m’n eerste bezoek het slagveld dat hem getoond werd. En sloeg weldra op indrukwekkende wijze toe. Voor een eurootje of vijfhonderd ging ik er aan.
Saaimans had zich met de dood in de ogen bij gebrek aan perspectief gedurende z’n laatste periode beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Of nog minder.
Werk aan de winkel dus voor Boud die onmiddellijk driftig in de weer ging met het plaatsen van enkele levensreddende kronen en verfraaiingen. Zodat ik me weldra vertwijfeld afvroeg in wiens handen ik in godsnaam gevallen was.
Mijn naderende naderend faillissement lonkte.
Het liep met een sisser af. Sterker nog: tandtechnisch gezien bleek ik een toppertje. Hij beperkte zich halfjaarlijks tot vergeefs prikken in de uiterst hardnekkige amalgaantjes waarna hij berustte in het routineus verwijderen van m’n welig tierende tandsteen.
Roken is niet alleen slecht voor de longen.
Bij nader inzien ben ik eigenlijk maar een onbeduidend klantje waar de schoorsteen van Boud amper van kan roken.
Het zwaartepunt bij mijn bezoekjes lag dan ook steevast op de inleidende en afrondende kringgesprekken waarvoor hij ruim de tijd nam. Zo wisselden we, om een paar voorbeelden te noemen, onze respectievelijke heldendaden op de tennisbaan uit. Hij bij het Spieghel. Ik in Naarden. De kwaliteit van het tegenwoordige onderwijs. Of in ieder geval het gebrek daaraan. Boudewijns eega doceerde in deeltijd Nederlands aan ‘het Willem’ een paar lanen verderop. Hij hoorde wel ’s wat tijdens de warme prak. En mij kon je met m’n zesendertig jaar ervaring in dezelfde branche ook allesbehalve een onbeschreven blad noemen. M’n avonturen in de kleinkunst waarvoor hij een professioneel geveinsde belangstelling aan de dag legde, werden uitgebreid besproken. Waarna hij me in z’n finest moments verlekkerd bijpraatte over de ingrijpende veranderingen die er wat hem betreft op til waren.

Boudewijn ging voor het grote werk.
Lucratiever ook.
Vermoedelijk.
Zeg maar: een geavanceerd tandheelkundig centrum in een fonkelnieuw gebouw op de grens van Bussum en Naarden waarin alle disciplines onder één dak verenigd zouden worden.
B-Dent.
Jammer. Ik had wat met die Gooise villa. Een rustiek tuinpaadje leidde naar het voormalige dienstbodevertrekje dat fungeerde als wachtkamer. Langs de wand een paar ongemakkelijke stoelen. Wachtkamers hebben altijd ongemakkelijke stoelen. Ze accentueren, net als in aula’s van crematoria, het tijdelijke karakter van je aanwezigheid. Het leestafeltje met de onafscheidelijke, treurige periodiekjes waarop je, al zou je ze gratis verstrekt krijgen, toch never geabonneerd zou willen zijn: Arts en Auto. Een stapeltje gedateerde Elseviers. Een paar van die verrekte glossy’s vol met Jan des Bouvrie-achtige optrekjes waar je nog niet dood gevonden wenst te worden. En een heuse speelhoek voor de uit ‘Kinderen voor Kinderen’ weggelopen melkgebitjes natuurlijk. Bergen veelkleurig houten en plastic speelgoed en kekke kartonnen bladerboekjes die moesten afleiden van de bikkelharde kinderwerkelijkheid die lonkte in de behandelstoel.
Uit de Bang & Olufsen boxjes sijpelde Classic FM.
En dan werd je binnengehaald door Suus. Die bloedmooie assistente. Het royale entree-gebaar. Die handdruk. En dat familiaire tikje op je rug. Ik heb haar ooit in het tijdsbestek van twee periodieke controles prachtig zwanger zien worden.

