Archief voor de ‘financiën’ Categorie

Dirk3Als de Kluivertjes met hun  9-jarige ‘Nike-Shane’ zo lucratief aan de digitale snelweg timmeren, ligt die wondere wereld dus ook wagenwijd open voor Keverdijkse kleinzoon Dirk (3 maanden) stelde ik handenwrijvend vast.
Een virtuoze balbehandeling zit er vooralsnog niet in. Maar Dirkie, een meer dan schattige versie van z’n opa, beschikt over andere, zeer specifieke eigen kwaliteiten. Wat te denken van z’n amper te evenaren kringspier? Om je vingers bij af te likken.
Drollen-Dirk voor intimi. De volstrekt authentieke wijze waarop mijn stamhouder per dag, pak ‘m beet, zo’n keer of vijf ongegeneerd z’n luier vol jast, moet een beetje luiergigant als Kruidvat toch klaarwakker schudden? Een contract met op z’n minst zes nullen, belooft onze marketeer.  200.000 volgers op de foto- en viodeosite Instagram liggen voor het oprapen . Opa duwt ‘m wel in z’n maxi cosi door het land voor de nietsontziende optocht aan openingen van evenementen en andere contractuele ongein.
En een eigen videokanaal natuurlijk. Met een dagelijkse kooktip. Vooralsnog voornamelijk voedsel uit het Olvarit-assortiment (apart contract?). Persoonlijk ingesproken door de kleine.
Mét ondertiteling uiteraard. Want van z’n gebrabbel zal de niet ingewijde buitenstaander amper chocola  kunnen maken.
Eva en Bo staan late night al in de startblokken.
We gaan er voor.

20170709_121504.jpg

-Wat een prachtige fillumhond heeft u!
De naar schatting 90 kilo uitbundig transpirerende amechtigheid in glimmende campingsmoking (drie streepjes) waaronder een paar oogverblindende roze sneakers had ik, voortgetrokken door logeerhond Loes, op de Lange Bedekte Weg al vijf minuten in het vizier.
Ze had in haar volledige Koninklijke volumineusheid  plaatsgenomen op het bankje onder het bescheiden boompje. Het enige schaduwrijke plekje van het speeltuintje aan de Doorbraak.
De afwerkplek voor Naardense opa’s en oma’s.
Want deze categorie lijkt tegenwoordig het monopolie te hebben op de ongesubsidieerde privé kinderopvang.
In de vooravond wil er nog wel eens een toegewijde jonge vader wat knutselen aan z’n pedagogische inhaalslag. Achter de kwaliteit van die spaarzame pappa-momentjes kun je echter je vraagtekens zetten. De liefdevolle aandacht voor de halsbrekende toeren van de nazaat op het mini- draaimolentje moet het doorgaans vet afleggen tegen de smartphone. Want wees eerlijk, er gaat niets boven het vingeren van de sociale media op de digitale snelweg die de enige echte wereldse werkelijkheid voor iedereen bereikbaar maken.
-Hoe heet ie?
Merkwaardig fenomeen. De meeste hondenbezitters hebben het, los van het geslacht van hun trouwe viervoeter, immer over ‘hij’.  Mijn Loes is dus een ‘zij’.
Die discussie ging ik maar niet aan.
-Loes
Daar knapte de wat onbestemde mistroostigheid die tot op dat moment om ‘Adidas-oma’ hing meteen zienderogen van op.
-Zo heet ik ook.
Omdat zoiets een band schept, besloot ik m’n nogal bedenkelijke vooroordeel tegen campingsmokings voor een keer te laten varen. Bij nader inzien bleek haar linker arm één en al tattoo. Ook daar stapte ik over heen en nam aarzelend plaats naast Loes op het bankje. Waarna ik een inkijkje kreeg in de belevingswereld van mijn generatiegenoot. In de tien minuten spreektijd die ik haar gunde, passeerde alles wat er maar aan ontevredenheid over de maatschappij van tegenwoordig op te hoesten is haar revue. Peroxide Geert was haar laatste strohalm. En die kleine Kevin van haar dochter natuurlijk, die uitgebreid de kwaliteit van het zand onder de wip aan het testen was. Zand is er om in je mond te stoppen. De jongste lichting wordt om voor mij onduidelijke redenen nog steeds opgescheept met Engelse namen: Kevin, Wesley, Jeffey, Dennis, Roy.
Benieuwd of de Brexit die tsunami gaat stoppen.

