Koppie d’r bij

Geplaatst: 9 maart 2011 in onderwijs

Zo ongeveer het enige probleem met dat onderwijs van tegenwoordig is hoe je je kind op de basisschool krijgt. Bij mij in de buurt dien je toch al omstreeks de conceptie (kinderspel) alle resterende energie onverwijld te steken in de toekomstige schoolkeuze van de foetus. Want denk maar niet dat ze bij de juffen om de hoek staan te trappelen om je veelbelovende nazaat straks probleemloos in de armen te sluiten.
Maar als je die dan uiteindelijk op een prominente plaats op hun onverbiddelijke wachtlijst hebt geëlleboogd, kan het eigenlijk niet meer écht mis gaan. Alleen bij groep acht nog even opletten. Mocht het namelijk wat droevig gesteld zijn met de Cito-score dan is er toch enig listig masseerwerk voor nodig om de verantwoordelijke schoolleider duidelijk te maken dat er van vmbo, volgens mensen die het kunnen weten het ultieme ‘afvalputje van het onderwijs’, in het geval van jouw unieke kind absoluut geen sprake kan zijn.
Als je die bui al ruim van te voren ziet hangen, is het misschien het overwegen waard om maar ‘s een jaartje te participeren in een meer dan democratisch bestuursorgaan als de medezeggenschapsraad. Deze geheel eigentijdse vorm van netwerken betaalt zich uiteindelijk dubbel en dwars terug als de aanmeldingsformulieren voor het voortgezet onderwijs moeten worden ingevuld. En daarop prijkt dan inmiddels natuurlijk die glorieuze H van havo, waar het allemaal om begon.

Het hoeft geen betoog dat die middelbare school van je keuze ‘Het Nieuwe Leren’ is toegedaan. Een ‘Iederwijs’-instelling zou natuurlijk helemaal toppie zijn maar de argwaan tegen dit soort scholen begint zelfs in Den Haag door te lekken. En de ervaring leert dat als die lui dáár eenmaal écht door hebben dat het om een faliekant mislukt experiment gaat, het vroeg of laat afgelopen is met die pret.
Het Nieuwe Leren dus.
Een ideaal klimaat waarin je een middelbare schooltijd lang zorgvuldig mag schaven aan je al of niet aanwezige competenties. Als je mazzel hebt, mag je je eigen leerdoelen een beetje formuleren. Je ‘googlet’ de benodigde verslagjes bij elkaar en verstopt je zorgvuldig in wat mistige en uiterst laagdrempelige groepsprojectjes. Daaromheen fladdert een van empathie overlopende docent die alles wat ook maar enigszins naar ‘klassikaal’ riekt rigoureus uit zijn of haar woordenboek heeft geschrapt. Hij mag niks meer uitleggen en verdomt dat dus ook gretig in alle standen. En concludeert uit de serene rust die bezit heeft genomen van z’n leslokaal dat men ‘lekker bezig is’. Lekker bezig, dat is, naast het al even verderfelijke ‘gezellig’, het adagium waar men zich in het onderwijs met de moed der wanhoop aan vastklampt.

In mijn laatste jaar in het onderwijs werden de derde klassen een week volledig uitgeroosterd ten behoeve van zo’n project.
Vier alleraardigste jongens hadden met hun groepje als doel geformuleerd dat ze de training op hun eigen voetbalclubje maar eens nauwgezet moesten vergelijken met wat er bij de Amsterdamse godenzonen zoal opgehoest wordt aan oefenstof.
De taken waren mooi en uitermate efficiënt verdeeld. Nadat er ruim een dagdeel besteed was aan het formuleren van dit meer dan ambitieuze leerdoel, reisden de volgende ochtend twee afgevaardigden van het projectgroepje af naar Amsterdam Arena, al waar ze gedurende een half uur de situatie kritisch in ogenschouw namen. Na een welverdiend bezoekje aan de Mc Donald werd het de hoogste tijd om verslag uit te brengen bij de andere leden van het wetenschappelijk beraad die met het oog op hun naderende inspannende bijdrage aan het onderzoek, tot twee uur riant hadden mogen uitslapen.
Na een inspirerend potje straatvoetbal van een uurtje of wat, tikten die twee na het eten in 30 hele minuten een zinderende evaluatie in hun tekstverwerker, zochten er op internet een hele serie foto’s van Maarten Stekelenburg en z’n maten bij, gaatje d’r door en de hele dissertatie die inmiddels wel zes indrukwekkende, ruim getikte pagina’s bevatte, verdween inclusief een prachtig titelblad in zo’n uiterst handzaam Leitz snelhechtmapje. Klaar was Kees.
De rest van de week werd voetballend, bier en cola drinkend doorgebracht rond afwisselend vier verschillende jongenskamers, af en toe in het kader van de voortgangscontrole onderbroken door een telefonische tussenrapportage naar school. Want ze hadden het uiteraard te druk om zich daar ook nog eens te kunnen melden.
Met het schaamrood op de kaken hoor ik nog het van lyriek bol staande verhaal dat de verantwoordelijke docent/projectbegeleider afstak tijdens het evaluerende docentenberaad. Uiteraard uitmondend in het onvermijdelijke: ‘Ze zijn zo ontzettend goed bezig geweest’.

