IMG-20170922-WA0000

Om 14.00 uur reden ze voor: twee penetrant naar diesel ruftende bussen waaruit de vier hoofdrolspelers en een geluidstechnicus van WIES EN DE LIEFDE rolden. Wies zélf lichtelijk sniffend. Niet helemaal okselfris vanwege een opkomend griepje. Maar wel een bikkeltje, zou later blijken. Want tijdens de voorstelling was daar weinig van te merken. Sterker nog, je vroeg je  als toeschouwer verbaasd af hoe fraai het dan wel geklonken zou hebben als ze 100% was geweest. Maar misschien leerde ze op het conservatorium de techniek om dit soort ongemakken op te vangen.
Drie uur lang opbouwen, sound checken en inzingen. Routineklus die met een opvallende blijmoedigheid werd volbracht. Wies, een middag lang nippend aan geneeskrachtige kruidenthee, werd door haar attente mannen een beetje uit de wind gehouden. En passant repareerden de boys nog een snaartrommel. Om half zeven tijd voor de inwendige mens. Catering van deMess, verzorgd door onze bloedeigenste Carine.

WIES EN DE LIEFDE, wereldberoemd in Bergen-Binnen en omgeving bestaat naast Wies Kavelaar (zang, gitaar,mondharmonica, percussie…en tekst) uit Wouter Mooy (gitaar, zang), Ton Nieuwenhuizen (bas, contrabas, zang) en Andries Eleveld (drum, percussie, zang). Voor de techniek reist sinds kort de kersvers afgestudeerde Pim mee.

Liefde voor de muziek

Elkaar gevonden in de liefde voor de muziek uit de jaren 60/70. Via deze inspiratie en hun eigen muzikale bagage waarop ze hun eigen Pop-poëzie plakten, speelden ze een programma dat je twee uur lang op de punt van je stoel wist te houden.
Jaren 60/70 muziek? Jazeker. En dan te bedenken dat in ieder geval Wies en Wouter, zo schat ik in, nog geboren moesten worden.
Een lekkere sound. Close harmony klinkt alleen goed als het ook echt lekker close is. En dat was het. Prima op elkaar afgestemd. Wies zingt over landschappen, helden, verre bestemmingen, mannen, vrouwen. De dood ook. Over een vriend die van wie ze onlangs afscheid moesten nemen. Prachtig nummer.

Van kwaad tot erger
sloeg hij af
’t verkeerde pad in
waar hij niet zag
dat alle bomen mensen waren
waar hij om gaf
Maar niets meer deed ertoe
zijn dagen moe
verdwaald in zorgen
altijd morgen
altijd morgen

De liefde

En natuurlijk De Liefde: de halte die altijd weer terugkeert op de route. De motor die WEDL draaiende houdt. Uitstekende Nederlandstalige teksten die, en dat is ook wel eens  een verademing, het niveau Jan Smit verre overstijgen en naadloos fitten met de muziek. Uitstekend verstaanbaar ook. Pure noodzaak in dit genre.
Jij bent er eigenlijk nooit helemaal
en ik herken het vluchten want dat doen we soms allemaal
maar zo hard als jij weg rent houdt niemand je bij
dus begraaf je gewoontes en rust uit bij mij

Dienst in deMess. Och, dan schuif je maar even aan. Het smaakte naar meer. Dus na de pauze weer van de partij. Op dat stoelpuntje dus. Mooie plaatjes ook door de fraaie belichting in deMess. Zo’n contrabas van Ton maakt het beeld helemaal compleet. Virtuoos gitaarwerk van Wouter. Uitstekend ondersteund door Andries op drums. Een onverwachte en verrassende zaterdagavond die niet meer kapot kon. WIES EN DE LIEFDE moet komend jaar nog maar ’s in de herhaling in deMess. Ze verdienen een uitverkochte zaal! Bergen- Binnen is veel te klein voor ze.

Theater op wielen

WIES EN DE LIEFDE toert al vanaf 2016 in een omgebouwde Franse stadsbus door het land. Zeg maar: het eerste ‘groene’ theater op wielen. Kan ongeveer vijftig toeschouwers kwijt.  Die bus willen ze trouwens milieuvriendelijk maken. Elektrisch dus. Daarvoor kun je via hun website http://www.wiesendeliefde.nl doneren.
Of die twee dampende Mercedesbussen ook nog aan de beurt komen, is vooralsnog onbekend.

