Boekententamen

Geplaatst: 16 maart 2011 in onderwijs

Ze hadden er allebei flink werk van gemaakt, dat kon je wel zeggen. Daan en Ronald.
Daan was m’n collega binnen de sectie Nederlands die om voor iedereen volslagen onbegrijpelijke redenen ooit ons prachtige vak was in gerold. Het gros van z’n tijd placht ie namelijk door te brengen met denken. Op zich niet zo slecht natuurlijk voor iemand die binnen het onderwijs diende te waken over het zielenheil van de ons toevertrouwde, opgeschoten pubers. Maar al dat denkwerk kostte hem zo’n bovenmatige hoeveelheid energie dat de kernactiviteiten waarvoor hij was ingehuurd (én betaald) er op z’n zachtst gezegd nogal bekaaid van af kwamen.
Om te beginnen spoorde z’n dagritme absoluut niet met wat de roostercommissie telkens aan het begin van iedere cursus voor hem in petto had. Z’n luizige zesentwintig eerstegraads uurtjes waren weliswaar op aantrekkelijke wijze over de vijf werkdagen van Daan uitgesmeerd maar het probleem was dat hij, om maar eens een understatement te hanteren, bij het praktiseren van al dat moois wat stroefjes op gang kwam. De leerlingen hadden voor dit euvel overigens alle begrip.
Op het moment dat de gehele school al gauw een half uurtje topgemotiveerd met onze fantastische leerstof in de weer was, kon je hem in lichte paniek zich een weg zien banen door het dichte struikgewas rond zijn vaste lokaal. En zijn liefhebbende leerlingen waren maar al te graag bereid hem via het daartoe reeds geopende raam uiterst begripvol naar binnen te loodsen. Aldus de strenge doch rechtvaardige rector ontwijkend die elke ochtend geruime tijd bij de ingang van het gebouw post vatte om verlate leerlingen en een enkele betreurenswaardige docent vermanend toe te spreken.
En ook op de structuur van zijn lessen, die zich vanwege zijn eerstegraads bevoegdheid voornamelijk in de bovenbouw afspeelden, viel waarachtig wel het één en ander aan te merken. Was er van een toegewijde voorbereiding al amper sprake, eenmaal voor het vuurpeloton staand, kon zijn lesprogramma, waarover binnen de vaksectie wis en waarachtig nauwkeurige afspraken gemaakt waren, alle mogelijke kanten uitwaaieren.
Paul van Ostaijen was met afstand zijn favoriet en de analyse van zakelijke teksten, Lodewick’s Literaire Kunst, het kofschip, het onderwerp, het gezegde en zeker de bepaling van gesteldheid moesten maar al te vaak genadeloos wijken voor de wel erg vaak terugkerende ‘Boem en Paukenslag’.
En eenmaal in het vuur van zijn betoog het spoor volkomen bijster, was hij zich amper bewust van het feit dat zijn pupillen inmiddels naarstig aan de slag waren gegaan met veel belangrijker zaken als holle en bolle lenzen, de menopauze van de regenworm, de middelen van bestaan op een eenzaam eiland als Samoa of God mag weten wat er in het hedendaagse onderwijs nog meer aan dodelijke lesstof te bedenken valt. Aldus regisseerde hij al jaren met pijnlijke nauwgezetheid zijn eigen chaos.

