Daar gingen we dan

Geplaatst: 19 maart 2011 in persoonlijk

Het is dat de voorbereidingen voor onze eerste buitenlandse kampeervakantie die naadloos moesten leiden naar het veelbelovend klinkende Franse Annecy zo perfect waren.  Anders was het nooit wat geworden met dat zonnige oord aan een meertje in de Franse Alpen.
In de garage-exercities waaraan ik me vol schaamte onttrok, werd nauwgezet gerepeteerd hoe je een gezin met vier kinderen in de puberleeftijd in een vierpersoons automobiel kon persen. Al gauw werden we zondagmiddagen lang (de secularisatie had ongenadig toegeslagen) gegijzeld op een terrein in een naburig bos teneinde het opzetten van een spiksplinternieuwe tent tot in de perfectie onder de knie te krijgen. Een materie die ons uiteraard volkomen vreemd was. En omdat we het allemaal stuk voor stuk beter wisten, ontaardde dat binnen de kortste keren in knetterende ruzies.
Onze vader bereidde zich intussen in volledige afzondering mentaal minutieus voor op de zware missie die hem als chauffeur ongetwijfeld wachtte. En ook voor m’n jongere broer en mij was een ongemeen zware verantwoordelijkheid weggelegd. Bij iedere rustpauze onderweg diende ik ogenblikkelijk de wieldoppen van onze automobiel te verwijderen waarna ik de taak had de uiterst vitale bevestigingsbouten te controleren. Overtuigd als m’n vader was van het dreigende gevaar dat de vier wielen er op onze barre overlevingstocht spontaan zouden aflopen. Staande op de kruissleutel, meen ik me te herinneren, heb ik ooit in m’n onbegrensde toewijding, zo’n bout zó weten te bewerken dat ie spontaan afknapte. En kom daar maar ’s mee aan bij zo’n Frans garagebedrijf, dat in die tijd (eind jaren 50) toch al de nodige moeite had met een auto van Duitse makelij. Intussen checkte m’n jongste broer de bandenspanning waar in verband met onze zware bepakking sowieso al zeker een extra atmosfeertje op gelegd was.

Al sardientjes in een blik vertrokken wij in een hoog opgetast voertuig dat normaal gesproken slechts plaats bood aan vier personen maar waarin nu om ZES gezinsleden heen tot in alle hoeken en gaten een voorraad levensmiddelen gestouwd was waarmee je met het grootste gemak de volledige nering van een simpele dorpsgrutter zou kunnen vullen. Deels omdat mijn ouders in de waan verkeerden dat een ontwikkelingsland als Frankrijk zeker niet over onze Friesche Vlag koffiemelk, onze margarine, macaroni, koffie, thee en zeker niet over onze kwaliteit aardappelen beschikte. Met 20 kilo eigenheimers moesten we in den vreemde toch een eind kunnen komen.  Nog even los van de woekerprijzen voor zulke primaire benodigdheden waarmee we in het land van De Gaulle met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesneden zouden worden.

Op de schouders van onze moeder rustte de zware taak om haar eega via de Michelinkaarten door de binnenwegen van België en Frankrijk (veel oorlogsinvaliden daar in het noordoosten trouwens) naar het Lac d’Annecy te loodsen. Haar voorstoel was volledig ingebouwd met lunchpakketten, weckgroenten, gehaktballen, theepot (in kleurige muts) en het restant van de grutterswaren die werkelijk nergens anders meer weg te trimmen waren. Zodat het iedere rustpauze toch zeker een kwartier extra duurde, om haar uit de ellende te pellen en er later weer pontificaal in te installeren. 
Voor de zekerheid (welke?) lag het tijdstip van de afmars ergens ruim voor zonsopgang.

Tot kruispunt Oudenrijn, dat toen nog bij lange na niet het majestueuze klaverblad van vandaag de dag was, zongen we in grote eensgezindheid meerstemmig een bont repertoire aan geestelijke liederen weg, waarna de muziekkeuze genereus vrijgegeven werd.
Op de krappe achterbank moesten we intussen via een ingenieuze dienstregeling woekeren met de ruimte. Gewoon met z’n vieren naast elkaar, dat konden we dus wel schudden. Beurtelings zaten we om en om, dwz.: nummer 1 tegen de rugleuning, nummer 2 op de punt van de bank, etc. Zoiets vereiste het nodige teamwork en bovenal een flink portie verdraagzaamheid.
Eenmaal in het bezit van de comfortabele positie wist je niet hoe snel je een uiltje knapte. Enerzijds om aan de verschrikkelijke monotonie van het rijden te ontsnappen. En aan de andere kant, met gesloten ogen bleven je de bloedstollende passeermanoeuvres van onze vers gediplomeerde en soms wat paniekerige chauffeur bespaard. Die zich, met het oog op het stuitende, ondermaatse rijgedrag van al die wegpiraten in La Douce France, luid kankerend een weg baande naar het Beloofde Land.
Iedere Nederlander die ons tegemoet reed of passeerde, en dat waren er toch al gauw zo’n paar honderd per dag (toen al), werd consequent begroet met een forse stoot op de claxon, waarbij we op last van onze reisleider alle zes uitbundig dienden te zwaaien. En had niet het lef in je donder om je daaraan te onttrekken.
De solidariteit van de wereldveroveraars.

