Via de Volkskeuken naar een Sallands workshopje

Geplaatst: 20 september 2010 in Uncategorized

Tussen mij en de Volkskeuken zal het nooit wat worden. Vrees ik. Heb er niks mee. Gaandeweg het tweede katern van mijn ochtendblad slibt de aandacht trouwens toch al meedogenloos weg. Na de tv-recensie, een dagelijks hoogstandje  van Jean-Pierre Geelen dat ik nooit oversla, is het wel zo ongeveer gedaan met deze koopman.  En dan te bedenken dat meer dan 9o% van het door hem besproken medialeed doorgaans probleemloos aan mijn deur voorbijgegaan is. Maar door zijn dikwijls aangenaam verfrissend zurige stukkies, wil ik er nog wel eens een verdwaalde Uitzending Gemist aan wagen.  Jan Meulendijks zal ongetwijfeld in een behoefte voorzien. Wat mij betreft houdt ie voornamelijk zichzelf met maar liefst drie puzzels aardig van de straat. Ik heb het nog nooit tot ook maar een kruiswoord, kakuro of sudoku kunnen schoppen. Sebastiaan Timmermans wil als enige op de achterkant in de rubriek Dag in Dag uit nog wel eens iets aardigs uit het barre leven vissen. Vorige week nog een foto van de hand van een collega-blogger. Maar dan lonkt onverbiddelijk de oudpapierbak . Want wat Aaf BC betreft, dagelijks goed voor het kennelijk broodnodige Libelle-gevoel, heb ik het na een tiental geduldige, doch vruchteloze pogingen de handdoek definitief in de ring gegooid. En dan te bedenken dat we Marjolein Februari, weliswaar van een gans andere orde, zonder slag of stoot door de likkebaardende concurrentie hebben laten wegkopen.
Op het tabloidpaginaatje van Meulendijks is ook een dagelijks plaatsje ingeruimd voor de Volkskeuken. Een heuse kookrubriek. Jawel.  Keukenprins zou ik mezelf nauwelijks willen noemen en ik vraag me met enige zorg af hoe groot het gat in de markt in werkelijkheid is dat dagelijks afwisselend door een aantal culinaire specialisten blijmoedig gevuld wordt. De helft van de benodigde ingrediënten voor de wilde eend met koriander is sowieso al niet in m’n keukenkastjes te vinden. En dat haalt de moed er al bij voorbaat behoorlijk uit. Ik kook niet van krantenknipsels.
Na een treurige ervaring of drie krijg je mij trouwens ook niet meer warm voor het populaire doe-moment dat zo nodig steeds hardnekkiger aan sommige feestjes vastgeknoopt moet worden. In het tijdsbestek van een jaar scoorde ik drie uitnodigingen van jarige vrienden die te kennen  gaven hun geboortedag in een etablissement van naam te willen vieren. Hun heftig van de honger rammelende  feestgangers werden op het moment suprême met verwachtingsvolle blik uitgenodigd om met elkaar naar de keuken te verkassen. Al waar een ieder geacht werd in eendrachtige samenwerking onder het toeziend oog van de chef het eigen potje te koken. Met de saamhorigheid  was tot op dat moment weinig mis. Maar de aanvankelijke joligheid in de keuken (dat spel speel je toch op zo’n dag blijmoedig mee?) maakte weldra ruim baan voor vele onderhuidse irritaties die zich een uitweg zochten. En wees eerlijk, als je zo als ik drie keer keihard door het lot aangewezen wordt om voor twintig man de uien te pellen, dan verlang je wel weer eens hartstochtelijk naar een ouderwetse, keurig gedekte tafel waar de bediening rimpelloos je biefstukje van de chef zelf serveert.
Nee, als het effe kan geen workshops. Wat mij betreft.

