Archief voor de ‘plaatselijke politiek’ Categorie

mjwnddcover

Satirisch Jaaroverzicht 2017

Advertenties

Franx

De immer goedlachse baas die over onze gemeentelijke centjes waakt, blijkt een interessante truc uitgehaald te hebben, zo analyseert Alexander Poort in de G&E.
Apetrots meldt Jan Franx dat hij de al jaren sukkelende begroting helemaal op orde heeft waardoor het Provinciaal Toezicht (we staan al jaren onder curatele) eindelijk in de prullenbak kan.
In zijn huishoudboekje blijkt een uiterst dubieuze post opgenomen te zijn: de VERMAKELIJKHEIDSRETRIBUTIE. Een bestemmingsheffing die grote attracties verplicht om per bezoeker een extra bedrag af te dragen. Daarbij gaat hij er van uit dat ie denkt hiermee 210.000 euri te kunnen ophalen bij onder meer speelpark Oud Valkeveen, theater Spant! en het Muiderslot.

Moet het kersverse theater deMess in Naarden dat zonder een cent subsidie geheel door vrijwilligers uit de grond gestampt werd, ook bloeden? Of valt dit met z’n 75 stoelen (nog) niet onder de ‘grote attracties’?

Als de gemeenteraad het verdomt om deze theatertax in te voeren, moeten de jongens en meisjes aan de Brinklaan maar even aangeven waar zij die centjes dan wél vandaan willen halen.
Ja, zo lusten we er nog wel een paar.
Franx moet z’n zakjapannertje er trouwens maar even bij halen. Want z’n voorstel lekt als een mandje.
Hij verwacht even verderop in z’n broze verhaaltje met deze heffing € 125.000 binnen te halen. Een eenvoudig rekensommetje leert ons dat ie dan op de voorhand wel meteen al met een gezellig gat van € 85.000 blijft zitten.

Poort: ‘Nogal makkelijk om zo je begroting rond te breien. Zet er een nieuwe post in en roep vervolgens dat de Raad jouw probleem maar moet oplossen als ze je voorstel afwijst’.

messbetekenissen

Wie noemt zijn theater nou deMess?
Dat is toch vragen om ellende?
Hebben de jongelui zich meer dan een jaar het schompes gewerkt om in de Vesting Naarden  een uniek theatertje uit de grond te stampen, komen ze met een naam op de proppen waarmee ze eigenlijk al bij voorbaat hun doodvonnis over zich afroepen.
En dan kunnen ze wel apetrots verklaren dat MESS historisch een meer dan verantwoorde keuze is (in een grijs verleden was dit gebouw immers een officierskantine), MESS betekent niets meer en niets minder dan gewoon ROTZOOI.
Wat een uitdaging!

Die toko is nu bijna vier weken open. De velen die zich al hebben laten verleiden tot een bezoek, kunnen niet anders vaststellen dan dat het er allesbehalve een rommeltje is. Een geweldige, gevarieerde en verrassende programmering met uitstekende artiesten in een professionele setting. Knus (75 stoelen). Parkeergelegenheid voor de deur. Vooraf, in de pauze en na afloop kun je je in een uitstekende  ambiance (MESSCAFÉ) laven aan een ruim assortiment sapjes en licht-alcoholische versnaperingen. Zelfs de bitterbal doet deze week z’n intrede.
Hoezo rotzooi? dus.

Nu we het toch over namen hebben: dat de lokale politieke partij Hart voor BNM (Bussum Naarden Muiden) niet staat te juichen bij het idee dat muurbloempje Weesp ons (hoezo volksraadpleging?) binnenkort wellicht ook door de strot geperst wordt, mag duidelijk zijn.
Je kunt niet eindeloos je naam blijven aanpassen aan de grillen van de hoge heren.
Hart voor B&W (+NM) dan maar?
Als cynische hommage aan het College?

