Archief voor de ‘biologie’ Categorie

20171020_194405.jpg

Hoe lang was die populaire fluim Freek Vonk vanavond eigenlijk in beeld tijdens DWDD? Voor m’n gevoel al gauw tien minuten.
Hij heeft als gekende en bevlogen autoriteit jaarlijks een 10-rittenknipkaart bij Matthijs waar hij z’n bestiale weetjes mag uitlekken. Zorgvuldig geregisseerde popie-jopie-babbeltjes van onze wakkere dierenvriend met adhd-aspiraties.
Zijn kennis van onze fauna is schier onbegrensd. Mag er graag op basisschoolniveau met jolig juffenenthousiasme over vertellen. Geeft er zelfs colleges over.
Maar waarom moet ik in godsnaam tien minuten lang tegen de close ups van die zorgvuldig uitgelichte  rechter bovenarm van ‘m aankijken? Ik weet toch dat ie aangevreten is door een bloeddorstige haai? Of Eva natuurlijk. Dat ie te grazen is genomen door een doorgaans aaibare  reuzenpanda? Dat laatste incident vond trouwens plaats bij de opnamen voor een STER-spotje voor assurantieboer Reaal.
Levensverzekeringen uiteraard.
Had zo’n jongen nou echt niet effe een representatief overhemdje met lange mouwen uit de kast kunnen rukken?
Dat die tattoo echt is weten we toch?

Advertenties

https-blueprint-api-production.s3.amazonaws.comuploadscardimage62770d68c034f88bf450ea03a5701f6fa97f4

Toen de laatste Amerikaanse volksleider met presidentiële allure ooit overwoog voor z’n kids zo’n Australische ras-strontmachine naar het Witte Huis te halen, stond de telefoon bij de officiële fokkers meteen roodgloeiend.
Uiteindelijk zag Barack er van af. Het werd een Spaanse waterhond.
Maar de toon was gezet.
Iedereen wilde opeens zo’n kruising tussen een koningspoedel en een labrador.

In ons land werd die doodle op slag een dingetje toen Yvon Jaspers, het kakelende Boer-Zoekt-Vrouw-orakel, haar heuse exemplaar Tommy in beeld schoof.
Een compleet gekkenhuis.

Via Marktplaats kun je zo’n scheefgefokt beestje  tegen een soepel tariefje scoren. Maar wil je een officieel gecertificeerde huisvriend met stamboom in die sector dan tik je toch al gauw een eurootje of 2000 neer. Vooral populair ook vanwege het feit dat ie hypoallergeen zou zijn.
Gelul.
Nooit bewezen.
Als je je chronisch tranende ogen, gesnif en huiduitslag een beetje onder controle wilt hebben kun je in feite veel beter gaan voor een onvervalste labrador.

In het Naardense Rembrandtkwartier waar men door de bank niet op een eurootje meer of minder kijkt, breek je je poten over dit statussymbool. Na de in die contreien mateloos populaire SUV zo ongeveer hét bewijs dat je het maatschappelijk helemaal gemaakt hebt.
Als bijvangst doet zich een ander opmerkelijk verschijnsel voor.
De hele wijk een labradoodle?
Maar dan ook meteen maar door de dames allemaal een bijpassend uitlaatuniform aangemeten.
Spijkerbroekje. Een achteloos gefabriceerde scheur ter kniehoogte strekt tot aanbeveling. Daar boven een wit overhemd waarover bij voorkeur een zwart jasje gedragen wordt.
En gympies natuurlijk.
Het liefst de good old Stan Smith.
Adidas met het blauwe of groene lipje op de hiel.
Gewapend met het fecaliënzakje loopt dat zo lekker weg.

Naardens sprookje, niet eens zo ver bezijden de waarheid

788669aaa4154cc52a05bc6f81e22365-1460664912 (2)

Klokslag zes uur schoven ze hun gemaksautootjes over de ruime oprit naar de garage van het fraaie pand aan een van de toonaangevende lanen van het Naardense Componistenkwartier. De Corsa van Annelies, het Twingootje van Margreet en het Pandaatje (met hoge instap) waarmee Jetty zich door het leven worstelt.
Bumper aan bumper, strak achter de al even bescheiden Suzuki van Sofie.
Als het ware om hun jarenlange verbondenheid nog eens extra te benadrukken.
De dag van het jaarlijkse sacrament van solidariteit.
Vrouwen met een synoniem verleden als raakvlak.
Een reinigingsritueel.
Gastvrouw Sofie stond al handenwrijvend en breed grijnzend in de deuropening. Ze had er duidelijk zin an. De door haar trawanten aangeleverde royale voorraad hapjes en drankjes, iedereen had z’n stinkende best weer gedaan, werd vlotjes afgevoerd naar de keuken. Waarna in de riante living weldra de eerste kurken al van de fles gingen.
Geen inleidende formaliteiten. Gewoon regelrecht back to business as usual.