Bij B-Dent heeft Boud alle disciplines van de tandheelkunde geniaal bij elkaar geveegd onder één dak. Via een glazen paneel (Waar zit hier gvd de deur en gaat ie naar binnen of naar buiten open?) betreed je een multifunctionele wachtruime. Vanaf de anderhalve meter flat screen aan de wand lacht National Geographic je toe. Verder twee verantwoorde doekjes moderne kunst. Uiteraard geen reproducties. Twee automaatjes beloven je normaal en gekoeld, hoog gekwalificeerd drinkwater. Het meubilair ademt het soort design uit de glossy’s van de praktijk van weleer. Het karakter van de leesportefeuille op de tafel verraadt echter dat er op een wat breder publiek gemikt wordt.
In de ruimte achter de balie loopt een verzameling dames, geheel doordrongen van hun uiterst verantwoordelijke missie, gewapend met een mapje nergens heen en weer terug. Stuk voor stuk aangenomen op uiterlijk schoon.
Melden hoef ik me trouwens al lang niet meer. De tandpastaglimlachjes achter de balie kennen hun pappenheimers.
En dan beland ik uiteindelijk toch nog bij m’n vurig vibrerende, adhd-achtige tandarts. Een onderzoek van een paar minuten toont aan dat er met de beste wil van de wereld (weer) geen significante afwijkingen in het gebit te noteren vallen. Waarna we geheel volgens traditie uitgebreid  het onderwijs, het tennis en de kleinkunst doornemen. En het wereldleed. De persoonlijke teleurstellingen. De ingrijpend gewijzigde burgerlijke staat van Boud bijvoorbeeld. Want hij blijkt niet alleen de deur achter z’n praktijk op de Boslaan dichtgegooid te hebben. Er is ook een dikke punt gezet achter het huwelijksgeluk.

20161011_094342

Maar vandaag heb ik voor de broodnodige variatie nog een ander puntje voor onze agenda.
Het op z’n zachtst gezegd nogal pleonastische hoogstandje op dat bordje in de wachtkamer.
Taal is communicatie.
Ook bij de tandarts.
Taal is ons vaderland waaruit we nooit kunnen emigreren.
De taal is ook de bron van alle misverstand.
Als de taal volmaakt was, zou de mens ophouden te denken.
Ik ben qua taal, dat mag duidelijk zijn, geen fervente aanhanger van het minimalisme.
En ophouden met denken is er bij mij al helemaal niet bij.
Heeft Boud in een poging z’n klantenkring bij binnenkomst linea recta naar de balie te krijgen, niet een tikkie te uitgebreid uitgepakt?
Die eerste zin volstaat toch ruimschoots?
Hij kan volgens mij volstaan met het stukken  vriendelijker: Heeft u zich al gemeld bij de receptie?
Taal is niet zijn ding.
Maar hij gaat er over denken.
Ten prooi aan pure verwarring  levert hij me persoonlijk af bij Anja.
Anja gaat over het tandsteen dat Boudewijn in z’n nieuwe toko bij haar en een optocht nogal hardhandige soortgenoten uitbesteed heeft.

Orchidee-verbinding-12-e1438718765767

Het zijn er ongetwijfeld honderdduizenden geweest die hun dierbaren op de tonen van de onvergetelijke kaskraker ‘Waarheen Waarvoor’ vergezelden naar hun laatste rustplaats.
Mieke was een toppertje.
Maar haar mateloos populaire evergreen moet langzamerhand duidelijk terrein inleveren aan het eigentijdse repertoire van tranentrekkers. En als de geruchten kloppen, zou daar binnen afzienbare tijd wel eens een geheel nieuwe dimensie aan toegevoegd kunnen worden.
Er bestaan namelijk plannen voor een uitvaartcentrum aan de Naardense Anna Meursstraat, Keverdijk.
Je kunt je allereerst natuurlijk afvragen wat zo’n locatie te zoeken heeft aan de rand van een  woonwijk. Extra pikant detail: deze bevindt zich op een steenworp afstand van De Sprong. Zoals bekend het gebouw dat jaarlijks in februari een week lang als Chapter fungeert van onze luidruchtig carnavallende Vestingnarren. Prima stek natuurlijk, zeker met het oog op de in overvloed geproduceerde mega decibellen.
Niet ondenkbaar dus dat als je volgend jaar je natte cake staat weg te slikken tijdens een roerend afscheid, dit gebeurt op de luidruchtige tonen van:

-Daar moet een piemel in
-Shirt uit en zwaaien
-Er staat een paard in de gang
-Liever te dik in de kist dan…..
-En als ge dood bent groeit er gras op oewen buik
-Nooit meer naar huis toe
-Allemaal gaan we een keertje dood

Het gaat een dolle boel worden daar aan de Keverdijk.