The bridge 2

Nu ook de krant van Wakker Nederland de moeite neemt om de beerput van onze onverkwikkelijke soap rond ‘de brug’  leeg te scheppen, wordt het bij wijze van tegenwicht de hoogste tijd om ons fusieclubje maar eens wat lichtvoetiger  in de markt te zetten.
De machteloosheid lijkt een beetje in het dna van de Gooise Meren geslopen te zijn.
Zelfs de uit een Enkhuizer hoed getoverde succeswethouder Jan Franx begint zich te realiseren in wat voor een wespennest hij z’n immer chocoladekleurige schedel gestoken heeft. De alom zeer gewaardeerde crisismanager is met z’n luizige 0,6 fte dag en nacht bezig om de lijken die hier met de regelmaat van de klok uit de kast rollen op passende wijze ritueel te verbranden.
Het is dweilen met de kraan open.
Had zich als liberale excuustruus bij z’n entree vermoedelijk wat anders voorgesteld van dat Gooise klusje. Je moet er dan ook niet raar van opkijken als hij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 amper kan afwachten om z’n heil elders te zoeken.
We snakken naar wat luchtig vertier. Zo’n docudrama is natuurlijk leuk. Maar eerlijk gezegd geven we de voorkeur aan een heuse musical. Een pakkend  scriptje ligt voor het grijpen. De acteurs staan te trappelen. Bovendien een prachtige gelegenheid om theater Spant door de zomerse komkommertijd heen te slepen.

15826096_1628654104104084_5848497811243564595_n

Meer dan vijftig jaar voordat het treurige fusiegedrocht Gooise Meren een feit werd, lieten wij ons er aan de Zwarteweg op de grens van Naarden en Bussum al sluipenderwijs naar toe masseren. Niet dat  het nou allemaal even soepel verliep. Toen er bijvoorbeeld eind jaren ’50 een schoorsteenbrandje uitbrak in mijn ouderlijk huis tegenover dit pandje, sloeg de algehele verwarring toe bij de plaatselijke brandweer. Het dichtstbijzijnde en meest voor de hand liggende putje van waaruit het verlossende bluswater opgepompt moest worden lag aan de overkant. Helaas: Naarden. Dat konden we dus wel schudden. Want ons huis viel onder Bussum. Het werd een barre zoektocht naar authentiek Bussums water. En het is dat het bij nader inzien een vrij onschuldig brandje bleek te zijn, anders was nummertje 51a intussen ongetwijfeld tot de grond toe afgefikt.

In het voorste deel van dit in overdadig groen verpakte twee-onder-een-kapje huisden de in Naarden en wijde omtrek zeer bekende Wil en Ruud van Zijtveld. Stichting Burgerzin. Jarenlang met een onstilbare honger naar promotie van onze vestingstad de initiators van onze niet te evenaren Sinterklaasoptocht. En vele andere lokale activiteiten.
Een riant optrekje kan het amper geweest zijn. Maar dat weerhield de jongelui er niet van om er in een paar jaar tijd een indrukwekkende optocht kinderen op de wereld te zetten. Wil, niet eens zo veel ouder dan wij, was de placebomoeder die ons, puberende jongens uit de buurt, als een vleesgeworden, begripvolle Lieve Lita met een enorme dosis empathie door de problematiek van die puberteit sleepte. Een materie waar onze ouders maar bar weinig oog voor hadden.
Vonden wij.

Na een aantal Amsterdamse jaren teruggekeerd naar deze contreien, zag ik Ruud tot m’n verbazing schitteren in de plaatselijke Naardense politiek. Namens de VVD. En dat terwijl ik er toch altijd nog heilig van overtuigd ben dat er achter het raam van die serre ooit een diep-rooie PvdA-poster schitterde. Af en toe loop ik ze nog wel eens tegen het lijf. Maar Ruud ontkent die switch in alle toonaarden. Ik meen me te herinneren dat hij in ieder geval wél degene was die bij onze schoorsteenbrand uiteindelijk het Bussumse putje wist te vinden.

In de andere helft van dit inmiddels van de aardbodem verdwenen pand, woonde de familie Thomassen. Over de vader, getrouwd met een Duitse, circuleerden bloedstollende maar ook weer vage verhalen over z’n heldhaftige bijdragen aan het verzet in de oorlog.  Het gesloten boek praatte er zelf nooit over. Zelfs  z’n zoon Herman, een altijd en eeuwig in het Lagieschkamp vissend knaapje van mijn leeftijd (later getrouwd met één van de fraaie dochters van A.C Koster, het opperhoofd van het onvergetelijke zwembad aan de Meerweg) kon je niks wijzer maken. Maar toch.

