Mag ik alsjeblieft één keer een lafaardzijn?

Geplaatst: 11 november 2010 in actualiteit


Donderdag 11 november. Ik had ’t kunnen weten. De sinaasappels, mandarijnen, olienoten en de chocola hadden natuurlijk klaar moeten liggen. Godsdienstige rituelen mogen dan vandaag de dag ernstig te lijden hebben onder de inflatie, net zo makkelijk sleuren we, lekkend van enthousiasme, via de achterdeur de alternatieven ons geseculariseerde leven weer in.
De Sint begint keihard de maand te veroveren. Zaterdag a.s. maakt de enige echte per stoomboot z’n wereldberoemde, indrukwekkende entree in mijn vestingstadje. Eerst hadden we echter nog even af te rekenen met een ernstige concurrent van ‘m. St. Maarten. Een knakker die we, ook boven de rivieren, langzamerhand behoorlijk in de gaten dienen te houden. Over de oorsprong, verspreiding en de huidige status van dit kinderfeestje wilde ik het niet hebben. Niks christelijk dus. Het is zo heidens als de pest. Als tot op het bot overtuigde heiden ben ik trouwens niet te beroerd af en toe zo’n mythe blijmoedig in stand te helpen houden. Maar de besmettelijke ziekte die St.Maarten heet, begint wat mij betreft gierend uit de klauw te lopen.
Ben ik een kindervriend? Ik dacht het wel. Om te beginnen ben ik er heilig van overtuigd dat je het geen 36 jaar in het onderwijs uithoudt als je niks om kinderen geeft en ook daarbuiten heb ik me met niet aflatende toewijding maar al te vaak volledig overgegeven aan het amuseren, knuffelen en pleasen van de jongere generaties. Het Sinterklaaspak voor een spetterende tournee over twee weken is trouwens al uit de mottenballen gehaald.
De kinderfeestjes mogen dan al jaren uit zicht zijn, opa Mut ligt tegenwoordig om de haverklap languit op z’n buik op het parket om de amper te evenaren vrolijkheid in de wereld van poppenhuizen, garages, draglines, tanks (ja, vooral die), soldaten en indianen, in slagorde opgesteld voor de meest bloederige confrontaties, beurtelings te delen met Pien en Stijn. Ontelbare malen heb ik me, bij gebrek aan redelijk alternatief, door een koninklijk gezeten Joppe pontificaal als paard laten berijden. De minstens twee keer geopereerde voetbalknieën mogen op de tennisbaan dan wel een paar keer in de week redelijk bevredigend functioneren, bij het tiende rondje om de tafel, protesteren ze steeds heftiger. Uren heb ik achter de rug van de met een schier onuitputtelijke fantasie gezegende kapitein Gijs op de driezitsbank doorgebracht, waarop hij me gedecideerd over de meest onstuimige wereldzeeën loodste. Allemaal prachtig. En ook de ontroerende blauwe en bruine kijkertjes uit de buurt die, gewapend met lampionnen, omstreeks de elfde van de elfde voor mijn deur à raison van wat snoepgoed, ooft of een paar euri het opperste zanggenot verzorgen, geen punt. Zolang het maar een beetje kleinschalig blijft.

Maar dat kon ik dit jaar wel shaken. Onder leiding van een tiental wel erg blije ouders was alles wat er de afgelopen jaren aan peuters en kleuters in onze straat bij elkaar gewipt is, samengedreven voor een zorgvuldig georkestreerd mega-spektakel dat z’n weerga niet kende. Van verre hoorde ik ze aankomen. Een stuk of 20. Op hun speellijst een ongekend gevarieerd repertoire aan traditionele evergreens dat wel de vrucht van met strakke hand georganiseerde repetities geweest móet zijn. Een batterij aan uiterst professionele lampions deed vermoeden dat er mogelijk een gulle sponsor gestrikt was. Vergiste ik me nou of zag ik daar shirtjes met de naam van de plaatselijke speelgoedwinkel?
Ieder pandje waar licht brandde was aan de beurt. De totale vercommercialisering van het kindervermaak. Reden waarom de ouwe lul van nummer 11 besloot deze drinkbeker maar ’s aan zich voorbij te laten gaan. En de enige oplossing die restte (ik geef toe, de schoonheidprijs verdiende het bepaald niet): gewoon ordinair álle lichten in huis doven. Achter hermetisch gesloten gordijnen installeerde ik me voor de tv, boven op de slaapkamer voor het treurige Andere Tijden: Een huis voor bejaarden, het soort uitzendingen dat tegenwoordig ook nog maar bitter weinig aanleiding tot levensvreugd geeft.
De opkomst en bloei van bejaardenhuizen, mijn voorland, en de eerste schandalen liet ik, terwijl het circus langzaam langs m’n inktzwarte, ogenschijnlijk verlaten woning schoof, aan me laten voorbijtrekken.
Er zijn grenzen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s