Als ik Loes op haar woord mocht geloven was haar Kevin een waar godsgeschenk. Een toppertje. ‘Je hebt geen idee hoeveel liefde je van zo’n koter terugkrijgt’. Niks mis mee. Een smeltkroes van superieure kwaliteiten waarmee je je als oma alleen maar gelukkig kunt prijzen, barstte los.
Dat laatste schoffelde ze ter plekke onderuit. Toen Kevin na herhaalde waarschuwingen nog steeds volhardde in het smakelijk consumeren van het wipzand, nam ze haar rol in de opvoeding meteen kloek ter hand.
-Als oma je zegt dat je dat zand niet in je bek moet steken dan stop je daar godverdomme mee. Je moet luisteren!
Ze bezegelde haar opvoedkundige hoogstandje met een fikse tik op de achterdelen van de opstandige kleinzoon, die daarna uitgebreid aan het blèren sloeg.
Mijn Loes werd er lichtelijk nerveus van.

Teruggekeerd op ons bankje maakte ze meteen helemaal korte metten met de rooskleurigheid van het omaschap die ze zo-even nog geschetst had. Ze barstte los in een ware litanie.
De afspraak was dat ze het knaapje één dagje in de week voor haar rekening zou nemen. Voor een dagelijks abonnement op de SKBNM, de Koningskinderen, Smallsteps of hoe al die voortreffelijke commerciële plaatselijke instellingen ook mogen heten, was de beurs van haar keihard werkende dochter en schoonzoon wat aan de krappe kant. Die ene dag was inmiddels uitgegroeid tot drie volle. En daar wilde af en toe ook nog wel eens een slapeloos nachtje aan vastgeplakt worden. Want aan Kevin’s nachtelijke discipline schortte wel het een en ander. Om nog maar niet te spreken van de eetmomentjes die nogal eens leidden tot regelrechte guerrillaoorlogen. Loes (ik ook trouwens) is van de generatie ‘eten wat de pot schaft’. Maar culinair gezien is er geen aanslepen aan vanwege de verfijnde smaak van kleinzoon.
En van haar Henk moest ze het ook niet hebben. Uitgerekend op die oppasdagen nam haar wederhelft samen met Arie, z’n pensionado-partner in crime, de kuierlatten naar hun visplekje bij Fort Ronduit. Met veel bier en de godbetert door Loes herself gesmeerde boterhammen, wisten ze hun gemeenschappelijke hobby schaamteloos te rekken tot een uur of zeven. Het tijdstip waarop Kevin natuurlijk al lang een breed afgeleverd was bij de rechtmatige eigenaars.
Onlangs had ze, bij ontstentenis van de ouders,  nog een volledig kinderpartijtje uit de grond gestampt toen haar toppertje de 3-jarige leeftijd had bereikt. En ga daar als 67-jarige maar eens aan staan. Een eindeloze middag met een stuk of zes al even stront verwende kleutertjes uit de buurt is een regelrechte bezoeking. Een volledig etmaal tussen de klamme lappen had ze nodig gehad om haar leven weer enigszins op de rails te krijgen.
Ik ken die verjaardagen. Heb ze altijd gemeden als de pest. Nu die kids wat ouder zijn zit ik op dat soort partijtjes uitgebreid uren lang  te slempen in een kamer met louter volwassen. Van de jeugdige gasten en de jarige geen spoor. Het persoonlijk en plechtig overhandigen van mijn cadeau is een ritueel dat volledig achterhaald is.
Ik leg m’n envelopje op de cadeautafel.
Een spannend boek is een treurig anachronisme.
Ze willen alleen maar geld.
‘Dieffie met verlos’ op straat is er trouwens niet meer bij. Ze zitten bijeengepakt op de slaapkamers boven met hun tablets en aanverwante digitale bullshit met holle ogen er de meest gruwelijke video-games door te jagen.