Over de ontelbare malen dat we ondanks de overduidelijke bewegwijzering verkeerd reden, zullen we het hier maar niet hebben. Misschien kwam het omdat de borden geel waren in plaats van onze eigen witte ANWB-jongens. M’n moeder kon er de vinger maar niet achter krijgen. Daarbij verbleekt de onvergetelijke conférence ‘Périferique’ van Youp van ’t Hek  tot kinderspel.
Op de Col de la Faucile, een molshoopje van de vierde categorie dat in de Tour de France niet eens meetelt voor het bergklassement, moesten de kinderen halverwege op last van de chauffeur het geplaagde voertuig verlaten. Om de simpele reden dat het beestje het niet trok. Na een hartverwarmende gezinshereniging bovenop de berg werd de reis voortgezet. Regelmatig hotsend en botsend op de veren. En wij barstend van verlangen naar datgene wat komen zou.

Aangekomen op de camping, was het eerste wat we natuurlijk deden na zulke barre dagen van afzien: fors stront maken. Waarbij alle in die veel te kleine auto opgekropte agressie onder de misprijzende blikken van de breeduit geïnstalleerde kampeergasten vrijelijk naar buiten spatte. Van de zorgvuldig gekoesterde verdraagzaamheid ter hoogte van Oudenrijn was bitter weinig meer over. Waarna er ook meteen geen reet meer deugde van het door onze vader zo zorgvuldig geconstrueerde draaiboek.
En alleen een plaats aan het water was voor ons Hollanders natuurlijk goed genoeg. Was het niet al meteen op de eerste avond, dan toch zeker wel de volgende dag: onze vader wist via sluwe trucs, een kruidenierszoon waardig, altijd de beste plaats vooraan bij het water voor zijn nazaten te bemachtigen. Het was dan zaak om voor dag en dauw op te staan. Ingeseind door een vertrekkende landgenoot, plantten we dan brutaal onze kampeertafel en stoelen botweg tussen de verspreide huisraad van de inpakkende tipgever. Als onomstotelijk bewijs van eigendom van de bewuste plek. Daarmee de horden woedende Fransen botweg negerend die vaak al meer dan een week reikhalzend uitkeken naar dat plekje aan het meer.
Weken kostte het om de buitenlandse betrekkingen weer enigszins te normaliseren. Maar ons verblijf duurde een week of vier. En de tijd slaagde er wonderwel in de wonden te helen.
Het was intussen wel het begin van een serie onvergetelijke vakanties. Een paar keer aan dit Franse meer, later voortgezet aan het Italiaanse Lago d’Orta. Het barstte van de leeftijdgenoten op die campings. Zelfs onze vader kreeg soms iets gezelligs.

Nooit vergeet ik die onvergeeflijke kruidenierstruc van m’n ouwe heer op die eerste vakantie.
Natuurlijk moesten we op een gegeven moment ook weer ‘s op huis aan.
Bij het vertrek werd ruim van te voren m’n jongste broertje lopend vooruitgestuurd, waarna wij, twee ouders met hun resterende drie kinderen, pontificaal voorreden bij het campingkantoor waar onze vader tot onze grote verbazing en woede afrekende voor slechts vijf personen. Broertje pikten we buiten het zicht van de Administration weer op.
Maar je liet het wel uit je hersens om je kritiek openlijk te spuien. Want hij was in staat om als de tot op z’n ziel beledigde onschuld voor de duur van de duizend kilometer naar huis z’n bek niet meer open te trekken.
Eens een kruidenier, altijd een kruidenier…..

Advertenties
reacties
  1. Glaswerk schreef:

    Kruideniers letten nou eenmaal op de kleintjes.
    Ook toen al.

  2. Albert Heijn is er groot mee geworden

  3. maadtje schreef:

    Een van je meest grappige verhalen, zeker als je die familie van je kent. Heb je erg geleden?

  4. Lasja schreef:

    dat om en om zitten!!!…kom daar vandaag de dag maar eens mee 😉

  5. Mieke schreef:

    Zeer herkenbaar!
    Geweldig stuk waar de nostalgie vanaf spat. Bij mij borrelde meteen mijn 1e kampeervakantie in 1954 naar Luxenmburg op.
    De weg naar Bastogne! De achterbank in de auto was zodanig verhoogd met paardendekens (die eenmaal ter plekke met enorme spelden tot een soort kriebelde slaapzak getransformeerd werden), dat wij onze koppen moesten intrekken vanwege deplorabele toestand van die weg als gevolg van het ardennenoffensief.
    Als kinderen blij, dat je er bij het monument uit mocht om je lijf uit de kreukels te halen, terwijl je ondertussen alle historie van Bastogne naar binnengegoten kreeg.
    Mijn vader met zijn 4 oudste kinderen!
    Proberen of kamperen wat voor ons zou zijn.
    1 (geleend) legertentje voor hem, mijn zus en ik. 1 nog kleiner legertentje met een poncho als grondzijl voor mijn 2 broers en waar dan stro van de plaatselijke boer onder kwam.
    Slapen op de grond, mijn vader het enige luchtbed en een iets minder kriebelende slaapzak, zodat het elke morgen een kunst was daar zo snel mogelijk in de kruipen als hij om 6 uur de tent verliet voor het verse brood bij de dorpsbakker.
    De rest van het eten kwam natuurlijk ook al dan niet ingeblikt mee van thuis.
    Staande eten, want we hadden maar een krukje. Zelfgemaakte korte broeken, loden jassen voor als het regende! Een outfit van lekmefesje, maar wel bergschoenen om al dat schoons in Luxenmburg te beklimmen. Want als je 11 bent lijken die hukkels enorm.
    En we hebben wat gelopen en gezien. Zoveel, dat mijn broer op een gegeven moment mjn vader vroeg, wanneer we een vrije middag kregen. Ik dacht dat hij ontplofte!
    Een vakantie om nooit te vegeten.
    En natuurlijk met vervolg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s