Archief voor de ‘opvoeding’ Categorie

blij

20170709_121504.jpg

-Wat een prachtige fillumhond heeft u!
De naar schatting 90 kilo uitbundig transpirerende amechtigheid in glimmende campingsmoking (drie streepjes) waaronder een paar oogverblindende roze sneakers had ik, voortgetrokken door logeerhond Loes, op de Lange Bedekte Weg al vijf minuten in het vizier.
Ze had in haar volledige Koninklijke volumineusheid  plaatsgenomen op het bankje onder het bescheiden boompje. Het enige schaduwrijke plekje van het speeltuintje aan de Doorbraak.
De afwerkplek voor Naardense opa’s en oma’s.
Want deze categorie lijkt tegenwoordig het monopolie te hebben op de ongesubsidieerde privé kinderopvang.
In de vooravond wil er nog wel eens een toegewijde jonge vader wat knutselen aan z’n pedagogische inhaalslag. Achter de kwaliteit van die spaarzame pappa-momentjes kun je echter je vraagtekens zetten. De liefdevolle aandacht voor de halsbrekende toeren van de nazaat op het mini- draaimolentje moet het doorgaans vet afleggen tegen de smartphone. Want wees eerlijk, er gaat niets boven het vingeren van de sociale media op de digitale snelweg die de enige echte wereldse werkelijkheid voor iedereen bereikbaar maken.
-Hoe heet ie?
Merkwaardig fenomeen. De meeste hondenbezitters hebben het, los van het geslacht van hun trouwe viervoeter, immer over ‘hij’.  Mijn Loes is dus een ‘zij’.
Die discussie ging ik maar niet aan.
-Loes
Daar knapte de wat onbestemde mistroostigheid die tot op dat moment om ‘Adidas-oma’ hing meteen zienderogen van op.
-Zo heet ik ook.
Omdat zoiets een band schept, besloot ik m’n nogal bedenkelijke vooroordeel tegen campingsmokings voor een keer te laten varen. Bij nader inzien bleek haar linker arm één en al tattoo. Ook daar stapte ik over heen en nam aarzelend plaats naast Loes op het bankje. Waarna ik een inkijkje kreeg in de belevingswereld van mijn generatiegenoot. In de tien minuten spreektijd die ik haar gunde, passeerde alles wat er maar aan ontevredenheid over de maatschappij van tegenwoordig op te hoesten is haar revue. Peroxide Geert was haar laatste strohalm. En die kleine Kevin van haar dochter natuurlijk, die uitgebreid de kwaliteit van het zand onder de wip aan het testen was. Zand is er om in je mond te stoppen. De jongste lichting wordt om voor mij onduidelijke redenen nog steeds opgescheept met Engelse namen: Kevin, Wesley, Jeffey, Dennis, Roy.
Benieuwd of de Brexit die tsunami gaat stoppen.

Als ik Loes op haar woord mocht geloven was haar Kevin een waar godsgeschenk. Een toppertje. ‘Je hebt geen idee hoeveel liefde je van zo’n koter terugkrijgt’. Niks mis mee. Een smeltkroes van superieure kwaliteiten waarmee je je als oma alleen maar gelukkig kunt prijzen, barstte los.
Dat laatste schoffelde ze ter plekke onderuit. Toen Kevin na herhaalde waarschuwingen nog steeds volhardde in het smakelijk consumeren van het wipzand, nam ze haar rol in de opvoeding meteen kloek ter hand.
-Als oma je zegt dat je dat zand niet in je bek moet steken dan stop je daar godverdomme mee. Je moet luisteren!
Ze bezegelde haar opvoedkundige hoogstandje met een fikse tik op de achterdelen van de opstandige kleinzoon, die daarna uitgebreid aan het blèren sloeg.
Mijn Loes werd er lichtelijk nerveus van.

