Archief voor de ‘literatuur’ Categorie

Nadat ik me in een donkergrijs verleden na een forse inspanning mijnerzijds ontworsteld had aan de ijzeren wetten van de zondagsheiliging die m’n ouwe heer zaliger z’n kroost oplegde, werd die Dag des Heeren op slag een alleszins te pruimen opening van de week.
De Nieuwe Somberheid slaat inmiddels snoeihard toe.
M’n dagelijkse ritueel, ’s morgens om 7.00 bij de eerste koffie, bestaat uit het verslinden van twee ochtendkranten. Een landelijke (al sinds 1968..) en een regionale. Al een jaar of vier een digitaal genoegen. Papier komt er bij mij niet meer in. En het hanteren van zo’n tablet is tussen de klamme lappen een meer dan comfortabele bezigheid, kan ik je verzekeren.
Op zon- en feestdagen val ik in een bodemloos gat. De zaterdagkrant mag dan WEEKEND-krant heten, na anderhalf uur leesgenoegen blijft er voor de zondag maar bar weinig over.
En dan is het op zondagmorgen op slag weer behelpen geblazen.
Nieuwe afbeeldingTrouwens, maar goed dat ik ga voor de tabletversie. Toen ik m’n Azijnbode zojuist voor het maken van een paar screenshots op m’n laptop probeerde te openen, werd ik voor de verandering eens niet blij van Sigmund.
Groei ik mee met dat kwaliteitsochtendblad of past die krant zich aan mij aan? Ik kan er de vinger niet achter krijgen.
Was die 50 jaar trouwens geen aanleiding voor een lintje?
In dit verband schoot een quote van good old Wim Kan me te binnen: (sprekend over de traditionele lintjesregen)
-Wat heeft u daar nou voor gedaan?
-Niets, maar wel heeeeel lang.
De meeste energie gaat op aan ‘Ten eerste’, ‘Opinie en debat’, m’n favoriete columnisten Bert Wagendorp, Sheila Sitalsing, de briljante Sylvia Witteman en de Betrouwbare Mannetjes.
Nieuwe afbeelding (2)En om de Voetnoot van Arnon Grunberg kan, al zou hij het willen, uiteraard geen mens heen. Die stopt trouwens binnenkort. Iedereen die zich geroepen voelt mag de komende weken z’n persoonlijke lief en leed in 149 woorden opsturen naar de krant. Wat er mee gedaan wordt is niet helemaal duidelijk.
Grunberg die graag koketteert met z’n erudietie, z’n joodse identiteit, z’n liefde voor New York en een onduidelijk zoontje zat vanmorgen wat mij betreft met zijn RECHTERBEEN weer midden in de roos.
Nieuwe afbeelding (1)

Hoofdredacteur Philippe Remarque mocht STEKEL vullen.
Met VOORKOM DE DIRK KUYTBRUG zette hij weer ’s een treurige hype tussen aanhalingstekens.

Over die roos gesproken: ook Bert Wagendorp zat er in, met MEI 1968.
Het wemelt deze week van de stukken over die ‘onvergetelijke’ meimaand van weleer.
Er hangt een hoop valse romantiek rond dit historische fenomeen.
Wat was mei ’68?
Wagendorp: ‘….Het is vermoedelijk de laatste keer dat we er zo uitgebreid op terugkijken, dus het wordt tijd voor een definitief antwoord. Om het even dicht bij huis te houden: in NRC Handelsblad schreef Hubert Smeets dat zonder de ‘geest van ’68’ Nederland zowel cultureel als economisch zou zijn versteend tot een onbeweeglijke natie. Dat is een soort stelligheid waar ik gek op ben en dat je, mits je er mee akkoord gaat, van een hoop getob verlost. Net als de zekerheid van T.Baudet en zijn alt-rightvrienden, die vinden dat in 1968 de teloorgang van alle waarden begon en de wortel aan de bijl (..) van de westerse samenleving werd gelegd’…….
De nachtmerrie van een columnist. Tien keer check je je stukkie op mogelijke taalfouten. Zelden of nooit is neerlandicus Bert er op te betrappen. Hij zal vanmorgen dan ook wel handenwringend de krant opgeslagen hebben.
Tenzij hij top-intellectueel Thierry letterlijk geciteerd heeft natuurlijk.

tamara-bosHet moet toch al gauw een dikke veertig jaar geleden zijn dat ik haar voor het laatst zag. Een sprietig prépubermeisje. Met haar vader die schrijvend en als radiomaker stevig aan de weg timmerde, speelde ik in de nadagen van m’n honkbalcarrière bij HCAW in een softbalteam waarin nogal wat mannen van de ouwe glorie.
Kampioen van het district Gooi-Utrecht. Dat wel. Mooie tijd.
Ko de Boswachter sprak me soms, nadat we de nacht daarvoor nog stevig doorgehaald hadden en hij linea recta door ging naar de AVRO-studio,  op zondagochtend  om zeven uur in zijn vermaarde Boswachtershow in mysterieuze syllaben toe waarvan wij alleen de exclusieve code kenden. Heel veel gelachen. Eindeloze klaverjaspartijen ook. Volgens mij bedwongen we ooit nog samen op de lange latten de sneeuwpistes in het land van Jörg Haider.
Helemaal zeker weten doe ik dat niet.

