Archief voor de ‘portretten’ Categorie

mjwnddcover

Satirisch Jaaroverzicht 2017

tamara-bosHet moet toch al gauw een dikke veertig jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag. Een sprietig prépubermeisje. Met haar vader die schrijvend en als radiomaker stevig aan de weg timmerde, speelde ik in de nadagen van m’n honkbalcarrière bij HCAW in een softbalteam waarin nogal wat mannen van de ouwe glorie.
Kampioen van het district Gooi-Utrecht. Dat wel. Mooie tijd.
Ko de Boswachter sprak me soms, nadat we de nacht daarvoor nog stevig doorgehaald hadden en hij linea recta door ging naar de AVRO-studio,  op zondagochtend  om zeven uur in zijn vermaarde Boswachtershow in mysterieuze syllaben toe waarvan wij alleen de exclusieve code kenden. Heel veel gelachen. Eindeloze klaverjaspartijen ook. Volgens mij bedwongen we ooit nog samen op de lange latten de sneeuwpistes in het land van Jörg Haider.
Helemaal zeker weten doe ik dat niet.

De carrière van de talentvolle Tamara, ze vertrouwde me deze week toe dat ik nog in haar poezie-album schreef, heeft in die veertig jaar een flinke vlucht genomen. Aanvankelijk in de voetsporen van paps maar al gauw op eigen, sterke benen: succesvol en meermalen bekroond kinderboeken- en scenarioschrijfster.
En, zo ontdekte ik onlangs, levenspartner van cabaretier Johan Hoogeboom, artistiek leider van ons fonkelnieuwe Naardense theater deMess. Twee creatieve talenten die in hun respectievelijke business zo bezig zijn dat ze in deze beginweken van deMess van geluk mogen spreken als ze elkaar af en toe nog even tegenkomen.
‘Als ik hem nog wil zien, dan moet ik maar naar het theater’, verzuchtte ze.
Kaartje kopen dus.

de-noarder-logo

acuAan het boeiende feuilleton over de baas van de Grote Kerk en onze bezoldigde stadspromotor die het met hun ‘Nacht van Naarden’ schopten tot ‘Naarders van het Jaar’  wil maar geen eind komen. Vorige week op maar liefst twee pagina’s meer dan prominent in het nieuws en deze week ook nog eens met een uitgebreide follow up. Ze kunnen geen poot meer zetten in de Markstraat zonder aangeklampt te worden door laaiend enthousiaste fans. En dat moet  voldoening geven.
Iedereen gunt ze uiteraard hun uitverkiezing  maar we zijn nu toch wel zo ongeveer volledig bijgepraat. Zodat we ons  op dezelfde pagina maar eens storten op het rubriekje ‘Onder Ons’, het wekelijkse journalistieke hoogstandje dat via risicoloze vraagjes en al even risicoloze antwoordjes keer op keer ongemeen de diepte ingaat met een plaatselijke coryfee die uit de anonimiteit gerukt dient te worden..
Hoewel: plaatselijk?
Het lijkt er op dat we een beetje door onze vestingstedelijke prominenten heen zijn want we moeten het (al weer) doen met iemand van de buren. Of zou het te maken hebben met onze goede voornemens in 2017? Want de Bussumse acupunturiste Adrienne prikt je gedecideerd van je verrekte rookverslaving af.
Adrienne is ongetwijfeld een schat van een mens maar in Naarden zitten we toch niet te wachten op al dit moois dat zich buiten onze gemeentegrenzen afspeelt?
Het oude liedje dat weer hardnekkig de kop op lijkt te steken.
Hoogste tijd voor Enter Media om er maar Gooise Meren Nieuws van te maken.
Maar we mogen ons gemeentewapen houden.
Dat weer wel.

