Archief voor de ‘geloofsbeleving’ Categorie

20170531_122805.jpg
De enige zekerheid die de mens heeft is dat ie zekerder wordt naarmate z’n behoefte aan zekerheden afneemt.
In een tijdsgewricht waarin onze zekerheden zwaar onder druk staan toch altijd weer een geruststellende gedachte dat de Kruiskerk bij de buren in het bevindelijke Huizen er met z’n onelinertjes  de moed behoorlijk in weet te houden.
Zo te zien is het er elke dag raak.
En hemelsbreed slechts op een steenworp afstand van het verdorven Naarden waar het monumentale historische godshuis een maand lang vergeven is van een tsunami aan profane foto’s.
Die gereformeerden hebben er in de loop van de geschiedenis een smakelijk gezelschapsspelletje van gemaakt. Om de haverklap scheidde zich een tot op het bot verontwaardigd clubje af. Wereldschokkende dilemma’s of de slang nou wel of niet gesproken had. Of de betekenis van de doop. Het liep ze daarnaast redelijk dun door de broek bij de invloed van occulte zaken waar menige synodale hoogvlieger regelmatig slapeloze nachten van had.
Vrijgemaakt van die verrekte satan ziet het leven er al gauw een stuk leuker uit.
Ook op 5 mei.

18766085_10209836048126397_5946578941781042705_nToch sneu voor m’n opa zaliger Frans Kroeze dat Concordia van de r.k. Militairen Vereeniging voor hem omstreeks 1914 vermoedelijk geen haalbare zaak was.
Opa was als onderofficier gelegerd in Naarden. En behoorlijk Nederlands Hervormd. De bokken en de geiten werden, zeker in die tijd, zorgvuldig gescheiden. Het is voor hem te hopen dat er in de vesting een calvinistisch equivalent voorhanden was.
In mijn eigen diensttijd, eind jaren ’60, in ieder geval wel.
Hoewel, de klad kwam er al aardig in.
Wij hadden voor onze geestelijke verzorging de keus tussen het PMT (protestants militair tehuis) en het KMT (katholiek militair tehuis). De humanistische zielenherder scharrelde daar zo’n beetje tussendoor. Gezien mijn opvoeding was ik rücksichtslos ingedeeld bij de protestanten (ik ben nota bene in m’n jeugd nog met een collectebus voor het PMT de straat op gestuurd).
Je zorgde er natuurlijk wel voor je portie geestelijke verzorging mee te pikken. Want in die uurtjes was je vrijgesteld van uiterst gewichtige militaire taken. Ik ging (toen al) voor de humanist die zetelde in het KMT, waar bovendien het biljart stukken beter liep.
En dat telt als je opgaat voor je nummer.

Concordia (de godin van de eendracht) Naarden dus.
Hemelsbreed vijftig meter van mijn huidige vestingwoning.
Op mijn bridgeclubje beoefende ik er ooit het spel van de duivel.
Jarenlang huisde de goddeloze Catherine Keyl er.
Het zijn barre tijden.

la-passion-du-christ-cruxifixion-1951-bernard-buffet-1951-vatican-museum-bernard-buffet

Naarden is een maand lang in de ban van het Fotofestival.
Aan aansprekende evenementen in onze vestingstad geen gebrek.
In feite scheelde het maar een haartje  of we hadden die andere fraaie plaatselijke traditie van vorige maand op onze buik kunnen schrijven.
Niet zo leuk voor  al die hotemetoten die zich jaarlijks likkebaardend op Goede Vrijdag in de tempel van Marlo Reeders laten ophokken.
Ze hadden naar ander vertier moeten uitkijken.
Erbarme dich.
De Matthäuspassion dus.
Een reconstructie.

Met de kruisiging, de (als je je  het probeert voor te stellen nogal onsmakelijke) wederopstanding en Hemelvaartsdag achter de kiezen en de zo mogelijk nog onbegrijpelijkere uitstorting van de Heilige Geest voor de deur, de hoogste tijd om eens wat spitwerk te doen bij de eigentijdse experts.

