De Bijenkorf was een sober geëquipeerde protestants-christelijke vakantie-onderneming in Nunspeet waar geheel volgens traditie de zesde klas (tegenwoordig groep acht) van onze lagere school middels een driedaags verblijf een voorlopige punt achter z’n boeiende carrière zette.
Niks musical. Zestig bloedstollende kilometers lang vochten we ons er op onze zwaarbeladen, krakkemikkige fietsen door de Veluwse bossen naar toe. Een dagvullend programma. De matige fysieke gesteldheid van het hoofd der school die zuchtend en steunend maar wel pontificaal voorop reed, zorgde er immers voor dat een straf wandeltempo aangehouden werd.
Bij het Uddelermeer, een wonderlijk aandoend plasje in het tropische regenwoud, – de onderbrekingen vanwege de vele lekke banden telden niet mee – vond ‘de grote stop’ plaats. De eerste tien boterhammen vonden soepeltjes hun weg naar de hongerige magen.
Eindeloos boompje verwisselen. Waarbij we de schrijnende plekken op de huid langs de rand van onze Jansen&Tilanus even vergaten. De bij dit soort hoogtijdagen ongekend jolige meesters en juffen strekten de moede leden amechtig op de dennennaalden. Waarna we op ons tandvlees de laatste etappe op weg naar de stapelbedden (3-hoog) wegtrapten.
Leuke klas.
De geschiedenis heeft het inmiddels al ruimschoots bewezen.

Het onschuldige tijdverdrijf tijdens zo’n driedaagse logeerpartij in de bossen viel volledig in het niet bij het grote werk dat ons, prepubers, wachtte op het lyceum.
Jawel.
In de voorafgaande maanden waren we via het onvolprezen standaardwerkje ‘De Toetsnaald’ minutieus klaargestoomd voor het toelatingsexamen dat onlosmakelijk verbonden was met onze lang verbeide entree aldaar. Voor Wouter B, toen reeds het briljantste knaapje van de klas, een fluitje van een cent. Met een achteloosheid van heb ik jou daar waar ik als middelmatige leerling met enige jalouzie huizenhoog tegen op zag, vulde hij spelenderwijs de redactiesommetjes in. Terwijl ik me suf piekerde hoeveel tegels er voor een virtuele achtertuin nodig waren, waar ook nog ‘s een zandbak van 2x2x0,50 meter in moest, en hoeveel prikkeldraad en paaltjes er nodig waren om een al even virtueel weiland van een paar hectare af te zetten, zat hij glimlachend reeds een fors aantal bladzijden verderop aan de stijloefeningen en de grammatica.
Duidelijk vooraan gestaan toen de hersens uitgedeeld werden. Want ook bij de droppings (en andere hoogtepunten) in zo’n kampweek, ontpopte hij zich tot de door iedereen geaccepteerde, natuurlijke leider die ons bij nacht en ontij in no time via de kortste weg rimpelloos naar de moederschoot van de jeugdherberg leidde. Zelfs de onbereikbare Femke H, die toch waarachtig ook van wanten wist, moest tandenknarsend toezien, dat er voor haar maar bar weinig lakens vielen uit te delen.
Alleen bij de balspelen konden wij ons nog enigszins profileren en moest Wouter genoegen nemen met de rol van naamloze. Evenals Jan-Peter B en André R trouwens. Maar die waren nog enigszins geëxcuseerd door hun rechtzinnige milieu dat weinig op had met de al te sportieve dadendrang van zoonlief. Op zondag naar Ajax, in De Meer? Daarvan kon om dezelfde plausibele reden uiteraard ook geen sprake zijn. Van de meiden slaagde slecht Agnes K er in, zich te meten met de jongens.
Vooral qua stemgeluid.
Mooie tijden

