Gediplomeerd godsdienstonderwijzer

Geplaatst: 11 maart 2011 in onderwijs, persoonlijk

Van meet af aan was het bij ons thuis, wat het geloof betreft, dikke mik. Als een schrijnende rode draad liep de ware beleving, en dan in het bijzonder die van onze vader, door mijn jeugd en mijn opvoeding. We lustten er wel pap van. En wel rechtzinnig graag. Het was een buitengewoon overzichtelijk gebeuren dat met kunst en vliegwerk tegen de geest van de tijd in, krampachtig in stand gehouden werd. God was er nog, in Nederland. En kom daar tegenwoordig maar ’s  om.

De rijtjes en de feitjes.
Ik kan na 65 boeiende maar voor het merendeel heidense jaren alle boeken van het Oude en het Nieuwe Testament nog zonder haperen opdreunen. Alle zonen van Jacob met als toegift de dochter Dina, die ook meedeed, produceer ik moeiteloos. 
Noem mij de eerste regel van één van de 150 psalmen of gezangen uit de hervormde bundeltjes, ik ratel het onbegrijpelijke vervolg van deze staaltjes hogeschoolpoëzie nog steeds gladjes af. Die leerde ik zondags tijdens de voor ons weinig boeiende Eredienst uit m’n hoofd. Maakte er goeie sier mee  tijdens het maandagse hoogtepunt op school: het opzeguurtje waarin alle leerlingen één voor één voor de klas geroepen werden om een proeve van bekwaamheid af te leggen. Eén keer haperen een 9, twee keer een 8. Bij een derde hapering: ’s middags nablijven voor de bijspijkerles. 
Voeg daarbij de bonte verzameling zwaar sentimentele evergreens uit de bundel van de onvolprezen Johannes de Heer, en de cirkel van de reli-canon is behoorlijk rond.
Mijn vader was het hoofd van onze School met den Bijbel dus dat haperen liet je wel uit je hersens. Als kinderen van dat opperhoofd werden wij geacht tegenover de boze buitenwereld zoiets als een voorbeeldfunctie te vervullen. Die dubieuze taak drukte bij voortduring in al z’n heftigheid op onze schouders.
De 10 geboden, de artikelen des geloofs: voor mij een fluitje van een cent. En als je verlegen mocht zitten om de aloude tekst van het kerstevangelie van Lucas 2, bij mij kun je terecht voor een meer dan gelikte vertolking. Tot de afdeling Herders en Wijzen aan toe.
Ik ken m’n klassiekers.
Dat onze god vooral een god van liefde was, wilde er bij mij van meet af aan maar moeilijk in. Vooral het Oude Testament is één aaneenschakeling van geweld, moord, doodslag en verkrachting. Ik zou mezelf geen specifieke Islam-kenner willen noemen maar de Koran moet haast wel een hemels sprookjesboek zijn vergeleken bij de verschrikkingen die er bij ons ingestampt werden.
En dat allemaal in naam van de Heer.
Zijn plaatsvervanger op aarde, onze vader, was de hoeder van dat liefdevolle gedachtegoed. En hoewel hij voorzover ik weet nooit op wat voor barricade dan ook gestaan heeft, was ie stellig overtuigd van zijn missie dat hij zich tegenover z’n kinderen als een uiterst betrouwbare voorvechter diende te profileren.
Tot de Vleeswording van het Liefdevolle Woord wilde het echter maar moeilijk komen. De geestelijke spijze bleef hopeloos steken in verbale navelstaarderij met als kernwoorden: schuld, boete, kritiekloze overgave en onvoorwaardelijke toewijding.
Daaraan was ook een bonte stoet aan voorbijtrekkende dominees niet in staat iets wezenlijks toe te voegen. Om de regie over ons geestelijk welzijn te behouden, waren ’s zondags in de kerk de onbegrijpelijke verhalen van onze hervormde leidsman verplichte kost. En dat terwijl er tegelijkertijd in het aanpalende gebouw toch een heuse Kinderkerk floreerde. Maar die zou ons met z’n modieuze, op de simpele kinderziel afgestemde knip- en plakwerk alleen maar afleiden van de hoofdzaken.
Dat hetzelfde knip- en plakwerk ook de basis vormde van de al even verplichte catechisatie van onze dominee waar we doordeweeks heen gejaagd werden, was onze vader een doorn in het oog. Maar we zaten daar in ieder geval veilig in het voorportaal van de openbare Belijdenis des Geloofs. En dat telde.
Wat mij betreft is er, in tegenstelling tot m’n broers en zus, van die belijdenis uiteindelijk nooit iets terechtgekomen. Ik vertrouwde het toen al voor geen meter en knarsetandend moesten m’n ouders toezien hoe hun zwarte schaapje langzaam van de kudde afdreef.