Vriendinnen zou je ze amper kunnen noemen. Geen gezamenlijke bakvis- of dispuutsherinneringen. Nooit samen langs de lijn gestaan bij hun naar eeuwige roem dorstende kroost op een Goois hockeyveld.
Door een toeval bijeengebracht dat ooit had geleid tot deze jaarlijkse ritus.
Hoewel, toeval?
Alle vier ex van Erik.
Een ogenschijnlijk onopvallende employé op een accountantskantoor  wiens vaardigheden zich niet beperkten tot prozaïsche cijfertjes.  Bij nader inzien een vrouwenverslinder van het zuiverste water.
Natuurlijk veel te jong getrouwd met Margreet, z’n openingsscalp. Ze was nog maar koud zwanger van haar eerste toen hij z’n relationele horizon al brutaal meende te kunnen verleggen.
Een jong ding van kantoor  viel als een blok voor z’n onschuldige bruine kijkers en zwoele, empathische babbels.
Stelde niks voor, verzekerde hij Margreet toen ze het ontdekte.
Er was heel wat masseerwerk voor nodig om het huwelijksbootje weer enigszins op koers te krijgen. Maar toen ze een aardig eind op streek was in een tweede zwangerschap kwam ze er bij toeval achter dat ie het al maanden hield met Annelies. Van de Corsa. Die er geen idee van had dat ze haar ziel en zaligheid  vermorst had aan een scharrelende huisvader in spé wiens penopauze zich rijkelijk vroeg aandiende.
Voor Margreet was de maat vol. Drie keer mag dan pas scheepsrecht zijn, met z’n tweede escapade had Erik haar tolerantiegrens ruimschoots overschreden.
Scheiden dus.
Een beetje sterven.
Maar blijven is vaak voorgoed insluimeren
Met het bijbehorende gelazer ook.
Onder andere over de onontkoombare  alimentatie waar de onverbeterlijke prijsneuker niet zo voor te porren was. En ook de zwaar teleurgestelde Annelies die veel te laat in de gaten had gekregen wat voor onbetrouwbaar vlees ze in de kuip had, gaf hem de bons.

Om een lang verhaal kort te maken: Zonder scrupules stortte Erik zich in een volgend avontuur waarin Jetty de gelukkige was. Die er na drie jaar de brui aan gaf nadat ze ontdekte dat hij er nog drie simultane liefdesnestje op na hield.
Erik, een schaker op vier borden.
Logistiek gezien trouwens een nogal gecompliceerde klus. Pure topsport. Binnen een straal van tien kilometer vier affaires uit elkaar houden vereist een zorgvuldige planning. Het kon dan ook niet anders dan dat ie tegen de lamp liep.
Z’n constructie viel op een gegeven moment niet meer bij elkaar te liegen.
Exit Jetty dus.
En Sofie, één van de drie andere slachtoffers.

De jaarlijkse happening van de exen van Erik waarbij de dames beurtelings de organisatie voor hun rekening nemen, kwam er natuurlijk niet zonder slag of stoot. Daarvoor hadden ze stuk voor stuk te veel in elkaars vaarwater gezeten.
Alle aanvankelijke wederzijdse onlustgevoelens, soms vijandigheid,  hebben inmiddels plaatsgemaakt voor tevredenheid over  hun leven na de dood.
Vast programmapunt in hun catharsis vormde lange tijd de dartwedstrijd.
Duizenden pijltjes hebben ze gierend van het lachen en met toewijding in die uitvergrote kop van ‘m gejast. Vooral z’n ogen mochten zich verheugen in een mateloze populariteit bij de dames.
En ook het ganzenbord, vervaardigd door de creatieve Annelies,  zorgde vaak tot ver  in de kleine uurtjes voor pure opwinding. Gewapend met de dobbelsteen (kan het symbolischer?)  werden de hordes van vijfentwintig bizarre hoogtepunten uit het leven van Erik  met rode, blauwe, gele en groene pionnetjes weggetikt.
Een put was er niet bij.
Elk lustrum, en daar hebben ze er toch al gauw een stuk of drie van achter de kiezen, wordt volgens traditie uitbundig gevierd in de sprookjesambiance van de Efteling.
De allegorische smeltkroes van magie, illusie en fantasie.
Waar vooral lang een gelukkig geleefd wordt.
De bezweringsformules waarmee ze hem de vreselijkste ziektes toewensten hebben helaas hun uitwerking gemist.
Ach laat ook maar.
En het idee om hem ritueel in z’n BMW naar de bodem van de vijver langs de Beethovenlaan te duwen ligt ook al ver  achter ze.
Een mens wordt milder.