De carrière van de talentvolle Tamara, ze vertrouwde me deze week toe dat ik nog in haar poezie-album schreef, heeft in die veertig jaar een flinke vlucht genomen. Aanvankelijk in de voetsporen van paps maar al gauw op eigen, sterke benen: succesvol en meermalen bekroond kinderboeken- en scenarioschrijfster.
En, zo ontdekte ik onlangs, levenspartner van cabaretier Johan Hoogeboom, artistiek leider van ons fonkelnieuwe Naardense theater deMess. Twee creatieve talenten die in hun respectievelijke business zo bezig zijn dat ze in deze beginweken van deMess van geluk mogen spreken als ze elkaar af en toe nog even tegenkomen.
‘Als ik hem nog wil zien, dan moet ik maar naar het theater’, verzuchtte ze.
Kaartje kopen dus.

20161022_162516Willem Jan Otten, het troetelkindje van literair Naarden,  gaf me zonder dat hij het zelf vermoedde het laatste zetje om me te begeven op het gladde ijs van een impressie van de Middag van de Muurgedichten.
Tegen de achtergrond van de contouren van wat hopelijk binnenkort het definitieve Vestinghotel van Wachter Muller en Tessa Oosthuizen  gaat worden, beleefde de in groten getale opgekomen plaatselijke culturele elite vandaag de presentatie van een prachtig boekwerkje.
Dichter bij de stad van Hein Groen en  Gijs Went mag er zijn.
Een juweeltje.
Een gids die tot beter kijken naar onze unieke muurgedichten noopt.
Anders kijken ook.
Die je aan de hand meeneemt naar ‘ongekende ogenblikken’.
Eindelijk. Want de argeloze wandelaar die doorgaans niet zo bar veel heeft met de soms nogal wonderlijke wereld van de hermetische poëzie krijgt eindelijk in zijn existentiële twijfel iets te pakken van het broodnodige houvast.
Het troetelkind ontving het eerste exemplaar. In z’n inleiding citeerde Otten onder meer de eerste regels van een aantal van de zeventien gedichten. Dat brak het ijs. Want met die eerste zinnen wil het doorgaans nog wel vlotten.
Waarna de totale verwarring  vaak toeslaat.
Uitgebreid de tijd nemen bij zo’n historisch pandje brengt de nodige risico’s met zich mee. Voor je het weet ben je voor de argwanende buren een aspirant-inbreker of potloodventer-in-spé die z’n werkterrein verkent. Alleen al daarom geeft Dichter bij de stad je een prachtig alibi. Maar het is verrassend veel maar dan dat. Een aanrader.