IMG_2906.JPG

Wie de moeite neemt onze alom geliefde Jan (84) echt in de ogen te kijken, kan niet anders dan vaststellen dat z’n naderende afscheid hem aanzienlijk meer beroert dan hij in woorden uitdrukt. En je hoort het goed: in die stem van hem zit de laatste dagen  ook een enigszins verdacht trillertje.
Mag het alsjeblieft na 25 jaar Regenboog Curiosa?
Hij heeft iets met prozaïsche naamgevingen. Geboren in de Naardense Regenboogstraat was de naam van z’n winkeltje niet het allergrootste probleem.
Jan weet alles over Naarden.
Sterker nog, hij staat symbool voor een indrukwekkende partij historie waar z’n winkel in woord- en beeldmateriaal van uitpuilt.
Vanaf volgende maand is hij zélf geschiedenis.
Zijn rijzige aristocratische verschijning in de deuropening, immer strak en onberispelijk in het pak, gaan we missen.
Het is mooi geweest.
Het liefst was hij in het harnas gestorven maar daar hebben z’n kinderen een stokje voor gestoken. Het duistere winkeltje waar je normaliter je kont niet kon keren, wordt leger en leger. En dan hebben we het nog niet eens over de bovenverdieping waar een ongekende optocht stoffig antiquarisch materiaal tot aan het plafond opgetast ligt.
Dagelijks verdwijnt er een deel van de inventaris. Naar collega’s. Markplaats. Paul Vuijst. De Kringloop. En in het uiterste geval: de stort. Dat laatste moet pijn doen. Stuk voor stuk spullen  waar smakelijke, ontroerende en ook tenenkrommende verhalen achter schuil gaan waar ie je graag tot in details deelgenoot van wil maken. De achtergronden bij de authentieke ansichtkaart van Anne Frank bijvoorbeeld, die  hij ooit bij toeval op de kop tikte. Radio, televisie en schrijvende pers liepen een week lang z’n  deur plat. Het betreffende collector-item  heeft hij genereus geschonken aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Anne is slechts het topje van zijn immense ijsberg aan anekdotes.
Zakelijk gezien lette Jan behoorlijk op de kleintjes.
Want er moest ook brood op de plank.
Toen het nogal uit de klauw dreigde te lopen met het boekenwandje in m’n huiskamer besloot ik een paar jaar geleden het mes er maar ’s in te zetten. Samen met een zestigtal  stripboeken sleepte ik een doos met een selectie van bepaald niet kinderachtige, goed geconserveerde literaire werkjes naar zijn hol. Ik dacht er in mijn kinderlijke onschuld nog wel een leuk tariefje voor te kunnen toucheren. Nee dus.
Hij keek me op z’n bekende karakteristieke wijze ietwat meewarig aan. Ik mocht ze bij godsgratie laten staan. Maar hij gaf er geen ruk voor. Alleen het verzamelde werk van Multatuli nam ik mee terug.
Dat werd me nou net iets te gortig.
Kopen deed ik er mondjesmaat. Rondscharrelen, kijken en vooral luisteren naar de meester was op zich al een belevenis. Op zoek naar de broodnodige muzikale variatie in ons aanbod besloten we als cabaret ooit tot de aanschaf van een  heuse accordeon. Een diepte-investering die, volgens Jan, ons leven compleet nieuwe zin zou geven. Nooit gebruikt trouwens. Die dingen maken bij nader inzien een teringherrie die je je buren niet aan doet.
Zijn trekharmonica’s waren sowieso een verhaal apart. Als hij daarover los ging, openden zich onverwachte nieuwe werelden. Hij is een kenner. En speelt zelf ook bepaald niet onverdienstelijk. Toen Loes en Joop  in 2013 het 75-jarig jubileum van hun toko op het hoekje vierden, ging ie helemaal uit z’n dak. En het is dat een ingehuurd dweilorkestje zijn feestvreugde kwam verstoren. Anders had ie ons ongetwijfeld voor de volledige duur van het evenement vergast op de magistrale vingervlugheid waarmee hij z’n bonte repertoire vertolkte.

