Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen, in Almelo is altijd wat te doen

Geplaatst: 20 april 2011 in taal
Tags:, , , , ,

Ik weet het niet meer met die klemtoon.
In de geinige conference ‘Kroketten’ verrijkte Wim Sonneveld het Nederlands met de uitspraak notabéélen, daar waar iedereen donders goed wist dat ie het over notàbelen had. (‘Petterdespet: de notabéélen zijn er weer’). Dat was leuk. Maar het effect was wel dat je op een gegeven moment  een  identiteitscrisis nabij was wanneer je alleen al overwoog het woord te gebruiken. De satirische Sonneveld-variant dreigde zelfs de goede uitspraak te verdringen. En ook de onvergetelijke Van Kooten en De Bie wisten ons regelmatig op het verkeerde been te zetten.
Allemaal leuk en aardig. Maar er sluipt tegenwoordig het één en ander onze taal in waar een mens toch niet vrolijk van wordt. Zoals daar bijvoorbeeld zijn de invloeden van de van oorsprong niet-Nederlanders op radio en televisie die er qua klemtoon en zinsnadruk ronduit een potje van maken.
Norály Beijèr (..) bijvoorbeeld, god hebbe haar ziel, die een paar jaar geleden, vanwege haar onovertrefbare dictie in een warm bad onder ontelbare loftuitingen de studio uit geprezen werd, had er een handje van om  zich te bedienen van een behoorlijk foute zinsnadruk die een regelrechte marteling betekende voor geciviliseerde oren. Meestal door het werkwoord achteraan de zin de nadruk te geven. En ook vandaag de dag wil de ietwat wereldvreemd aandoende zinsmelodie van juffrouw Grijzen (Ochtendspits) nogal eens alle kanten uitwapperen.
Of er bij die klemtoon een altijd geldige vaste regel is, weet ik als matig klassiek geschoolde niet (meer). De nadruk valt meestal op de anti-penultima (de derde lettergreep van achteren), zoals in eméritus, dat  ik op de tv regelmatig met droge ogen hoor uitspreken als emuriétus met nadruk op de i. Of in normáliter, dat door 90% van de mensen wordt uitgesproken als normaliéter. Gisteren nog ging er bij een gerenommeerd praatprgramma zelfs een hooggestudeerde mee aan de haal. Maar er is ook een pen-ultima (de voorlaatste lettergreep) in bijvoorbeeld gigántisch, Museum Naturális.
De roomblanke oer-Hollandse jongens van Studio Sport maken er helemaal een klerezooi van. Mart Smeets mag dan van zichzelf vinden dat ie niet ijdel is, wij weten beter. Als je bij ieder chic overhemd of elke peperdure Noorse trui een bijpassende bril op je fok zet, maak je je toch op z’n minst behoorlijk verdacht. Het is uit pure koketterie z’n core business geworden om de laatste jaren de namen van bekende  sporters een geheel eigen klemtoon te geven. De Spaanse tennisser Ferréro doopte hij met volledige schijt aan de Spanjaarden zonder blikken of blozen ooit om in Ferrerò. De voormalige Italiaanse ijsstilist Fabrís heet ondanks een dikke 58 miljoen Italianen, nog altijd volgens Mart, tegenwoordig Fáábries.
De klemtoon als pure interessantdoenerij.
The World according to Smeets.

Met onze Griekse mythologische held Heracles (Hééracles) waar Euripides (Eurípides) een hele tragedie aan wijdde, is het helemaal huilen met de lamp aan. Toch een leven lang gedacht dat de klemtoon op de eerste lettergreep viel. De recta Latini Graecique sermonis pronunciatione (De juiste uitspraak van de al eeuwen morsdode Latijnse en Griekse taal, Bazel) uit 1528 waar onze onvergetelijke Erasmus zich aan hield, ten spijt.
Anti-penultima dus.
Maar volgens het klootjesvolk van Studio Sport zit ik er dus helemaal naast. Tom Egberts, Almeloër in hart en nieren, houdt zich aan wat de leraar klassieke talen van Willem Wilmink tegen hem zei:
Héracles is een held uit de Griekse mythologie en Herácles is een voetbalclub uit Almelo”.
Daar lijkt wetenschappelijk gezien geen speld tussen te krijgen. (..)
Er  is weliswaar in Thessaloniki een voetbalclub die naar dezelfde Griekse held is vernoemd . En de moderne Grieken zélf spreken van Héracles. ‘Vijf jaar geleden speelde er een Griekse voetballer bij  Ajax die ook Héracles zei, toen hij het over de club uit Almelo had.
Egberts: ‘Maar in Almelo zelf zeggen ze Herácles. Ik houd me aan die uitspraak, omdat ik vind dat het hun club is en niet van de kleine groep mensen die het gymnasium heeft doorlopen.’

Ieder weekend moet ik me toch bij die degradatiekandidaat uit de Eredivisie een keertje of twintig HerÁÁÁÁÁÁÁÁÁÁÁcles laten welgevallen. Ik kan het maar niet uit m’n bek krijgen.
Er zit niets anders op dan dat ze d’r dus maar uit vliegen. Dan ben ik in ieder geval van dat gelazer af.

Advertenties
reacties
  1. Emma schreef:

    Pólitiek, Kúltuur, fietstócht, wasgóed in de droogtrommel, límonade, boomtóppen, een kleine bloemlezing uit mijn aantekeningeboekje waarin ik opteken hoe de taal wordt verkwanseld. Dit sportblogje streelt mijn ziel. In mijn jeugd werd trouwens bij de voetbaluitslagen van de radio op de zondagmiddag, waar mijn vader aan gekluisterd zat altijd nog het correcte Héracles genoemd.
    Maar zeker zo erg vind ik het gehaspel met die en dat en dit en deze. Wat vind je van het bandje dat kpn afdraait in je oor als je een voicemail hebt ingesproken: “toets hekje na het inspreken van uw bericht om deze opnieuw te beluisteren….”. Daar kan geen leraar nederlands tegenop want deze mevrouw geeft dagelijks een indringende taaltraining rechtstreeks in vele duizenden oren. “het meisje die” is ook al gemeengoed. Als ik bijvoorbeeld zou zeggen: “het meisje met de bril die is weggewaaid” dan zeg ik toch echt iets anders dan: “het meisje met de bril dat is weggewaaid”. Of niet? Daar gaat het dus om!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s