Afijn, om een lang verhaal kort te maken, beperken we ons tot de hoofdzaken:
De evangelisten in het Nieuwe Testament, Matthäus Marcus Lucas en Johannes, hebben er (in tegenstelling tot de veel betrouwbaardere Paulus) een potje van gemaakt.
Zeventig jaar na Chr. opgeschreven.
In het Grieks, terwijl Aramees de voertaal was.
Had er iemand genotuleerd?
De discipelen?
Maar die waren beslist geen toonbeeld van geletterdheid.
Vooral Johannes maakte het bont. Voor zijn pennenvruchten zouden roddelperiodiekjes anno 2017 als Story en Privé hun neus ophalen. Historisch gezien zijn de evangelisten volslagen onbetrouwbaar. Met een hele dikke duim. Het adagium ‘beter goed gejat dan slecht geschreven’ kan in de prullenbak. Stilistisch broddelwerk. En er is onderling heel wat afgejat.
De kruisiging van de rebel Jezus zal dan wel kloppen.
Maar verder: een verzonnen, smakelijk verhaal op basis van wat in het Oude testament bij de Psalmen en de Profeten voorspeld was.
Gehistoriseerde profetie.

Barabbas of Jezus?
Een willekeurig groepje voorbijgangers wordt door Pilatus voor  de keuze gesteld om Jezus dan wel Barabbas los te laten? Hedendaagse historici hebben de grootste twijfels over de geloofwaardigheid van dit verhaal. Het meest ongeloofwaardige is dat een Romeinse landvoogd, onaantastbaar zetelend in de onneembare burcht Antonia en omringd door karrenvrachten soldaten niet gewoon op eigen gezag een aangeklaagde  zou durven veroordelen of vrijlaten.
Het beeld van  milde, toegeeflijke Pilatus voor een schreeuwende menigte staat haaks op wat we over hem weten: een specialist in het hardhandig bestrijden van onlusten.
En die mag z’n handen in onschuld wassen?

Stel je voor dat dat samengeraapte zooitje voor de vrijlating van Jezus had gekozen?
Dan was de kruisiging niet doorgegaan.
En was van dat grote Zoenoffer (en dus onze verlossing) al helemaal niks terechtgekomen.
Dan had de mensheid vierkant achter het heil gegrepen.
En Naarden achter z’n Matthäus.

Bronnen:
S.G.F. Brandon: The trial of Jesus of Nazareth
John Dominic Crossan: Jesus. A revolutionary Biography
John Dominis Crossan: Who killed Jesus?
Charles Vergeer: Een nameloze. Jezus de Nazarener
Maarten ’t Hart: De bril van God

feenstra

Dat kleurige flyertje van hem viel al een keer of wat op de mat van mijn vestingwoning. En aangezien ik wat te vieren had (nee, aan verjaardagen doe ik niet) dus maar even buurten op  de Raadhuisstraat.
Jan Feenstra dus.

Voordat ik me te buiten zou gaan aan een woest dagje  op het Markermeer lagen er namelijk een paar mogelijke drempels die wel even geslecht dienden te worden.
Hoe zat het eigenlijk met de groepsgrootte die Jan kan behappen?
Op m’n eigen pieremachochel die in jachthaven Muiderzand al weken kommervol ligt te wachten op de opening van het zeilseizoen kan ik er hooguit zes kwijt. Na zorgvuldige selectie was ik tot een uitgelezen gezelschap van  zo’n twintig man gekomen.
Jan adverteert voor groepen van twaalf.
Er viel over te onderhandelen. Twaalf blijkt gebaseerd op het aantal beschikbare slaapplaatsen. En als er iets is wat ik met dat zooitje ongeregeld van mij buitengaats  in ieder geval niet moet doen, dan is het wel slapen. Daar komt alleen maar gedonder van, heeft de geschiedenis ruimschoots bewezen. Slapen in zo’n ambiance met een schipper die z’n domicilie heeft in Divorced City is de goden verzoeken.
Toch?

