Spookrijder

Geplaatst: 6 april 2011 in onderwijs
Tags:

Straks had ik toch een tussenuur? Of ik even wilde langskomen.
Peter, de bovenmeester van onze prachtige onderwijsinstelling, schoot me aan in een eindeloze rij mopperende collega’s die langzaam opstoomde naar de koffieautomaat. Je moet tegenwoordig je klas tegen alle voorschriften in toch echt wel ruim voor de bel je klas uit jagen, wil je binnen die twintig minuten waarop je volgens de cao recht hebt, je hoogverdiende shot cafeïne scoren en ook nog een beetje relaxed wegslurpen. Relaxed? Was het maar waar.
Daar ging m’n zorgvuldig geplande correctie-uurtje. Een docent Nederlands is een bevoorrecht mens. En als je bij dat prachtige, veelzijdige vak bovendien de vinger een beetje adequaat aan de pols wilt houden dan ben je dagelijks behoorlijk aan de beurt met je rooie pen.

‘Wij vinden dat je een uitstekende leraar bent’, stak Peter twee uur later van wal. Je hebt een hartverwarmende taakopvatting, konden we dat maar van iedereen zeggen, en de uiterst creatieve manier waarop je het allemaal na zoveel jaar (?) nog steeds vol enthousiasme invult, ik ben er diep van onder de indruk.’

En om z’n woorden kracht bij te zetten somde hij een paar voorbeelden op waarvan hij in de wandelgangen kennelijk lucht had gekregen. Die ‘zoveel jaren’ waren er inmiddels zo’n vijfendertig. Een echte prestatie vond ik dat niet voor iemand die voor z’n vak gaat.
Los van die prachtige woorden waren we inmiddels hard op weg naar het onontkoombare MAAR dat onverwijld weer zou leiden tot de voor mij overbekende materie. Die ouwe, opgewarmde prak. En ja hoor, daar hadden we ‘m dan: ‘Maar je cijfers in havo-3 zijn te laag’.

Peter, gelouterd in jarenlange schoolleidertrainingen beheerste de essentie van het slecht-nieuws-gesprek tot in de puntjes. Laat dat maar aan hem over. Geen doekjes er omheen, gewoon recht voor z’n raap. Klasse.
Hij had natuurlijk het grootste gelijk van de wereld, onze Peter. Van die cijfers werd een mens, en zeker de rector van een scholengemeenschap niet vrolijk. Geen wonder als je jaar in jaar uit het gehijg van de inspectie met z’n dodelijke afstroomgegevens in je nek voelt. Voeg daar nog eens aan toe die telkens terugkerende, uiterst verhelderende rapporten van het dagblad Trouw die als zwaarden van Damocles boven het onderwijs hangen en het schoolleidersplaatje is compleet.
Ook voor mij waren die cijfers een voortdurende bron van grote zorg. Op alle mogelijke manieren probeerde ik het tij te keren. Bij het onderdeel tekstverklaring bijvoorbeeld, toch waarachtig niet de simpelste vaardigheid, had ik de open vragen noodgedwongen al lang en breed vervangen door de geheel eigentijdse meerkeuzeopdrachten. En ik moet zeggen, daar klaarde de lucht aardig van op.
Een beetje handig manipulerende leerling stelde ik aldus zonder al te veel gewetenswroeging in de gelegenheid zich naar een acceptabele score te gokken. Mij heb je.
Maar er zijn grenzen. Want als er verder een beetje écht naar de vereiste en objectief meetbare kennis en vaardigheden gevraagd werd, gaf een deel van de aan mij toevertrouwde h3-studenten over het algemeen niet thuis. Goedbeschouwd kon je ze niet zoveel verwijten. Dan hadden we die goeie ouwe mavo ook maar niet moeten dumpen, het schooltype waarin het gros van die bloedjes van kinderen eigenlijk thuishoorde.
Om toch vooral maar de nachtmerrie van menig ouder, het door ‘kenners’ als inferieur afgeschilderde vmbo, te ontlopen, waren ze met een rijkelijk optimistische havo-prognose de school ingeduwd. En dan doen twee brugjaren de rest. Een team van gulle, empathische kindervrienden wier horizon doorgaans niet verder reikt dan die eerste twee jaren, is volgaarne bereid alle registers open te trekken om de optimale kansen er voor ze uit te peuren. Aan competenties geen gebrek.

Steunend op jarenlange routine en met een schat aan statistische gegevens die mijn uitgekiende toetsen opleverden, mocht ik toch waarachtig wel een ervaringsdeskundige genoemd worden. En die neergaande spiraal werd een gegeven waar je, hoe graag je dat ook anders zag, niet meer omheen kon.
Het versoepelen van de normering heeft z’n grenzen. Dat vonden een paar andere ouwe rotten diep in hun hart ook wel. Maar de meesten van hen hadden met het oog op hun gemoedsrust en uit puur zelfbehoud langzamerhand al lang afgehaakt. Liters water hadden ook zij bij de wijn gegoten. De stroom van een rivier hou je niet tegen. Maar ik weigerde vooralsnog te capituleren.