Maar dat werd weldra weer ruimschoots gecompenseerd toen ik te kennen gaf dat ik als opstapje voor de Academie voor Lichamelijke Opvoeding, eerst de Kweekschool voor Onderwijzers wilde doen.
Daar was m’n ouwe heer als de kippen bij. Er was er natuurlijk maar één zo’n instituut dat voor z’n aankomende agnosticus deugde en dat was de degelijke, Hervormde. De laatste gelegenheid om mij alsnog binnen boord te hijsen. Daarvoor moest ik wel elke dag met de trein naar Amsterdam.
Dat niet alles wat hervormd heette de beoogde lading dekte, werd al snel duidelijk. 
De kweekschool werd kort na mijn entree omgedoopt tot Pedagogische Academie, wat m’n vader uit prestige-overwegingen als muziek in de oren klonk. Maar minder ingenomen was ie weldra met het feit dat ie zoonlief volledig te goeder trouw had laten ontsnappen naar een in die tijd (midden jaren 60) nogal links bolwerk.
Aan verlichte filosofen geen gebrek. Allemaal koren op de molen van mijn sluimerende onvrede, twijfel en verzet.
Maar ik heb er wel, voor het eerst van m’n leven, écht een beetje leren denken. Er ging een wereld voor me open.
Alles kwam, althans voor m’n inmiddels zwaar achterdochtige vader (die zich weldra op de Academie meldde voor een theologisch dispuut met mijn linkse docenten dat ie glansrijk verloor) weer helemaal goed. Ik scoorde immers weldra het Diploma Christelijk Onderwijs.
Het enige diploma dat ik in m’n leven, dat kan bijna niet anders, helemaal bij elkaar gespiekt moet hebben. De aard van de leerstof smeekte er gewoon om. Een aardige en zeer welkome bijkomstigheid: dominees zijn door de bank genomen slechte leraren. En die op die  Academie vormden daar geen uitzondering op. De fraude vierde hoogtij en je was wel een enorme sukkel als je daar niet op gepaste wijze misbruik van maakte.
Ach, tegenwoordig toucheren studenten op HBO-opleidingen zonder een college gevolgd of een tentamen gedaan te hebben ook gratis hun studiepuntjes.
We waren onze tijd gewoon ver vooruit.
Ergens onderin een kast vond ik deze week de overduidelijke bewijzen. Daaruit blijkt dat ik me intussen dus al 45 jaren lang had kunnen vestigen als gediplomeerd godsdienstleraar.
Specialiteit: Stromingen en Secten.
Dat laatste verbaast me niks.
Ik bedoel maar.

en als je het niet gelooft, click dan maar op de afbeeldingen voor de nogal spectaculaire details

Advertenties
reacties
  1. Gelukkig ben ik al die katholieke onzin fijn vergeten:-)
    Een pracht verhaal.

  2. Dat je er evengoed nog zo vrolijk bij bent gebleven

    • fr@nsmuthert schreef:

      Kijk maar ’s naar de achtergronden van de modale Nederlandse schrijver of cabaretier, Paco. Die vormen kennelijk een inspirerende voedingsbodem.

  3. Emma schreef:

    Het lijkt wel of jullie met Jaweh, de wrekende kwaadaardige boosaard zijn opgevoed. Jezus als zoon van jaweh, in plaats van van Onze Lieve Heer. Als heiden op katholieke grondslag heb ik geen last van schrijnende rode draden zoals jij zo schrijnend weet te zeggen. Bakkie troost morgen?

    • fr@nsmuthert schreef:

      Ik heb de dubbele reactie maar voor je weggehaald Emma. En de koffie is over een uurtje of twee weer traditioneel bruin.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s