Archief voor de ‘sociale cohesie’ Categorie

bijbel

roddelkoningin

StemWijzer-voor-Twitter

Tijdens het Politiek Café op zondag 5 maart in de Naardense Mess over de (toeristische) toekomst van onze vestingstad, passeerde er waarachtig wel het een en ander. Heldere meningen, rookgordijnen, uitglijders. Het hoort er allemaal bij. En dat alles maakte het debat wel zo aardig. Al kreeg je het idee dat het de in groten getale opgedraafde D66-fans redelijk dun door de broek moet hebben gelopen bij sommige uitspraken van hun eigen (wijk)wethouder.
Een van de interessantste punten die kwamen boven drijven was of we sommige beleidszaken moeten overlaten aan de regio, de provincie of dat we ons daar, uitgaande van onze eigen kracht, zélf sterk voor moeten maken.
Hij ligt weliswaar al jaren ergens in een la maar we hebben ‘m wel degelijk: een ‘Vestingvisie Naarden’
En hoe sterk zijn we eigenlijk na de bestuurlijke samenvoeging van twee jaar geleden?

downloadIn dit verband is het aardig om eens het boekje ‘Gemeenten in de genen’ van Wim Voermans (hoogleraar staats- en bestuursrecht) en Geerten Waling (post doc onderzoeker) door te bladeren.
Ze verdiepten zich in de lokale democratie.
Kim Putters
, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau zegt daar het volgende over:
‘Tegenwoordig staat de lokale democratie onder druk. We zien een doorgeslagen schaalvergroting, ongekende decentralisering, schurende verhoudingen tussen gemeenteraadsleden en bestuurders, die hun gemeente besturen als bedrijfsmanagers. Maar een gemeente is geen koekjesfabriek. Die is het eigendom van burgers.
Gemeente in de genen levert een originele, leesbare kijk op de wortels van de lokale democratie, haar huidige (dis)functioneren en haar toekomst.
‘Wie dit boek leest kan geen andere conclusie trekken dan dat we het rationele managementdenken achter ons moeten laten en verdere technocratisering van de lokale democratie moeten voorkomen. […] We zijn schatplichtig aan de lokale oorsprong van onze democratie: de gemeente is van burgers.’

Een paar citaten
Pag 211: HERINDELINGEN ZIJN SCHADELIJK VOOR DE DEMOCRATIE: “Vanuit het oogpunt van de positie van de gemeenteraad bestaat het risico dat door gemeentelijke fusie de nieuwe raad inboet aan daadkracht, cohesie en overzicht – en ook aan gezag en herkenbaarheid onder burgers.”
En ook op pag 215: “Grote gemeenten scoren altijd minder goed als het gaat om burgerparticipatie (vooral gemeten aan de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen) en dat is een tendens die wereldwijd zichtbaar is.” “Juist herindeling kan burgers extra vervreemden van de gemeentepolitiek.”
Pag 217: GEMEENTEFUSIES WORDEN VAN BOVENAF DOORGEDRUKT: “En dan is er nog een, het allergrootste, democratische probleem met herindeling van gemeenten. De burgers willen het vaak niet. Omdat herindelingsplannen ingrijpend en omstreden zijn, organiseren fuserende gemeenten vaak referenda. Daarin spreken bewoners zich meestal in ruime meerderheid uit tegen fusie.” “De provinciebesturen zijn de drijvende kracht achter herindelingsplannen. Zij oefenen grote druk uit om fusies door te drukken.”

Interessante kost voor de Naarder/ Gooise Meerder die in deze verwarrende tijden z’n plaats probeert te vinden.
We zetten na de nodige fact checks even wat zaken op een rijtje.
Daarna kun je, afhankelijk van je standpunt, naar lieve lust gaan wegstrepen
Stem je op 21 MAART voor GOOISTAD, stem dan D66 of PvdA,
Stem je op 21 MAART voor een fusie met WEESP, dan ga je voor VVD, CDA of GROENLINKS.
Verrassend?