Eiersnijder

Geplaatst: 9 februari 2017 in actualiteit, consument, geluk, ouder worden, vakantie, zorg

Logistiek gezien is zo’n breakje van een dag of tien naar het land van de farao’s tijdens de onbestemde Nederlandse ‘geen-vlees-geen-vis-winter’ natuurlijk een fluitje van een cent. Na een paar clickjes op hun digitale snelweg gaat meneer Tui voortvarend aan de slag om me, op de vlucht voor ons chagrijnige februari-weer, op m’n favoriete stekkie aan de Rode Zee te parkeren. Ik ben er inmiddels kind aan huis. Trapte een paar jaar geleden af met een Nijlcruise. M’n indrukwekkendste vakantie ooit. Maar dat zal wel aan mijn snel gevulde kinderhand liggen. Luxor?  Abu Simbel? De pyramide van Cheops? Bedoeïenen?  Cairo?  Ik heb het allemaal aan me voorbij zien trekken. En ben vastbesloten dat cultuurshot  tzt nog eens dunnetjes over te doen.
Kan me als ‘pensionado op z’n retour’ anderzijds met minstens zo veel genoegen laten inpalmen door de verlokkingen van een meer dan triviaal  strand-, snorkel- en leesintermezzo in zomerse sferen op vijf uur vliegen. All inclusive. Dat polsbandje neem ik voor lief.
Netflix werkt hier trouwens ook, ontdekte ik.
En kom me niet aan boord met dat weinig democratische regime onder wiens dekmantel ik hier een dikke week de toean uithang. Zijn de Verenigde Staten, waar sinds enige tijd een zwaar verknipte, narcistische moslim-, vrouwen- en homohater (om maar een paar zijstraten te noemen) de lakens uitdeelt, dan wél een pretje?

Het vullen van de koffer, in het verleden toch waarachtig een krachtsinspanning waar het nodige denkwerk aan vooraf ging, stelt geen ruk meer voor. Zeker sinds de intrede van de e-reader. Met al die boeken was het altijd een bikkelharde strijd tegen die genadeloze limiet van 20 kilo.
Ik blijf er vet onder.

Na een weekje krijg je een helder beeld van wat de grijze plaag hier door de bank in z’n koffer douwt. Als fanate koffiedrinker snap ik wel dat er op dat terrein noodgedwongen het een en ander aan hulpstukken tussen de schone onderbroeken en duikattributen meegesneakt wordt. Ik trek dat lokale godendrankje hier nog net. En kun je geen week zonder de oer-Hollandse pindakaas? Mijn zegen heb je. Maar je hebt geen idee wat er, vooral tijdens het ontbijbuffet, aan onontbeerlijke prullaria op de tafeltjes geparkeerd wordt.

De perfect gesoigneerde oosterburen Heinz und Ingrid  bakken ze wat mij betreft het bruinst. Iedere morgen om 7.00 uur soppen ze op een belendend tafeltje hun 40-jarige echtelijke verveling weg in hun koppie thee waarvan de zakjes van onvervalste Duitse makelij zijn. Heinz wil er in de strijd tegen de beklemmende  stilte  die er over het afgeladen tafeltje hangt, af en toe nog wel eens een snok aan geven. Maar meer dan wat norse monosyllaben levert dat niet op bij z’n wederhelft, die al haar vakantie-energie investeert in  het conserveren van haar indrukwekkende coiffure die zelfs het zeewater (23 graden) niet verdraagt.

Het moet bij het inpakken van de koffers op de slaapkamer van die Vinexwoning in Kaiserslautern nog een hele uitzoekerij zijn geweest wat er op het laatste moment het loodje moest leggen. En ik vermoed dat Ingrid tenslotte de knoop door hakte.
Hij moest mee.
Die oertruttige eiersnijder.
Want je produceert er van die prachtige, gelijkmatige, dunne plakjes mee.

20170209_061423.jpg

Zaterdag naar huis.
Maar maandag staat deze jongen op de stoep bij de Hema.
Ik wil ook zo’n wonderbaarlijk specimen van industriële vormgeving.
Niet dat ik ooit gekookte eieren eet.
Maar gewoon voor de heb.

Marsa Alam Egypte, 9 februari 2017

20170117_104125.jpg

Wie mocht denken dat Tessa Oosthuizen, Wachter Muller (management) en mede-eigenaar/ vastgoedexpert Walter Fett zich na een jaar buffelen grauw van ellende en met de wallen onder de ogen door het Naardense leven worstelen, zit er helemaal naast.  De lang gekoesterde jongensdroom van Wachter die in maart 2016 wel heel concrete vormen begon aan te nemen, is dan weliswaar geen nachtmerrie geworden,  aan het realiseren van zo’n gigantisch project bleken bij nader inzien toch wat meer haken en ogen te zitten dan aanvankelijk gedacht.