Advertenties

Keukenprinses

Geplaatst: 25 september 2017 in actualiteit, crisis, Naardenezen, theater, zorg

20170922_190516.jpg

Loop je toch in de tweede week van je bestaan al tegen de nachtmerrie van iedere theaterdirecteur aan. Een dag van te voren zegt de theatergroep die komt spelen af.
De jobstijding knetterde vrijdagmiddag 22 september tijdens de repetities voor de happening van die avond (Wies & de Liefde) binnen: LOS op zaterdagavond 23 kunnen we shaken. Het halve clubje ligt met griep tussen de klamme lappen.
En dan kan een gekende die-hard-bestuursadviseur, gepokt en gemazeld in ‘het wereldje’, wel zeggen: ‘Niets aan te doen, daar kun je je alleen maar gelaten bij neerleggen’, keihard schrikken blijft het.
Toch niet iets waar je als theater in opbouw op zit te wachten.
Je stelt alles in het werk om het regionale theaterminnende volk naar je toko te lokken.
Je wilt volle zalen.

En we hadden alles nog wel zo pico bello voor elkaar. Tot aan de catering toe.
Om het zeven koppen tellende gezelschap voorafgaand aan de voorstelling een exquise prak voor te zetten was een plaatselijke vier sterren topkok ingehuurd.
Onze Riet kan er wat van. Haar reputatie op culinair gebied geniet een bekendheid die tot ver buiten de vesting Naarden reikt. En neem maar aan: die gaat niet over één nachtje ijs. Op haar aanrecht circuleerden al dagenlang indrukwekkende lijstjes die de opmaat vormden voor een uitgekiend driegangen menu waar je u tegen zegt. Op vrijdagmorgen duwde ze haar karretje fluitend door de plaatselijke grootgrutter. En om 12.00 uur brandde het vuur onder haar volledige assortiment pannen.
Riet heeft ze in alle soorten en maten
Ze had er zin an.
Laat haar maar schuiven.

De ossenhaasjes lagen amechtig uit te sudderen. Roerend in het laatste gerecht, een voedzaam soepje waarmee de feestelijkheden geopend zouden worden: Telefoon.
‘Draai het vuur maar uit Riet, het gaat niet door morgen’.

Riet woont alleen in haar Hans en Grietje-huisje in de Peperstraat.
Ze gaat ongetwijfeld ontzettend lekker eten de komende week.
We komen haar vanavond wel een handje helpen.
Zeker weten dat ze dat in haar eentje niet trekt.
Hebben wij effe mazzel !

 

Voorleesvader

Geplaatst: 20 september 2017 in actualiteit, crisis, kleinkunst, persoonlijk, taal, troonrede, zorg

troonrde.jpg

Van mijn leraar Nederlands gedurende de eerste twee leerjaren op het Christelijk Lyceum in Hilversum (Gé van Putten?) herinner ik me niet zo bar veel meer. Maar zijn voorleessessies staan bijna zestig jaar later nog haarscherp in m’n geheugen gegrift. Het laatste stukje van de les ruimde hij er regelmatig voor in. Vooral met Godfried Bomans scoorde hij als een dolle. De Haarlemmer die, al of niet met een forse slok op, mateloos populair was in verschillende radioprogramma’s, sloot ik in m’n hart.
Vooral dankzij Gé.
M’n eerste schrijfseltjes uit die tijd (het schriftje heb ik nog) waren pure Bomans-imitaties.
Hij zat tot in m’n haarvaten.

