Archief voor de ‘carnaval’ Categorie

Orchidee-verbinding-12-e1438718765767

Het zijn er ongetwijfeld honderdduizenden geweest die hun dierbaren op de tonen van de onvergetelijke kaskraker ‘Waarheen Waarvoor’ vergezelden naar hun laatste rustplaats.
Mieke was een toppertje.
Maar haar mateloos populaire evergreen moet langzamerhand duidelijk terrein inleveren aan het eigentijdse repertoire van tranentrekkers. En als de geruchten kloppen, zou daar binnen afzienbare tijd wel eens een geheel nieuwe dimensie aan toegevoegd kunnen worden.
Er bestaan namelijk plannen voor een uitvaartcentrum aan de Naardense Anna Meursstraat, Keverdijk.
Je kunt je allereerst natuurlijk afvragen wat zo’n locatie te zoeken heeft aan de rand van een  woonwijk. Extra pikant detail: deze bevindt zich op een steenworp afstand van De Sprong. Zoals bekend het gebouw dat jaarlijks in februari een week lang als Chapter fungeert van onze luidruchtig carnavallende Vestingnarren. Prima stek natuurlijk, zeker met het oog op de in overvloed geproduceerde mega decibellen.
Niet ondenkbaar dus dat als je volgend jaar je natte cake staat weg te slikken tijdens een roerend afscheid, dit gebeurt op de luidruchtige tonen van:

-Daar moet een piemel in
-Shirt uit en zwaaien
-Er staat een paard in de gang
-Liever te dik in de kist dan…..
-En als ge dood bent groeit er gras op oewen buik
-Nooit meer naar huis toe
-Allemaal gaan we een keertje dood

Het gaat een dolle boel worden daar aan de Keverdijk.

De Naarling 2

img_3202We mogen ernstig vrezen dat veel van onze vrolijke carnavalsvierders afgelopen woensdag hun bijbehorende askruisje niet gescoord hebben. En een ordentelijke vastentijd zullen we in Naarden ook wel kunnen schudden. De relatie tussen het ware katholicisme en onze onvermoeibare plaatselijke Raad van Elf blijft daardoor een weinig transparante.
Boven de grote rivieren gelden kennelijk andere regels.
Wel de lusten maar niet de lasten dus.
Wat de lusten betreft schijnen onze jongens en meisjes, met name in ‘de Sprong’, meer dan volledig aan hun trekken te zijn gekomen. Er was daarnaast zo waar nog enige ruimte voor een portie onvervalste humor waarmee ze met name de getergde plaatselijke VVD en het volledige ambtenarenappa-raat van de Gooise Meren tot pure wanhoop brachten.
Het carnavalweekeinde viel, o ironie, samen met de eerste aarzelende plakacties van de posters voor de naderende verkiezingen.
De kwaliteit van de lijm laat dit jaar echter wat te wensen over.
Zouden ze die aloude ‘jodenlijm’ van stal gehaald hebben?
Reeds na een paar uur fladderde het reclamewerk op de golven van de wind al troosteloos van de borden af. Vrijwel het enige konterfeitsel dat stand hield was dat van Zijne Koninklijke Hoogheid onze carnavalsprins.
Lijst 51, die er voor de gelegenheid bij wijze van practical joke naast geplakt was.

img_3204

Crisisvergadering bij de zwaar verontruste plaatselijke liberalen.
Onder het motto ‘Fatsoen. Doen.’ stond dus op zondagmorgen, net voor het uitgaan van de plaatselijke godshuizen, hun in allerijl gevormde werkgroep zich met het zweet tussen de billen wezenloos te krabben om ‘onze’ 51ste Ravel van alle borden te peuteren.

img_3204

En op maandagmorgen wisten die sneuneuzen aan de Brinklaan niet hoe snel ze een ijlings gealarmeerde tikpoes van de gemeente een buitengewoon vilein ambtelijk dreigbriefje in elkaar moesten laten flansen. Er lonkte een dwangbevel: Weghalen op straffe van een boete van 150 euro voor iedere dag na 7 maart 2017 dat onze Narren in gebreke zouden blijven. Over het precieze tijdstip op die 7e ontstond al snel enige verwarring. Die carnavallers kijken weliswaar niet op een paar kleine uurtjes.
Maar wat te denken van 23.99 uur? Lijkt  me als de nood aan de man komt een aardig gevalletje ‘vormfouten’.
We weten het natuurlijk allemaal: echt bij de tijd wil Gooise Meren nog maar steeds niet zijn.