Ronald was een al wat oudere leerling. En een behoorlijk goeie ook. Van alle vakken in het veelbelovende havo-pakket had ie in z’n examenjaar wat moois weten te maken. Het enige minpuntje: hij hield niet van lezen. Nou was dat bij Duits en Engels niet zo’n probleem. De uittreksels van de uiterst sobere, verplichte boekenlijstjes en de daarbij behorende vragenlijstjes die de betrokken docenten uit lijfsbehoud zorgvuldig behoorlijk standaard hielden, gaven op de marktplaats achter de fietsenstalling al jaren alle aanleiding tot een levendige handel. Het gemiddelde van de behaalde cijfers vertoonde bij de vreemde talen daardoor een zonnig beeld. En daar staken de resultaten bij een vak als Nederlands maar uiterst pover bij af. Want die docenten hadden een stevige reputatie ontwikkeld als genadeloze scherpslijpers die de gewoonte hadden je nogal eens tot op het bot te fileren. Maar het prachtige tentamen dat Ronald bij Daan had afgelegd was er één geweest dat zich voltrokken had volgens de wetten van een pure klucht.
Van de werkelijke, miraculeuze toedracht kreeg ik het verslag tot in z’n meest beschamende details te horen van Ronald op het eindexamenfeestje dat gevierd werd ten huize van zijn dolgelukkige klasgenoot Annemieke. Een gekende ‘easy lay’ van de plaatselijke hockeyclub die geheel tegen ieders en vooral haar eigen verwachting waarachtig ook het felbegeerde diploma uit handen van de al bijna even gelukkige rector (98,8 % geslaagden) had mogen ontvangen.

Uiterst comfortabel met elkaar gelegen in de brede ligusterhaag die de ruime tuin rond het riante landhuis omzoomde, deden het selecte groepje wat oudere jongeren en wij, jeugdige docenten, zich ver na het middernachtelijk uur in eendrachtige samenwerking te goed aan de door vader Van Duyvenbode-Varkevisser overvloedig aangesleepte alcohol. Hét uitgelezen moment voor de pakkende anekdotes over het examenjaar. Een risicoloos gebeuren want de diploma’s hadden ze immers in de pocket. Geen hond die hen nog wat kon maken.
Toen de beurt aan Ronald was, werd het meteen opvallend stil, ten teken dat er nu wel iets heel bijzonders aanstaande was. Z’n oppervlakkige belangstelling voor de literatuur en z’n absolute weigering om aan al dat fraais ook maar de geringste aandacht te besteden, hadden hem met het oog op het naderende, mondelinge, boekententamen op een al even duivels als riskant plan gebracht. De vele in het verleden bedachte scholierentrucs zouden hem op geen enkele manier meer helpen. Hij had geen boek gelezen en was niet van zins ook zelfs maar een uittrekselboek te raadplegen. Er moest dus op  iets geniaals overgeschakeld worden. Daartoe had hij zich tot in details op de hoogte gesteld van de handel en wandel van z’n docent. Op z’n uitgebreide zoektocht naar diens zwakke punten was hij op een paar omstandigheden gestuit die hem over de streep moesten trekken.
De literaire belangstelling van Daan die uiteraard aanzienlijk verder reikte dan Paul van Ostaijen was daarbij weliswaar een handicap maar één ding was Ronald wel duidelijk geworden: van de allermodernste publicaties was de meester meer dan matig op de hoogte. Daar lagen Ronalds kansen dus.
Verder had iedereen kunnen zien dat Daan het laatste jaar volledig onder invloed was geraakt van de oosterse mystiek, waar hij door toedoen van een Indiase goeroe die zich in het zuiden des lands gevestigd had, bergen energie en vooral veel tijd in gestoken had. Daan was toch al een fikse denker maar het weergaloze gedachtegoed waar hij nu tegen aan gelopen was, opende perspectieven die hij in zijn sobere leven tot nu toe, niet voor mogelijk had gehouden.
Daarnaast, en bij de gedachte aan wat er nu ging komen kreeg Ronald een satanische schittering in de ogen, had Daan een dragende rol gekregen in een experimenteel stuk van de plaatselijke amateurtoneelvereniging. Een prachtige rol, zeker. Maar ook een rol die al z’n vrije tijd zou opeisen. En die het hem dus volslagen onmogelijk zou maken ook nog maar iets zinnigs te doen met de literatuuropgave die Ronald, uiteraard zo laat mogelijk, inleverde. Een lijstje waarop, in tegenstelling tot alle andere kandidaten, slechts ultra-moderne literaire producten prijkten waar Daan met de beste wil van de wereld niet mee uit de voeten zou kunnen.