Maar gisteren hadden we er dus weer eentje. Zo’n workshop. In het kader van een familiedag. Toen een  jaar of wat geleden het hoofdstuk van de vorige generatie met de betreurenswaardige hemelvaart van de laatste tante afgesloten werd, vielen we als achtergebleven neven en nichten, een smeltkroes van verbleekt Bourgondisch katholicisme en reformatorische bevindelijkheid waar het mooiste inmiddels ook wel zo’n beetje vanaf  is,  een beetje in een gat. Tante Gé nodigde ons namelijk volgens traditie  jaarlijks ter gelegenheid van haar verjaardag uit voor een copieus diner in een in vele opzichten wat merkwaardige ambiance in haar woonplaats Arnhem. En om de herinnering aan deze telg uit een roemrijk geslacht, en het wij-gevoel, levend te houden, werd besloten die traditie op eigen benen voort te zetten.
De Tante Gé Memorial.
Bij toerbeurt is iedere neef en nicht uiteindelijk ooit de gelukkige om de algehele verantwoordelijkheid voor de organisatie op zich te nemen. Nou dreigt die spoeling met het verscheiden van twee potentiële evenementenmanagers ook al weer aardig aan de dunne kant te raken. Maar toch.
Een dag met een programma dus.
Gisteren was het de beurt aan de sectie Zwolle.

De TomTom voerde ons omstreeks het middaguur naadloos naar de eerste attractie. Een boerderij nabij Raalte. Wijngaard De Landman. Een zogenaamd Rustpunt.
Nou hadden we die bordjes wel eens zien staan in het Sallandse, op weg naar ons kleinkunstvermaak op maat in die regio. Het blijken fraai gelegen pleisterplaatsjes (68 in getal) voor wandelaars en fietsers te zijn. Voor een appel en een ei kun je er, terwijl je elektrische fiets wordt opgeladen,  aan de koffie met gebak, een frisje of wellicht iets sterkers. Een uniek initiatief. www.rustpunten.nu .
Ralph Mulders info@wijngaarddelandman.nl  schonk een stevig hartkleppenbakkie koffie. En ook met het zelfgemaakte appelgebak was  niks mis. Waarna de wijngaardenier (verzonnen door Koot en Bie?) een voor arbeiders begrijpelijke en boeiende rondleiding verzorgde door zijn wijnveld.

Nederland als wijnland dus. Het kan allemaal zonder die eeuwige hellingen en kalkrijke grond. Al staat de Europese regelgeving niet te juichen. Althans volgens onze vermoedelijk niet al te objectieve leidsman die me tussen de druivenranken op mijn vraag toevertrouwde van professie antropoloog te zijn. En wiens presentatie sterke Adriaan van Dis-trekjes vertoonde. Met z’n fluisterstille windmolen die beslist niet detoneerde in de landelijke omgeving, kan hij z’n  zeker niet al te commerciële nerinkje aardig aan de praat houden.
Na de hoogculturele poot van deze dag, ontkwamen we er tenslotte niet aan:
De Workshop.
Je kunt bij Ralph zelf bier maken. Maar volgens de aloude, zorgvuldig onderhouden familietraditie diende er toch wat stevigers op tafel te komen. Geen probleem, we gingen met z’n allen aan de productie van onze eigen fles Baileys. Een mierzoet drankje. Dat weer wel.
Godezijdank na afloop niet dat traditionele evaluatieformuliertje waarop je bij dit soort gelegenheden immer je waardering over een troosteloos rijtje programma-onderdelen met de klinkende cijfers 1 t/m 10 mag aantikken. En ook van die verrekte, nog weerzinwekkendere toets met meerkeuzevragen bleven we goddank verschoond.
Via een uitgebreide tocht door de IJsselse uiterwaarden belandden we uiteindelijk in het oude Zwolle in een uitstekend restaurant tegenover het hotel in bezit van een Serviër, of Kroaat waarop nog niet eens zo lang geleden mijn familienaam prijkte.
Niks gelul over met z’n allen naar de keuken om je eigen kabeljauw in zo’n doe-moment in de ideale kleur bruin te schroeien.
Gewoon zitten en kanen.

 

Volgend jaar ben ik aan de beurt.
Ik sleur ze door Naarden Vesting en geen denken aan dat ze aan de paar honderd treden van  de toren van mijn Grote Kerk ontkomen . Naardermeer. Tochtje over de Vecht. Zou ik ze op de fiets krijgen?
Bij voldoende afzeggingen zit ik ook net zo makkelijk met ze op mijn boot op het Markermeer voor een broodje paling in Volendam
En natuurlijk een Workshopje Kaasboerderij.
Ik kan niet wachten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s