nieuwe-afbeelding-3

draagbeeldhannahcarnaval

Het spel is op de wagen.
Code Rood.
Eerzame lieden die ik doorgaans met mistroostige blik richting de Naardense weekmarkt zie sukkelen, hebben sinds zaterdagmiddag het juk van de benauwdheid afgeworpen. Gehuld in boerenkielen, het onafscheidelijke glas in de hand, haasten ze zich, ‘Alaaf’ brullend, naar de toog van de plaatselijke horeca, en verderop De Sprong. Voor hun jaarlijkse vierdaagse sacrament van bier en vertier.
Ik heb hoegenaamd niets met carnaval. Sorry. Het zullen m’n calvinistische roots wel zijn. Het leven in het ondermaanse was er, althans in mijn jeugd, niet voor de fun. Dat was een zaak van één en al dodelijke ernst. Het bevindelijke neusje werd arrogant opgehaald voor die bandeloze, zuipende papen. Carnaval is, of was in ieder geval, een gerecht uit de katholieke keuken. En daar dienden we ons als exclusieve uitverkorenen die het patent hadden op het ware geloof, verre van te houden.
Lachen mocht nog niet van onze god.
Even voor de duidelijkheid: carnaval hoort natuurlijk thuis beneden de grote rivieren waar het katholieke geloof, of wat daar nog voor doorgaat, verankerd is in de samenleving. Het moet in je genen zitten. Alles wat er boven de Maas aan goedbedoelde joligheid opgehoest wordt, is puur surrogaat.
In een grijs verleden was ik ooit getuige van De Optocht in Maastricht. Indrukwekkend. In Limburg zie je trouwens geen boerenkiel, de uitdossing bij uitstek van de Hollanders die er zich met een Jantje van Leiden van af maken. Wat me van Maastricht ook bijgebleven is: het zijn de enige vier dagen in het jaar waarop je legitiem de buurvrouw mag pakken. Achter de maskers permitteert de vleesgeworden losbandigheid zich kunstjes die het daglicht normaliter niet kunnen velen. Dat heeft te maken met het aannemen van een andere rol dan in de dagelijkse soberheid. Hetzelfde zie je bij het steeds populairder wordende Haloween.
Wat ik er in ieder geval van begrepen heb, is dat carnaval van oudsher om chaos draait. Chaos als gevolg van de overname van de macht door het volk, en die gesymboliseerd wordt door de plaatselijke Prins Carnaval die bij de opening samen met z’n Raad van Elf de sleutel van de stad krijgt.
Landelijk gezien beschikken we over een Prins van formaat. Onze megalomane geblondeerde mafkees die de onderbuik van onze samenleving bespeelt met z’n theorietjes die van plakband aan elkaar hangen. Hij eist op hoge toon de sleutel van het land op. Maar dat kan ie wel shaken.
Er zijn grenzen.

Geen carnavaller dus.
Ik ken ook mensen die graag met een hengeltje aan de waterkant zitten.
Maar maatschappelijk gezien is het een interessant verschijnsel. Voornamelijk vanwege de sociale cohesie die zo’n evenement binnen onze wallen genereert. En die cohesie was ruim voorhanden als je de moeite nam aanwezig te zijn bij ‘onze’ zaterdagmiddagoptocht. Wat daarbij met bijdragen uit Bussum en de Wijde meren (kristummezielen wat een prinsen) aan pure huisvlijt door de Naardense dreven trok, was ronduit hartverwarmend. Veruit het beste wat in jaren vertoond werd, verzekerde een Mestreechse expert me.
Omdat onze Limburgse broeders en zusters zo’n gelegenheid plegen aan te grijpen om hier en daar wat oude rekeningetjes te vereffenen (de plaatselijke schuinsmarcherende meneer pastoor of sjoemelende provinciale VVD-bestuurders worden genadeloos op de strontkar gehesen) was je benieuwd of er ook hier wat maatschappijkritisch vuurwerk op de playlist stond. Dat had wel wat steviger gekund. Daarnaast zijn we in Naarden natuurlijk een te beschaafd volkje om praalwagens door de Marktstraat te jagen met weliswaar eigentijdse maar leeghoofdige thema’s als ‘Daar moet een piemel in’.  Los van wat mild nagepruttel over die vermaledijde fusie, viel het reuze mee. Het enige aan vilein vermaak was onze ex-burgemeester Rehwinkel (trekt ie nog altijd wachtgeld?) achter de kassa van het spookpaleis,
Onze ‘Naardense’ wethouders Miriam en Marleen verstrekten de sleutel.

rehwinkel

En nou maar afwachten of al die nep-katholieken zich iets aan de huisregels gelegen willen laten liggen.
Woensdag askruisje halen.
En dan veertig dagen vasten, gvd.
Stof zijn en tot stof wederkeren.
Het zal nog een hele toer worden om ze voor de Vleespotten van Egypte vandaan te houden.