Ik gluurde op m’n horloge. Hoogste tijd om er met mijn Loes maar weer eens van tussen te gaan. Maar oma Loes maakte zich klaar voor de apotheose.
-En je wil het geloven of niet. Nou denkt mijn dochter er hard over om er nog een tweede bij te maken. Denk je komend  jaar van al dat gesodemieter af te zijn, begint dat hele circus weer van voren af aan. En mij wordt niks gevraagd. Want wie is er de lul?
IK WIL INSPRAAK.
Zag ik het goed? Gleed er een traan over oma’s  wang?

Ik liet oma in haar volledige ontreddering achter op het bankje.
-Welke kant gaan we uit Loes?
Mijn filmhond krijgt tijdens haar logeerpartij bij alles inspraak.
Ze trok me linea recta naar huis.
Naar de waterbak die lonkte.
Ze had er een droge bek van gekregen.

The bridge 2

Nu ook de krant van Wakker Nederland de moeite neemt om de beerput van onze onverkwikkelijke soap rond ‘de brug’  leeg te scheppen, wordt het bij wijze van tegenwicht de hoogste tijd om ons fusieclubje maar eens wat lichtvoetiger  in de markt te zetten.
De machteloosheid lijkt een beetje in het dna van de Gooise Meren geslopen te zijn.
Zelfs de uit een Enkhuizer hoed getoverde succeswethouder Jan Franx begint zich te realiseren in wat voor een wespennest hij z’n immer chocoladekleurige schedel gestoken heeft. De alom zeer gewaardeerde crisismanager is met z’n luizige 0,6 fte dag en nacht bezig om de lijken die hier met de regelmaat van de klok uit de kast rollen op passende wijze ritueel te verbranden.
Het is dweilen met de kraan open.
Had zich als liberale excuustruus bij z’n entree vermoedelijk wat anders voorgesteld van dat Gooise klusje. Je moet er dan ook niet raar van opkijken als hij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 amper kan afwachten om z’n heil elders te zoeken.
We snakken naar wat luchtig vertier. Zo’n docudrama is natuurlijk leuk. Maar eerlijk gezegd geven we de voorkeur aan een heuse musical. Een pakkend  scriptje ligt voor het grijpen. De acteurs staan te trappelen. Bovendien een prachtige gelegenheid om theater Spant door de zomerse komkommertijd heen te slepen.

limes.jpg

Het wrakkige muurtje langs het schaduwrijke terras van de Naardense horeca-gigant Limes benadrukte nog eens extra de jongste tragische ontwikkelingen in de carrière van de onfortuinlijke Jan-Kees.
Op vrijdagmiddag had hij er zijn toevlucht gezocht in het gezelschap van z’n soulmate Philip.
Al vanaf de basisschool onafscheidelijk.
Hoewel?
Het had een haartje gescheeld of de Cito-toets had daar abrupt een stokje voor gestoken. Philip denderde  aan het eind van groep 8 spelenderwijs naar een vwo-advies.
Het Willem dus.
Voor Jan-Kees restte met z’n schamele score niets anders dan de mavo. De meest ondergewaardeerde onderwijsvorm van weleer waar het Jeugdjournaal deze week zo lullig over deed.
Om het leed nog enigszins te verzachten werd er tactvol nog wel wat geschermd met een mogelijk havo-perspectief.
Maar toch.
Een Salomonsoordeel dat voor z’n ouders amper te verkopen was tegenover de buren in het Rembrandtkwartier. De habitat van academisch gevormd Naarden.  In de Naardense Schilderswijk doet  de aanstormende  jeugd het doorgaans niet voor minder dan vwo of gymnasium. Alle reden voor de vader van Jan-Kees om zich na dit teleurstellende advies onverwijld te melden voor een verhelderend oudergesprekje.
Geheel tegen z’n gewoonte trouwens.
Acht jaar lang had hij (druk druk druk) die honneurs overgelaten aan z’n eega. Maar als het water tot de lippen staat, en daarvan was nu toch echt wel sprake, weet een toegewijde vader in het belang van z’n hevig miskende zoon wat hem te doen staat.
Al z’n charmes en verbale vaardigheden gooide hij in de strijd
Alle respect uiteraard voor de competentie van het onderwijzend personeel, voornamelijk juffen, dat hem zonder kleerscheuren door de basisschool geloodst had. Maar hier gingen ze toch echt in de fout. Iedere boerenlul voelde toch op z’n klompen aan dat we met Jan-Kees te maken hadden met een onversneden vwo-er?
De verantwoordelijke juf kon dan wel tegensputteren door te wijzen op de nauwelijks te negeren conclusies van hun uiterst betrouwbare leerlingvolgsysteem, paps was niet te vermurwen.
Dus vanaf het nieuwe schooljaar zat zoonlief in een havo/vwo brugklas.
Samen met Philip.