Op de Facebooksite Naardenezen ontspint zich onder de bijdrage van Dick Vos (een groot fan van ‘onze’ Marleen Sanderse), die zich verbaast over het povere kandidatenlijstje van de VVD, de langzamerhand vertrouwde spraakverwarring.
Wordt het een lokale of landelijke partij?
Cor Wiersma, van onze onvolprezen enige echte boekhandel Los, stort zich maar eens in het gewoel. En probeert in ieder geval nog tot een onderbouwing te komen, nou ja….
Ik citeer:
…..Lijkt me toch het beste om op een landelijke partij te stemmen, is er nog iets van controle
…..stem op een grote landelijke partij!, maakt mij niet uit welke, maar een stem daarop is een stem voor echte democratie.
…..In landelijke partijen, worden de mensen ook goed opgeleid

Filmpje, een populistisch inkoppertje natuurlijk, om nog maar eens te benadrukken hoe het zit met die goed opgeleide, integere bestuurders in een landelijke partij die overigens geen enkele schade lijkt te ondervinden van dit soort affaires.
En dat is eigenlijk verbazingwekkend.
https://www.facebook.com/pauwonline/videos/10155715511653037/

Ik stem op 21 maart maar op mezelf.
Ach, doe nummer 1 maar.
Een toppertje.
Lokaal, Betrokken en Betrouwbaar

wout2

Vorig jaar wijdde ik er al een column aan.
Maar Wout is een heel hardnekkige jongen.
https://fransmuthert.wordpress.com/2015/10/29/door-wout-weet-ik-alles-van-ze/

https-blueprint-api-production.s3.amazonaws.comuploadscardimage62770d68c034f88bf450ea03a5701f6fa97f4

Toen de laatste Amerikaanse volksleider met presidentiële allure ooit overwoog voor z’n kids zo’n Australische ras-strontmachine naar het Witte Huis te halen, stond de telefoon bij de officiële fokkers meteen roodgloeiend.
Uiteindelijk zag Barack er van af. Het werd een Spaanse waterhond.
Maar de toon was gezet.
Iedereen wilde opeens zo’n kruising tussen een koningspoedel en een labrador.

In ons land werd die doodle op slag een dingetje toen Yvon Jaspers, het kakelende Boer-Zoekt-Vrouw-orakel, haar heuse exemplaar Tommy in beeld schoof.
Een compleet gekkenhuis.

Via Marktplaats kun je zo’n scheefgefokt beestje  tegen een soepel tariefje scoren. Maar wil je een officieel gecertificeerde huisvriend met stamboom in die sector dan tik je toch al gauw een eurootje of 2000 neer. Vooral populair ook vanwege het feit dat ie hypoallergeen zou zijn.
Gelul.
Nooit bewezen.
Als je je chronisch tranende ogen, gesnif en huiduitslag een beetje onder controle wilt hebben kun je in feite veel beter gaan voor een onvervalste labrador.

In het Naardense Rembrandtkwartier waar men door de bank niet op een eurootje meer of minder kijkt, breek je je poten over dit statussymbool. Na de in die contreien mateloos populaire SUV zo ongeveer hét bewijs dat je het maatschappelijk helemaal gemaakt hebt.
Als bijvangst doet zich een ander opmerkelijk verschijnsel voor.
De hele wijk een labradoodle?
Maar dan ook meteen maar door de dames allemaal een bijpassend uitlaatuniform aangemeten.
Spijkerbroekje. Een achteloos gefabriceerde scheur ter kniehoogte strekt tot aanbeveling. Daar boven een wit overhemd waarover bij voorkeur een zwart jasje gedragen wordt.
En gympies natuurlijk.
Het liefst de good old Stan Smith.
Adidas met het blauwe of groene lipje op de hiel.
Gewapend met het fecaliënzakje loopt dat zo lekker weg.

Naardens sprookje, niet eens zo ver bezijden de waarheid

788669aaa4154cc52a05bc6f81e22365-1460664912 (2)

Klokslag zes uur schoven ze hun gemaksautootjes over de ruime oprit naar de garage van het fraaie pand aan een van de toonaangevende lanen van het Naardense Componistenkwartier. De Corsa van Annelies, het Twingootje van Margreet en het Pandaatje (met hoge instap) waarmee Jetty zich door het leven worstelt.
Bumper aan bumper, strak achter de al even bescheiden Suzuki van Sofie.
Als het ware om hun jarenlange verbondenheid nog eens extra te benadrukken.
De dag van het jaarlijkse sacrament van solidariteit.
Vrouwen met een synoniem verleden als raakvlak.
Een reinigingsritueel.
Gastvrouw Sofie stond al handenwrijvend en breed grijnzend in de deuropening. Ze had er duidelijk zin an. De door haar trawanten aangeleverde royale voorraad hapjes en drankjes, iedereen had z’n stinkende best weer gedaan, werd vlotjes afgevoerd naar de keuken. Waarna in de riante living weldra de eerste kurken al van de fles gingen.
Geen inleidende formaliteiten. Gewoon regelrecht back to business as usual.