Het begin was veelbelovend. De noodzakelijke crowdfunding liep als een dolle. Die twee ton voor de inrichting waren eigenlijk in een half uurtje binnen. Er moesten zelfs potentiële sponsors teleurgesteld worden. Maar bij de metamorfose van het historische pandje (wat een chique entree trouwens) botsten de ambitieuze ondernemers toch wel op de nodige vertraging. De streefdatum voor de opening in september bleek onhaalbaar. Het werd oktober. En daarna hing er weldra een onbestemde mist over de concrete datum. Een 50-tal reserveringen voor de kerst, aan animo geen gebrek, moest geannuleerd worden (..). Maar als we ons niet vergissen kunnen we vrijdag a.s. op de witte rook rekenen. En dat wordt de hoogste tijd. De geluiden uit de hoek van de sporadische maar immer aanwezige sombere piskijkers begonnen wel erg hardnekkig binnen te sijpelen.

20161219_154119.jpgMet die tegenvallers viel het goedbeschouwd eigenlijk best nog wel mee. Ze moeten vooral gezocht worden in de duur van de noodzakelijke procedures. Zo viel de brandweer in een laat stadium over de duidelijkheid van de vluchtwegen. Een simpel probleem, zo het dat al was, dat opgelost is. Stukken eenvoudiger ligt het met het ouwelullenbankje voor de deur dat ondanks de opgeklopte plaatselijke commotie echt niet lijkt te gaan verdwijnen. En onlangs nog spande een boze buurman een kort geding aan. Dat ging niet zoals Naarder Nieuws ten onrechte meldde over de bouwoverlast maar betrof het geluid van de installaties. ‘Boze buurman’, met wie het hotel nota bene in overleg was, wachtte de toegezegde aanpassingen waaraan druk gewerkt werd niet af, kreeg het lid op de neus.

De buren, die afgelopen jaar echt wel eens hebben moeten slikken bij al het bouwgeweld, zijn overwegend enthousiast over de nieuwe bestemming van het voormalige stadsarchief aan de Raadhuisstraat. Zo’n bescheiden vestinghotel dat de alom gewenste  levendigheid in de Naardense brouwerij brengt, is verre te verkiezen boven appartementen of retail. Hoewel: bescheiden? Qua aantal kamers (14) en bedden(30) zeker. Maar na een rondleiding over de drie verdiepingen vallen de schellen je weldra van de ogen. De laatste hand wordt gelegd aan de kamers die van alle eigentijdse gemakken zijn voorzien. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor één met een ouderwetse bedstee waarin je via de tv (en wifi) desgewenst de hele wereld kunt binnen halen. Maar het absolute pronkjuweel is te vinden aan de voorzijde op de eerste verdieping. Zeg maar: de bruidssuite. Een zeer ruime kamer met authentiek balkenplafond waar je vanuit een verhoogd, riant ligbad een geestverruimend zicht hebt op het dagelijks leven rond de kerk. Aardig om te zien dat Naardense ingezetenen als Kees van Uuden (architect) en Chantal Creemers (styling) hierbij een belangrijke adviserende taak hebben.

Voor de Naarders extra interessant wordt het verhaal van Muller (oud-marketingdirecteur bij Golden Tulip Hotels en bedenker van marketingconcepten voor bedrijven – momenteel full time bouwmanager van het hotel) als hij met passie praat over het sociale aspect van het concept dat hij voor ogen heeft.

20170117_104038.jpgDe insteek is natuurlijk in de eerste plaats een commercieel gerund hotel met een aantal prima kamers voor toeristen, evenementenbezoekers en toevallige passanten. We gaan onszelf natuurlijk niet in de vingers snijden. Maar ik geloof op grond van mijn ervaring dat je als bedrijf in de long run meer bestaansrecht hebt als je met gevoel investeert in je lokale omgeving. Grote hotelketens worden in stadswijken neer geplempt zonder dat zo’n hotel ook maar iets terug doet voor die wijk. Dat werkt niet. En zeker niet op zo’n unieke locatie als deze. Als je niet alleen iets haalt maar ook wat brengt, maak je mensen gelukkig. Wat dacht je van deze ruimte (ons gesprek vindt plaats in de zeegroene lounge op de royale benedenverdieping waar de interieurexpert meer dan luidruchtig in de weer is met het aanbrengen van de laatste voorzieningen) die wat ons betreft een soort Dorpsherberg moet worden. Een huiskamer  waar wat gebeurt. Een plaats waar verenigingen terecht kunnen voor kleinschalige bijeenkomsten. Waar schrijvers lezingen geven. Waar je kinderen opgevangen worden als je onverhoopt vast zit op de A1. Een afhaalpunt voor boeken die je bij de bibliotheek gereserveerd hebt. Waar pakketbezorger Wout je internetbestellingen parkeert die hij bij jou overdag niet kwijt kan. Waar je langs kunt komen voor kant en klare, betaalbare maaltijden. Gezond en vers, voor onder een tientje. De kok is al uitgebreid aan het proefdraaien.