Voorlezen, gebeurt dat nog?
Ik deed het in ieder geval wel gedurende de zesendertig jaar dat ik als docent Nederlands op de kinderzieltjes losgelaten werd.
Met ‘Kopstukken’ van Bomans hadden ze, tot mijn teleurstelling, niet zo veel.
Humor? Nee toch?
Des te meer met ‘De meester van de zwarte molen’ van Otfried Preussler, de fraaie oprispingen van Roald Dahl, Jan Terlouw en consorten.
De beloning voor de kids als ze hard gewerkt hadden.
In de vele kwartiertjes jaste ik er hele boeken doorheen.
Omdat ik er de zin van in zag.
En in de heilige overtuiging dat ze dat leuk vonden. Maar misschien had hun enthousiasme ook wel enigszins te maken met de omstandigheid dat, zolang de meester zich uitsloofde, ze effe lekker niksend onderuit konden hangen.
Het kassucces in de bovenbouw was het verhaal ‘Rita Koeling’ uit de bundel ‘De hemelvaart van Massimo’ van Oek de Jong. Waanzinnig goed geschreven. Vond ik. Daar kon je alles wat je aan literatuuranalyse voor ze in de pijplijn had, op loslaten.
Later zullen de arme schapen wel ontdekt hebben dat de juweeltjes van mijn voorleeskeuze bepaald geen afspiegeling waren van het literaire aanbod.
Als ik nu af en toe langs m’n neus weg bij een 6 vwo’er informeer naar z’n mening over literatuur, hoor ik bijna altijd de verzuchting: SAAI!!
Vloggers doen het stukken beter.

Als voorleesvader avant la lettre hoorde ik op de Derde Dinsdag tijdens een fietstocht ter hoogte van het Naardermeer in m’n oortje het tenenkrommende leesbeurtje van onze koning.
Het schaamrood springt je spontaan naar de kaken.
Hij leert het nooit.
Na het jaarlijkse spreekbeurtje van z’n moeder dat in z’n chemisch gereinigde, kakkineuze Nederlands in ieder geval nog iets majesteitelijks had, moeten we het tegenwoordig doen met de uiterst middelmatig geproduceerde woordenbrij van WA. Iedere Koninklijke affiniteit is hem vreemd. Om over dictie maar helemaal niet te spreken. Geef hem een telefoonboek en het oplezen van de nummers zal zich er amper van onderscheiden.
En dan hoor ik in DWDD onze aan lager wal geraakte side kick Jan Mulder helemaal uit z’n plaat gaan over de voorleeskwaliteiten van onze zwaar getormenteerde vorst.
Ironie?
Ik heb het bij ‘Uitzending gemist’ voor de zekerheid nog even gecheckt. Maar de man leek het uiterst serieus te menen.

Een troonrede is natuurlijk geen ‘Meester van de zwarte molen’.
En al helemaal geen Bomans.
Nou is het door Rutte en z’n maten geproduceerde episteltje natuurlijk niet iets waar je ter plekke natte dromen van krijgt. Het stond zoals gewoonlijk bol van de kreupele gemeenplaatsen. Terugkerende clichés zonder kraak of smaak, in nét iets andere woorden verpakt dan vorig jaar.
Hou je vast:
Een baan hebben of werkloos zijn, maakt een groot verschil in het leven van de mensen (..)
Of deze dooddoener
De tendens van de laatste jaren is helaas dat de internationale instabiliteit toeneemt (..)
En anders wel dit absolute toppertje:
Ook in geopolitieke verhoudingen verandert er het nodige (..)

Menige Nederlander zal er ongetwijfeld een slapeloos nachtje aan hebben overgehouden.
Leve de koning!
Dan maar als de sodemieter die glazen koets in voor de rijtoer.
En later de balkonscene met Max.
Wuiven doet ie in ieder geval niet onverdienstelijk.