Een doodenkele keer wordt ie nog wel eens gesignaleerd op de vrijdagse koopavond in de Bussumse Nassaulaan, schichtig wegduikend achter z’n laatste verovering.
Ene Debbie.
Duidelijk van een onbestemde , grauwe derde garnituur.
Zeker niet van het niveau Annelies, Margreet, Jetty of Sofie.
En ook dat stemt tot tevredenheid.
De unanieme opluchting dat ze van hem af zijn is het onverwoestbare bindmiddel.
Het zijn dolle avonden.
Proost!

14484720_1132929860106026_8903826341527287187_n

Qua kennis van onze natuur heb ik nooit echt potten kunnen breken. Kan zo maar gelegen hebben aan m’n biologieleraar op het Gristulluk Lyceum in Hilversum (het Bussumse ‘Willem’ was voor m’n ouders niet bevindelijk genoeg) die er in slaagde iedere lust daartoe in de knop te breken.
Flipse was mogelijk de zoveelste academicus die tot z’n immense teleurstelling een carrière in de wetenschap in rook had zien opgaan. Waarna hij wegens gebrek aan alternatieven uit pure ellende veroordeeld was tot het leraarsvak. Van pedagogiek en didactiek had ie geen kaas gegeten. Zijn schrikbewind genoot in het Gooi en Ommeland een meer dan kwalijke reputatie.
Met een sadistisch genoegen streek hij, nadat wij muisstil en vliegensvlug onze plaatsen hadden opgezocht in de amfitheateropstelling van zijn heiligdom, met z’n duim door z’n lerarenagenda waarna hij uiterst irritant een deuntje begon te fluiten. Na een halve minuut schreeuwde hij opeens de naam door de klas van degene die ‘de beurt’ had. Een zucht van opluchting trok door de drie rijen bij diegenen die de dans ontsprongen waren. Het slachtoffer voor die les strompelde kokhalzend uit z’n bank om vervolgens voor het front van de troep twintig minuten lang doorgezaagd te worden over het huiswerk voor die dag. Hoe gewetensvol je er ook de vorige avond op had zitten blokken, eenmaal oog in oog met deze genadeloze scherprechter vloeide alle kennis uit je hoofd.
In het tweede leerjaar prijkte onder andere de bloedsomloop op het menu. In ons leerboek stond een prachtige tekening van het hart. Linker kamer, rechter kamer, linker boezem, rechter boezem. Het zuurstofrijke en -arme bloed, gesymboliseerd door respectievelijk een rood en een blauw kleurtje.
Aan ons de taak om die kraakheldere afbeelding na te tekenen. Zal wel onder belevingsonderwijs zijn gevallen. Twee dagen lang verwaarloosde je alle andere bezigheden om Flipse op z’n volgens geruchten allesbehalve kinderachtige wenken te bedienen. Je uit de vereiste pasteltinten opgetrokken kunstwerkje dat niet onder deed voor het boekvoorbeeld, kreeg je een week later terug.
Een vijf.
En je liet het, tot op het bot beledigd,  wel uit je hersens om naar het hoe en waarom te vragen.
De bioloog Flipse besliste over leven en dood.
Bladerend door de biologiemethodes van tegenwoordig, gaat er een wereld voor je open.
Van het lesrepertoire van Flipse heb ik een uiterst povere herinnering. Maar van de voortplanting van de varens (die volgens mij een geslachtelijke én een ongeslachtelijke variant kennen) kan ik na 58 jaar nog de meest schrijnende details oplepelen. Als er door een vermetele leerling bij Flipse voorzichtig geïnformeerd werd naar hoe het nou met de voortplanting bij mens en dier zat, bleef het ijzig stil op zijn troon. En als orthodoxe calvinist ontkende hij ook de evolutietheorie. Goedbeschouwd een prestatie van formaat voor een bioloog.
Dat zal hem vermoedelijk wel z’n kop gekost hebben bij z’n wetenschappelijke aspiraties.
De schooldag werd het eerste uur immer begonnen met bijbellezing en gebed. De meeste docenten maakten zich daar enigszins gegeneerd met een Jantje van Leiden vanaf. Maar als je om kwart over acht in de klauwen van de streng gelovige Flipse viel, was je aan de beurt. Bidden kon hij als geen ander. En je kreeg er gratis en voor niks een uitgebreide donderpreek vol hel en verdoemenis op de koop toe bij.
Tot zo ver Flipse en mijn eerste kennismaking met de biologie.