20161014_161244.jpg

Jan trekt zich terug achter de muren van zijn optrekje aan de Rijksweg. Bij de duizenden keren dat ik er langs fietste vroeg ik me vertwijfeld af welke onverlaat het toch in z’n hersens heeft gehaald om dit wereldvreemde allegaartje PaJaBeMa aan z’n gevel te spijkeren. Jan dus. Met die voorliefde voor prozaïsche naamgeving. De namen van z’n zeskoppige menagerie Paul, Jaap, Berry en Marco. En je kunt er met een beetje fantasie ook nog paps en mams in lezen. Een acroniem dus.
All in the family.
Met antiek heeft het geen reet te maken.
Curiosa dan misschien?
Blijven we toch nog een beetje aan hem denken……..

20161006_114333.jpg

Hij zal ongetwijfeld een achternaam hebben.
Voor mij is ie gewoon Gerard.
En dat houden we maar zo.
De uiterst bescheiden man die twee keer per dag z’n rondje maakt door de vesting.
Elke keer minutieus hetzelfde traject.
Dat geeft zekerheid.
Gerard houdt van zekerheid.
Sigaar in de mond. Handen op de rug. Licht voorovergebogen beweegt hij zich als een voormalig Elfstedencoryfee voort in z’n geruite jasje.  Zeker geen man van een uitgebreide garderobe. Hoewel, op de Dag des Heeren blijkt hij opeens over een heus kostuum te beschikken. Stemmig. Met opvallende, immense schoudervullingen.
En stropdas.
Alleen ’s ochtends loopt ie. Na tweeën trekt hij zich in z’n woning terug voor de broodnodige contemplatie. Zou zo maar een filosoof kunnen zijn die zich door een prachtig historisch decor dagelijks laat inspireren tot grote, grensverleggende gedachten. Maar hij is tevreden met een bescheiden denkraam. Houdt niet van gedoe. Die muurgedichten bijvoorbeeld kunnen hem gestolen worden. En ook de rubriek ‘Onder Ons’  in Naarder Nieuws, die met een aantal prangende vragen wekelijks naarstig op zoek is naar de diepste zielenroerselen van  de meer of minder bekende Naardenees, is aan hem niet besteed. Wat ie zou doen met 1 miljoen? Geen idee. Misschien de kans om z’n zwalkende broer wat  steviger op de rails te houden. Zeur hem alsjeblieft niet aan z’n kop over z’n plannen voor het geval ie hier één dag burgemeester zou mogen zijn. Die ellende laat ie zielsgraag over aan anderen. Hou Gerard er alsjeblieft buiten.
Ik loop hem regelmatig tegen het lijf. Vooral bij ons gemeenschappelijke ankerpunt Ruijsdael op ’t Hoekje waar ie z’n dagelijkse losse sigaar scoort. Vandaag zowaar een diepte-investering van een heel kistje. En dan doen we ter verhoging van de feestvreugde maar effe een bakkie. Met Erik die een zorgvuldige relatie onderhoudt met de bijzondere kostgangers van de Heer.
Z’n karakteristieke schichtigheid maakt in zo’n vertrouwde omgeving al snel plaats voor een verrassende openhartigheid. Althans wat daar voor door gaat. Baanbrekend kun je z’n ontboezemingen amper noemen. Normaliter is hij de man van de stiltes waarbij hij je doordringend kan aankijken. De vragen moeten bij voorkeur van de ander komen. Maar dan heb je er ook wat voor. Gehaast uitgesproken staccato syllabes van hooguit acht woorden die gekenmerkt worden door het om onduidelijke redenen ontbreken van het lidwoord ‘de’. De varianten ‘het’ en ‘een’ rollen er evenwel soepeltjes uit.
Z’n dagelijkse exercities ademen de hang naar hoop en bescherming.
Geen wonder dat hij z’n domicilie gekozen heeft in de Regenboogstraat.
Blijft alsjeblieft lopen Gerard.
Tot in lengte van dagen.