Eerst had de schoolleiding het met deze ‘laatste der Mohikanen’ nog listig geprobeerd via de conrectrix, een dame wier finest hours tijdens haar dagelijkse, ruim geconsumeerde pauzes in de docentenkamer lagen, die ze volop benutte om haar gigantische belezenheid met luider stemme en met een dictie die op de hockeyclub bepaald niet zou misstaan, te etaleren. Maar wat er zo door de bank genomen van een derdeklasser gevraagd werd, daarvan wilde bij haar het superieure inzicht niet doorbreken. Ze moet zich er haarscherp van bewust zijn geweest. Het maakte de communicatie er in ieder geval niet gemakkelijker op. Hoe ik het ook probeerde, om nou te zeggen dat ons onderhoud écht inhoudelijk werd, nou nee! En wat mij betreft gingen dan de hakken stevig in het zand. Spookrijder noemde ze me. Daar kon ik het mee doen. Zou dát het zijn: inspirerend management?

Terwijl de spookrijder maar hardnekkig tegen de stroom in bleef roeien, werd zij weldra op een zijspoor gemanoeuvreerd omdat duidelijk werd dat het met de bij haar veronderstelde competenties ook niet echt wilde vlotten. En ook haar opvolger met wie voordat ie tot het middenmanagement toetrad nog wel eens een realistisch onderonsje te plegen was over deze materie, gaf er onmiddellijk vanaf zijn benoeming blijk van, aangestoken te zijn door het virus waar zo’n net boven het voetvolk aangestelde functionaris pijnlijk onder schijnt te moeten lijden. Cynisme was mijn deel op de rapportenvergaderingen.

Ik keek Peter aan. Het was duidelijk: ook nu was er weer weinig of geen zicht op inhoudelijke argumenten. Reden waarom ik besloot het voor de verandering maar eens over een geheel andere boeg te gooien. Van mij kon ie ‘m krijgen: ‘Zeg maar hoeveel iedere leerling er bij moet krijgen’, bood ik hem genereus aan. Om te illustreren waarover we het eigenlijk hadden, griste ik uit mijn tas een stapel blaadjes van een recent gemaakt proefwerk, waarvoor de term wanprestatie nog een understatement van de bovenste plank was. Als het al niet ging om basisschoolstof, dan hadden ze toch in ieder geval in het eerste brugjaar een persoonsvorm van een onderwerp van elkaar moeten kunnen onderscheiden. Het was een drama geworden en de cijfers waren er dan ook naar. Mijn meelevende vakcollega’s hadden het de dag tevoren nog asgrauw van ellende doorgebladerd.
‘Maar als jij van deze vieren, zevens wilt maken, je zegt het maar.’
Zo bedoelde Peter het natuurlijk niet maar waar hij in werkelijkheid naar toe wilde, kon hij op geen enkele manier duidelijk maken.
Tussen ons lag het overbekende en onuitgesproken gegeven. Beiden wisten we haarscherp waar de schoen wrong. Een schoolleiding ziet het liefst zo veel mogelijk leerlingen in een zo kort mogelijke tijd met een diploma de tent verlaten. Daarmee scoor je tegenover de inspectie en vooral de ouders.
En de deskundigheid van de vakdocent die uit z’n vak wil halen wat er in zit, mag dan een gegeven zijn waar we niet aan durven te tornen, zodra deze de felbegeerde vlotte doorstroming in de weg staat, wordt het alle hens aan dek.

De bel ging voor het volgende lesuur waarvoor een vwo-klas op me zat te wachten waarbij dit soort problemen in de verste verte niet speelde. Half opstaand verwachtte ik tegen beter weten nog zoiets als een aanzet voor een ultieme oplossing van de kant van het inspirerende management.
Het gesprek vol wederzijds respect kabbelde echter vrijblijvend naar een zielloos einde.

Advertenties
reacties
  1. Lasja schreef:

    20 minuten koffiepauze! wat een luxe! gelukkig hebben wij de mavo in ere kunnen herstellen…ik ben VMBO-tl hardnekkig MAVO blijven noemen…en zit nu midden in de eindexamens met leerlingen die ook Japin, Bordewijk, Anja Meulenbelt gelezen hebben….god wat zal ik ze missen

    • fr@nsmuthert schreef:

      Ik heb je ontboezemingen over de leeshonger van je leerlingen gevolgd. Het zullen er niet veel zijn. Maar toch…… Vooral Japin vind ik opmerkelijk.
      En de mavo? Hadden ze nooit moeten afschaffen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s