Jaren heeft het geduurd voordat ik de door Flipse opgeworpen torenhoge barricades wist te overwinnen. Ik maak gestage vorderingen. Mijn vooroordelen smelten als sneeuw voor de zon. Een niet onaanzienlijke bijdrage daaraan levert het VARA-radioprogramma ‘Vroege Vogels’. NPO Radio 1. Zondagochtend van zeven tot tien.
Voor m’n gevoel bestaat het al honderd jaar.
En meer dan over vogels alleen.
Van april tot oktober is het voor mij fietsseizoen. Als vroege vogel trap ik regelmatig omstreeks die tijd met in m’n oortje Radio 1 over ’s Heeren wegen m’n sportieve kilometers weg.
Vroege Vogels, een aandoenlijk mengsel van oer-Hollandse kneuterigheid en met liefdevolle toewijding gemaakte natuur-info. Er gaat een wereld voor me open. Het overbekende cliché ‘Er bestaan twee soorten vogels, levende en dooie’  heb ik inmiddels ver achter me gelaten. De quiz ‘Raad het vogelgeluid’ is weliswaar nog wat te hoog gegrepen. Maar ik weet inmiddels alles van, om maar eens wat te noemen,  het ‘wantsenproject’, het meerkoetenprotocol en het wonderbaarlijke fenomeen ‘koekoeksjong’. Sterker nog, sinds kort prijkt het naslagwerkje ‘Gooise vogels’ op tafel.
Toegegeven, het is nog maar een bescheiden begin met die regionale gevleugelde vrienden. Maar toch.
vredespimpelmeesOf, met onze historische kanonnen op de wallen de vredespimpelmees nou een typisch Naardense vogel is? Geen idee.
Lange tijd heb ik me afgevraagd waar die vogelaars op de Melkmeent (weinig geitenwollen sokken en sandalen trouwens) door hun geavanceerde optiek (een gewoon verrekijkertje is er niet meer bij) nou eigenlijk urenlang naar staan te koekeloeren. Even afstappen en je wordt helemaal bijgepraat over hun onverwachte wondere wereld.

Vroege Vogels wordt tegenwoordig uitgezonden vanuit Naarden. Gasterij Stadzigt. Reden om gisteren maar eens de afslag te nemen. Nieuwsgierig naar de mens achter de vertrouwde zondagochtendstemmen.
Bescheiden bestelwagen voor de deur. Binnen: de vier man sterke crew te midden van een massa techniek en veel koffie. En een stuk of tien toeschouwers.
Voor een radioprogramma opmerkelijk.

NB: Om 10.00 vervolgde NPO Radio 1 met het VPRO-programma Onvoltooid Verleden Tijd.
Ook al sinds jaar en dag.
Geen idee wat de luisterdichtheid van OVT is. Ik vrees het ergste. De meeste itempjes zijn duidelijk niet voor het grote publiek maar af en toe pik ik wel eens wat aardigs mee. En het houdt de makers van de straat.
Moet nog ergens een bandje hebben liggen van een jaar of tien terug. Over De Franse Kamp, de zomercamping  van minderbedeeld Amsterdam. M’n moeder zaliger zwaaide ooit met veel plezier de scepter over de speciale FranseKampklas op het Chr. Instituut Brandsma.
Daar had ik, de juf zelf hemelde al een jaar of twintig, nog wel een paar aardige anekdotes over.

Gisteren haalde een nazaat van Michiel de Ruyter zonder blikken of blozen een zekerheidje uit de geschiedenislessen van weleer onderuit: De vloot van De Ruyter is op de tocht naar Chatham helemaal never dwars door die ketting over de Theems gevaren. Godsonmogelijk.
De Ruyter zelf heeft er trouwens weinig weet van gehad.
Die lag ziek in z’n kooi.

De nieuw verworven zekerheden over de natuur tegenover de verzinsels uit de geschiedenis op een ochtendje Radio 1.

Hopelijk is het komende zondagmorgen een beetje fietsweer.

tekening Stadzigt: Lex Hamers