Na die zomer werd alles anders. Dat deel van de klas dat zich, gepimpt door het fraaie stampwerkje de Toetsnaald, toegang had verschaft tot het lyceum op christelijke grondslag, was weliswaar bijeengeveegd in dezelfde klas, maar van de aloude homogeniteit was weldra weinig meer over. Dat had vooral te maken met de entree van een handjevol nieuwkomers, waaronder de onafscheidelijke Geertje W en Hero B. Hero, de enige met jeugdpuistjes. Was er met die Geertje aanvankelijk nog wel een goed gesprek te voeren, Hero ontpopte zich al snel tot een behoorlijk agressief baasje. Als ie er in de eindeloze puberconfrontaties met argumenten niet meer uitkwam, sloeg ie er ongenadig op los. Hij was trouwens de eerste die op klassenavonden triomfantelijk een heupflacon Vieux uit z’n binnenzak toverde die hij in het gezelschap van z’n vaste compaan ‘onze’ Erica T ritueel door de respectievelijke cola gooide. Naast de mateloos populaire Joy en de Sisi dé cultdrank van die tijd. Waarna z’n handjes zo mogelijk nog losser kwamen te zitten. Bovendien rookte hij. Lucky Strike. Waarmee hij een allemachtige hoop prestige verwierf. Vooral bij de bovenbouwers. Want terwijl wij, snotjochies die nog geen weet hadden van de mores in de nieuwe omgeving, in de middagpauze ons vet weg paaltjesvoetbalden, stond Hero al tussen de opgeschoten jongens van de vierde met een peuk achteloos in de mondhoek uitgebreid de petticoatmeiden van de MMS te keuren en na te fluiten.
Seksisme moest nog worden uitgevonden.
Over seks gesproken, of wat daar op 13-jarige leeftijd voor door moest gaan, ook op dat terrein was het weldra niet meer wat het geweest was. Met het horkerige zoenen na schooltijd in de dark rooms van het fietsenhok van de lagere school was het definitief Schluβ. Agnes was er een jaar tevoren, evenals Tineke H inclusief hoog gesloten christelijk kraagje, best nog wel voor te porren. En ook Erica lustte er wel pap van. Als ze tenminste niet als de sodemieter naar die verrekte zwemtraining van haar moest. Mariëtte H, die wij altijd al een chagrijnige doos vonden, lag toen al buitengewoon slecht in de markt.  
Femke was een verhaal apart. Ondanks haar ‘neuken-doe-je-maar-bij-de-buren-kapsel’, het rattenkopje dat ze pas recent inruilde voor die sexy krullenbos, ging van haar een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Maar ze hield ons, onzekere knaapjes, altijd mysterieus op een afstand die mateloos irriteerde. Op het lyceum ging weldra het nooit bevestigde gerucht dat ze ‘het’ deed met een vier jaar oudere adonis uit 5 Gym.
In onze nieuwe habitat beseften we weldra dat voor ons slechts de kruimels restten. De meiden die zich op het kamp nog zonder problemen op hun bek lieten zoenen, hadden slechts oog voor de in onze ogen onbegrijpelijk interessante boys die zich steevast één maar dikwijls meerdere leerjaren hoger ophielden.

Na de scheiding van de bokken en de geiten aan het eind van de eerste klas verdwenen Femke en Wouter, volkomen terecht trouwens, naar het gymnasium. We hielden evenwel regelmatig contact. Tineke en Erica met in hun kielzog een paar andere voor ons meer dan veelbelovende dames, zochten hun heil op de MMS. Wij moesten het met de HBS doen.
Marc R, die toen al bij z’n moeder woonde, bleef een wat treurige naamloze. Felix R., altijd de grootste bek, terroriseerde de rest van onze schooltijd met theorieën waar wij geen ene reet van snapten, alle klassengesprekken tijdens de lessen maatschappijleer.
En Alexander P? We hebben de schat tot z’n onuitsprekelijke genoegen tot aan de eindexamenklas klassenvertegenwoordiger weten te maken. Een baantje waar niemand ook maar ene reet voor voelde. Drager van het klassenboek. Daar wilde je toch niet dood mee gevonden worden? Vanuit zijn niet kinderachtige verantwoordelijkheid wist hij echter vijf jaar lang via een paar listige one-liners de toen al reactionaire Geert en Hero het zwijgen op te leggen. En dat terwijl de hele school slechts drie Molukkers telde.

Ik zag ze afgelopen week voorbijtrekken. Op de tv.  De nostalgie droop onder m’n oksels vandaan. Wat Geert en Hero betreft, voelde ik de plaatsvervangende schaamte.
Maar ik troost me in de wetenschap dat Wouter en Femke het varkentje uiteindelijk wel zullen wassen.
Ze zullen het helaas zonder Agnes moeten doen.
Ik reken op ze.

Zie ook:

 

Advertenties
reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s