Mocht om vooralsnog onduidelijke redenen de schoolcarrière van zoon- / dochterlief toch niet geheel naar wens verlopen dan willen ook hier het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad, de ouderraad, het bibliotheekmoederschap of vergelijkbare nevenactiviteiten in de netwerksector nog wel eens de noodzakelijke reddingsboei vormen die gegrepen moet worden om alles op de rails te houden.
Als je als ouder van een kind dat in de gevarenzone verkeert, de vinger aan de pols wilt houden dan moeten ze je op school kennen. En dicht bij het vuur verblijvend, leert zo iemand de school ook kennen.
Met z’n sterke en zwakke punten. Een ketting is zo sterk als z’n zwakste schakel. En wil zo’n ouder een beetje effectief te werk gaan dan is het zaak zeker die zwakke schakels boven tafel te krijgen.

Een aantal jaren geleden werd ik eens, vlak voor een overgangsvergadering, gebeld door een uiterst vriendelijke vader. Het type dat je het hele jaar niet op wat voor ouderavond dan ook ziet.
Nadat ie omstandig had geïnformeerd naar mijn welzijn, kwam hij terzake. Hoe stond het met dat cijfer voor Nederlands van zoonlief? 5,39 was toch bijna 5,5 en dat zou afgerond, zo had ie met het Japannertje in de hand in alle gauwigheid uitgerekend toch een 6 zijn? Als ik nou ’s voor een taakje Nederlands voor de zomervakantie zorgde dan kon ik er zonder meer op rekenen dat deze fantastisch meelevende vader er nauwgezet op zou toezien dat het allemaal pico bello voor elkaar kwam. En nu kwamen we tot de kern van de zaak: middels een 6 voor Nederlands zou Johnny overgaan.
Met een respectabel aantal jaren ervaring in het onderwijs, had ik een scherpe neus ontwikkeld voor probleemgevallen.
Wanneer het met dat eindcijfer van een leerling incidenteel geheel tegen mijn gevoel de verkeerde kant op dreigde te gaan, had ik m’n maatregelen al lang genomen. En dat liet ik uiteraard nooit op de laatste dag aan komen.
De naderende en dik verdiende 5 in het geval Johnny had met dat soort gevoelens niets van doen. Hij had er het hele jaar ronduit een klotenzooi van gemaakt, spijbelde als de ziekte en om nou te zeggen dat ie het toppunt van gezeglijkheid was: nou nee!.
Het klassenoverzicht had ik tijdens het telefoongesprek voor me liggen en buiten de onvoldoende voor Nederlands prijkten er nog een stuk of vier op z’n totoformulier. Het was duidelijk een kansloos geval. Niks te overgaan. In zo parlementair mogelijke bewoordingen hield ik m’n poot stijf en nadat ik ruimhartig beloofde ’s mans grote zorgen over te zullen brengen aan de schoolleiding, was het uiteraard snel gedaan met het onverkwikkelijke onderhoud.

Intussen vreesde ik met grote vreze. Want het zat er dik in dat de paar redelijk labiele collega’s die schuilgingen achter zeker drie andere onvoldoendes na een vergelijkbaar belletje best wel eens moeiteloos door de knieën zouden kunnen gaan.
En inderdaad, twee treurige spijtoptanten sjoemelden hun onvoldoende staande de vergadering zonder blikken of blozen naar een stukken florissanter aanzien. Terecht net niet genoeg om die pa van Johnny onbezorgd naar z’n camping aan de Costa Brava te zien vertrekken.
Maar toch.

D’r wordt wat afgeklooid in die laatste weken. Kisten wijn heb ik dikwijls de school in zien sleuren. En niet tevergeefs.
Nee, dan pakte Mohammed Abdallatene, het redelijk ingeburgerde hoofd van een kroostrijk Marokkaans gezin, het allemaal een stuk doorzichtiger aan. Niks geen gesjacher door de telefoon. Mohammed liet in de week voor de overgangsvergadering steevast een stapel dozen, afgeladen met mierzoet gebak uit het Rifgebergte in de docentenkamer bezorgen. In de stellige overtuiging dat onze slappe knieën daar wel onder zouden bezwijken. Je kunt het proberen. Alles mag tegenwoordig. En geef ze ’s ongelijk. Als het maar een diploma krijgt……

Advertenties
reacties
  1. GooiBoy schreef:

    ik heb nooit het geluk van zo’n vader mogen ervaren

  2. Wat een verhaal, gaat het zo tegenwoordig. de manier waarop je schrijft is heel plezierig

  3. Aad Verbaast schreef:

    Hert zou een verplicht vak moeten worden al op de lagere school. Rest is immers allemaal bijzaak.

  4. Lasja schreef:

    hahahahaha…herkenbaar in tal van opzichten…vanavond wederom: Tafeltjesavòòòòònd!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s