Teruggekeerd op ons bankje maakte ze meteen helemaal korte metten met de rooskleurigheid van het omaschap die ze zo-even nog geschetst had. Ze barstte los in een ware litanie.
De afspraak was dat ze het knaapje één dagje in de week voor haar rekening zou nemen. Voor een dagelijks abonnement op de SKBNM, de Koningskinderen, Smallsteps of hoe al die voortreffelijke commerciële plaatselijke instellingen ook mogen heten, was de beurs van haar keihard werkende dochter en schoonzoon wat aan de krappe kant. Die ene dag was inmiddels uitgegroeid tot drie volle. En daar wilde af en toe ook nog wel eens een slapeloos nachtje aan vastgeplakt worden. Want aan Kevin’s nachtelijke discipline schortte wel het een en ander. Om nog maar niet te spreken van de eetmomentjes die nogal eens leidden tot regelrechte guerrillaoorlogen. Loes (ik ook trouwens) is van de generatie ‘eten wat de pot schaft’. Maar culinair gezien is er geen aanslepen aan vanwege de verfijnde smaak van kleinzoon.
En van haar Henk moest ze het ook niet hebben. Uitgerekend op die oppasdagen nam haar wederhelft samen met Arie, z’n pensionado-partner in crime, de kuierlatten naar hun visplekje bij Fort Ronduit. Met veel bier en de godbetert door Loes herself gesmeerde boterhammen, wisten ze hun gemeenschappelijke hobby schaamteloos te rekken tot een uur of zeven. Het tijdstip waarop Kevin natuurlijk al lang een breed afgeleverd was bij de rechtmatige eigenaars.
Onlangs had ze, bij ontstentenis van de ouders,  nog een volledig kinderpartijtje uit de grond gestampt toen haar toppertje de 3-jarige leeftijd had bereikt. En ga daar als 67-jarige maar eens aan staan. Een eindeloze middag met een stuk of zes al even stront verwende kleutertjes uit de buurt is een regelrechte bezoeking. Een volledig etmaal tussen de klamme lappen had ze nodig gehad om haar leven weer enigszins op de rails te krijgen.
Ik ken die verjaardagen. Heb ze altijd gemeden als de pest. Nu die kids wat ouder zijn zit ik op dat soort partijtjes uitgebreid uren lang  te slempen in een kamer met louter volwassen. Van de jeugdige gasten en de jarige geen spoor. Het persoonlijk en plechtig overhandigen van mijn cadeau is een ritueel dat volledig achterhaald is.
Ik leg m’n envelopje op de cadeautafel.
Een spannend boek is een treurig anachronisme.
Ze willen alleen maar geld.
‘Dieffie met verlos’ op straat is er trouwens niet meer bij. Ze zitten bijeengepakt op de slaapkamers boven met hun tablets en aanverwante digitale bullshit met holle ogen er de meest gruwelijke video-games door te jagen.

Ik gluurde op m’n horloge. Hoogste tijd om er met mijn Loes maar weer eens van tussen te gaan. Maar oma Loes maakte zich klaar voor de apotheose.
-En je wil het geloven of niet. Nou denkt mijn dochter er hard over om er nog een tweede bij te maken. Denk je komend  jaar van al dat gesodemieter af te zijn, begint dat hele circus weer van voren af aan. En mij wordt niks gevraagd. Want wie is er de lul?
IK WIL INSPRAAK.
Zag ik het goed? Gleed er een traan over oma’s  wang?

Ik liet oma in haar volledige ontreddering achter op het bankje.
-Welke kant gaan we uit Loes?
Mijn filmhond krijgt tijdens haar logeerpartij bij alles inspraak.
Ze trok me linea recta naar huis.
Naar de waterbak die lonkte.
Ze had er een droge bek van gekregen.

limes.jpg

Het wrakkige muurtje langs het schaduwrijke terras van de Naardense horeca-gigant Limes benadrukte nog eens extra de jongste tragische ontwikkelingen in de carrière van de onfortuinlijke Jan-Kees.
Op vrijdagmiddag had hij er zijn toevlucht gezocht in het gezelschap van z’n soulmate Philip.
Al vanaf de basisschool onafscheidelijk.
Hoewel?
Het had een haartje gescheeld of de Cito-toets had daar abrupt een stokje voor gestoken. Philip denderde  aan het eind van groep 8 spelenderwijs naar een vwo-advies.
Het Willem dus.
Voor Jan-Kees restte met z’n schamele score niets anders dan de mavo. De meest ondergewaardeerde onderwijsvorm van weleer waar het Jeugdjournaal deze week zo lullig over deed.
Om het leed nog enigszins te verzachten werd er tactvol nog wel wat geschermd met een mogelijk havo-perspectief.
Maar toch.
Een Salomonsoordeel dat voor z’n ouders amper te verkopen was tegenover de buren in het Rembrandtkwartier. De habitat van academisch gevormd Naarden.  In de Naardense Schilderswijk doet  de aanstormende  jeugd het doorgaans niet voor minder dan vwo of gymnasium. Alle reden voor de vader van Jan-Kees om zich na dit teleurstellende advies onverwijld te melden voor een verhelderend oudergesprekje.
Geheel tegen z’n gewoonte trouwens.
Acht jaar lang had hij (druk druk druk) die honneurs overgelaten aan z’n eega. Maar als het water tot de lippen staat, en daarvan was nu toch echt wel sprake, weet een toegewijde vader in het belang van z’n hevig miskende zoon wat hem te doen staat.
Al z’n charmes en verbale vaardigheden gooide hij in de strijd
Alle respect uiteraard voor de competentie van het onderwijzend personeel, voornamelijk juffen, dat hem zonder kleerscheuren door de basisschool geloodst had. Maar hier gingen ze toch echt in de fout. Iedere boerenlul voelde toch op z’n klompen aan dat we met Jan-Kees te maken hadden met een onversneden vwo-er?
De verantwoordelijke juf kon dan wel tegensputteren door te wijzen op de nauwelijks te negeren conclusies van hun uiterst betrouwbare leerlingvolgsysteem, paps was niet te vermurwen.
Dus vanaf het nieuwe schooljaar zat zoonlief in een havo/vwo brugklas.
Samen met Philip.