carine

Ze heeft het leukste hondje van Naarden Vesting.
Vind ik.
Hoewel, het blonde mormeltje dat zich in de tijgersluipgang door de Conceptstore voortbeweegt, mag er ook zijn. Wat mij betreft goed voor de zilveren plak.
Een zeer subjectieve ranking uiteraard. De Naardense kunsthandelaar Floris zal er not amused mee zijn. Hij nomineert hardnekkig zijn rijkelijk eenkennige vuilnisbak Bagus. (beet me in de Sigarenkamer van Joop ooit iets te gretig in m’n liefdevol toegestoken hand).
Over die vestinghondjes goed nieuws trouwens.
Kunstschilderes en evenementenbedenker Aya (in mei krijgen we in het kader van ‘Naarden Uit De Kunst’ een weekend lang het thema ‘Annie Schmidt’) is aan de Markstraat bezig met een indrukwekkende serie miniatuurtjes van ALLE viervoeters die dagelijks onze wallen verrijken met hun fecaliën. Dat gaat te zijner tijd een bescheiden, leuk en voor velen verrassend expositietje worden. Alhoewel, door dit in de publiciteit te gooien is die verrassing er misschien wel zo’n beetje van af. Ik heb de indruk dat de productie de laatste tijd enigszins stagneert. En misschien betekent zo’n ‘hondsbrutale’ aankondiging wel het ultieme zetje dat ze nodig heeft.

Carine dus.
Academie voor Beeldende Kunsten, Utrecht. Maar dat blijkt bij nader inzien lang niet alles te zijn. Plakte er ook nog een academische opleiding communicatie en management aan vast. Geeft in haar atelier cursussen tekenen en schilderen voor amateurs en lessen ter voorbereiding op de toelating voor kunstacademies. Als docent verbonden aan de Gooise Academie in Laren en het Grafisch Werkcentrum in Amsterdam. En vlak haar vermaarde schildervakanties op schitterende locaties in het buitenland ook even niet uit. Het is slechts een greep uit haar indrukwekkende aanbod.
Atelier in de bunkers van Katten. Vanaf de Oude Haven rechtdoor, even omhoog. De originele deur zit uitstekend in de verf. Vestinggroen. Het fonkelnieuwe hangslot is van een zodanige kwaliteit dat het tijdens haar afwezigheid moeiteloos de iets te enthousiaste fans op passende afstand houdt.
Ze helpt, zo je die al hebt, naadloos je volstrekt misplaatste vooroordelen ten aanzien van lieden die voor de kunst leven om zeep: Zó druk bezig met de ontplooiing van hun ‘Creatieve Ik’ dat de aandacht voor de eigen uiterlijke vormgeving er op ‘werk’dagen nog wel eens bij in wil schieten. Nou worden je schilderijen er natuurlijk niet significant beter van als je te veel energie steekt in een partij ogenschaduw en een likje lippenstift. Maar toch.
Carine kan een behoorlijke dame zijn.
Een bescheiden roker. En dat draagt ook amper bij aan dat vermeende imago.
Intussen maakt ze als prominente Naardense beeldende kunstenares onmiskenbaar mooie dingen. En daar heeft ze in tegenstelling tot sommige vakbroeders en -zusters geen coke-lijntje voor nodig.
De Naardense natuur rond Katten is al hallucinerend genoeg.

