Homevideo

Geplaatst: 26 maart 2020 in crisis
Tags:

maxresdefault

Gedwongen tot zalig, cq. onzalig nietsdoen in de social distance stort coronavrezend Nederland zich in het huiselijk vertier. De pappa- en mammadagen voor de nabije toekomst zijn al grondig opgesoupeerd en inmiddels over een royale week uitgesmeerd. Dat zouden trouwens zomaar maanden kunnen worden. De klusjes in huis die al jaren tevergeefs wachten op uitvoering blijven merkwaardigerwijs nog steeds hardnekkig liggen. Nou ja, de vakantiefoto’s zijn onder grote druk uiteindelijk schoorvoetend  ingeplakt. Bij nader inzien helemaal niet zo verkeerd. In ieder geval stukken scherper dan die treurige lantaarnplaatjes uit het grijze verleden van de zomerkampeerreisjes met het gelukkige gezin. Plaatjes die, nadat ze als summum van eensgezinde familiale sisyfusarbeid bloedig ingeraamd waren,  met volslagen misplaatste trots vertoond werden op speciale dia-avondjes, belegd voor een uit pure verveling gapende kring van ooms, tantes, buren en ander aangerukt kijkvolk. Avondjes die steevast uitmondden in ware veldslagen vanwege de totale Babylonische spraakverwarring die keer op keer losbarstte omdat met de beste wil van de wereld in de overweldigende vaagheid niet meer viel vast te stellen waar al het fraais zich precies had afgespeeld en vooral wat het voorstelde.
En niet te vergeten de latere cinematografische hoogstandjes in de sector homevideo’s met het dubbel- en super-8 celluloid die een onverlaat bij verassing uit de mottenballen had gevist.
Over dit laatste verschijnsel had ik een meer dan pakkende persoonlijke analyse in de steigers staan die nu zou moeten volgen. Ware het niet dat ik vandaag tegen een bijdrage aan liep van Sylvia Witteman, één van m’n favoriete columnisten in het genre schrijnende satire over het dagelijks leven. Zij heeft mijn autobiografische verhaal al zodanig verwoord dat ik die competitie niet aan ga.
Dan past nederigheid.
Een, voor de verandering,  gejatte toegift, zeg maar.
Dit gaat dus een lange bijdrage worden want ik geef Sylvia’s fraaie pennenvrucht integraal weer.
Ze zal het me niet euvel duiden.
Het was een stief kwartiertje intikken maar dan heb je er ook wat voor.
Benieuwd hoeveel lezers bereid zijn tot het gaatje te gaan. De slurpers op de social media geilen immers voornamelijk op vrolijke plaatjes en zappen doorgaans na maximaal veertig woorden verveeld door naar veel aansprekender oppervlakkigheid.
Maar met de zeeën van ontstane vrije tijd weet je maar nooit.
Komt ie.

Ratelende projector

Sylvia Witteman, uit: ‘Pekingeend bij nacht’, 2013

Iedereen probeert altijd van alles om het leven leuker te maken: een pensioen op maat, een wagonlading wodka of een cursus ayurvedisch roerbakken. Het helpt allemaal wel een beetje. Maar wie echt heel gelukkig wil worden doet er verstandig aan zijn videocamera de deur uit te smijten.
Wat heb ik allemaal niet gemist omdat ik net even batterijen stond op te laden of een nieuw bandje uit het plastic te pulken? Snel, snel want er gebeurt juist iets onvervangbaars: een eerste lachje, stapje, hapje, vuurwerk, champagne, echte liefde. Te laat. Voor de camera, maar ook voor je eigen ogen, omdat je zo druk bezig was met vastleggen.
Wie jaren later, handenwrijvend van voorpret, wat willekeurige stukjes terugkijkt van wat ooit sleutelscènes uit een leven leken, ziet het volgende: een peuter die, schichtig van de enthousiaste aansporingen, een kwartier lang net niet op een xylofoon speelt. Het schelvisgezicht van een voormalige hartsvriendin die later een vals kreng zou blijken. Een vele minuten lange, onverklaarbare still van een verveloze plint. En veel, heel veel vakanties: volkomen inwisselbare stadjes en strandjes, waar het ongetwijfeld heerlijk was, al is op zo’n horkerig amateurfilmpje geheel onduidelijk waarom.
Hele maandsalarissen heb ik neergeteld voor apparatuur waar ik niet mee overweg kon, en die bovendien meestal enige dagen later met grote oranje spotprijsstickers in graaibakken bij de Blokker lag. Ingehaald door nóg iets geavanceerders.
De bezielde hobbyist kan er trouwens  bijzondere effecten mee bereiken. Zo liet mijn broer laatst mijn digitale hoofd naadloos in dat van mijn moeder overvloeien, en zette daar muziek van de douchescène uit Hitchcocks Psyche onder. Heel knap, al hoop ik dat hij het nooit meer zal doen.
Mijn vader had een super-8-camera en een voornamelijk uit formica bestaande toverlantaarn van de late jaren zestig.
Alles wat je daarmee filmde was onherroepelijk, en zo’n rol film was, zo vertelden mijn ouders herhaaldelijk vol ontzag, verschrikkelijk duur. Door spaarzaam gebruik ontstond in de loop van mijn kinderjaren een beelddocument dat in zijn totaliteit niet veel langer was dan de  Zapruder-tapes van de moord op Kennedy. Het werd dan ook minstens even vaak vertoond, zij het alleen in huiselijke kring.
Over de reproductie van Picasso’s Guernica werd dan een laken gehangen, waarop je in het harde licht van de ratelende projector de kinderpisvlekken goed kon zien.
De projector liep regelmatig vast, en dan verbrandde er door de hete lamp een stukje van de film. Dat was heel eng. Het beeld stond stil, vervormde en brak druipend en vlammend open, waarbij spookachtige gaten smolten in de onnozele, bevroren kindergezichten op het celluloid. Mijn vader, onbekwaam door stuurloos gebruik van lauwe jenever, sloeg dan langdurig en vloekend met een aardappelmesje aan het peuteren. Terwijl wij kinderen slap van melige verveling in het ribfluweel hingen, sneed hij het beschadigde stuk film weg, en herstelde de geamputeerde eindjes op goed geluk met een rafelig reepje cellotape. Dat plakband verloor snel aan kleefkracht, zodat bij de volgende vertoning de band tot een onontwarbare sla losschoot van de spoel.
Van al dat knippen, plakken en repareren werd de film bij elke voorstelling niet alleen een paar beeldjes korter, maar allengs ook schokkeriger en absurder.  Wat er uiteindelijk van over is heb ik al zeker dertig jaar niet gezien, maar dit is me bijgebleven: mijn zusje, dat geluidloos gillend van onbegrepen doodsangst de pluisjes van een uitgebloeide paardenbloem slaat. Een gapende poes, die later onder de grasmaaier van de buren ellendig aan zijn eind zou komen. En ikzelf, in een broek met appeltjes op de knieën, mijn wenkbrauwen gefronst van argwaan jegens het onbekende apparaat voor mijn vaders paarse doch vertrouwde varkenskop.
Veel meer dan een minuut of acht is er van mijn jeugd niet over, maar het is meer dan genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s