IMG_2906.JPG

Wie de moeite neemt onze alom geliefde Jan (84) echt in de ogen te kijken, kan niet anders dan vaststellen dat z’n naderende afscheid hem aanzienlijk meer beroert dan hij in woorden uitdrukt. En je hoort het goed: in die stem van hem zit de laatste dagen  ook een enigszins verdacht trillertje.
Mag het alsjeblieft na 25 jaar Regenboog Curiosa?
Hij heeft iets met prozaïsche naamgevingen. Geboren in de Naardense Regenboogstraat was de naam van z’n winkeltje niet het allergrootste probleem.
Jan weet alles over Naarden.
Sterker nog, hij staat symbool voor een indrukwekkende partij historie waar z’n winkel in woord- en beeldmateriaal van uitpuilt.
Vanaf volgende maand is hij zélf geschiedenis.
Zijn rijzige aristocratische verschijning in de deuropening, immer strak en onberispelijk in het pak, gaan we missen.
Het is mooi geweest.
Het liefst was hij in het harnas gestorven maar daar hebben z’n kinderen een stokje voor gestoken. Het duistere winkeltje waar je normaliter je kont niet kon keren, wordt leger en leger. En dan hebben we het nog niet eens over de bovenverdieping waar een ongekende optocht stoffig antiquarisch materiaal tot aan het plafond opgetast ligt.
Dagelijks verdwijnt er een deel van de inventaris. Naar collega’s. Markplaats. Paul Vuijst. De Kringloop. En in het uiterste geval: de stort. Dat laatste moet pijn doen. Stuk voor stuk spullen  waar smakelijke, ontroerende en ook tenenkrommende verhalen achter schuil gaan waar ie je graag tot in details deelgenoot van wil maken. De achtergronden bij de authentieke ansichtkaart van Anne Frank bijvoorbeeld, die  hij ooit bij toeval op de kop tikte. Radio, televisie en schrijvende pers liepen een week lang z’n  deur plat. Het betreffende collector-item  heeft hij genereus geschonken aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Anne is slechts het topje van zijn immense ijsberg aan anekdotes.
Zakelijk gezien lette Jan behoorlijk op de kleintjes.
Want er moest ook brood op de plank.
Toen het nogal uit de klauw dreigde te lopen met het boekenwandje in m’n huiskamer besloot ik een paar jaar geleden het mes er maar ’s in te zetten. Samen met een zestigtal  stripboeken sleepte ik een doos met een selectie van bepaald niet kinderachtige, goed geconserveerde literaire werkjes naar zijn hol. Ik dacht er in mijn kinderlijke onschuld nog wel een leuk tariefje voor te kunnen toucheren. Nee dus.
Hij keek me op z’n bekende karakteristieke wijze ietwat meewarig aan. Ik mocht ze bij godsgratie laten staan. Maar hij gaf er geen ruk voor. Alleen het verzamelde werk van Multatuli nam ik mee terug.
Dat werd me nou net iets te gortig.
Kopen deed ik er mondjesmaat. Rondscharrelen, kijken en vooral luisteren naar de meester was op zich al een belevenis. Op zoek naar de broodnodige muzikale variatie in ons aanbod besloten we als cabaret ooit tot de aanschaf van een  heuse accordeon. Een diepte-investering die, volgens Jan, ons leven compleet nieuwe zin zou geven. Nooit gebruikt trouwens. Die dingen maken bij nader inzien een teringherrie die je je buren niet aan doet.
Zijn trekharmonica’s waren sowieso een verhaal apart. Als hij daarover los ging, openden zich onverwachte nieuwe werelden. Hij is een kenner. En speelt zelf ook bepaald niet onverdienstelijk. Toen Loes en Joop  in 2013 het 75-jarig jubileum van hun toko op het hoekje vierden, ging ie helemaal uit z’n dak. En het is dat een ingehuurd dweilorkestje zijn feestvreugde kwam verstoren. Anders had ie ons ongetwijfeld voor de volledige duur van het evenement vergast op de magistrale vingervlugheid waarmee hij z’n bonte repertoire vertolkte.

20161014_161244.jpg

Jan trekt zich terug achter de muren van zijn optrekje aan de Rijksweg. Bij de duizenden keren dat ik er langs fietste vroeg ik me vertwijfeld af welke onverlaat het toch in z’n hersens heeft gehaald om dit wereldvreemde allegaartje PaJaBeMa aan z’n gevel te spijkeren. Jan dus. Met die voorliefde voor prozaïsche naamgeving. De namen van z’n zeskoppige menagerie Paul, Jaap, Berry en Marco. En je kunt er met een beetje fantasie ook nog paps en mams in lezen. Een acroniem dus.
All in the family.
Met antiek heeft het geen reet te maken.
Curiosa dan misschien?
Blijven we toch nog een beetje aan hem denken……..