Spiekend en anderszins gênant frauderend had ie z’n verblijf in het kielzog van Philip met kunst en vliegwerk nog tot 3 vwo  weten te rekken maar toen was het voltallige docentencorps onverbiddelijk.
Doek.
Hij mocht het bij godsgratie nog op de havo proberen.

Hun gemeenschappelijke minuten brachten ze voortaan slechts in de lunchpauzes door.
En op de hockeyclub.
De Gooische.
In de donkerblauwe wedstrijdpantalon van het kakkersgenootschap ontwikkelde Jan-Kees zich tot een kanjer die het weldra schopte tot de hoogste regionen van de jeugdafdeling. Tenminste nog één terrein waarop hij z’n vriend overtrof, die anoniem z’n balletjes sloeg in één van de wat minder aansprekende teams.
Het prestige dat hij met z’n sportieve heldendaden verwierf was indrukwekkend. Zeker ook bij de blonde paardenstaartjes met hun onafscheidelijke ‘kinderenvoorkinderen-tongval’.

Maar op het Willem hadden ze daar niet zo’n boodschap aan.
Daar golden andere wetten.
Over de laatste twee klassen van de havo, met pretpakket, deed hij vier jaar. Niet in de laatste plaats tot z’n eigen verbazing afgerond met een heus diploma.
Het resultaat van een optocht peperdure huiswerkcursussen en bijlessen voor de meest kritische vakken.
En dat waren er heel wat.

En ook voor de daaropvolgende HEAO nam hij ruim de tijd.
Toen ie uiteindelijk z’n felbegeerde diploma mocht afhalen, had Philip intussen maar liefst twee bepaald niet kinderachtige academische studies tegelijk afgerond.
Econometrie en theoretische natuurkunde.
En behoorlijk op streek naar een glanzende carrière.
De vriendschap had er niet onder geleden.

Middels intensief lobby- en masseerwerk van pa die stikte in z’n Old Boys netwerkjes, werd hij geparkeerd bij Ernst&Young.
Accountmanager. Een functie die stukken indrukwekkender klonk dan wat Jan-Kees er van bakte. In z’n volledige schoolloopbaan had ie bij voortduring zwaar tegen z’n plafond moeten aanbuffelen.
Maar  de accountancy vroeg van hem skills waarmee hij er dwars door heen zou moeten. Resultaat: in no time twee gigantische burn-outs waarmee hij evenzoveel jaren veroordeeld was tot eindeloze sessies ongeïnspireerd gamen en televisiekijken op de lederen bank in de halve villa met tophypotheek.

SONY DSC

‘Boer zoekt Vrouw’ was peanuts vergeleken bij z’n eigen uitzichtloze zoektocht.
Het hockeyprestige was al lang en breed verbleekt. En één van de paardenstaartjes met wie hij inmiddels al twee koters op de wereld had gezet begon onrustbarende tekenen van algeheel ongenoegen te vertonen.
Had ze op het verkeerde paard gewed?

Nadat hij voorzien van de nodige psychische littekens bij z’n baas terugkeerde, miste hij in drie opeenvolgende jaren glorieus z’n targets voor de Finance-boer. Waarna het snel gebeurd was.
Jan-Kees@3xnix.nl
Afmars dus.