20170919_141000.jpg

Negentig euri moet de hevig verontruste Geerte Piening van de rechter neertikken. Dat waren er oorspronkelijk 140. Dus ze mag d’r handjes nóg dichtknijpen.
Gelijk kreeg ze trouwens wel met haar proefballonnetje.
Een duur plasje.
Openbare urinoirs zijn mondjesmaat weggelegd voor onze stiefmoederlijk bedeelde vrouwen.
Een geldkwestie.
In de vesting Naarden komt iedereen met een volle blaas desgewenst uitstekend aan z’n trekken. De plaatselijke horeca heeft kamer 100 behoorlijk op orde. En bij grote evenementen (de Matthaeus) springen we empathisch bij met een batterij mobiele dozen.
Maar ook de low budget toerist voor wie een bezoekje aan de horeca wat aan de begrotelijke kant is, kan prima aan z’n gerief komen. Zo ongeveer in de nog immer gestaag uitdijende achtertuin van de notoire Naardense querulant Erik M (nog even en het bescheiden parkeerplaatsje annexeert ie ook) staat immers een redelijk comfortabel openbaar gebouwtje, waarin je ongelimiteerd los kunt gaan.
Het aantal kommervol hunkerende Chinezen, Jappen en Tsjechen dat in hoge nood per abuis aanklopt bij het pal ernaast gelegen spiksplinternieuwe Cultuurcentrum deMess is intussen niet meer op de vingers van twee handen te tellen.
Na de recente ingrijpende verbouwingen beschikt deMess voor haar theatergasten over een uiterst riante toiletsectie met genderneutrale uitstraling.
De creatie Messieurs/Messdames mag er zijn.
Maar ook aan de gehandicapte medemens is uiteraard gedacht.
Het invalidentoilet (Plas des Invalides) is een regelrecht pronkstukje.
Misschien moet dat commercieel maar ’s uitgebuit worden.
Stichting deMess heeft zich flink in de schulden gestoken om dit unieke project van de grond te tillen. Het succesvolle Benefietconcert betekende aanzienlijk meer dan een doekje voor het bloeden.
Een gepeperd plastariefje voor passanten met hoge nood en de Stichting moet in een jaar tijd toch behoorlijk uit de brand zijn, zou je zeggen.
Ik wil als vrijwilliger wel een paar uurtjes per week achter dat schoteltje zitten.

zitten

 

uitverkocht 2

De ultieme natte droom van iedere theaterdirecteur.
Geen groter plezier dan je ronkende affiches diagonaal met vette chocoladeletters af te plakken.
Alle stoelen weg!
Het aardige van een intiem theatertje als deMess met 75 stoelen is dat het orgasme van de directie wat sneller bereikt wordt dan bij een nostalgische mega-toko als Carré, dat 1756 toeschouwers kan hebben.
Als niet bepaald bemiddelde student (en ook later in wat florissantere tijden) heb ik als toeschouwer bij immer uitverkochte voorstellingen vrijwel altijd gefigureerd in de hanenbalken van de galerij waar je je met ware doodsverachting stortte in een levensbedreigende steile wand race op weg naar je simpele zitplaats. Vele malen Herman van Veen, Freek de Jonge. Maar ook musicals. Speelde er eentje van Annie Schmidt, dan waren de perspectieven stukken florissanter. Vanwege m’n uitstekende connecties met de floormanager voor het dansgedeelte die over de vitale informatie mbt de leeg gebleven stoelen beschikte, zat ik na de pauze steevast in een riante zetel op één van de eerste rijen. En dan verstond je ook meteen alles, wat bovenin nog wel ’s wat te wensen over liet.
Het voordeel van deMess is dat iedereen eerste rang zit. Voor of achterin, het maakt geen drol uit. En onze geweldige geluidsinstallatie garandeert in twijfelgevallen optimaal luistergenot.
De eerste voorstellingen in deMess waren uitverkocht.
En wat mij betreft houden we dat zo.

Ook te lezen op de website van deMess,  www.demess.nl onder Nieuws/ Messpuntjes

ramses

Bij de slotmanifestatie van het indrukwekkende Benefietgala ‘Geef deMess Cultureel Kapitaal’ in SPANT! Bussum, sloop er wat mij betreft toch weer dat verrekte twijfelmomentje in.
De totale euforie die zich van het theater meester maakte ten spijt.
Tekst kwijt.
En het ging toch waarachtig om slechts zeven woorden.

