Diplomauitreiking

Geplaatst: 27 februari 2011 in onderwijs
Tags:

Laten we er voor de verandering maar eens een stevig cliché tegenaan gooien: Partir, c’est mourir un peu.
Als je na een stormachtige carrière als docent vindt dat het mooi geweest is en de kogelvrije schooldeur achter je dicht wilt trekken, heb je recht op een waardig afscheid. En ook leerlingen die na zo’n vier, vijf, zes verheffende jaren (mag het ietsje meer zijn?) de kuierlatten nemen, moeten op niveau uitgeluid worden.
Dat hoort zo.
Vindt iedereen.
En terecht.
Wij zijn daar goed in, in het onderwijs.
Niettemin krabt menige afdelingsleider in het land zich een maandje voor de diploma-uitreiking gepijnigd achter de oren.
Vroeger waren de verhoudingen duidelijk. De baas van het spul hield een algemeen afscheidsverhaaltje en als de boeiende persoonlijkheid van de geslaagde daar aanleiding toe gaf, kreeg hij/zij in het gunstigste geval een speciale, en als het effe kon humorvolle, persoonlijke zegen mee. Handtekening onder dat diploma, borreltje drinken en de volledig gediplomeerde wereldbestormers trokken zwanger van hooggestemde verwachtingen de wijde wereld in.

Als je dat vak van afdelingshoofd al zo’n jaartje of tien uitoefent, komt er op een gegeven moment de sleet op. Het hele arsenaal aan originele vondsten en kwinkslagen raakt uitgeput. Het wordt wel erg veel van hetzelfde. Reden om naar nieuwe wegen te zoeken. Het volledige gewicht van de verantwoordelijkheid wil dan nog wel eens komen te liggen op de schouders van de betrokken mentoren die dikwijls gespeend van iedere vorm van originaliteit, weken van tevoren nachtenlang wakker liggen bij alleen al de gedachte voor een afgeladen aula een beetje kek uit de hoek te moeten komen.
Wij hadden Evert.
Toen ik na een scholenfusie kennis maakte met het uitzonderlijke talent van deze docent van de andere bloedgroep, leunde hij al een jaar of wat tegen z’n pensioen, waarmee onverbiddelijk een tragisch einde zou komen aan de magistrale wijze waarop hij zo’n simpele mavo diploma-uitreiking gedurende tientallen jaren tot een regelrechte happening wist te maken.
De kroon op zijn jaarlijkse noeste arbeid bestond uit het op z’n geheel eigen, gloedvolle wijze toespreken van een onafzienbare rij geslaagden waarbij hij er z’n hand niet voor omdraaide het geheel ook nog eens prachtig op rijm te zetten. Voor het metrum legde hij een algehele minachting aan de dag, de zinnen wandelden op de meest onverwachte momenten lastig uit de pas. Maar aabbccdd? Hij lustte d’r wel pap van.
En dat allemaal gepresenteerd in een stemmig, donker kostuum dat ie speciaal voor deze gelegenheid ooit had aangeschaft en ’s avonds bij thuiskomst ongetwijfeld zorgvuldig de kast in joeg waar het weer een jaar hevig verlangend hing uit te kijken naar z’n volgende beurt.
Evert, die zich bij leerlingen en collega’s niet bepaald mocht verheugen in een ál te grote populariteit, gíng er voor. Als je érgens mocht spreken van een finest hour, dan was het wel op dit avondje in juni. Zelden heb ik echter in korte tijd uit de mond van één en dezelfde persoon zoveel ongein, oubolligheid en afgekloven clichés mogen optekenen.
Eenmaal tot dit zware ambt geroepen, was hij door de directie werkelijk op geen enkele manier meer terug te fluiten. Een schoolleiding die enerzijds zielsgelukkig was, verlost te zijn van haar onmenselijk zware taak maar aan de andere kant haarscherp aanvoelde dat noch de presentatie noch de inhoud van Everts onvergetelijke bijdrage ook maar enigszins wilde sporen met de geest van de tijd.
De ouders was het intussen een zorg.
Die leken het allemaal wel prima te vinden.
Maar dan kwamen we op zo’n avond vroeg of laat toch onverbiddelijk uit bij het moment waarop Evert zich opmaakte voor de jaarlijkse aanslag die hij op ons, collega’s,  pleegde.
Alles wat we na decennia onderwijsvernieuwing aan zelfrespect nog in onze donder hadden, stroomde uit ons lichaam zodra wij bij elkaar gedreven werden op het podium, het schouwtoneel van waaraf wij in eendrachtige samenwerking geacht werden het door onze Evert gecomponeerde ‘lerarenlied’ ten gehore te brengen. De remake van het jaar ervoor en daarvoor en daarvoor (door het veranderen van een paar regels was het telkens weer als nieuw) op de onvergetelijke melodie van ‘Lili Marlene’.
Evert doceerde Duits.
Ik voelde, door jarenlange ervaring wijs geworden, die treurigheid meestal ruim op tijd aankomen en vluchtte op prime time de docententoiletten in. Maar er was na afloop heel wat empathisch masseerwerk voor nodig om mijn snikkende, redelijk suïcidale collega’s van al te onbezonnen daden af te houden.

Advertenties
reacties
  1. Mooi verhaal, zie het zo voor me.

  2. 100-woorden schreef:

    Zo’n lerarenbestaan is één groot tranendal, volgens mij, dus meteen ook een onuitputtelijke bron voor de schrijvert. Volgens mij heb ik mijn eigen diploma-uitreikingen verdrongen, of ik word oud, dat kan ook, want ik kan me er niets meer van herinneren. Ik zal zo eens kijken of ik wel echte diploma’s heb

  3. cor3006 schreef:

    nooit in al die jaren is mij de eer te beurt gevallen om afscheids- en het ga je goed woorden uit te spreken

  4. Ron schreef:

    Evert heeft zich duidelijk onsterfelijk gemaakt. Zo’n naam blijft voortleven. Heb je dat ook dat, als je ergens aan een Evert wordt voorgesteld, je ombewust toch weer aan die Evert denkt? Onsterfelijkheid dus. En hoe groter de afkeer, hoe groter de onsterfelijkheid.

  5. Kreeg hij ook een gouden horloge ?

  6. […] we bij Evert van diepe treurnis spreken, zo mogelijk nog ernstiger was het gesteld met John, de docent […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s