Spiekend en anderszins gênant frauderend had ie z’n verblijf in het kielzog van Philip met kunst en vliegwerk nog tot 3 vwo  weten te rekken maar toen was het voltallige docentencorps onverbiddelijk.
Doek.
Hij mocht het bij godsgratie nog op de havo proberen.

Hun gemeenschappelijke minuten brachten ze voortaan slechts in de lunchpauzes door.
En op de hockeyclub.
De Gooische.
In de donkerblauwe wedstrijdpantalon van het kakkersgenootschap ontwikkelde Jan-Kees zich tot een kanjer die het weldra schopte tot de hoogste regionen van de jeugdafdeling. Tenminste nog één terrein waarop hij z’n vriend overtrof, die anoniem z’n balletjes sloeg in één van de wat minder aansprekende teams.
Het prestige dat hij met z’n sportieve heldendaden verwierf was indrukwekkend. Zeker ook bij de blonde paardenstaartjes met hun onafscheidelijke ‘kinderenvoorkinderen-tongval’.

Maar op het Willem hadden ze daar niet zo’n boodschap aan.
Daar golden andere wetten.
Over de laatste twee klassen van de havo, met pretpakket, deed hij vier jaar. Niet in de laatste plaats tot z’n eigen verbazing afgerond met een heus diploma.
Het resultaat van een optocht peperdure huiswerkcursussen en bijlessen voor de meest kritische vakken.
En dat waren er heel wat.

En ook voor de daaropvolgende HEAO nam hij ruim de tijd.
Toen ie uiteindelijk z’n felbegeerde diploma mocht afhalen, had Philip intussen maar liefst twee bepaald niet kinderachtige academische studies tegelijk afgerond.
Econometrie en theoretische natuurkunde.
En behoorlijk op streek naar een glanzende carrière.
De vriendschap had er niet onder geleden.

Middels intensief lobby- en masseerwerk van pa die stikte in z’n Old Boys netwerkjes, werd hij geparkeerd bij Ernst&Young.
Accountmanager. Een functie die stukken indrukwekkender klonk dan wat Jan-Kees er van bakte. In z’n volledige schoolloopbaan had ie bij voortduring zwaar tegen z’n plafond moeten aanbuffelen.
Maar  de accountancy vroeg van hem skills waarmee hij er dwars door heen zou moeten. Resultaat: in no time twee gigantische burn-outs waarmee hij evenzoveel jaren veroordeeld was tot eindeloze sessies ongeïnspireerd gamen en televisiekijken op de lederen bank in de halve villa met tophypotheek.

SONY DSC

‘Boer zoekt Vrouw’ was peanuts vergeleken bij z’n eigen uitzichtloze zoektocht.
Het hockeyprestige was al lang en breed verbleekt. En één van de paardenstaartjes met wie hij inmiddels al twee koters op de wereld had gezet begon onrustbarende tekenen van algeheel ongenoegen te vertonen.
Had ze op het verkeerde paard gewed?

Nadat hij voorzien van de nodige psychische littekens bij z’n baas terugkeerde, miste hij in drie opeenvolgende jaren glorieus z’n targets voor de Finance-boer. Waarna het snel gebeurd was.
Jan-Kees@3xnix.nl
Afmars dus.

En daar zat ie dus met z’n achtendertig teleurstellende jaren.
Tegenover een machteloze vriend die met al z’n  begrip in deze zorgsector ook geen passende handen aan het bed voorradig had.
Nog maar zo’n bruine jongen met drie vingers schuim dan maar.
En straks een halve Franse kip van het huis.
Biologisch.
Specialiteit van de chef.