Het tentamen verliep op een wijze waarbij Dan Brown’s ‘De Da Vinci Code’ met terugwerkende kracht verbleekt tot een onbeduidende slappe kaft roman. In het twintig minuten durende onderhoud met zijn docent Nederlands trok Ronald alle registers open. Thema’s, motieven, een bonte rij interessante romanpersonages. De door Ronald ontdekte, geraffineerde tijdslijnen. Ongeëvenaarde ruimtebeschrijvingen. De absoluut duidelijke maatschappelijke relevantie als je praat over de positie van de vrouw bij in ieder geval één van de besproken werkjes. Maar vooral de subtiele wijze waarop hij oppervlakte-, dieptestructuren en dwarsverbanden blootlegde, maakten op de vleugels van z’n ongebreidelde fantasie, zijn bezielende betoog tot een product van bijna astrale schoonheid.
En ook Daan leverde daar met z’n professioneel geveinsde belangstelling en kennis een bijdrage aan. Regelmatig tot in details doorvragend, (‘Vertel daar eens wat meer over’, ‘Verrassend, zo had ik dat niet gezien’, ‘Maar wat je zegt, is toch niet te rijmen met de verdere thematiek van deze schrijver?’) stortte hij zich met een ongekende dosis empathie in de fictieve wereld die de kandidaat in die korte spanne tijds voor hem opgeroepen had.
In het afrondende gesprek had Daan nog wel wat kanttekeningen bij Ronalds in zijn ogen soms wat al te persoonlijke interpretaties (‘Die titelverklaring, daar moet je nog maar ’s goed naar kijken’) maar in grote lijnen kon hij zich uitstekend vinden in het geheel. Zeker voor een havo-leerling.
Na nog wat plichtmatig heen en weer geneuzel (‘Hoe gaan je andere vakken?) besloot de docent na ampele overwegingen de wereldse prestatie van Ronald met een ruimhartige 7,8 te belonen. Bezegeld met een ferme handdruk.

Het bleef minutenlang stil in de liguster van de familie Van Duyvenbode-Varkevisser, waarna we de glazen nog maar eens vulden.

Advertenties
reacties
  1. Mooi affiche. Daar is over nagedacht

  2. Mo schreef:

    Die Ronald, is dat die jongen die de woekerpolissen heeft bedacht?

  3. Lasja schreef:

    een hele slimme leerling dus ;)…van Duyvenbode Varkevisser… die familie kwam toch niet toevallig ook uit dat dorp waar Dirk Kuyt vandaan komt?

  4. Chiel schreef:

    Tegenwoordig verrassend onder welke naam je blijkt te zijn ingelogd. orange.fr. Maar goed, een heerlijk verhaal, dat ik van binnenuit kan invoelen.

    Het is mij een keer overkomen, dan een ll in 6 VWO van mij een ‘ruimhartige’ 9 kreeg. Het hoogste cijfer door mij ooit verstrekt.
    Pas een tijd later kwam mij ter ore, dat hij, dat dan weer wel, alleen een stuk of 15 uittreksels had gelezen.Ik was licht beschaamd, maar hij had het verdomd goed begrepen, en dat is ook wel wat waard, toch?

    Ik kwam hier overigens vis facebook. Een heel mooie lay-out, maar ik weet niet waar ik nu ben en of ik het ooit terug kan vinden?
    Voor mij is het allemaal een labyrint, momenteel, maar als de rust is weergekeerd (?) ga ik het echt uitzoeken.

    Groet, Chiel.

  5. 100 woorden schreef:

    Ik durf het bijna niet te zeggen, maar na de Paul van Ostaijens aan het begin had ik eigenlijk geen zin meer om verder te lezen (ik hou van die typografische dingen). Toch maar gedaan en niet teleurgesteld.

    • fr@nsmuthert schreef:

      Honderd, het is ook een plaat waar je niet omheen kunt. Ik heb ‘m ook al een keer kleiner geplaatst. Maar daar was ik ook niet tevreden over.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s