Verkerend in de aanwezigheid van beeldende kunstenaars, ben ik doorgaans één en al bescheidenheid. Ik luister. Voel me altijd de ultieme leek tussen de experts. Van luisteren leer ik. Meer wordt er van trouwens mij niet verwacht. En terecht. Waar ik me als neerlandicus met een ruime belangstelling voor beeldende kunst wél mateloos over kan opwinden is het irritante, wollige taalgebruik in de kunstrecensies. Ik ben qua hermetische poëzie wel wat gewend. Maar wat die recensenten (én tentoonstellingsteksten) er van bakken gaat me vaak vele bruggen te ver. M’n darmen spelen er van op. Voorbeeldje?
‘In het werk van K speelt materiaal een centrale rol. Maar altijd in combinatie met een idee van aanwezigheid en spiritualiteit die de oppervlakkige actualiteit overstijgt van het object in woorden. Het leidt altijd tot iets immaterieels. K ziet dit als de fundamentele paradoxale nog aanvullende voorwaarde van de materiële wereld. Termen als lichtheid, traagheid en groei lijken de inspiratie en drijvende kracht achter de nieuwe kinetische, ruimtelijke objecten van K. Aan de wortels van dit alles ligt bij K de uiting van angst door middel van ongegeneerde emblemen en de formele verwijzing naar seksualiteit en geweld.’
Ik kan er geen chocola van maken.
De spiritualiteit en de eventuele paradoxen in haar bij voorkeur wat abstracte werk geïnspireerd door de natuur, laat ik graag voor wat ze zijn. Vanuit het oogpunt van de human interest ben ik bijvoorbeeld meer geïnteresseerd in het sociale aspect dat een kunstenaar nogal eens moet ontberen. Laat dat nou net de reden zijn waarom Carine zo graag cursussen geeft. Die bieden het broodnodige evenwicht.
En afscheid nemen van kunstwerken waar je je ziel en zaligheid in hebt gelegd?
‘Geen probleem. Als het af is, is die afstand er. Afscheid nemen van mensen, daar heb ik veel meer moeite mee.’

Door Wout weet ik alles van ze

Geplaatst: 29 oktober 2015 in Naarden, portretten
Tags:

wout

Als thuiswerker/pensionado die dagelijks z’n treurige teksten ten behoeve van de kleinkunst en een paar dankbare glossy’s op z’n laptop zit weg te tikken, ben ik een dankbare prooi voor de immer (?) goedgemutste honkbalpet van de TNT Pakketpost. Vrijwel dagelijks stoomt die oranje bus op naar mijn straat.
Wout dus.
Of zoals het sobere, zelfgemaakte naambordje op de Tyfusstraat meldt:
Wout van de Berg, postbode.
Dat goedgemutste van ‘m staat bij nader inzien trouwens soms wel enigszins onder druk. Want laat er alsjeblieft geen duffe doos voor hem op de weg zitten die niet harder dan 30 km/u rijdt waar hij op z’n minst 50 in z’n hoofd had. Het korte lontje in de TNT-cabine scheldt haar helemaal verrot.
Een vriend van me die in het huis van z’n dochter op de kleinkinderen paste, zat zo verdiept in z’n boek dat ie de deurbel niet hoorde. Mister TNT kwam vloekend en tierend zo ongeveer door het raam naar binnen.
Maar verder is het doorgaans best behoorlijk lachen met die supertrotse opa van een tweeling.