2015_04_16-16_21_44-615x346

Als kind werd ik des zondagsmorgens door mijn diepgelovige ouders naar de Spieghelkerk in Bussum gejaagd. Voor het op maat toegesneden synchrone geknutsel in de kinderkerk in het aangrenzende Willem de Zwijgerlyceum haalden ze hun bevindelijke neus op. Je kunt je nazaten niet vroeg genoeg doordringen van de ware ernst van het geloof. Kortom: we waren veroordeeld tot het aanhoren van een optocht volstrekt onbegrijpelijke preken afgewisseld met zo mogelijk nog ondoorgrondelijkere gezangen. Ik kan van die laatste trouwens na vijftig jaar nog vele zonder haperen opdreunen. Tijdens de Dienst des Heeren doodde ik de tijd met het van buiten leren van de psalmen die we op maandagmorgen dienden op te dreunen op het nabijgelegen Christelijk Instituut Brandsma. In die tijd bestierd, jazeker,  door mijn ouwe heer. Eén hapering leverde het cijfer 9 op, twee keer stotteren een 8 en als het geheugen drie keer dienst weigerde mocht je ’s middags na schooltijd voor straf op bijspijkercursus.
In het godshuis van de vijand waagden we ons uiteraard niet maar af en toe werd een ruimhartig uitstapje gemaakt naar een broedergemeente die in ieder geval nog enigszins in de profielschets van m’n ouwelui paste.
De Johanneskerk.
Het tegenwoordige Denksportcentrum Bussum.
Het smakelijke appje van de bibliotheek er deze week tussen de slemmetjes door maar eens even op losgelaten.
En inderdaad, als opmaat voor een succesvolle kleinkunstcarrière heb ik er in 1960 als historische gebeurtenis geschitterd in een liturgisch uiterst verantwoorde toneelbijdrage waarmee de eredienst geheel eigentijds verluchtigd werd.
Een lijdensdrama.
Als Pilatus.
Dat handen wassen zat er al vroeg in.

Natuurlijk, ook ik had als blogger een paar fantastische jaren bij het Volkskrantblog. Het heeft naast allerlei uitermate prettige en soms minder prettige ervaringen uiteindelijk ook een columnboekje opgeleverd. KRABBEN AAN DE KORST.
Vorig jaar om deze tijd was het gebeurd met ons speeltje. Ik zag het al langer aankomen en zocht bijtijds een goed heenkomen naar een soloblog op WordPress. Veel minder aandacht. De linkjes naar m’n columns plaats ik op Facebook. En dat is het wel zo’n beetje. Maar ik vind het eigenlijk als schrijfhobbyist wel prima zo.
Een aantal van mijn ex-collega’s vormde bij Facebook weldra een eigen clubje. VK-bloggers, ook na 1 maart 2011. Prima en gezellig. Maar niet mijn piece of cake. Volkskrantblogger ben ik niet meer en er is dus geen enkele reden voor mij om me daarbij aan te sluiten.
Groot was dan ook mijn verbazing toen ik dezer dagen moest vaststellen dat ik na een jaar opeens ook tot bij de 161 leden behoor die de teleurstelling over de opheffing van het Volkskrantblog met elkaar nostalgisch proberen te verbijten. En dat was niet de bedoeling. Voorzover ik kan zien, betekent dat een hoogst irritante extra plaatsing van iedere bijdrage. En daar zit uiteraard niemand op zit te wachten.
Enig speurwerk leverde op dat mijn sympathieke, rondborstige ex-collega Jacob Hesseling er  verantwoordelijk voor is. De man die een bijkans niet te stillen honger heeft naar reunies en blogborrels. Iets waar ik ook, een enkele happening daargelaten, niet echt warm voor loop. Intussen een merkwaardig initiatief waar ik dus niet om gevraagd heb. Doet me een beetje denken aan m’n vader zaliger die me ooit opgaf voor die uiterst muffe padvinderij. En dat terwijl ik zo zielsgraag op foeballuh wilde.
Het kloterige met Facebook is, het lijkt de boekenclub van weleer wel, dat eenmaal ingelijfd, je er eenvoudigweg niet meer uit te rammen bent. Ik ben daar na manmoedige pogingen in ieder geval tot op heden niet in geslaagd. Misschien dat Jacob zo vriendelijk wil zijn me daar te deleten.

Cito-toets 2012 iets moeilijker dan vorige jaren: geen 0 fouten
De Cito-toets is dit jaar iets moeilijker gebleken dan in de afgelopen jaren. Niet één leerling van groep 8 van alle deelnemende 6.200 scholen is er in geslaagd de tweehonderd vragen voor taal, rekenen en studievaardigheden helemaal foutloos te maken. In 2011 lukte dat nog wel drie leerlingen.
Weten we één heer de keiharde, naakte feiten op tafel te krijgen, is het weer niet goed.
Tijd voor een staking?