Vriendinnen zou je ze amper kunnen noemen. Geen gezamenlijke bakvis- of dispuutsherinneringen. Nooit samen langs de lijn gestaan bij hun naar eeuwige roem dorstende kroost op een Goois hockeyveld.
Door een toeval bijeengebracht dat ooit had geleid tot deze jaarlijkse ritus.
Hoewel, toeval?
Alle vier ex van Erik.
Een ogenschijnlijk onopvallende employé op een accountantskantoor  wiens vaardigheden zich niet beperkten tot prozaïsche cijfertjes.  Bij nader inzien een vrouwenverslinder van het zuiverste water.
Natuurlijk veel te jong getrouwd met Margreet, z’n openingsscalp. Ze was nog maar koud zwanger van haar eerste toen hij z’n relationele horizon al brutaal meende te kunnen verleggen.
Een jong ding van kantoor  viel als een blok voor z’n onschuldige bruine kijkers en zwoele, empathische babbels.
Stelde niks voor, verzekerde hij Margreet toen ze het ontdekte.
Er was heel wat masseerwerk voor nodig om het huwelijksbootje weer enigszins op koers te krijgen. Maar toen ze een aardig eind op streek was in een tweede zwangerschap kwam ze er bij toeval achter dat ie het al maanden hield met Annelies. Van de Corsa. Die er geen idee van had dat ze haar ziel en zaligheid  vermorst had aan een scharrelende huisvader in spé wiens penopauze zich rijkelijk vroeg aandiende.
Voor Margreet was de maat vol. Drie keer mag dan pas scheepsrecht zijn, met z’n tweede escapade had Erik haar tolerantiegrens ruimschoots overschreden.
Scheiden dus.
Een beetje sterven.
Maar blijven is vaak voorgoed insluimeren
Met het bijbehorende gelazer ook.
Onder andere over de onontkoombare  alimentatie waar de onverbeterlijke prijsneuker niet zo voor te porren was. En ook de zwaar teleurgestelde Annelies die veel te laat in de gaten had gekregen wat voor onbetrouwbaar vlees ze in de kuip had, gaf hem de bons.

Om een lang verhaal kort te maken: Zonder scrupules stortte Erik zich in een volgend avontuur waarin Jetty de gelukkige was. Die er na drie jaar de brui aan gaf nadat ze ontdekte dat hij er nog drie simultane liefdesnestje op na hield.
Erik, een schaker op vier borden.
Logistiek gezien trouwens een nogal gecompliceerde klus. Pure topsport. Binnen een straal van tien kilometer vier affaires uit elkaar houden vereist een zorgvuldige planning. Het kon dan ook niet anders dan dat ie tegen de lamp liep.
Z’n constructie viel op een gegeven moment niet meer bij elkaar te liegen.
Exit Jetty dus.
En Sofie, één van de drie andere slachtoffers.

De jaarlijkse happening van de exen van Erik waarbij de dames beurtelings de organisatie voor hun rekening nemen, kwam er natuurlijk niet zonder slag of stoot. Daarvoor hadden ze stuk voor stuk te veel in elkaars vaarwater gezeten.
Alle aanvankelijke wederzijdse onlustgevoelens, soms vijandigheid,  hebben inmiddels plaatsgemaakt voor tevredenheid over  hun leven na de dood.
Vast programmapunt in hun catharsis vormde lange tijd de dartwedstrijd.
Duizenden pijltjes hebben ze gierend van het lachen en met toewijding in die uitvergrote kop van ‘m gejast. Vooral z’n ogen mochten zich verheugen in een mateloze populariteit bij de dames.
En ook het ganzenbord, vervaardigd door de creatieve Annelies,  zorgde vaak tot ver  in de kleine uurtjes voor pure opwinding. Gewapend met de dobbelsteen (kan het symbolischer?)  werden de hordes van vijfentwintig bizarre hoogtepunten uit het leven van Erik  met rode, blauwe, gele en groene pionnetjes weggetikt.
Een put was er niet bij.
Elk lustrum, en daar hebben ze er toch al gauw een stuk of drie van achter de kiezen, wordt volgens traditie uitbundig gevierd in de sprookjesambiance van de Efteling.
De allegorische smeltkroes van magie, illusie en fantasie.
Waar vooral lang een gelukkig geleefd wordt.
De bezweringsformules waarmee ze hem de vreselijkste ziektes toewensten hebben helaas hun uitwerking gemist.
Ach laat ook maar.
En het idee om hem ritueel in z’n BMW naar de bodem van de vijver langs de Beethovenlaan te duwen ligt ook al ver  achter ze.
Een mens wordt milder.