Even onze Naardense stadschroniqueur/allesweter Henk Schaftenaar geraaadpleegd: Thomassen, in verzetskringen bekend staand als Gerrit, zat in de groep van onder meer de verzetsheld Theo Dobbe en maakte zo deel uit van het stel dat uit de kazerne op bastion Oranje munitie stal. Werd gepakt al in 1941, zo uit mijn hoofd, zat in het Oranjehotel in Scheveningen gevangen en heeft de rest van de oorlog na veroordeling in Duitsland vastgezeten. Binnen die verzetsgroep was hij de man die sleutels maakte om binnen de kazerne Oranje de verschillende opslagplaatsen te kunnen openen. Het stel werd aan het begin van de zomer van 1941 gearresteerd. In het najaar volgden de rechtszaken. De organisatoren kregen de doodstraf. Specialisten er omheen kregen levenslang tot enkele tuchthuis voor alleen maar het jatten van helmen. Ik meen dat hij voor dat namaken van sleutels levenslang kreeg.

De voor ons jongens niet te peilen Thomassen dreef achter dit pandje een handel in tweedehands auto’s van het (Duitse) merk Opel. Hij moet over de nodige overredingskracht beschikt hebben want de hele buurt reed binnen de kortste keren in het merk. Wij ook. Had zo z’n eigen ideeën over  klantenbinding want er was regelmatig wat loos met die auto’s. Vloeken deed m’n ouwe heer (ouderling in de Spieghelkerk) die knarsetandend de tol betaalde voor het feit dat ie voor een dubbeltje op de eerste rang zat natuurlijk niet. Maar ik heb hem ‘die scharrelaar’ wat horen verwensen als ie zich met z’n zoveelste lekke carburateur of ander ongerief meldde bij de schuur van Thomassen. Die er het gros van de tijd schitterde door afwezigheid. Altijd en route.

Er was daar nog een zoon. De ontroerende Hans. Een aantal jaren ouder dan wij. Vroeger noemden we zo iemand gewoon mongool. Maar in de eigentijdse cultus van veranderende naamgevingen bezigen we liever het  wetenschappelijk meer verantwoorde eufemisme  ‘syndroom van Down’.
Hans was een muziekliefhebber. En wat voor eentje. Plaatsjes draaien was z’n lust en z’n leven. Als je tussen het paaltjesvoetbal en onze buurtwielerwedstrijden, waarvoor z’n motoriek ontoereikend was, bij hem aanschoof lulde hij de oren van je kop. Bij wijze van spreken dan. Want het repertoire van Hans kende slechts monosyllabische zinnen. Bij alles wat je te berde bracht, reageerde hij onveranderlijk met: ‘Waarom Frans, waarom?’ Vermoedelijk was hij veel intensiever met de zin van het leven bezig dan wij met onze triviale Elvis, Fats Domino en de Chris Barber jazzband.
Hans sleet z’n dagen als hulpje van Henk Honing op de groentekar van Lookman, die z’n nering had aan de Verlengde Fortlaan. En hoewel kleine kinderen doorgaans niet zo goed wisten wat ze met hem aan moesten was hij in de wijde omtrek een geliefde verschijning.

Onlangs legde ik de hand op een digitale versie van een liedje dat Sietze Dolstra, mijn zeer veelzijdige en helaas te vroeg overleden partner in crime als docent Nederlands op de Godelinde SG, ooit schreef op Hans.
Het is ‘m. Helemaal.
Dubbele nostalgie dus.

De Naarling 2

Het lovenswaardige voorstel van Naarder Jelmer Kruyt mbt het parkeerverbod bij de Uut heeft het niet gehaald in de gemeenteraad Gooise Meren. Wethouder Van Meerten ‘wil het parkeren integraal bekijken als onderdeel van een parkeervisie voor de hele vesting en niet als los onderdeel. Als we nu een verbod instellen, krijg je met name een verplaatsing van het probleem. ‘
Hoe mistig wil je het overbekende ambtenarengereutel hebben waarmee we weer eens het bos ingestuurd worden?
Als 1 van de 150 deelnemers aan de Facebook-poll van Kruyt (waarvan de uitslag niets aan duidelijkheid te wensen overliet) mocht ik nog even de illusie koesteren dat zoiets best wel even democratisch geregeld kon worden.
Nee dus.
Het zal ze in Muiden en Bussum weliswaar aan hun reet roesten dat wij ons druk maken over zoiets als een historisch Naardens plein. Maar een fluïde regent die wegdrijft uit haar eigen bloedgroep is natuurlijk andere soep.
Dat er tijdens de zaterdagmarkt bij de Uut en de Gele Loods geparkeerd wordt, is het ergste niet. Maar ligt er doordeweeks  op Nieuw Molen niet een zee van ruimte op 5 minuten loopafstand?
Gemeenteambtenaren en werknemers van de LINDA metselen dagelijks het Promersplein dicht. Wat die ambtenaren betreft zal dat zo’n vaart niet lopen. Die drie man en een paardenkop die op het Stadskantoor, zo lang als het duurt, hun beleidsstukken zitten weg te tikken zijn het grootste probleem niet. Onze nieuwe burgemeester geeft trouwens het goede voorbeeld. Ik kom hem regelmatig tegen als hij op de fiets naar de Raadhuisstraat peddelt.
En volgens geruchten heeft de LINDA, die inderdaad uit haar voegen barst, plannen om haar heil elders te zoeken. Ik hoor Bensdorp Bussum rondzoemen.
Nou hebben we zo’n aardig Ruijsdaelplein gekregen.
De ellende was helemaal niet te overzien geweest als die onzalige verplaatsing van het Vestingmuseum niet afgeblazen was.
Autovrij graag!