Tussen de gevels van de Beijert heerst overdag een serene stilte die in nogal schril contrast staat met de bedrijvigheid in de vroege uren. De ochtendspits waarin een optocht yuppige tweeverdieners, vechtend tegen de dagelijkse deadline, z’n nazaten nerveus naar de peperdure kinderopvang zweet. En hoewel ze dus overdag in geen velden of wegen te bekennen vallen, zijn ze wel zo clever om uitgerekend in díe uren de Bolcoms en aanverwante ongein hun internetbestellingen te laten bezorgen.
Mijn pandje waar dus een niet onaanzienlijk deel van de dag een schermpje staat te blauwen – daar is dus goddank iemand thuis- heeft zich ontwikkeld tot een waar overslagbedrijf.
Of Wout het pakketje voor 14 bij mij mag afgeven? Natuurlijk. En de dag erop ben ik wederom niet te beroerd om de handel waar nummer 18 en 21 reikhalzend naar zitten uit te kijken, onder m’n hoede te nemen.
Overmatig nieuwsgierig zou ik mezelf niet willen noe-men. Maar als onbezoldigd deeltijdfunctionaris van TNT, verwerf ik langzamerhand wel likkebaardend een splijtend inzicht in het reilen en zeilen van de aanpalende huishoudentjes. De aanschaf van een riant winterdekbed door nummer 10 moet een rib uit hun lijf betekend hebben. Mochten het de komende maanden qua temperatuur opnieuw barre tijden worden, op 10 zullen er in ieder geval niet onder lijden.
Nummer 15 slurpt al een maand of twee koffie uit die kromme Senseo. En ook de bijbehorende padjes worden in megavoordeelverpaking betrokken bij een zwaar concurrerende internetprijsvechter.
De Bolcommetjes van 20, zoals ik ze maar ben gaan noemen, shoppen al lang niet meer bij de plaatselijke middenstand op boeken en dvd’s, maar laten Wout eens per maand voorrijden om zich te verzekeren van hun optimale lees- en kijkgenot bij het knapperend vuurtje van de open haard.
Het duopack exclusieve teenslippers dat ik voor 23 in bewaring had, deed me –het is tenslotte november- een beetje eigenaardig aan. Maar wellicht zit er een weekje zonnen in Canarische streken in de pijplijn.
Met wat zich bij mij zo door de bank naar binnen worstelt, zou ik probleemloos een middelgroot Blokker-filiaal kunnen drijven.
De Transavia-piloot, die afgelopen jaar z’n gezin in het Rembrandtpark opdoekte en aan de andere kant van onze tussenmuur welgemoed met een schone lei begon, bakte ze misschien wel het bruinst. Een nieuw huishouden met wat simpele verbouwinkjes schreeuwt om de aanschaf van een aantal basisgemakken. Een magnetron, een flat-screen, een dolby surround geluidssetje. Niet te kort. Op hoogtijdagen stonden de aankopen hoog opgetast in de gang achter m’n voordeur.

De oogst van afgelopen week mocht er zijn. Dinsdag overhandigde Wout mij met een veelbetekenende grijns een pakketje voor de bleke brilletjes van nummer 7. Een koppeltje wat treurige, in zichzelf gekeerde echtelieden ergens diep in de veertig, voor wie zelfs de jaarlijkse straatbarbecue een te grote aanslag is op de contactuele vaardigheden. Het feestelijke doosje vermeldde als afzender Christine Le Duc. Een naam die ik in de bonte verscheidenheid van aan mij toevertrouwde handelswaar nog niet eerder had gesignaleerd. Toch maar even op gegoogeld. Christine blijkt een Erotisch Life Style Shopje te beheren. Zeg maar, het deksel op het potje van de uitgeneukte midlifecrisislijer op zoek naar de ultieme Haarlemmerolie.
En hoewel haar website je in de marge op subtiele wijze een neutrale verpakking in het vooruitzicht stelt, leverde een snelle scan van het etiketje op, dat van dat neutrale bij Christine in dit geval nauwelijks sprake was.
Het betrof een originele addition Jelly Dong 8, ruim 18 cm aan lekker stevig, flexibel genot.
Een dildo dus.
Het was op slag gedaan met m’n writersblockje dat al een uur voortwoekerde.
Het flexibele genot wil intussen, hoewel Wout een keurig briefje bij de jongelui achterliet, maar niet bij me afgehaald worden.
Ik oefen me al vijf dagen het schompes op de neutrale blik waarmee ik die lui van nummer 7 hun felbegeerde kleinood ga overhandigen.
En mocht mijn drempel uiteindelijk een tikkie te hoog zijn om aan mijn bel te trekken, dan reik ik het ze persoonlijk wel even aan.
Voor een keer maak ik graag een uitzondering.
Ik wil die koppen wel eens zien.