En nu we het tóch over de goden hadden dan meteen maar even het tweede pijnpuntje.
De naam van de boot.
Eben Haëzer.
Met een streng reformatorische opvoeding achter de kiezen heb ik nog steeds sterke associaties met de aloude profeet Samuel.
‘De steen des Aanstoots’.
‘Tot hiertoe heeft de Heere Heere ons geholpen’.
Van die dingen.

De naam ook van een kerkgenootschap dat er prat op gaat dat iedereen in de hemel komt. Mochten we onverhoopt ter hoogte van het Paard van Marken schipbreuk lijden dan is die hemel wel zo ongeveer het laatste wat ik mijn overwegend agnostische gezelschap zou willen aandoen.
Als er ergens gevloekt wordt als een bootwerker, dan toch wel in de zeilbranche. Je hoeft bij een scherpe  ‘overstag’ maar één keer een fokkenschoot uit je poten te laten schieten of je krijgt van de schipper een liederlijk godsoordeel over je uitgestort.
Mocht Jan écht zo zuiver in de leer zijn dan wil ik geen steen des aanstoots voor hem vormen met mijn kompanen die verbaal van wanten weten. Daar zit geen woord ‘tale Kanaäns’ bij.
Hij wist me in alle opzichten gerust te stellen.
Van een Groninger tjalk uit 1901 verander je de naam niet meer.

Godskolere (..), wat was het koud op die 7 mei.
Daar viel voor Jan met z’n vlammetjes en kroketten  niet tegen op te frituren.

header

M’n sociaal-democratische wonden zijn gelikt. Als er één politieke groepering is die geen vijanden nodig heeft om zichzelf om zeep te helpen, dan de PvdA wel. We zullen het in ons neo-fascistische landje de komende vier jaar moeten doen met het Nieuwe (fatsoenlijke?) Populisme van de VVD en (zeker) het CDA die in verkiezingstijd aardig tegen Gekke Geert begonnen aan te schurken. PVV Light dus.
Het zij zo.
Vanmorgen, staande voor m’n bed, in ieder geval de dag maar eens begonnen met het Wilhelmus. Is er vroeger in het gristulluk basisonderwijs met bloed zweet en tranen ingestampt. Inclusief het zesde couplet. Voor iemand die het statistisch gezien langzamerhand wat meer van z’n langetermijngeheugen moet hebben, in ieder geval een eitje.
Bumor’s  wil is wet. In een paar jaar tijd van een wat saaie stofjas getransformeerd tot een ongemeen zwaar opgefokte oppositieleider. Maar die wél in 90% van de gevallen meestemde met het crisisbeleid van een opmerkelijke regeringscombinatie waar geen ene fuck van deugde. Het imagoverlies als gevolg van de  kortstondige vrijage met de PVV die ooit bijna de ondergang van z’n clubje betekende, heeft ie nu wel definitief van zich afgeschud. Wat snoof ie de laatste maanden eigenlijk  zo door de bank? Hetzelfde als die hyperventilerende valse nicht/rollatorpopulist/AOW-WAO-rommelaar  Helicopter Henkie?
Terwijl de nieuwbakken vrijgezel Alexander, die in de zeeën van vrijgekomen tijd met z’n vriendjes van die christelijke splinter al aan het bakkeleien is over een eigentijds levenseinde, warm loopt voor z’n laatste kunstje legt het doortrapte geteisem van DENK het ene rookgordijn na het andere rond de Armeense genocide en het contemporaine rabiate gereutel van vriendje Erdogan.
Verder bij de plaatselijke pianowinkel langs geweest voor een vleugel. Het gaat wat mij betreft klassiek worden. Goed voor m’n imago. Gisteravond tussen de potten en pannen iets gedaan met uien en courgettes. En achter m’n laptop snuif ik als zelfbenoemde intellectueel sinds vanmorgen regelmatig hartstochtelijk aan een zakje geestverruimende  lavendel.
Je weet maar nooit.
Vrouwen vallen voor  de publiekelijk tongende Jessias met z’n geplagieerde toespraken. Mannen gaan voor Big Smile Mark.
Dat wordt in de retirade in  de krochten van het politieke bedrijf nog een heel gedoe om een genderneutrale pisbak te vinden.

