Het was even slikken toen ik onlangs als regelmatige invaller bij het maatschappelijk gezien riant gearriveerde mannentennisgroepje tijdens de nazit moest vaststellen dat hun politieke voorkeur een verontrustende vlucht genomen heeft. Drie verstokte liberalen (daar kan ik nog wel mee door één deur) vonden dat hun VVD aan de leiband van dat perfide D66 te ver naar links opgeschoven was.(..) Reden om zich onvervaard in de armen van de Baudetdissidenten (en vooruit, doe er nog maar een verbleekt restantje Pim bij) van Eerdmans te storten. Ja21? Nee toch?

Dat biertje na afloop in een gezelschap van Forumaanhangers zou me iets te veel van het goede geweest zijn. Dan moesten ze voor mij maar een ander zoeken. Erger dan Ja21 mocht het toch echt niet worden. De rabiate teksten die met luider stemme over het tennisterras geventileerd worden doen mij regelmatig naar adem snakken. Besmuikt kijk ik om me heen: voor je het weet word je door verontrust meeluisterende clubgenoten over dezelfde kam geschoren worden. Over het klimaat komen we nog wel tot een vorm van consensus. Maar zodra zaken als stikstof (hoezo probleem?) of vluchtelingen (die bootjes terugduwen, de Middellandse Zee op en dat volk gewoon laten verzuipen?) op de agenda komen, scheiden onze wegen. Mijn minderheidsstandpunten worden meewarig afgedaan als lulkoek. En toen ik zonder blikken of blozen te kennen gaf dat het zwaar ruftende boreale omvolkingsdoucheputje Ongehoord Nederland dat z’n obscene paranoia verkoopt als gezond verstand, wat mij betreft met onmiddellijke ingang uit het publieke bestel geflikkerd dient te worden, waren de rapen helemaal gaar. Deze linkse rakker moest het begrip openheid nog maar eens opzoeken in het woordenboek.

Omdat ik een beetje moe word van die bierkaai snij ik om de atmosfeer te zuiveren af en toe maar ’s een luchtig onderwerpje aan waarvan ik vermoed dat ik me er geen buil aan kan vallen: de Avondshow van Lubach, of Even tot hier zouden toch wel door hun ballotage komen? Maar ook op het terrein van de satire kan ik geen potten breken. Pure afzeiktelevisie.

Onlangs deed ik de heren het boekje Sander en de Brug, vijf voorstellen voor een eerlijker Nederland, van de hand van één van m’n favoriete Volkskrantcolumnisten Sander Schimmelpenninck cadeau. Niet dat ik het in alles eens ben met deze scribent. Maar hij zet je wel aan het denken. Ik keek reikhalzend uit naar hun commentaar. Dat viel bij nader inzien nogal magertjes uit. Zonder significante inhoudelijke argumenten werd Sander afgefakkeld.

Deze week kwamen ze keihard terug. Nadat ik dinsdag jl. weer ’s opgetrommeld was voor een invalbeurtje, kreeg ik bij de afdronk onder algemeen gegniffel een recente Telegraafcolumn van Ronald Plasterk (die om voor mij onverklaarbare redenen nog steeds doorgaat voor een vertegenwoordiger van mijn sociaal-democratische bloedgroepje) overhandigd. Met diens carrière in de wetenschap is niks mis. Maar toen hij z’n harses boven het maaiveld van het glibberige pad van de politiek uitstak werd het de hoogste tijd om de rayonhoofden te alarmeren. Het enige wat me van die loopbaan is bij gebleven, is zijn prominente narcistisch getinte aanwezigheid op een homoboot tijdens de Gay Pride. Met hoed. Als goedmakertje mag hij tegenwoordig wekelijks zijn dubieuze plasjes afscheiden in de Chocoladeletterkrant. Gemakzuchtige bagger waarmee hij geheel in de lijn van dit periodiekje een vrolijk partijtje mee zwatelt in het Kaag-bashen dat langzamerhand enigszins obsessieve proporties begint aan te nemen. Het is dringen op de apenrots. Maar ook over Ongehoord Nederland heeft deze stukjesschrijver wel wat te berde te brengen. In z’n sneue bijdrage D66 vindt de vrije pers ingewikkeld neemt hij het met een warm pleidooi voor een pluriforme publieke omroep op voor het donkerbruine clubje van Arnold Karskens. De publieken mogen wat hem betreft onduidelijke of abjecte zaken als feiten presenteren. En zo lang er, volgens Ronald,  in die sector zonder problemen verkondigd wordt dat Jezus na drie dagen is opgestaan uit de dood, kan Arnold z’n gang gaan (..). Een duidelijker geval van appels en peren kan ik zo gauw niet bedenken.

De historicus Willem Frijhoff bedacht ooit de term omgangsoecumene. Hij bedoelde daarmee de dagelijkse vreedzaamheid ondanks grote (geloofs)verdeeldheid. Wat mijn tennisclubje betreft heb  ik die oecumene van Willem volledig verinnerlijkt. Met dat wekelijkse potje is overigens helemaal niks mis. Dat dan weer wel.

Advertentie
reacties
  1. Rob Alberts schreef:

    Ik tennis niet.
    En er is na het lezen van jouw blogpost voor mij ook geen reden om een terras bij een tennisvereniging te bezoeken.

    Wat een rampspoed beschrijf jij ….

    Stille groet,

  2. fr@nsmuthert schreef:

    Het is zoals het is 🙂

  3. Erik-Jan Geniets schreef:

    Frans, wellicht ben jij wat naïef en blijven hangen in de idealen van de jaren 70. Alhoewel sommige uitspraken van jouw tennismaatjes mij ook veel te ver gaan zijn ze wel kritisch gebleven en waaien niet met alle winden, lees overheidsnarratief, mee.
    Lees eventueel De Stikstoffuik van Arnout Jaspers eens.

  4. Ben Blaas schreef:

    Helemaal mee eens.

    Verstuurd vanaf mijn iPhone

    >

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s