En daar zat ie dus met z’n achtendertig teleurstellende jaren.
Tegenover een machteloze vriend die met al z’n  begrip in deze zorgsector ook geen passende handen aan het bed voorradig had.
Nog maar zo’n bruine jongen met drie vingers schuim dan maar.
En straks een halve Franse kip van het huis.
Biologisch.
Specialiteit van de chef.

vestingmuseum

Er was, o ironie,  een nieuwe directeur voor nodig om uiteindelijk de ware realiteitszin te laten doorbreken. Het Vestingmuseum verhuist niet. En dat is voor de verandering nou ’s geen fake news. Vijf jaar is er een ontzettende partij afgeouwehoerd. Om allerlei redenen was het natuurlijk een doodgeboren kindje, die verplaatsing naar Bastion Oranje. Zonder subsidies is zo’n investering gewoonweg van de gekke. Dat zag jan en alleman al jaren. En dan hebben we het nog niet eens over die van de pot gerukte, wereldvreemde argumenten die er voor zo’n verplaatsing aangesleept werden. Want wat is er eigenlijk zo mis met de huidige locatie? Als je via de Doorbraak de vesting binnenrijdt, heeft deze attractie een uitstraling die hij bij de Utrechtse Poort never zou krijgen. Op een afstand van honderd meter beschikt het museum bovendien over een riante parkeergelegenheid (Nieuw Molen). Stukken handiger dan de omgeving van het Bastion waar je die heilige koe echt met geen mogelijkheid kwijt kunt.
De bescheiden huidige collectie in een veel te grote, peperdure jas?  Om dat zaakje rendabel te maken heb je zo’n 60.000 bezoekers per jaar nodig (nu 25.000). De focus ligt nu op een fikse opknapbeurt. Er is heel wat achterstallig onderhoud. En ook qua programmering trekt de ambitieuze nieuwe baas een aardig blik met ideeën open.
Buitengewoon sneu voor de verenigingen die met het oog op die onverkwikkelijke plannenmakerij bij voorbaat het veld moesten ruimen. Die zullen het allemaal ongetwijfeld knarsetandend aanzien.
En welke functie gaat de Gele Loods krijgen? De ideale locatie voor een Cultureel Centrum. De initiatiefgroep daarvoor heeft daarvan moeten afzien en is inmiddels zeer tevreden met de voormalige Hoed. De contractbesprekingen daarvoor verkeren in een afrondende fase. Als alles naar verwachting verloopt dan opent De Mess na een fikse opknapbeurt in de zomer haar poorten.

Bij de plannen die er ontvouwd worden missen we echter een niet onbelangrijk aspect dat Oscar Hefting toch maar even moet meenemen.
Was het niet de vorige directeur die ooit verzuchtte dat het weren van de touringcars uit de vesting zo ongeveer de doodsteek voor z’n toko was?  Er waren toch contracten met busmaatschappijen die boordevol enthousiasme een bonte verzameling doelgroepen afleverden? Ze hebben er een dikke punt achter gezet. Was er een jaar of tien geleden  niet een plaatselijke verkeerscommissie die dit heikele punt aansneed en adviseerde om een uitzondering te maken voor die touringcars.  Nieuw Molen is toch een prima plek? De streekbussen knorren over een beperkte afstand van 200 meter langs de binnenste wallen. Via de Doorbraak (50 meter) of de Amsterdamse straatweg (100 meter) zullen die paar touringcars voor het museum het verkeer toch niet ontwrichten? Misschien moet de oprit wat aangepast worden. Maar als we met z’n allen vinden dat we ons Vestingmuseum de plaats moeten geven die het verdient, dan is dat een offertje van niks.

foto: Naarder Nieuws

20161128_134511

Het begint nu écht als een dolle te lopen bij die Gooise Meren. Vorige week werden we als summum van democratisch  genot vergast op een uurtje online vragen stellen aan wethouder Jan Franx. Op een speciale Facebooksite. Deze eerste sessie werd voornamelijk gevuld door de inmiddels behoorlijk omvangrijke familie- en vriendenclan van ons schaars behaarde financiële lachebekje dat door de VVD voor een bom duiten uit Enkhuizen naar de Gooise Meren werd gelokt. Om orde op zaken te stellen. Het eigen plaatselijke liberalenpotentieel kreeg de eindjes niet aan elkaar.
Ik behoor kennelijk niet tot z’n intimi want het vrijmoedig door mij ingetikte probleempje bleef een uur lang ergens tussen de wal en het schip hangen. Maar geen nood, twee dagen later werd ik alsnog afgepoeierd met de verwachte dooddoener.
Zo’n vragenuurtje kan nog een succes worden. Zeker als het over de heikele dossiers gaat, waarvan  we er waarachtig nog wel een paar hebben liggen.