En ook bij dat verrekte ‘harmoniseren van het parkeerbeleid in alle drie de kernen van Gooise Meren’ (ieder met een eigen historie) grijp ik vertwijfeld naar de maagzuurremmers.

vestingmuseum

Er was, o ironie,  een nieuwe directeur voor nodig om uiteindelijk de ware realiteitszin te laten doorbreken. Het Vestingmuseum verhuist niet. En dat is voor de verandering nou ’s geen fake news. Vijf jaar is er een ontzettende partij afgeouwehoerd. Om allerlei redenen was het natuurlijk een doodgeboren kindje, die verplaatsing naar Bastion Oranje. Zonder subsidies is zo’n investering gewoonweg van de gekke. Dat zag jan en alleman al jaren. En dan hebben we het nog niet eens over die van de pot gerukte, wereldvreemde argumenten die er voor zo’n verplaatsing aangesleept werden. Want wat is er eigenlijk zo mis met de huidige locatie? Als je via de Doorbraak de vesting binnenrijdt, heeft deze attractie een uitstraling die hij bij de Utrechtse Poort never zou krijgen. Op een afstand van honderd meter beschikt het museum bovendien over een riante parkeergelegenheid (Nieuw Molen). Stukken handiger dan de omgeving van het Bastion waar je die heilige koe echt met geen mogelijkheid kwijt kunt.
De bescheiden huidige collectie in een veel te grote, peperdure jas?  Om dat zaakje rendabel te maken heb je zo’n 60.000 bezoekers per jaar nodig (nu 25.000). De focus ligt nu op een fikse opknapbeurt. Er is heel wat achterstallig onderhoud. En ook qua programmering trekt de ambitieuze nieuwe baas een aardig blik met ideeën open.
Buitengewoon sneu voor de verenigingen die met het oog op die onverkwikkelijke plannenmakerij bij voorbaat het veld moesten ruimen. Die zullen het allemaal ongetwijfeld knarsetandend aanzien.
En welke functie gaat de Gele Loods krijgen? De ideale locatie voor een Cultureel Centrum. De initiatiefgroep daarvoor heeft daarvan moeten afzien en is inmiddels zeer tevreden met de voormalige Hoed. De contractbesprekingen daarvoor verkeren in een afrondende fase. Als alles naar verwachting verloopt dan opent De Mess na een fikse opknapbeurt in de zomer haar poorten.

Bij de plannen die er ontvouwd worden missen we echter een niet onbelangrijk aspect dat Oscar Hefting toch maar even moet meenemen.
Was het niet de vorige directeur die ooit verzuchtte dat het weren van de touringcars uit de vesting zo ongeveer de doodsteek voor z’n toko was?  Er waren toch contracten met busmaatschappijen die boordevol enthousiasme een bonte verzameling doelgroepen afleverden? Ze hebben er een dikke punt achter gezet. Was er een jaar of tien geleden  niet een plaatselijke verkeerscommissie die dit heikele punt aansneed en adviseerde om een uitzondering te maken voor die touringcars.  Nieuw Molen is toch een prima plek? De streekbussen knorren over een beperkte afstand van 200 meter langs de binnenste wallen. Via de Doorbraak (50 meter) of de Amsterdamse straatweg (100 meter) zullen die paar touringcars voor het museum het verkeer toch niet ontwrichten? Misschien moet de oprit wat aangepast worden. Maar als we met z’n allen vinden dat we ons Vestingmuseum de plaats moeten geven die het verdient, dan is dat een offertje van niks.

foto: Naarder Nieuws