Een doodenkele keer wordt ie nog wel eens gesignaleerd op de vrijdagse koopavond in de Bussumse Nassaulaan, schichtig wegduikend achter z’n laatste verovering.
Ene Debbie.
Duidelijk van een onbestemde , grauwe derde garnituur.
Zeker niet van het niveau Annelies, Margreet, Jetty of Sofie.
En ook dat stemt tot tevredenheid.
De unanieme opluchting dat ze van hem af zijn is het onverwoestbare bindmiddel.
Het zijn dolle avonden.
Proost!

ramses

Bij de slotmanifestatie van het indrukwekkende Benefietgala ‘Geef deMess Cultureel Kapitaal’ in SPANT! Bussum, sloop er wat mij betreft toch weer dat verrekte twijfelmomentje in.
De totale euforie die zich van het theater meester maakte ten spijt.
Tekst kwijt.
En het ging toch waarachtig om slechts zeven woorden.

Nou heb ik over het algemeen (nog) weinig reden tot klagen over m’n geheugen.
De psalmversjes die wij op de gristullukke lagere school op maandagochtend om de beurt moesten opdreunen (voor een cijfer: één hapering een 9, twee keer mis betekende een 8, en was je drie keer de weg kwijt dan moest je ’s middags nablijven) zou ik voor het merendeel nog rimpelloos kunnen produceren. Op de HBS werden we geacht regelmatig een gedicht (uit het hoofd) voor te dragen. Ik heb er 55 jaar na dato nog een stuk of tien op m’n harde schijf staan. Inclusief de volledige 28 rampzalige regels van de Rey van Engelen uit Vondels Lucifer waarmee ik later in m’n studententijd met een forse slok op, te pas en te onpas, in een zwaar doorgesnoven gezelschap goeie sier maakte.
Mijn compleet grijs gedraaide LP’s van Toon Hermans hebben er voor gezorgd dat ik als 14-jarige zijn volledige shows, inclusief adempauzes (in het subtiele zwijgen was Toon een ware meester) tussen de schuifdeuren van mijn ouderlijk huis, vermoedelijk tot vervelens toe, ten beste gaf.
Toen ik ooit als knaapje ter gelegenheid van een knie-operatie in het Bussumse Majella ziekenhuis verzeilde heb ik er op kerstavond voor een gehoor van drie bij elkaar geveegde zalen (en in die tijd stelde zo’n zaal numeriek nog wat voor) een volledige voorstelling van bij elkaar geluld.
En ook bij de sectievergaderingen Nederlands op de Naardense scholengemeenschap Godelinde had ik vet profijt van dat selectieve geheugen. Die bijeenkomsten, beurtelings bij een van de collega’s thuis, eindigden onveranderlijk in wat je tegenwoordig een Sing Along noemt. Samen met collega cabaretier/ tekstschrijver en later radiomaker bij de TROS Sietze Dolstra joegen we de plaatselijke neerlandici tot in de kleine uurtjes keer op keer meedogenloos door een gevarieerd cabaretrepertoire.
Toon was (toen nog) onze favoriet.
En geef me de eerste regel van een conference van Wim Sonneveld en ik maak ‘m af waar je bij staat.
Met m’n eigen teksten had ik later stukken meer moeite. Maar dat kwam omdat die per voorstelling nogal ingrijpend veranderden. Dat krijg je met cabaret op maat. Wij speelden altijd premières.

Terug naar die Benefiet.
Met alle optredende artiesten op het toneel kwam het tot een ware apotheose via de massaal meegezongen evergreen van Ramses Shaffy:
Zing vecht huil bid lach werk en bewonder.
Hoe het komt? Geen idee.
Ik krijg ze nog altijd niet in de goeie volgorde uit m’n bek.