Concurrentie voor de plaatselijke horeca? En hoe blij zijn de B&B’s?

14068253_621686724647617_4440028708464896513_nNee, zeker niet. Ik moet binnen ons concept zorgen dat ik hier alles aan kleine hapjes heb. Vooralsnog geen volledige restaurantfunctie. Ik mik op een goede samenwerking met de lokale restaurants. Zij krijgen wat mij betreft alle ruimte om zich binnen dit hotel te promoten. Dat geldt trouwens ook voor een zaak als Demmers. Wat de Bed  & Breakfasts betreft: geen zorgen. Van eentje heb ik in ieder geval  een positieve reactie gehad. Een verruiming van het aantal slaapplaatsen in de vesting, weet ik als marketeer, heeft een stimulerende invloed op de toeloop naar Naarden. Daar worden we allemaal beter van.

Wat die culturele poot betreft lijkt het gedroomde concept  behoorlijk in het vaarwater te zitten van het sociaal-cultureel centrum in oprichting, De Mess (de voormalige Hoed). Hoe ziet hij dat?

Absoluut geen probleem. Ik kijk er naar uit om tzt uitgebreid in overleg te treden over een samenwerking met die Stichting om te kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen. Complementair dus. En absoluut geen concurrentie. Het lijkt me geweldig als we samen tot iets moois komen. Een terrein waarop Naarden wel een impuls kan gebruiken.

14642194_649467511869538_6434045878615001899_nWe moeten nog even wachten op het openingsfestijn. Dat vindt plaats wanneer alle kamers klaar zijn. Aan de datum waagt niemand zich meer maar begin februari lijkt geen beroerde schatting. De boekingen (het hotel staat al op de toonaangevende boekingsites)  stromen  al uit de hele wereld binnen. Er is inmiddels al wel proefgedraaid met wat losse evenementjes. O.a. de boekpresentatie over de muurgedichten waarbij bleek dat  het meer dan  snor zat met de hapjes en de drankjes. Maar vrijdag a.s. om 16.00 uur gaat de lounge in ieder geval open.
De eerste (vijf) beschikbare  kamers zijn dan al bezet.
Naarden houdt de adem in.

En dan is er koffie

Geplaatst: 11 december 2016 in actualiteit, consument, media, Naarden, reclame

20161211_110930.jpg

Als ik zondagmorgen de gordijnen open trek, en ik ben waarachtig een ochtendmens, blijkt het leven in Naarden zonder mij al behoorlijk op gang gekomen. Een minitruck met de aftiteling Locatie (werk) staat pontificaal in het plantsoentje achter m’n huis.
Laat Jelle, die vermoedelijk nog tussen z’n klamme lappen in Urk bivakkeert, het maar niet zien.
Natuurlijk  moeten we daar het fijne van weten.
Filmopnamen dus. Maar liefst 30 seconden, zo liet ik me vertellen,  bewegende beelden voor een gerenommeerd vaderlands koffiemerk.
De Turfpoortstraat is, bij gebrek aan een winters decor, voor deze gelegenheid omgetoverd tot een sneeuwlandschap.
In de gauwigheid tel ik in de directe omgeving nog een drietal trucks. Buiten de crew is een blik ondersteunende functionarissen opengetrokken waaronder een heuse verkeersregelaar. En last but not least uiteraard de onvermijdelijke cateringwagen waarvan de schoorsteen zoals gewoonlijk, lang voordat er überhaupt gedraaid wordt, al 20161211_111127.jpgenthousiast staat te dampen.
Ze hebben er een dagje voor uitgetrokken.
Daar zal Douwe de knip aardig voor moeten trekken, schat ik zo in.

Werk kun je het amper noemen.
In alle bescheidenheid hebben ze dat op het minitruckje Locatie(werk) immers tussen haakjes gezet?

20161211_111345.jpg