Nou heb ik over het algemeen (nog) weinig reden tot klagen over m’n geheugen.
De psalmversjes die wij op de gristullukke lagere school op maandagochtend om de beurt moesten opdreunen (voor een cijfer: één hapering een 9, twee keer mis betekende een 8, en was je drie keer de weg kwijt dan moest je ’s middags nablijven) zou ik voor het merendeel nog rimpelloos kunnen produceren. Op de HBS werden we geacht regelmatig een gedicht (uit het hoofd) voor te dragen. Ik heb er 55 jaar na dato nog een stuk of tien op m’n harde schijf staan. Inclusief de volledige 28 rampzalige regels van de Rey van Engelen uit Vondels Lucifer waarmee ik later in m’n studententijd met een forse slok op, te pas en te onpas, in een zwaar doorgesnoven gezelschap goeie sier maakte.
Mijn compleet grijs gedraaide LP’s van Toon Hermans hebben er voor gezorgd dat ik als 14-jarige zijn volledige shows, inclusief adempauzes (in het subtiele zwijgen was Toon een ware meester) tussen de schuifdeuren van mijn ouderlijk huis, vermoedelijk tot vervelens toe, ten beste gaf.
Toen ik ooit als knaapje ter gelegenheid van een knie-operatie in het Bussumse Majella ziekenhuis verzeilde heb ik er op kerstavond voor een gehoor van drie bij elkaar geveegde zalen (en in die tijd stelde zo’n zaal numeriek nog wat voor) een volledige voorstelling van bij elkaar geluld.
En ook bij de sectievergaderingen Nederlands op de Naardense scholengemeenschap Godelinde had ik vet profijt van dat selectieve geheugen. Die bijeenkomsten, beurtelings bij een van de collega’s thuis, eindigden onveranderlijk in wat je tegenwoordig een Sing Along noemt. Samen met collega cabaretier/ tekstschrijver en later radiomaker bij de TROS Sietze Dolstra joegen we de plaatselijke neerlandici tot in de kleine uurtjes keer op keer meedogenloos door een gevarieerd cabaretrepertoire.
Toon was (toen nog) onze favoriet.
En geef me de eerste regel van een conference van Wim Sonneveld en ik maak ‘m af waar je bij staat.
Met m’n eigen teksten had ik later stukken meer moeite. Maar dat kwam omdat die per voorstelling nogal ingrijpend veranderden. Dat krijg je met cabaret op maat. Wij speelden altijd premières.

Terug naar die Benefiet.
Met alle optredende artiesten op het toneel kwam het tot een ware apotheose via de massaal meegezongen evergreen van Ramses Shaffy:
Zing vecht huil bid lach werk en bewonder.
Hoe het komt? Geen idee.
Ik krijg ze nog altijd niet in de goeie volgorde uit m’n bek.

tamara-bosHet moet toch al gauw een dikke veertig jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag. Een sprietig prépubermeisje. Met haar vader die schrijvend en als radiomaker stevig aan de weg timmerde, speelde ik in de nadagen van m’n honkbalcarrière bij HCAW in een softbalteam waarin nogal wat mannen van de ouwe glorie.
Kampioen van het district Gooi-Utrecht. Dat wel. Mooie tijd.
Ko de Boswachter sprak me soms, nadat we de nacht daarvoor nog stevig doorgehaald hadden en hij linea recta door ging naar de AVRO-studio,  op zondagochtend  om zeven uur in zijn vermaarde Boswachtershow in mysterieuze syllaben toe waarvan wij alleen de exclusieve code kenden. Heel veel gelachen. Eindeloze klaverjaspartijen ook. Volgens mij bedwongen we ooit nog samen op de lange latten de sneeuwpistes in het land van Jörg Haider.
Helemaal zeker weten doe ik dat niet.

De carrière van de talentvolle Tamara, ze vertrouwde me deze week toe dat ik nog in haar poezie-album schreef, heeft in die veertig jaar een flinke vlucht genomen. Aanvankelijk in de voetsporen van paps maar al gauw op eigen, sterke benen: succesvol en meermalen bekroond kinderboeken- en scenarioschrijfster.
En, zo ontdekte ik onlangs, levenspartner van cabaretier Johan Hoogeboom, artistiek leider van ons fonkelnieuwe Naardense theater deMess. Twee creatieve talenten die in hun respectievelijke business zo bezig zijn dat ze in deze beginweken van deMess van geluk mogen spreken als ze elkaar af en toe nog even tegenkomen.
‘Als ik hem nog wil zien, dan moet ik maar naar het theater’, verzuchtte ze.
Kaartje kopen dus.