NaardenUDKNY

CfW3FlfWwAQzsPMWe mogen dan wel onze stinkende best doen om in de uitloop van een heuse economische crisis een beetje onze broek op te houden. Maar als je de gelikte glimblaadjes ziet die als paddenstoelen uit de Gooise zandgrond schieten, zou je anders vermoeden.
Poen zat in onze contreien.
De Vereniging Vrienden van het Spiegel in Bussum scheidde onlangs al weer haar elfde magazine af. Spiegelschrift.
Een heus themanummer.
Toen ik als 11-jarig knaapje neerstreek aan de Zwarteweg, op de rand van Naarden en Bussum, zat er volgens mij nog een ‘h’ in de naam van de villawijk die sinds 2007 door het Rijk is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De algehele versobering en bezuinigingen zullen daar wel debet aan zijn. Die ‘h’ vind je tegenwoordig nagenoeg alleen nog terug in de naam van het elitaire tennisclubje even verderop. Lag trouwens tot voor kort op Hilversums grondgebied maar mag tegenwoordig delen in de algehele feestvreugde van de Gooise Meren.
Zwarteweg, halverwege de vijftiger jaren. Tijdens m’n eerste verkenningstochtjes op de fiets verdwaalde ik prompt in het onbegrijpelijke doolhof van kronkelende laantjes die de indruk wekten in een later stadium bij wijze van service aan de villabewoners aangelegd te zijn.
Ik moet toegeven: nadat ik m’n hielen gelicht had, is het daar zienderogen opgeknapt.
Spiegelschrift dus.
Verwacht geen simpel clubblaadje voor de naar sensatie hunkerende ‘nouveau riche’ op het niveau van de aloude schoolkrant. De beproefde broedplaats voor schrijvers (en dichters) in de dop die, immer vechtend tegen de dodelijke deadline, hun quasi literaire, opstandige pennenvruchten in blijde verwachting aan het papier toevertrouwden. Ook in Spiegelschrift dienen de redactionele bijdragen voornamelijk om de achterkanten van de lucratieve advertentiepagina’s te vullen. Blaadjes maken is business.
En ‘gespiegeld’, vooruit, laat ik die open deur maar eens intrappen, wordt er ook bitter weinig.
De enige die de algehele malaise enigszins weet te ontstijgen is columniste Eefje Pleij die met haar tone of voice zorgt voor wat amusant verbaal vuurwerk tussen al het vrijblijvende gekeutel. Maar die is dan ook een oud-leerling van me. En dat verklaart veel.
Maar goed. Het voorjaarsnummer 2016 is dus een themanummer. No way dat ze zich bij de chic van het Spiegel ook maar een moment druk hoeven te maken over actuele zaken als pak ‘m beet het vluchtelingenprobleem. Een AZC aan de Groot Hertoginnelaan zit er niet in. Dat zoeken ze aan de andere kant van het dorp, bij Crailo, maar uit. Dan alle energie maar in Bensdorp, de kwaliteit van de glasvezelkabel en de kleur van de stoeptegels.
Dat is het wel zo’n beetje.
En nu dus: Hoe veilig is het Spiegel?
Een booming thema natuurlijk in een wijkje waar wel wat te halen valt. Maar je grijpt toch ter plekke vertwijfeld naar het infuus als je leest welke vijf tintelende tips de redactie er uiteindelijk samenvattend uit weet te persen?
1.Draai de deur op slot als je weggaat
2.Zorg dat je huis een bewoonde indruk maakt
3.Sluit alle ramen als je weggaat
4.Laat geen sleutels aan de binnenkant van de deur zitten
5.Haal ladders en vuilcontainers weg.

12985528_799525593486170_2831022376902898125_n

Zou hij zich echt zorgen maken om dat proleterige rooie Biebgevaarte dat onlangs door het bestuurlijke crapuul van onze fusiegemeente pontificaal geopend werd?
Op het Julianaplein .
Vlak voor z’n deur.
Heeft hij echt slapeloze nachten van huiskamers, afgeladen met jonge lezers die hun uittrekselboekjes (want verder komen ze tegenwoordig niet) bij dat gratis uitleenfenomeen en niet bij hem betrokken hebben?
Ik kan het me amper voorstellen.
Zijn geweldige boekhandel in de Nassaulaan, de enige echte in Bussum, is een sieraad voor het dorp. En dat willen we graag zo houden. En echte lezers weten hun weg naar die toko opperbest te vinden.
Vorige week hielp ik hem nog van z’n halve voorraad Martin Bril boekjes af.
In de ramsj.
Tot mijn niet geringe verbazing.
Martin Bril hoort niet in de ramsj.
Bij mij geen krodillentranen met tuiten bij diens dood trouwens. Bij zo’n verscheiden staat half Nederland immers al snikkend z’n droefenis uit te venten op de social media. Hebben ze hem eigenlijk wel gelezen? vraag ik me dan af.
Ik las meer dan regelmatig iets van ‘m. Niet allemaal even geweldig. Hij beheerste het trucje van de columnist tot in de toppen van z’n vingers. Poetste ook regelmatig brutaalweg oude columns op om ze als nieuw aan de man te brengen. Gniffeldrang.
Ontroering ook.
Ik was een fan.
Een kritische.
Zondag jl, hadden we een ouderwetse rokjesdag.
Rokjesdag was van Martin.
Met een stuk of wat van die exemplaren heb ik een paar dierbaren een uitgelezen plezier gedaan.
Van Wim Brands komt bij Cor niks in de ramsj te liggen. Nu niet en nooit niet. Maar m’n zondagmorgen zal intussen nooit meer zijn wat ie geweest is.
Jaren geleden gold dat ook al voor de zondagavond zonder Koot en Bie. Maar dat heb ik Kees tenminste nog een keer persoonlijk kunnen vertellen.
Het wordt behelpen op de Dag des Heeren.
Terug naar Cor en zijn zielenpijn.
Hij moet dus niet zeuren.
Want wie verkocht mij zo’n jaar of vier geleden m’n eerste ereader?
Juist!
Ontzettend handig op vakantie. Scheelt een paar kilo in de koffer naar de zon. En geen gesodemieter bij de incheckbalie. Maar dat papieren boek gaat nooit verloren.
Een beetje meer zelfvertrouwen Wiersma!