20161219_131721.jpg20161219_134908

Het bescheiden flyertje aan m’n deurknop waarop de meiden van Liesbeth Ament Makelaars alle vestingbewoners een goed beter en best 2017 toe wensen had tenminste nog iets van een vriendelijke uitstraling. Stukken irritanter was het gesteld met de poenige glossybaksteen van Voorma en Walch die ongeveer gelijkertijd door de bus gleed. 500 gram schoon aan de haak. Met 163 pagina’s vergeven van attracties die nu en in der eeuwigheid mijn budget ruim te boven gaan. De huizen, de auto’s, de interieurs, het is allemaal van een onbereikbaarheid waar je als eenvoudige arbeidersjongen u tegen zegt.
Maar de makelaardij zit duidelijk in de lift.

14022165_1418510961497637_7986368680349029195_n

Een vrije variant op de oneliner van Annie MG die ooit het fraaie ‘Lachen mag van God’  uit haar schier onuitputtelijke koker trok. Samen zingen heeft iets. Ik ben er mee opgevoed.
Minstens één keer op iedere Dag des Heeren werden we in mijn jeugd naar de bevindelijke kerk gejaagd, waar wat mij betreft de massaal (op hele noten) gezongen odes aan die Heer zo ongeveer het enige hoogtepunt betekenden. Voor het merendeel knap raadselachtige teksten trouwens, die naadloos aansloten bij de hermetische verhandelingen van de voorgangers die wel erg nadrukkelijk in de weer waren met hun Hel en Verdoemenis. Ik sloeg me er manmoedig door heen, door tijdens de preek,  twee pepermunten wegsabbelend,  ‘het versje voor maandag’ in m’n kop te stampen. Iedere maandagmorgen op de lagere school namelijk, werd ritueel geopend met Zang en Bijbellezing waarna alle dertig koters achtereenvolgens, staande voor de klas, een opgegeven psalm moesten opdreunen. Voor een cijfer. Eén aarzeling een 9, twee missers een 8. Drie keer haperen betekende dat je ’s middags na schooltijd voor straf de betreffende hymne nog maar ’s een keer of tien moest uitschrijven. We ontvingen er zelfs een cijfer voor op ons rapport. Geef me de eerste regel en ik lepel zestig jaar na dato  nog moeiteloos een honderdtal volledige lofzangen op.
Ik hield er in ieder geval een indrukwekkend liederenrepertoire aan over waarmee ik later in m’n kleinkunstcarrière  nog gretig en ‘dankbaar’ goeie sier maakte.
Wij waren thuis allemaal uitstekende zangers. Op weg naar onze buitenlandse vakantiebestemming kwinkeleerden we eind jaren 50 met ons zeskoppige gezin  in de propvolle vierpersoons auto tot aan de Utrechtse Berenkuil meerstemmig onze kerkliederen die pas na het passeren van dat verkeersknooppunt ingeruild werden voor het wat meer profane repertoire.
Zingen doe je in de auto of onder de douche.
Voor het zingen ging ik in ieder geval nooit de kerk uit.
Zingen genereert of symboliseert plezier. Niet voor niets koesteren  we in ons vrolijke Naarden de traditie van een korenfestival.

Er valt voorlopig (nog) maar bar weinig blijmoedigheid te souperen  in onze fusiegemeente. Maar misschien verdient het voorbeeld navolging dat ons aan de andere kant van het Gooimeer gegeven wordt. Het zangfietspad. Een ideetje waarvoor ons componistenkwartier de wijk bij uitstek lijkt om een heuse pilot op los te laten. Een gemarkeerde route die achtereenvolgens voert langs de Beethovenlaan, Chopinlaan,  Wagnerlaan, Händellaan en wederom Beethovenlaan. Waarna ter afsluiting in NH hotel Jan Tabak  middels een tegen inlevering van de stempelkaart verstrekt gratis drankje de keel gesmeerd kan worden.
Ik kijk er naar uit.