Maar ook ongevraagd weten ze in ons fusiegedrocht van wanten.
Vanmorgen viel er een missive op de mat van een meer dan attente medewerker KCC. Waar KCC voor staat is me vooralsnog een raadsel maar de bezorgdheid over mijn fysieke wel en wee spat er in ieder geval op ontroerende wijze van af.
Ik krijg een gehandicaptenparkeerplaats.
Binnenkort wordt er een gehandicaptenparkeerplaats aangelegd op de Beijert in Naarden. Dat is in de directe omgeving van uw woning. Met deze brief informeren wij u hierover.
Een verkeersbesluit, genomen op grond van de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994 (artikel 18), het reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 (RVV1990) en het besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW)

Zojuist teruggekeerd van de tennisbaan waar ik gedurende anderhalf uur werkelijk als een jonge god te keer ging. Gisteren nog een rondje van 40 km op m’n racefiets langs de Vecht gemaakt en als niemand me tegenhoudt, doe ik dat vanmiddag nog eens dunnetjes over.
Het vooruitzicht van een gemarkeerde parkeerplaats voor de deur maakt onvermoede krachten bij me los. Ik heb een leven lang naar zo’n eigen domein uitgekeken.
De jaloezie bij m’n naaste buren zal amper te filmen zijn.
Of ik nog vragen heb? ronkt het verrassende episteltje.
Om de dooie dood  niet.
Laat het team van Beheer en Service maar doorkomen.
Ik ben er helemaal klaar voor.

nieuwe-afbeelding

Vanmiddag maar eens ingelogd op het livestream vragenuurtje van wethouder Jan Franx op Facebook. Over de begroting van ‘onze’ Gooise Meren, die voor de modale surfer  nog niet zo 1,2,3 op internet te googlen blijkt te zijn. Nou zijn de financiën van onze gemeente niet bepaald mijn ding. Maar als er een eigentijdse en lofwaardige poging wordt gedaan om ons publiekelijk uit onze dromen te helpen, kent m’n nieuwsgierigheid amper grenzen. Jan is een makkelijk pratende relaxte man met een geruststellende, licht Amsterdamse tongval. Vermoedelijk ook behoorlijk kundig. Erg schokkend waren de op hem afgevuurde vragen vooralsnog niet. En de relevantie liet, zeker aanvankelijk, ook hier en daar wel het nodige te wensen over. In een ouwejongenskrentenbroodsfeertje , Jan kende de meeste vragenstellers beroepsmatig, werd er plichtmatig wat heen en weer gekeuteld. Hij had zich uiteraard gewapend tegen de dreigende pijnlijke radiostiltes en bladerde wat vrijblijvend door de begroting die hij voor zich op tafel had liggen.
Afijn, ik ben  in ieder geval helemaal bijgepraat over z’n privésituatie. Tweelingdochters van 35 met drie kleinkinderen. Een intens gelukkige opa. Wat wel duidelijk werd: de man gaat, hoewel hij de deur voorzichtigheidshalve listig op een kier zette, écht niet verkassen van Enkhuizen naar Naarden.
Na een half uurtje waagde ik er maar een vraag aan. De man zat er tenslotte niet voor niks. Over de levensvatbaarheid van ons Naardense zwembad. Lokaal gezien aardig relevant, dacht ik. Dertig minuten lang wachtte ik met rooie konen tevergeefs op z’n ongetwijfeld superieure explicatie. Jan zag me gewoon niet staan, druk als hij in de weer was met het bedienen van z’n clubje bekenden en z’n vooraf geplande begrotingsriedeltjes die hij uit de losse pols debiteerde.
Ik was niet boos. Zelfs niet verdrietig.
Ach…
Maar zo’n livestream chatsessie heeft wel toekomstmogelijkheden.
Zeker als er concrete gemeentelijke problematiek in het geding is.
Volgende keer beter.
Alle begin is moeilijk.